© Pepijn Zurburg

‘Kozyrev online! Vanuit Amsterdam.’ De uitzending van TVRainCall2 is begonnen en presentator Michail Kozyrev zit strak achter de desk in de studio waarvan het decor is gemaakt in Oekraïne. Met zijn zwarte baardje, designbril en gekleed in het zwart is de voormalige radiopionier en hardrocker een bekende verschijning voor miljoenen Russen. Op de achtergrond glijden persfoto’s voorbij van de oorlog in Oekraïne, van demonstraties in Rusland die hard worden neergeslagen en inmiddels onmogelijk zijn.

In zijn talkshow werpt hij vragen op over actuele gebeurtenissen in Oekraïne en Rusland waarop kijkers inbellen met een reactie. Vandaag is de vraag: ‘Wie zijn voor jou verraders van het vaderland?’ In de Doema, het Russische parlement, is die dag voorgesteld om het begrip ‘verrader’ in een wet te verankeren, waarmee de staat de bezittingen van gevluchte Russen kan confisqueren en burgers arresteren. Olga, Maxim, Viktor, Dimitrov en vele andere jonge Russen en Oekraïners bellen in naar de studio en doen daar hun zegje over vanuit Düsseldorf, Barcelona, Amsterdam, Sint-Petersburg, Moskou, Charkiv en Kyiv. Kozyrev luistert geduldig. Niemand is vóór.

De onafhankelijke Russische nieuwszender TV Rain (‘Dozhd’ in het Russisch) kreeg onlangs van het Commissariaat voor de Media (CvdM) toestemming om de aanstaande vijf jaar uit te zenden vanuit Amsterdam, waar een deel van de redactie al sinds de zomer zit en uitzendt via YouTube. Vanaf nu kan dat binnen Europa via de kabel. Dat betekent: inkomsten van de kabelmaatschappij en advertenties. De zender telt zo’n drie miljoen niet-betalende abonnees en programma’s worden vaak door een paar honderdduizend kijkers bekeken, waarvan ruim de helft in Rusland. Op piekdagen, zoals toen Rusland Oekraïne binnenviel of de gedwongen mobilisatie invoerde, bekeken tussen de een en twee miljoen mensen het nieuws van TV Rain.

Op 1 maart, een week na de inval, sloot de Russische mediawaakhond Roskomnadzor hun website. Voor iedereen was het duidelijk: dit is ons einde. Met elkaar besloten ze plechtig dat het niet ieder voor zich zou zijn en dat TV Rain buiten Rusland een doorstart zou maken. In hun laatste uitzending op 3 maart verlieten medewerkers live de set, afgesloten met beelden van Het Zwanenmeer, een verwijzing naar 1991, toen hardliners een staatsgreep pleegden in de nadagen van de Sovjet-Unie. Tv-zenders mochten daar, net als nu, geen verslag van doen en vertoonden in plaats daarvan het ballet van de stervende zwaan.

De medewerkers van TV Rain vluchtten allemaal. Sommigen trokken van het ene naar het andere land, want Russen zijn niet overal meer welkom. Een deel kwam terecht in Riga, waar de zender geregeld met de Letse autoriteiten botste. In een uitzending over de belabberde omstandigheden van Russische gemobiliseerde soldaten aan het front werden zij ‘ons leger’ genoemd, en eerder vertoonde TV Rain een landkaart met de geannexeerde Krim als grondgebied van Rusland. Het leidde tot drie berispingen en evenveel excuses, maar Letland trok de uitzendrechten van TV Rain toch in. De Letse angst voor Moskou én voor de eigen Russischtalige bevolking (ruim een kwart van het geheel) droeg daar zeker aan bij. ‘Eerst was het onhoudbaar om in Rusland te blijven en vervolgens in Letland’, zegt Kozyrev nadat hij tien minuten heeft ontspannen na afloop van zijn show. Live televisie is stressvol, zeker in oorlogstijd.

‘De oorlog verscheurt in Rusland families en vrienden, de een gelooft in de propaganda waar de ander wanhopig van wordt’, zegt Kozyrev in een mintkleurig kantoormeubel op de gang in het Init-gebouw waarin ook de redacties van de Volkskrant, Het Parool en Trouw (allemaal van DPG Media) zijn gevestigd. ‘Ik word regelmatig een verrader genoemd, omdat ik tegen Poetin ben. Een goede vriend zei het ook, na twintig jaar vriendschap. “Het blijkt dat je een ervaren leugenaar bent, een provocateur en westerse dienaar, die een muziekproducent was maar nu een blaffende hond die hard werkt voor zijn westerse meester”’, citeert hij uit zijn hoofd, anderhalf jaar later.

