Profiel: Dion Graus

‘Ik vertrouw dieren meer dan mensen’

De dieren zijn niet meer uit de politiek weg te denken. Dat is een verdienste van de Partij voor de Dieren, maar zeker ook van Dion Graus van de PVV. ‘Voor de dieren ben ik de politiek in gegaan.’

Dion Graus (links) en Geert Wilders op bezoek in de zeehondencrèche van Lenie ’t Hart in Pieterburen, 2013 © Ferdy Damman/ANP

Op een dag nam ze een slak voor hem mee. Een versierde slak, met gekleurde kraaltjes erop geplakt. Het slijmerige beestje was een levend onderdeel van Save the Snails, het kunstwerk in een Rotterdams kindermuseum dat zeker duizend slakken een karakter, een smoel moest geven. ‘Waarom vinden we het ene diertje lief en het andere juist niet?’ Na de omstreden tentoonstelling liet kunstenares Tinkebell alle slakken vrij. Op eentje na, die bewaarde ze in een doosje om aan haar dierbare politieke vriend Dion Graus te geven.

Hij kon het aardigheidje niet waarderen. Met levende wezens, vindt hij, moet je niet sollen. Hij werd emotioneel, herinnert de kunstenares zich. Joyce, zijn echtgenote en medewerkster die altijd bij hem in de buurt is, nam het diertje mee naar huis om te verzorgen. Toch ging de slak dood. Zes jaar later zit het Kamerlid Graus nog steeds niet lekker. ‘Een slakkenhuis is heel poreus’, legt hij uit in de fractiekamer van zijn partij, de pvv. ‘Daar trekt die lijmlaag doorheen en dat is puur gif.’ Tinkebell, oftewel Katinka Simonse, moest beloven nooit meer iets levends mee te nemen. ‘Dat heeft ze gelukkig ook nooit meer gedaan.’

De twee zijn maatjes, goede maatjes, zeggen ze allebei. En toch, hamsters in balletjes gooien en slakken versieren – de dingen die ze soms doet in naam van de kunst – zitten hem dwars. ‘Als Katinka niet zulke rare dingen had gedaan, was ze misschien wel een van mijn beste maatjes ooit geworden.’

Geert Wilders ziet hij als een van de weinige echte vrienden die hij heeft. Hij leerde Wilders, die net uit de vvd was gestapt en een eigen beweging opzette, kennen toen hij voor TV Limburg in 2006 de realitysoap Wild, Wilder, Wilders maakte. ‘Dieren staan boven partijpolitiek, dat was Geert helemaal met me eens. Hij zei al snel: kom aan mijn zijde en je mag alles voor dieren doen wat je wilt. En zo is het gegaan.’

Op 30 november 2006 betrad Dion Jean Gilbert Graus (nu 51) voor het eerst het parlement als Tweede-Kamerlid voor de kersverse Partij voor de Vrijheid. Het negenkoppige team van Wilders werd door de andere politieke partijen en de parlementaire pers vanaf dag één met argusogen bekeken. Vooral het anti-islamgeluid kreeg de aandacht, zoals de film Fitna. Toch profileerde de partij zich ook op andere terreinen. Fleur Agema werd steeds bekender in de zorg, en Graus voert vanaf het begin zijn eigen agenda: die van het dier – én ook die van de groei van de luchtvaart (en ondernemers).

Hij heeft, benadrukt hij keer op keer, veel bereikt in de bijna twaalf jaar die hij zetelt in het parlement. ‘Er is nu een alarmnummer speciaal voor dieren. Er is een dierenpolitie. Er is een forensisch team dat dode dieren onderzoekt op dna en ander bewijsmateriaal. Er is een gevangenisstraf voor dierenbeulen. Kijk eens wat ik allemaal voor bijen heb gedaan.’ En: ‘Ik stond bij de dansende beren en heb ’s nachts op stropers gejaagd. Ik heb dode dieren in mijn handen gehad, ik heb ze geroken, ik had bloed aan mijn handen en kleren. Ik ben de enige parlementariër uit de hele parlementaire geschiedenis die echt aan het front, waar de dieren worden mishandeld, heeft gewerkt.’

