Ik verveel me zo

Ik eet al jarenlang geen fruit meer; mijn bijvoeding krijg ik via de multivitaminepil. Ging het maar om vitaminen! Het probleem ligt dieper. Roken doe ik ook al niet. Heus, niet om die dreigende taal op het pakje. Daar lach ik om!

Ik hecht aan verboden. Die wens ik met voeten te treden. Wanneer heb ik eigenlijk voor het laatst m'n vrouw gepakt? Zij was toen trouwens nog de vrouw van m'n beste vriend. Waar is de tijd gebleven dat ik een gewone werknemer was en de potloden in m'n zak stak als de baas even de andere kant op keek? Nu is het bedrijf van mij en zijn het anderen die me bestelen, de belastingen voorop.
Geloof me, het verleiden van de vrouw van de baas is veel opwindender dan het aan de haal gaan met een naaistertje dat op promotie ligt te hopen.
Nee, verboden vruchten zijn er niet meer voor een man van mijn kaliber. Verleden week ben ik nog met twee kilo heroine naar Singapore gevlogen. Helaas, die spleetogen durfden m'n koffer niet aan te raken en van die kaaskoppen op Schiphol had ik al helemaal niets te duchten. Je wordt er wanhopig van. Het rode stoplicht? Iedere hufter rijdt daar tegenwoordig doorheen. Spookrijden? Met die brede wegen krijgen die krentenkakkers alle kans bijtijds uit te wijken. Jarenlang heeft mijn bedrijf het milieu geschaad. Straffeloos. Ik heb heel wat bordelen bezocht, tot ik daar mijn belastingconsulent tegen het lijf liep, die tegen zijn voorhoofd tikte en zei: ‘Waarom weet ik hier niets van? Allemaal representatiekosten!’
Soms denk ik wel eens: 'Was ik maar een Cubaan of een Vietnamese bootvluchteling.’ De spanning in onze permissive society is er helemaal uit. Zonder spanning geen verlangen, zonder verlangen geen lusten, zonder lusten geen leven.
Misschien zou ik eens moeten denken aan een mooie moord. Maar ik zou niet weten op wie. Kennedy, Gandhi, Luther King en John Lennon zijn er niet meer en de rest verdient nauwelijks mijn belangstelling. Zal ik mijzelf dan maar een kogel door de kop schieten? Het is godgeklaagd: geen mens die me dat verbiedt.