Hoe is TV Rain hier terechtgekomen, in dit enorme glimmende pand dat nota bene in de Czaar Peterbuurt staat? Een deel van het antwoord ligt bij de collega’s van The Moscow Times waarmee TV Rain het kantoor deelt. De opnamestudio van de tv-zender is de grootste ruimte in een terrariumachtige glazen box, met daarin verder een productieruimte vol schermen en mengtafels, met werkbureaus, kantoorruimtes en een kleine kantine, waar de visagiste een provisorische opmaaktafel heeft opgebouwd. Het gaat er nog druk worden, want volgende week komen er twintig journalisten van TV Rain over uit Riga.

In een werkhok praten vandaag twee politieagenten met een redacteur. Het gaat over de romp van de rijke Russische kunsthandelaar Aleksandr Levin die tien jaar geleden in het IJ werd gevonden. Ook dit is deel van ‘Moskou aan de Amstel’. Ten slotte is er een vergaderzaal, met het logo van Trouw nog op de deur. Ernaast zitten redacteuren achter hun laptops te tikken aan de artikelen van morgen. De glazen newsroom is ook het nieuwe onderkomen van The Moscow Times, de krant (sinds 2017 volledig digitaal) van de Amsterdamse journalist en ondernemer Derk Sauer.

Begin maart kwam een deel van de redactie van The Moscow Times in het kielzog van Sauer naar Nederland. Ook zij verlieten tweeënhalve week na de invasie in Oekraïne halsoverkop hun land. ‘Toen Poetin de wet doorvoerde dat op het gebruik van het woord “oorlog” vijftien jaar straf staat, namen we het besluit: als we ons werk willen blijven doen, moeten we hier onmiddellijk weg’, vertelt Sauer. Dertig jaar nadat hij begon te pionieren in Moskou en zijn mediaconcern Independent Media opbouwde, met twaalfhonderd werknemers en veertig titels, is hij weer terug bij af. Alles in Rusland is hij kwijt, aldus Sauer.

Maar hij blijft een rusteloze ondernemer. Sauer boorde zijn contacten in Nederland aan, onder wie Christian Van Thillo, die hij al jaren kent vanwege zijn bestuursfunctie bij de Stichting Het Parool, de krant waarin Sauer al 32 jaar een column heeft. ‘Met een paar telefoontjes was het geregeld. Er werd een newsroom ingericht en we konden na een week weer aan de slag.’ Sauer besloot vervolgens ook andere uitgezwermde Russische journalisten te helpen om naar Nederland te komen.

‘Wat ik probeer, is dat er weer een gemeenschap ontstaat’, zegt hij. ‘De Russische journalistiek professioneel versterken door content te delen en ervaring uit te wisselen. De sociale component is ook belangrijk, want ze zitten allemaal in isolatie. Somberheid loert om de hoek.’ Sauer wordt continu gebeld door Russische journalisten die ook naar Nederland willen, zegt hij. ‘Maar je kunt niet iedereen helpen.’ Hij is van plan ook een hub te starten in Praag, voor gevluchte Russen uit de verre regio’s van Rusland. ‘Het is heel belangrijk dat ze daar ook nieuws krijgen, het achterland waar veel soldaten vandaan komen. Journalisten uit die regio’s zitten nu verspreid over Armenië en Georgië. Het is beter om hen te concentreren op één plek.’

De verhuizing van The Moscow Times en TV Rain is niet alleen een fysieke verplaatsing. Het hele verdienmodel van de media ligt in duigen nu Russische bedrijven niet meer kunnen adverteren en Russische burgers niet meer kunnen betalen en doneren. ‘Geld wordt nog wel een dingetje’, zegt Sauer. Hij hangt, zegt hij, de hele dag aan de telefoon met stichtingen, bedrijven die in Rusland werkten, private donoren. De uitgevers van beide media storten zich nu op nieuwe verdienmodellen om zich in de toekomst structureel te kunnen bedruipen met advertenties, donaties, crowdfunding en subsidies van niet-Russische fondsen. ‘Gelukkig hadden wij al een infrastructuur in Nederland met een stichting die The Moscow Times uitgeeft. Die konden we inzetten om onze Russische collega’s te helpen’, zegt Sauer.