Zelfbenoemd dierenambassadeur Graus heeft vele eigenschappen, bescheidenheid is er niet een van. ‘Hij wil graag erkenning en kan niet altijd even goed tegen zijn verlies’, zegt Joost Eerdmans die als Kamerlid voor de lpf het dier al vóór 2006 op de Haagse agenda probeerde te zetten. Tevergeefs destijds. ‘Maar hij is vooral helemaal zichzelf, dat is echt ontwapenend in de politiek. Ik mag hem graag.’ Krista van Velzen, oud-Kamerlid van de SP, vond in Graus een overenthousiaste medestrijder in het parlement voor de dierenrechten. ‘Hij krijgt mensen mee, hij wíl je overtuigen. Dion is een heel leuke man, een heerlijke flapuit ook.’ Hans Baaij van Varkens in Nood noemt hem ‘zeer bevlogen’. ‘De pvv stemt behoorlijk vaak voor de dieren.’

Henk Bleker, cda’er en oud-staatssecretaris van Landbouw, ziet in Graus vooral ook ‘een betrokken’ Kamerlid waar hij veel waardering voor heeft. De twee waren het zelden met elkaar eens en het ging er vaak ‘heftig’ aan toe bij de debatten. Zo schuwt de pvv’er onparlementair taalgebruik geenszins en zei hij bijvoorbeeld in 2011 dat hij de bewindsman ‘wel even bij de oren zou pakken’ toen olifant Radza (45) in de greppel viel van dierentuin Emmen. Hij hield er onder meer een gebroken slagtand en wat schaafwonden aan over. Maar Bo Gyi (1993) en Annabel (2009) overleefden zo’n val in de gracht rond het olifantenverblijf niet. De maat was vol, vond het Kamerlid. Er moest stante pede en keihard worden ingegrepen door de staatssecretaris.

Graus werkt, zegt Bleker, liefst met individuele voorbeelden. Zelfs de ingewikkelde debatten over het systeem, bijvoorbeeld de bio-industrie, ‘adstrueert hij met concrete, individuele dieren’. Geert Wilders zei in 2015 in Het Parool: ‘Een geweldige collega met een hart voor dieren dat niet eens in de Kamer past, zo groot is het. En ja, het is ook een markant figuur, en markant betekent ook vaak dat je denkt: mwóh. Maar dat geldt voor mij ook.’

Volgens Esther Ouwehand, parlementariër voor de Partij voor de Dieren, wil Graus echt veel voor de dieren doen, maar krijgt hij lang niet altijd de steun van zijn partij. De pvv is er juist ook vóór die kleine ondernemer, de boer of de visser uit Urk en tégen regels uit Europa. De partij steunde de afschaffing van het melkquotum; de Europese regel die bepaalde hoeveel melk een land jaarlijks mocht produceren werd in 2015 afgeschaft. ‘Mede daardoor kon juist de melkveehouderij ongebreideld groeien.’

Het is iets wat Ouwehand tijdens debatten geregeld voor Graus’ voeten gooit. Hij vindt dat erg. ‘Ik kan dat niet hebben’, zegt hij zelf. De pvv ís voor afbouw van de bio-industrie, dat staat ook al sinds 2006 in het partijprogramma. De partij steunde een verbod op de bouw van megastallen en hielp de Partij voor de Dieren aan een meerderheid in de Kamer die eist dat koeien in de wei staan. vvd, cda, ChristenUnie en sgp zijn faliekant tegen, de pvv schaarde zich bij het linkse blok en stemde voor een verplichte weidegang. Veel voorstellen van de Partij voor de Dieren halen het dankzij de steun van de pvv.

