Ik vervoegt mij

Ik is op het ogenblik in Frankrijk, want ik is helemaal de weg kwijt. Niet alleen is ik depressieus en gevoelt ik mij schizoied - te veel alcohol, roken en te weinig ‘broodje hamburger, alstublieft’, vermoedelijk - ik hebt ook met iedereen ruzie: moeder, dochter, vriendin, kortom zo'n beetje alle vrouwen in mijn leven.

Leuk hè, die derde persoon enkelvoud waarmee ik ik vervoegt. Dat komt omdat ik meent dat ‘ik’ gezien moet worden als een derde persoon. Ik is als Hij is.
(Ik drink op het ogenblik Fitou, dat is de wijn uit deze streek.)
Gisteren heb ik - niemand gelooft je als schrijver dus je kunt net zo goed de waarheid vertellen - ongeveer anderhalf uur in mijn hotelbedje liggen huilen, wegens accelererende minderwaardigheidsgevoelens. Al die recensies over Figuranten van Arnon Grunberg, de een nog lovender dan de ander; ik stik gewoon van de jaloezie - en ik heb het boek niet eens gelezen. Het boek schijnt vol humor te zitten en vol hilarische stukken, is briljant geschreven en dan schijnt Grunberg ook hele diepe waarheden te formuleren over wanhoop in het algemeen en zijn wanhoop in het bijzonder.
Dat zou ik ook zo graag willen, iets zeggen over mijn wanhoop, maar daar ben ik nu alweer te dronken voor, want als je niet kunt schrijven, kan je maar beter drinken. En als niemand van je houdt, kan je ook beter drinken. En als een fles Fitou hier maar twintig franc kost, terwijl Figuranten omgerekend 120 frank zou kosten, kan je ook beter drinken.
Humor, hilarisch en ook nog diepe waarheden verkondigen over wanhoop - en dan ben je nog geen dertig maar twenty six, terwijl ik fourty four ben…
Ik ben ook wanhoop, en daarnaast ben ik een grote lafbek. Wat er in mijn kop zit, kan er niet uit via mijn pen, omdat ik niet durf. Mijn wanhoop is, literair gesproken, te vals voor de lezer; het zijn woorden en zinnen die ik meen en die ik opschrijf met mijn bloed, maar toch schijnt het geen goede wanhoop te zijn. Ik kan van alles opschrijven - het gelukt mij niet diepe dingen over die wanhoop te schrijven. Althans, niet zo diep dat u er in zwemmen kunt.
In het restaurant zeiden mensen daarnet dat ik maar beter naar mijn hotelkamer kon gaan. Ik ben wanhoop, wanhopig, wanhopiger - maar ik kan u er verder niets over zeggen dat niet boven de oppervlakte uit komt.
Ik ben Hij - een derde persoon.
Ik is wat ik schrijft.
Ik ga straks een wandeling maken - in het donker. Dan ga ik de heuvel af die hier 'Mont’ heet en dan ga ik weer wijn drinken met de mensen uit LaBégude. Die Fransen hebben hier nog nooit van Voskuil en Grunberg of Palmen gehoord. (Van Reve wel, maar dat is een ander verhaal.)
Hier bestaat de Nederlandse literatuur niet. Ze kijken hier naar je als jij naar hen. We zijn hier allemaal 'hij’ - niemand is hier 'ik’.