Maar het gaat ook om tussen de vijftig en honderd levens die omgegooid moeten worden. Voor de journalisten moest er veel worden geregeld: visa, vliegtickets, verblijfs- en werkvergunningen, woonruimte, een bsn-nummer, bankpasjes, nieuwe sim-kaart, enzovoort. Voor journalisten met kinderen is er nog veel meer te regelen. Presentator Kozyrev van TV Rain is bijvoorbeeld in Almere neergestreken met zijn vrouw, die documentairemaker is, en twee dochters die hier naar school gaan.

De Nederlandse ambassade in Rusland en de gemeente Amsterdam hebben daar veel tijd en energie in gestoken. ‘De Russische journalisten kijken daar vol verbazing naar. Want ja, Russen staan aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Maar het verhaal van deze groep, die al jaren ageert tegen Poetin, spreekt aan’, zegt Sauer terwijl hij rondloopt in de kantoortuin.

Redactie van de Moscow Times vlak na aankomst in het INIT gebouw in Amsterdam, eind maart 2022 © Roger Cremers

Die inspanning van gastlanden is helemaal niet vanzelfsprekend. En daar ligt de hoofdreden voor de verhuizing van een derde redactie naar Amsterdam, die van het progressieve online-platform Meduza. Dat werd opgericht door ontslagen en opgestapte medewerkers van Lenta.ru, tien jaar geleden de meest bezochte nieuwssite van Rusland en een van de meest bezochte van heel Europa. Toen de licentie ingetrokken dreigde te worden vanwege berichtgeving over de Euromaidan-protesten in Oekraïne in 2014 verving de eigenaar, een oligarch, hoofdredacteur Galina Timtsjenko en tientallen redacteuren – volgens hen een naakte poging om Lenta.ru onder controle te brengen van het Kremlin en er een propagandakanaal van te maken. Zij weken uit en begonnen in Riga opnieuw.

‘Wij waren eigenlijk van alle onafhankelijke media het best voorbereid op wat er gebeurde na de Russische invasie van Oekraïne. We opereerden vanaf 2014 al van buiten Rusland’, zegt Galina Timtsjenko. Ze zit in een zwart sweatshirt onder de dikke, grofhouten balken van een loft in Riga. Via een beeldverbinding praat ze over de redenen waarom een deel van Meduza’s redactie nu naar Amsterdam komt.

‘Hoewel ons hoofdkwartier in Letland zit, werkte tot het begin van de oorlog de helft van onze journalisten in Rusland’, zegt ze. ‘We realiseerden ons dat we in groot gevaar verkeerden toen de wet werd aangenomen die tot vijftien jaar celstraf beloofde voor alles wat het Kremlin “nepnieuws” noemt over het leger. Twee weken na de invasie evacueerden we 25 van onze correspondenten naar de Europese Unie. Maar je kent journalisten: niet erg georganiseerde mensen. We vroegen iedereen die in Rusland werkte standaard om altijd geldige paspoorten en altijd een open uitreisvisum te hebben. Maar toen de invasie daar was had een aantal hun papierwerk niet op orde en verlieten ze Rusland op alle mogelijke manieren: Georgië, Kazachstan, Israël, Turkije. Het duurde soms maanden voordat ze hun documenten hadden om naar de EU te mogen.’

‘Een redacteur wilde een freelancer inschakelen en we ontdekten dat hij een actief lid is van een Kremlin-jeugdorganisatie. Lastig...’

Eerst probeerden ze hen naar Letland te krijgen, vervolgt Timtsjenko. ‘Maar gaandeweg het jaar merkten we dat we niet in Riga konden doorwerken. Deze oorlog draait Letse autoriteiten en politici dol, ze zijn bang voor wat Rusland met Letland voor ogen heeft. Zeker toen er verkiezingen aankwamen werd het politiek een heel gure omgeving. Daarnaast gaven ze de gevluchte journalisten alleen humanitaire visa en geen werkvisa. Daardoor hadden onze journalisten geen legale status en konden ze niet eens internet aansluiten of een nieuw telefoonnummer aanvragen. We beslisten dat we niet op één regering moesten bouwen: dat we ook in een ander Europees land gevestigd moesten zijn.’