Geert Wilders: ‘Een geweldige collega met een hart voor dieren dat niet eens in de Kamer past, zo groot is het’

De pvv zet zich ‘enkel in voor kleine, liefst biologische, gezinsbedrijven met een weidegang’, aldus Graus. Dat melkquotum heeft volgens hem niets met dierenwelzijn te maken. ‘Wel met regels uit Europa, en daar is de pvv per definitie tegen.’ Net als de partij tegen verhoging van belasting is en daarom nooit een vleestaks zal steunen. Ook de klimaatverandering vindt de partij geen probleem. De pvv zet zich in tegen de illegale jacht op ijsberen, maar heeft niets met de ijsbeer op een smeltende ijsrots als ‘klimaaticoon’. Ouwehand zal altijd die vinger op de zere plek blijven leggen, benadrukt ze. Wel maken ze het altijd goed na zo’n debat. Ook Ouwehand is een ‘maatje’ geworden. Ze werken samen waar en wanneer het kan. ‘Hij is oprecht en echt betrokken bij dieren. Hij eet geen dieren, dat is voor mij een goede toets.’

Graus is in 1997 gestopt met het eten van varkensvlees. Langzaam maar zeker verbande hij alle dieren uit zijn menu. In 2004 werd hij volledig vegetariër. ‘Tot die tijd at ik wel snacks, frikandellen en zo. Omdat deze gemaakt zijn van slachtafval en omdat ik het gewoon lekker vond.’ Vegetariër worden was een logische stap in zijn liefde voor het dier. ‘De homo sapiens is het meest onbetrouwbare wezen dat er bestaat. Ik vertrouw dieren meer dan mensen.’

Als kind bezocht hij zeehondencrèche Pieterburen van Lenie ’t Hart. ‘Toen al wist ik dat ik de opvolger van Lenie wilde worden.’ En er was nog een roeping. ‘Als het celibaat niet bestond, dan was ik priester geworden.’ Graus is zeer gelovig. Soms, zegt hij, bidt hij mee met de mannenbroeders van de sgp, bijzonder voor een Limburgs (van oorsprong katholiek) jongetje. Als hij weer thuis in het zuiden is gaat hij vaak naar Redemptoristenklooster Wittem om kaarsjes te branden in de smartenkapel.

De dierenpolitie inspecteert twee verwaarloosde pony’s. Dion Graus is degene geweest die zich hard heeft gemaakt voor het opzetten van de dierenpolitie, 2011 © Marcel van den Bergh / HH

Waar Graus is, is ook kabaal. Begin deze maand leidde dat nog tot een parlementair opstootje toen hij de vrouwen van K3 in een debat portretteerde. ‘Niet die huppeldoosjes’, zei hij verwijzend naar de voormalige Belgische meidengroep. ‘Maar K3 is de vogelwacht van Schiphol.’ Zijn collega van GroenLinks, Suzanne Kröger, maakte er een punt van orde van. ‘We kunnen vrouwen hier niet benoemen als huppeldoosjes.’ Graus reageerde gebeten. ‘Het wordt steeds gekker hier: als ik huppeldoosje zeg, dan zeg ik dat. We leven in Nederland, niet in Noord-Korea.’

Het is een typische Graus-reactie, zo uit de heup, of ‘recht uit het hart’, zoals hij het liever zelf ziet. Hij werkt niet met vooraf gefabriceerde spreekteksten, hij neemt een paar ‘bulletpoints’ mee naar een debat en bouwt daar een verhaal omheen. Dan zegt-ie gewoon alles wat in hem opkomt. Hij is een straatvechter, ook binnen zijn eigen fractie. ‘Ik ben het zeker niet altijd eens met de rest en dat laat ik merken. Ik kan niet stil blijven toekijken. Dat doe ik nergens. We gingen een keer naar de koning toe en we kregen allemaal instructies in de bus: dat mocht niet, dat mocht wel, zus, zo. Daar heb ik me dus niets van aangetrokken.’

