Ik vind dat volstrekt achterlijk

‘Is het werkelijk zo?’
‘Ja, het is werkelijk zo!’
‘Heeft u het nagetrokken en bevestigd gekregen?’
‘Ja, ik heb het nagetrokken en bevestigd gekregen.’
‘Wat eigenlijk?’
‘Dat in het jaar 2000 leerlingen van het vwo maar acht Nederlandse boeken voor hun eindexamenlijst hoeven te lezen.’

Acht! Acht boeken hoeft men maar te lezen.
‘Hallo beste Nederlander. Heeft u een Nederlandse cultuur?’
'Jazeker. Want ik heb wel acht Nederlandse boeken gelezen. En nu mag ik studeren…’
Mag ik me een kleine woordspeling permitteren? Ik vind dit volstrekt 'acht-erlijk’. Waarom acht? Waarom niet negen? Of tien? Of dertig? Of honderd? Waarom acht? Omdat de lemniscaat een magisch symbool is? Omdat de wereld werd geschapen in acht dagen? Omdat Nederland zo klein is dat de gemiddelde bibliotheek acht boeken kan bevatten?
Worden de leerlingen steeds dommer? Dat is het gekke, dat geloof ik niet, alleen denk ik dat men op de verkeerde opleiding zit. Wie jarenlang zo kan acteren dat het lezen van acht boekjes hem echt te veel is, kan geen intelligentie ontzegd worden. Maar moet zo iemand niet naar de toneelschool in plaats van naar de middelbare school? Begrijp me goed: de leerling die weinig wil doen, is slim - het is dan ook de leraar Nederlands die hier schuldig is. Maar welbeschouwd is zelfs hij niet als de hoofdschuldige aan te wijzen.
Wie dan wel? Het is de professor in de neerlandistiek. Hij levert tenslotte die leraren Nederlands af.
En eindelijk ben ik nu op mijn eigenlijke onderwerp. Kan iemand mij vertellen wat die hoogleraren Nederlands eigenlijk doen? Ik ken er een, die heet Ton Anbeek, die is pornograaf geworden, maar wat doen die anderen, behalve in jury’s zitten en studentes verleiden? Maken zij mooie, lees bare edities van Multatuli of Willem Elsschot? Nee, dat doet de gepensioneerde Hans van Straten of de uitgever Vic van de Reijt. Maken zij mooie biografieen van Slauerhoff of Gerrit Achterberg? Nee, dat doet Wim Hazeu elk jaar in zijn eentje, terwijl die ook nog eens uitgever is. Ontdekken zij dan fantastische schrijvers die vroeger over het hoofd zijn gezien? Ook dat doen de hoogleraren Nederlands niet. Wat doen zij dan? Zij doen helemaal niks.
Een hoogleraar natuurkunde wil nog wel eens iets ontdekken over koude kernfusie, een hoogleraar wiskunde vindt nog wel eens een nieuw bewijs, maar een hoogleraar Nederlandse literatuur vindt niets - nog niet de weg naar het antiquariaat of naar het arbeidsbureau.
Het duurt niet lang meer of je moet acht boeken in de Nederlandse taal kennen om hoogleraar Nederlandse literatuur te worden.
Nooit zie je die hoogleraren met een ontdekking of de conclusies van een studie in de krant. Nooit hoor je ze wanneer er een belangrijke schrijver is overleden. Nimmer zie je eens iets lezenswaardigs van ze. Ze lijken helemaal niet te willen publiceren. Hun werk wordt gedaan door amateurs of beroepsschrijvers van wie er vrijwel niet een het salaris verdient dat de hoogleraar verdient.
De crisis in onze literatuur - en die is er zeker wel - is toe te schrijven aan de volstrekte onwetenschappelijkheid en de luiheid van deze hoogleraren. Het zijn laffe snobs die zich op de universiteit hebben verstopt en zich hebben vastgeknoopt aan een galg van hypotheken. Ze zitten in poeziejury’s of in jury’s van columnistenprijzen. Maar het meest zitten ze op hun luie reet!
Om na jarenlang vergaderen, om na metershoge stapels rapporten tot de conclusie te komen dat een leerling die opgaat voor het eindexamen maar acht boeken hoeft te lezen.