Meduza’s oog viel op Berlijn en Amsterdam. ‘We wilden ons vestigen in landen waar vrijheid van meningsuiting een onbetwiste waarde is en waar transparante regels gelden voor media, waar de Europese en internationale principes van vrije journalistiek nooit in twijfel worden getrokken. Dat is in Nederland zo. Deel van de keuze was ook dat onze vriend Derk Sauer ons wilde helpen met regelwerk, niet alleen officiële zaken maar ook persoonlijke zaken voor onze journalisten. We hebben zowel naar Berlijn als naar Amsterdam een deel van onze redactie verplaatst.’

Omdat Meduza al zijn hele bestaan buiten Rusland gevestigd was, heeft de redactie al ruime ervaring met een probleem waar alle uitgeweken, onafhankelijke Russische media nu mee worden geconfronteerd: de afstand tot het land waar zij verslag over doen. Juist omdat de kern van hun bestaan is dat zij objectieve, journalistiek hoogwaardige verslaggeving proberen te doen over een autoritaire staat raakt die afstand hun bestaansrecht.

In Rusland zaten de verslaggevers jarenlang met hun neus op de samenleving: de massademonstraties, de arrestatie van Pussy Riot, de moord op oppositieleider Nemtsjov, de vergiftiging van Navalny. Dat is voorgoed voorbij. Hoe doe je aan waarheidsvinding vanuit Amsterdam, Berlijn of Riga, hoe check je de feiten en bronnen? Hoe voorkom je meegezogen te worden in de desinformatie en de informatieoorlog die Poetins regime zo grootschalig inzet?

‘Er zitten twee kanten aan die vraag: bronnen en reportages’, zegt Galina Timtsjenko. ‘Wat het eerste betreft is het vreemd dat sinds onze correspondenten Rusland hebben verlaten ze nooit gebrek aan bronnen hebben gehad. Toen duidelijk werd dat de oorlog niet binnen drie dagen of drie weken zou eindigen, realiseerden onze bronnen binnen de regering en overheidsdiensten zich dat dit misschien enorme gevolgen kon hebben voor henzelf. Het lijkt alsof velen praten met ons beschouwen als een mogelijkheid om aan zichzelf en aan het meest actieve deel van de samenleving hun perspectief en hun gedachten uit te leggen.’

Er is volgens de hoofdredacteur van Meduza wel een probleem met het controleren van informatie en met de nieuwe realiteit dat niemand nog met naam zijn of haar mening durft te geven. ‘Al onze bronnen willen anonimiteit, maar daar staan we in principe negatief tegenover. We ontkomen er alleen niet aan en hebben daarom nieuwe protocollen moeten opstellen. Ook hebben we problemen met het natrekken van mensen die voor ons willen werken. We hebben een netwerk van tweehonderd journalisten in Rusland, maar het is zowel moeilijk om van afstand hun reputatie te controleren als om ze te betalen. Laatst wilde een redacteur een freelancer inschakelen en ontdekten we na een internetzoektocht dat hij een actief lid is van een Kremlin-jeugdorganisatie. Dus het is lastig.

Reportages zijn een ander verhaal: die zijn heel moeilijk geworden. We hebben protocollen opgesteld voor wat we proxy-reporting noemen. Een reportage bij ons is als een mozaïek. Een redacteur komt met een idee en doet het uitzoekwerk dat online en in databases kan. Dan knipt de redacteur de reportage-onderdelen op en vraagt verschillende fixers in Rusland elk een klein deel te doen: een bezoek aan een bijeenkomst, één gesprek. Het is een behoorlijke uitdaging.’

The Moscow Times en TV Rain drijven nog op het netwerk dat hun journalisten al voor de oorlog hebben aangelegd. ‘Onze journalisten werken in Amsterdam allemaal anoniem. Ze hebben een netwerk van mensen om zich heen, soms tot in de gevangenis toe. En er zijn nog enkele journalisten in Rusland, zij werken ondergronds’, zegt Derk Sauer. ‘Maar het is een kat-en-muisspel met het Kremlin. Russische trollenfabrieken jutten de boel ook nog eens op met fake news en doen er alles aan om de media in exil in diskrediet te brengen. Er zijn continu aanvallen op onze site, de Russischtalige is geblokkeerd. Verspreiding van artikelen gaat via vpn-sociale media, en we veranderen steeds van domeinnaam en werken met mirror-sites. Het werk is zeker niet eenvoudig, zowel journalistiek als logistiek.’