Hij krijgt, zegt hij, de ruimte binnen zijn partij. Dat druist tegen alle verhalen in dat er binnen de pvv een kadaverdiscipline heerst. De partij heeft maar één lid en dat heet Geert Wilders. Hij bepaalt de lijnen en houdt de teugels strak. Over hoe het er in de fractie aan toegaat, komt zelden iets naar buiten. Oud-parlementariërs als Hero Brinkman, Marcial Hernandez, Wim Kortenoeven, Louis Bontes en Joram van Klaveren stelden dat de partij te gesloten, te weinig democratisch is. Dat zeiden ze meestal als ze al weg waren. Maar de verhalen hebben steeds een rode lijn: de pvv is een strak geleid gesloten bolwerk. ‘Er wordt’, zegt Graus, ‘altijd gedaan of hier binnen de fractie een Noord-Koreaans regime heerst. Geert is juist de strijder van de vrijheid van meningsuiting. Zou hij zijn koene ridder, zoals hij me altijd noemt, juist belemmeren?’ Hij schudt driftig met zijn hoofd en lacht. ‘Dat zou echt heel raar zijn?’

Toch heeft ook hij wel eens gedacht dat ‘hij van de lijst zou worden geflikkerd’. Niet door zijn vriend Wilders. ‘Ik ben iemand die de confrontatie steeds aangaat en daardoor ben ik niet de gemakkelijkste. Misschien dat een paar mensen binnen de partij ooit dachten dat het beter zou zijn als ik vertrok: voor de rust in de fractie.’ Gedetailleerder wordt hij niet. Graus is loyaal aan de pvv, of beter gezegd aan Wilders. En ook aan het dier, waar hij liever en honderduit over spreekt. ‘In de strijd voor dierenrechten ben ik nietsontziend. Ik zou zelfs mijn moeder aanpakken als ze een dier zou mishandelen. Dierenliefde is allesbepalend voor mij. Voor de dieren ben ik de politiek in gegaan.’

Na de opleiding hbo management had Graus een aantal banen, om in 2003 te eindigen als producent en presentator bij de commerciële zender TV Limburg. Daar maakte hij Beesten met Dion en ontmoette hij de vrouw van zijn leven, op werelddierendag. Dat is de enige dag in het jaar dat honden (en baasjes) mogen poedelen in buitenzwembad Mosaqua in het Limburgse Gulpen. Hij had een weddenschap verloren en moest – met kleren aan – voor zijn programma van de glijbaan af. Zij zwom met haar honden in duikpak, want het was ijskoud op 4 oktober. ‘Toen is ze ’s avonds met me meegegaan en nooit meer weggegaan.’

Joyce ging voor zijn productiemaatschappij werken. ‘Ze was onderwijzeres en had voor de pabo op de kunstacademie gezeten, echt een excentriek meisje.’ Ze werd zijn cameravrouw. Samen draaiden ze Wild, Wilder, Wilders. Wilders vroeg hem voor zijn lijst. Ze trokken van Heerlen naar Den Haag om voor de pvv het dier op de politieke agenda te zetten. Hij als Kamerlid, zij als zijn medewerker. ‘Ik heb een voorwaarde aan Geert gesteld: Joyce moet altijd met me mee komen, zij is haar gewicht in goud waard, in platina zelfs.’

Op 30 november 2006 kwam Graus in het parlement. Op 5 december, sinterklaasavond, voerde hij voor het eerst het woord in de grote vergaderzaal. ‘Mijn fractie heeft een hart voor ondernemers in de landbouw, zoals boeren, en heeft ook een hart voor dieren’, sprak hij. ‘De pvv gelooft niet in een tegengesteld belang tussen boer en dier. Het gaat vaak samen, soms ook niet. Laverend tussen al deze belangen zal mijn fractie komende jaren keuzes maken en standpunten innemen.’

Het debat, de jaarlijkse begroting van het ministerie van Landbouw, bleek een keerpunt voor het broze dierenblok in de Kamer, dat daarvoor alleen bestond uit GroenLinks en de SP. Maar nu was er steun van Graus van de pvv en van de Partij voor de Dieren, die ook in 2006 in de Kamer kwam, met twee zetels. Daarmee was de eerste stap naar dierenemancipatie gezet. Dieren kregen, via partijleider Marianne Thieme en haar strijdmakker Ouwehand, een stem in het parlement. Sindsdien is er geen minister meer die om de dieren heen kan. Ambtenaren van Defensie moesten zich buigen over de illegale handel van Marco Polo-schapen in Afghanistan, terwijl de verkeersminister de verkeersonveilige situaties voor wilde zwijnen bestudeerde. Maar vooral de bewindspersoon op Landbouw, destijds Gerda Verburg van het cda, kreeg vele vragen. Op het departement moesten twee extra ambtenaren worden aangesteld om de honderden schriftelijke vragen van de twee Kamerleden te beantwoorden.