Voor TV Rain geldt hetzelfde, al heeft ook de tv-zender al jarenlang ervaring met werken onder vuur van het Kremlin. De documentaire F@ck This Job, uit 2021, toonde de praktijk daarvan. De onafhankelijke tv-zender die in 2010 werd opgericht onder de leus ‘the optimistic channel’, kwam na de herverkiezing van Poetin in 2012 (net als andere onafhankelijke media) onder steeds meer druk te staan: intimidaties, cyberaanvallen, het blokkeren of verstoren van uitzendingen. TV Rain werd in 2021 aangemerkt als ‘buitenlands agent’, waardoor adverteerders afhaakten. De redactie moest verhuizen van pand naar pand, als een vluchteling in eigen land. Voor hun eigen veiligheid keken ze zelf inmiddels op straat achterom: in de afgelopen jaren werden in Rusland verschillende journalisten vermoord of vergiftigd. Dat is in Amsterdam voorbij.

Amsterdam, 18 januari. Live uitzending van TV Rain met journaliste Julia Taratuta vanuit het INIT gebouw in Amsterdam © Roger Cremers

De reden dat Russische journalisten en redacties neerstrijken in Amsterdam is zelf ook een soort mozaïek. Het is een optelsom van individuele verhalen en motieven, niet een gestructureerd proces. Sommige redacties kozen direct na de invasie van Oekraïne voor Amsterdam, zoals The Moscow Times. TV Rain vertrok eerst naar Letland. Andere journalisten vluchtten naar andere landen en klonterden pas later samen in Nederland. Maar al die losse onderdelen tellen samen op tot een centraal verhaal: dat Amsterdam uitgroeit tot een vrijhaven, een centrum van onafhankelijke Russische journalistiek. ‘Amsterdam is het grootste knooppunt van onafhankelijke, uitgeweken Russische media’, zei Moscow Times-uitgever Alexander Gubsky onlangs in een lezing aan de Universiteit van Amsterdam.

Een belangrijk deel van die mix is de wettelijke bescherming van journalistiek en het goed werkende juridische systeem, dat voor een veilig werkklimaat zorgt. Nederland heeft een overheid die de Russische journalisten faciliteert, net als de gemeente Amsterdam. Zij krijgen hier werkvergunningen in plaats van een vluchtelingenstatus, wat allerlei praktische en professionele voordelen geeft. Het is makkelijk om hier een stichting op te richten, wat wettelijke bescherming biedt en de mogelijkheid geeft om fondsen te werven. Er is vervolgens de aanzuigende werking van andere Russische journalisten, die een biotoop vormen. Amsterdam is een fijne (hoewel dure) stad, gewend aan expats.

Er is hier ook een uitgebreide infrastructuur van mensen, organisaties en stichtingen die de Russische journalistiek ondersteunen. Zoals Derk Sauer en Yoeri Albrecht, directeur van kunstcentrum De Balie, die verschillende journalisten en redacties onderdak bood. Er is een aantal fondsen die onafhankelijke en onderzoeksjournalistiek ondersteunen en behoorlijk veel geld uitdelen, zoals Vereniging Veronica en de Postcode Loterij. Ook burgemeester Femke Halsema zegt zich persoonlijk in te zetten voor de vestiging van opgejaagde buitenlandse redacties, als deel van de traditie van Amsterdam als stad van de vrije geest. ‘Halsema vindt het belangrijk dat Amsterdam een veilige haven is voor bedreigde journalisten’, zegt haar woordvoerder. ‘Dat is een van de prioriteiten van ons internationale beleid.’

Maar al die redenen die Amsterdam en Nederland aantrekkelijk maken voor Russische journalisten golden niet pas vanaf 24 februari 2022, de datum van de invasie van Oekraïne. En ze gelden ook niet alleen voor Russen. Al voor de invasie kozen journalisten en redacties voor Amsterdam. De oorlog in Oekraïne versnelde vooral de ontwikkeling van Amsterdam als centrum voor internationale journalistiek.

Een opvallende verhuizing was bijvoorbeeld die van het oorspronkelijk Britse Bellingcat. Het platform brak sinds 2014 het terrein open van open source-onderzoeksjournalistiek en had wereldscoops over aanvallen op burgers in Syrië, het neerhalen van de MH17, de vergiftiging van de Russische oppositieleider Navalny en die van ex-dubbelspion Sergei Skripal in Salisbury. Bellingcat werd in 2018 een Nederlandse stichting, mede vanwege de vele Nederlandse fondsen, en verhuisde naar Amsterdam; eerst anderhalf jaar in het geheim op de zolder van De Balie, nu op een andere locatie. Vanaf daar onderzoekt de redactie onder meer de precieze afvuurlocatie van Russische raketten op Oekraïne en de identiteit van wie ze afvuurt.

Ook Turkse journalisten verkozen de afgelopen jaren Amsterdam boven het guurder wordende Turkije. ‘De pers in Turkije is dood. En Nederland is altijd goed voor ons geweest, we kregen hier veel lof, we kregen hier fondsen voor ons werk’, verklaarde journalist Zeynep Șentek afgelopen herfst tijdens een symposium in De Balie de verhuizing van The Black Sea. Dat journalistieke onderzoekscollectief openbaarde onder meer verhalen over grootschalige corruptie in de Turkse politiek, mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling. ‘Hier kwamen we erachter dat achter elke knorrige, gezette, besnorde, corrupte Turkse politicus een lange, knappe, blonde Nederlandse advocaat staat die hem helpt om zijn constructies te maken’, zei Șentek. The Black Sea is sinds vorig jaar een Nederlandse stichting.

Een redactie die na jarenlang huiswerk vorig jaar ook voor Amsterdam koos, is die van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (occrp). Achter die naam zit een groeiend netwerk van journalisten, onderzoekers en andere stafmedewerkers, met als doel hoogwaardig onderzoek te doen naar misdaadnetwerken en corruptie. Medeoprichter Paul Radu, een Roemeen die ook jarenlang in Colombia en andere landen onderzoek deed, ontvangt in een nog verbazend lege loft in het centrum. Hij praat vol passie over zijn werk; na een half uur vraagt hij zijn bezoek beleefd of hij een slokje mag nemen van zijn gemberthee.

‘Halsema vindt het belangrijk dat Amsterdam een veilige haven is voor bedreigde journalisten. Dat is een prioriteit van ons internationale beleid’

‘Ik en mijn medeoprichter waren al jarenlang bezig met een verhuizing’, zegt hij. ‘We wilden ons hoofdkwartier hebben op een plek die er echt toe deed, die veel mensen aanspreekt, die een middelpunt is voor wat er gebeurt – vooral op het gebied van georganiseerde misdaad en corruptie. En natuurlijk een plek die veilig is voor dit soort werk. We dachten over een paar hoofdsteden. Londen was een kandidaat vóór Brexit, Barcelona.’

Maar er waren een paar voorwaarden, zegt Radu. ‘Het moest een plek zijn waar buitenlanders makkelijk konden werken, en Nederland is duidelijk soepeler met werkvergunningen voor journalisten dan andere plekken.’ Het stempel ‘Amsterdam’ hielp ook. ‘Omdat we in Oost-Europa begonnen en in Sarajevo ons hoofdkwartier hadden, zagen donoren ons vaak als een Oost-Europese organisatie. Dat gaf ons problemen bij het ophalen van fondsen. Dat is cruciaal voor ons, we moeten meer dan andere redacties uitgeven aan veiligheid en we zijn veel geld kwijt aan rechtszaken. Op dit moment lopen er veertig.’

Na lang beraad werd het dus Nederland. ‘Amsterdam leek ons de perfecte plek’, zegt Radu. ‘We deden een paar studies en praatten in verschillende landen met juristen, en kozen voor hier. Het hielp ook dat we goed met een paar Nederlandse media hebben samengewerkt, zoals Investico, Trouw en Follow the Money. En niet onbelangrijk: we kregen een miljoen van de Postcode Loterij.’ De tweehonderd medewerkers van occrp worden nu vanuit Nederland aangestuurd. Zij voeren verschillende projecten uit, waaronder Russian Asset Tracker, een database waarmee ze het kapitaal en bezit van Russische kleptomanen in Europa hebben getraceerd. Niet bepaald een ongevaarlijke missie.