Het kwam ze op heimelijke hoon te staan van de andere partijen, maar de Partij voor de Dieren ging stug door. Met als hoogtepunt de begroting van Landbouw in 2008. Waar de meeste partijen genoeg hadden aan een kwartiertje spaarde Thieme al haar spreektijd om Verburg urenlang aan de tand te voelen. Het resulteerde in het indienen van 41 moties, de voorstellen varieerden van een verbod op de goudvissenkom en de koninklijke plezierjacht tot het einde van de intensieve veehouderij. ‘Voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie’, is de zin waarmee Thieme nu al bijna twaalf jaar elke spreektekst steevast eindigt. Herhaling werkt. De dieren zijn niet meer uit de politiek weg te denken. Dankzij de Partij voor de Dieren – nu met vijf zetels in de Kamer. Maar zeker ook dankzij Dion Graus van de pvv, zeggen alle gesprekspartners voor dit profiel.

Esther Ouwehand: ‘Hij is oprecht en echt betrokken bij dieren. Hij eet geen dieren, dat is voor mij een goede toets’

Krista van Velzen werkte van 1999 tot 2010 in het parlement, eerst als beleidsmedewerker en later als SP-Kamerlid, en ontpopte zich al snel als dierenrechtenspecialist. Over dierenwelzijn werd in de politiek, waar boerenpartij het cda de macht had, nauwelijks gesproken, laat staan dat er actie werd ondernomen. Dieren vielen onder de commissie die het ministerie van Landbouw controleerde, en de Kamerleden die in die commissie zaten waren veelal zelf boeren. Wegens desinteresse of simpelweg onwetendheid bij de eigen partijen konden ze ongestoord hun gang gaan. ‘Ze werden niet in de gaten gehouden, waardoor de debatten vooral gingen over de vraag: is het goed voor de boer?’

In Paars II maakte d66-minister Laurens Jan Brinkhorst een nota Dierenwelzijn. En in mei 2001 zei hij dat de intensieve veehouderij ingrijpend moest veranderen. Dit na een speciale commissie, onder leiding van Hans Wijffels, die was ingesteld naar aanleiding van de mond- en klauwzeercrisis die vlak daarvoor in Nederland was uitgebroken. ‘De omgang met dieren is niet zoals we willen en het milieu wordt te veel belast’, stelde de oud-Rabobank-voorzitter. De minister noemde de conclusie ‘helder, hard en onontkoombaar’. De veehouderij zoals ze was, zou voorgoed veranderen, stelde hij.

En toen werd op 6 mei 2002 Pim Fortuyn vermoord door Volkert van der G., een linkse dierenrechtenactivist. Opkomen voor dierenrechten werd beladen. Het kabinet-Balkenende I (cda, lpf en vvd) trad aan, met landbouwer Cees Veerman (cda) als landbouwminister. Hij pleitte voor een ‘revival van de oude boerenethiek’ en wilde een iets duurzamer landbouwbeleid. Maar de conservatieve cda’ers in de Kamer hielden dat tegen. Een voorstel van de minister om het couperen van schapenstaarten te verbieden werd met hulp van zijn partij en de vvd verworpen. Bij deze partijen prevaleerden (en prevaleren) de economische belangen boven dierenwelzijn. De nota Dierenwelzijn van Brinkhorst verdween. De intensieve veehouderij bleef zoals ze was.

Joost Eerdmans, destijds Kamerlid voor de lpf, zag tot zijn verdriet het dier van de Haagse agenda verdwijnen. Hij schreef voor Pim Fortuyn een dierenwelzijnsparagraaf voor de verkiezingen. Daarin pleitte hij onder meer voor een gevangenisstraf voor dierenbeulen. ‘Dierenwelzijn hoort niet alleen bij links thuis’, is zijn overtuiging. Maar toen kwam de moord en veranderde het klimaat. Hij kwam terecht in een, voor dierenbegrippen, conservatief parlement. ‘Ik heb een ruige strijd gevoerd met mijn partijgenoot Wien van den Brink.’ Die was boer en kwam automatisch in de commissie Landbouw van de Kamer.

Eerdmans boekte vooral succes buiten het parlement. Als wethouder voor Leefbaar Rotterdam bezat hij de portefeuilles veiligheid, handhaving en buitenruimte. Maar vooral ook dierenwelzijn. Hij schreef in 2015 een dierenwelzijnsnota en in de Maasstad werden vele maatregelen doorgevoerd, van het vegetarisch eten in overheidskantines tot de diervriendelijke rattenvanger. Eerdmans is sinds kort wethouder af, de nieuwe linkse coalitie sloot de Leefbaren buiten. ‘In het nieuwe collegeprogramma staat geen woord over dieren’, stelt hij teleurgesteld vast. ‘Zo zie je maar dat dierenwelzijn helemaal niet zo in goede handen is bij links.’

Hij is blij dat Graus het dier in het parlement vertegenwoordigt. Dankzij Graus kwam er een dierenpolitie, met vijfhonderd speciaal opgeleide agenten. Het is een publiek geheim dat minister Ivo Opstelten van de vvd het zag als een ‘moetje’, omdat het nu eenmaal was afgesproken in het akkoord van Rutte I (vvd, cda) met gedoogpartner pvv. ‘Dat heeft hij mooi voor elkaar gekregen’, zegt Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren. ‘Terwijl de linkse of progressieve partijen, met d66’er Alexander Pechtold voorop, het idee weghoonden.’ Ook GroenLinks lachte de ‘caviapolitie’ weg. ‘Die partijen vonden het pvv-bashen belangrijker dan de dierenrechten.’

Nadat de gedoogconstructie was geklapt en Rutte II (vvd, pvda) in 2012 aantrad, werd meteen een einde gemaakt aan de dierenpolitie. Althans, agenten kregen een taakaccent – een extra specialisatie met in dit geval dierenleed. Een staaltje partijpolitiek van de bovenste plank, vindt Graus dat nog steeds. Terwijl je júist coalities moet vormen om dierenrechten op de agenda te zetten, zegt hij.

Toen Rik Grashoff in 2011 namens GroenLinks net in de Kamer zetelde, diende hij een motie in om de omstreden onkruidverdelger glyfosaat te verbieden. Bij het stemmen gingen tot zijn verbazing de handen bij de pvv omhoog – en daardoor haalde zijn voorstel een meerderheid. Sindsdien trok de GroenLinkser op met Graus waar het kon. ‘Ik heb bar weinig met de agenda van de pvv, maar als het gaat om dierenwelzijn kunnen we goed met elkaar optrekken.’ De pvv is zelfs vaak doorslaggevend voor een meerderheid. En gaat echt verder dan alleen de ‘knuffel- en aaibare dieren’, zoals soms wordt beweerd.

‘Dion’, zegt Grashoff, is een ‘mensenmens met een hart voor dieren’. Zeker ook op het gebied van landbouwgif en bijensterfte. SP’er Van Velzen herinnert zich dat Graus haar hielp aan een substantiële meerderheid om een aantal zaken in de kalverhouderij te verbeteren. ‘Hij sleepte me ook een keer mee naar Geert Wilders, om even te overleggen over het verbod op de nertsenfok.’ Het lag niet voor de hand, dat overleg. Al was het maar omdat de anti-islamstandpunten van de pvv-leider mijlen weg lagen bij die van de SP’er. ‘Toch regelde Graus het even.’ Het verbod op het fokken van nertsen kwam er. ‘Hij krijgt mensen mee in zijn enthousiasme.’