Net als Șentek noemt Radu de waardering voor het werk van het Organized Crime and Corruption Reporting Project als bijkomend motief. ‘Ik geloof dat met betrekking tot georganiseerde misdaad het belangrijk is om op tijd in te grijpen. In Nederland is de misdaad sterk en groeiend in macht. Maar ze heeft nog niet belangrijke delen van de overheid, politieke partijen en de legale economie in handen. Dit is het uitgelezen moment om daar zinvol op voor te bereiden. Mijn filosofie is: je moet je onderzoekscapaciteit opbouwen in tijden van vrede, om oorlog te voorkomen. En we vinden dat de Nederlandse politie heel open is en geïnteresseerd in onze aanpak. Ik sprak laatst op een conferentie voor meer dan duizend agenten die van alles wilden weten en die mij ook nieuwe inzichten gaven. Dat zie je niet vaak.’

Door de focus op georganiseerde misdaad is veiligheid voor occrp nog belangrijker dan voor andere naar Nederland vertrokken redacties. Voor de medewerkers in onveilige landen heeft occrp veiligheids- en communicatieprotocollen, trainingen, aanbevelingen voor onvoorspelbare dagroutines, kogelvrije ramen, vluchtplannen, stalen deuren, beveiligingscamera’s. Nederland is natuurlijk een relatief veilig land, maar ook hier spelen veiligheidsproblemen.

‘Ook in Europa worden journalisten vermoord, zoals Ján Kuciak in Slowakije en Daphne Caruana Galizia in Malta’, zegt Radu. ‘Wij nemen veiligheid heel serieus, en zien het als drie componenten die op elkaar inwerken. Het begint bij fysieke veiligheid. Europese journalisten die werden vermoord werden meestal gesurveilleerd, dus we hebben cursussen om dat te spotten en tegen te gaan. Dan volgt digitale veiligheid, want als je telefoon wordt getraceerd heeft het weinig zin om je tegen surveillance te trainen. We geven onze mensen apparatuur die zo veilig mogelijk is en trainen ze steeds in het beschermen daarvan. We zijn er vrij goed in, maar als je tegenstander de Russische geheime dienst is, blijft het moeilijk je te verdedigen. Ten slotte is er juridische veiligheid. We volgen de strenge Britse smaadwetgeving, waar heel veel bewijsplicht bij de journalist ligt. Juristen lezen bij ons alles na voor we het publiceren.

We willen het bewustzijn vergroten, want internationale misdaad wint terrein. Ik hoop dat we dat op de publieke agenda zetten, zoals de Panama Papers dat deden met financiële misdaad. Een hoofdkwartier in Nederland helpt daarbij.’

Amsterdam als centrum van internationale journalistiek maakt samenwerking tussen de redacties en journalisten mogelijk: van tips over journalistiek op afstand en het oprichten van een stichting tot het inschrijven van kinderen bij scholen. Journalistieke samenwerking is er bijvoorbeeld al tussen occrp en Bellingcat.

‘Toen de Russische invasie begon, raakten mijn Oekraïense collega’s in een persoonlijke crisis: wat moet ik doen voor mijn land? Wat heb ik als journalist nog bij te dragen?’ zegt occrp-oprichter Paul Radu. ‘Na de eerste schok realiseerden ze zich dat het antwoord lag in onderzoeksrapportages, maar dat ze nieuwe methodes moesten omarmen. Ik vroeg Bellingcat om ze te trainen in het analyseren van beelden en het documenteren van oorlogsmisdaden zoals die in Boetsja. Bellingcat was daar heel behulpzaam mee. Dat is een prachtige manier om samen te werken.’

Tussen Russische en Oekraïense journalisten loopt dat vaak nog niet goed. Bij zijn lezing vertelde Moscow Times-uitgever Alexander Gubsky hoe zijn deelname aan verschillende bijeenkomsten was afgezegd omdat er een Oekraïense journalist bij was die niet met Russische journalisten wilde werken, ook niet als die anti-Kremlin en anti-oorlog zijn. ‘Ik begrijp het natuurlijk en accepteer het’, zei Gubsky. ‘Maar ik hoop ook dat het verandert.’

Tussen de Russische redacties loopt het natuurlijk makkelijker. ‘We hebben hetzelfde doel, maar zijn meestal geen directe concurrenten’, zegt Meduza-hoofdredacteur Galina Timtsjenko. ‘De valuta van onze markt is de tijd en aandacht van ons publiek. Maar TV Rain is gericht op YouTube en video-content, en wij op geschreven stukken. Dus het kan heel vruchtbaar zijn.’ Timtsjenko’s zorg betreft eerder of de Russen haar nieuws kunnen en wíllen lezen. ‘De Russen die in het land bleven, zijn psychologisch en fysiek opgesloten binnen de grenzen van een tirannie. Ze moeten een levensstrategie kiezen om dit regime te overleven. En de meesten verkiezen het om helemaal geen nieuws te lezen.’

© Pepijn Zurburg

Een pijnlijker onderwerp dan journalistieke methodes is dat van de terugkeer naar Rusland. Aan de koffietafel van TV Rain kijken de medewerkers elkaar schichtig aan als de vraag valt of ze Amsterdam beschouwen als een tijdelijk station, of dat ze mentaal hebben geaccepteerd dat de verhuizing heel lang of zelfs voorgoed kan zijn. De set-vormgever loopt half weg, plukt aan zijn haar en geeft dan antwoord. ‘Ik ben Russisch, mijn leven is daar’, zegt hij en haalt zijn schouders op. ‘Ik kan er gewoon niet aan denken. Ik kan het echt niet. Ik mis alles, mijn moeder, mijn kat.’

Ook politiek journalist Mikhail Fishman worstelt ermee. ‘Programma’s maken over mijn land en de oorlog, dat is zwaar. Nog even los van mijn persoonlijke emoties’, zegt hij. Met zijn olijke gezicht, naar voren gekamde piekhaar, ronde bril en scherpe tong is hij een van de bekendste gezichten van TV Rain. Sinds een half jaar maakt hij zijn programma Enzovoorts vanuit Amsterdam, waar hij belandde na lange omzwervingen – eerst Azerbeidzjan, toen Israël (na een mislukte poging Georgië binnen te komen), nu Nederland.

‘In Rusland wist ik waar de randen van de censuur lagen – en hield ik me er niet aan’, zegt hij. ‘Het is gevaarlijker geworden, journalisten en bronnen worden gearresteerd en verdwijnen in de gevangenis. Ze moeten op straat de inhoud van hun telefoons tonen. Soms laten mijn contacten niets van zich horen of zijn ze digitaal lang uit de lucht. Ik doe nu precies hetzelfde werk, maar het voelt natuurlijk anders. Zowel vrijer als beperkter. Als journalist hoor ik dáár te zijn. Maar ik vrees dat ik heel lang niet terug kan. Pas als alles écht voorbij is. Het maakt me boos en verdrietig.’

Presentator Kozyrev kijkt terug op zijn vertrek met een mix van woede en weemoed. Hij mist de sfeer op de redactie. Zijn land. Maar hij weet hoe afscheid voor altijd voelt – en dat dit er een kan zijn. ‘Ik groeide op in de Sovjet-Unie, in Jekaterinenburg, de hoofdstad van de Oeral. Het was een volledig afgesloten stad. Sommige familieleden emigreerden naar Israël en dan hadden we een vaarwelfeest. Iedereen nam afscheid voor altijd. Het voelde alsof de Sovjet-Unie er altijd zou zijn.

Als ik met een eerlijke blik naar Rusland kijk, dan voelt het alsof we weer in die tijd zijn beland. Ik geloof niet dat er een interne bedreiging is voor Poetin, en ook niet dat hij ernstig ziek is. Ik heb mijn kinderen verteld dat deze verhuizing niet tijdelijk is, want als ze dat geloven blijven ze mentaal daar leven en worden ze bitter. De deur blijft open, maar nu ben ik hier. En hier kan ik zeggen wat ik denk zonder telkens over mijn woorden te hoeven nadenken. Ik voel me bevrijd.’

Is er in zijn tv-show nog ruimte voor enig optimisme? Kozyrev denkt erover na en zegt ten slotte: ‘Rondom Kerst maakten we een beladen programma over de nabije toekomst. Ik was erop voorbereid dat het moeilijk zou worden. Paradoxaal genoeg kwam het positieve geluid van bellers uit Oekraïne. Ze spraken met hoop en goede energie over hun land. Een ervan was een jongen uit Charkiv die werkt op een bloedtransfusiestation dat vanwege de bommen is verplaatst naar de kelder van het ziekenhuis. Het functioneert 24 uur per dag, omdat er veel bloed nodig is. Elke dag staan er rijen mensen die willen doneren. Dit soort verhalen doordringen mij ervan dat zij niet kunnen verliezen, en zullen winnen. Ze hebben zoveel power en de overtuiging dat de waarheid aan hun kant is, en zij moeten vechten voor hun moederland.’