Het dier is momenteel lastig traditioneel links of rechts te plaatsen. Sinds de komst van de Partij voor de Dieren, en de pvv, is het dier op papier populair bij alle partijen. Zelfs de vvd heeft nu een paragraaf dierenwelzijn in het verkiezingsprogramma. ‘Huisdieren zijn een belangrijk onderdeel van het gezin’, staat daarin. ‘Dierenmishandeling is schandalig.’ Het zijn precies de termen die scoren bij het kieskompas of de stemwijzer. Want iedereen is in principe voor het knuffeldier. Over de intensieve veehouderij rept de vvd met geen woord, net zoals die bij het cda onaantastbaar is. De pvv wil de bio-industrie wél afbouwen.

Varkens in Nood maakte een analyse van het diervriendelijke stemgedrag van partijen in de Kamer. De club analyseerde vierhonderd diervriendelijke moties die waren ingediend sinds 2012 (de kabinetten Rutte II en Rutte III). De Partij voor de Dieren staat op één, maar de pvv staat wat diervriendelijkheid betreft op plek vier. Opvallend is vooral dat de partijen die regeren met de vvd het meest dieronvriendelijk stemmen. d66 stemde in de oppositie nog in met 58 procent van de voorstellen, nu ze regeert is dat percentage nog maar vijf. Het oude machtsblok van vvd en cda scoort sinds aanvang van het kabinet zelfs nul procent.

Graus is het niet eens met de telling van Varkens in Nood. ‘Er klopt niets van! Hoe kan de Partij voor de Dieren nou honderd procent scoren als ze heel veel voorstellen van mij niet steunen?’ Ja, zegt Esther Ouwehand: wij kunnen niet stemmen voor een ‘verbod op ritueel gemartelde producten’. Juist omdat het zo gevoelig ligt, kiest de Partij voor de Dieren voor een ‘verbod op onverdoofd slachten’. ‘We zoeken coalities en willen niemand, ook geen religies, voor het hoofd stoten, daar heb je niets aan.’ Graus wordt er kribbig van en vindt zo’n opmerking al snel ‘oneerlijk’.

Hij wíl begrepen worden, legt Tinkebell uit. Zij ontmoette Graus in 2011 bij het programma In de schaduw van het nieuws van Arie Boomsma. ‘Ze had van haar kat een tas gemaakt, moet ze zelf weten hoor, want er zijn zat mensen die dode vogeltjes opzetten. Maar ze had ook hamsters in een balletje gegooid.’ Hij wierp haar toe dat-ie nog liever met een leeuw opgesloten zat dan bij haar.’ Graus nu: ‘Dat raakte haar.’ Na een korte stilte: ‘Ik weet dat ik lomp ben, en dan heb ik ook nog een beetje dat karpatenhoofd. Het is nooit mijn intentie iemand pijn te doen. Daar heb ik me wel vaker rot over gevoeld.’

Ondanks een slechte start ontwikkelden Tinkebell en Graus een hechte vriendschap. Ze is de enige linkse kunstenaar die bij de fractie van de pvv over de vloer komt. Ze delen dezelfde zorg: ‘Het opraken van het voor de landbouw essentiële fosfaat dat volgens Graus essentieel is voor mens en dier.’

Afgelopen juni hield Graus een emotioneel betoog tijdens een debat. Zijn vriend Grashoff had zojuist het parlement verlaten nadat was gebleken dat hij een tijdlang een relatie had met de partijvoorzitter. ‘De beste man heeft zich laten leiden door liefde. Er is niets wat liefde laat tegenhouden, niets.’ Later zegt hij op de fractiekamer van de pvv: ‘De politiek heeft me hard gemaakt. Het is soms zo oneerlijk.’ Maar hij heeft dat passionele doel. ‘Mijn streven is om zo veel mogelijk dierenbeulen achter de tralies te krijgen. Allemaal pakken lukt niet, je kunt niet achter elke boom een agent zetten. Zolang de homo sapiens bestaat, is er dierenmishandeling. Dus ik zal altijd onrustig sterven.’