Ik voel me verraden

Ik weet zeker dat de boel ergens verraden is. Ik zal het uitleggen.

Vroeger had je ‘rolmodellen’, mensen die je bewonderde en aan wie je je spiegelde. Mijn rolmodellen waren Hermans, Reve, Wolkers. Je las ze niet alleen, je leefde met ze mee en, sterker, je leed met ze mee.
Reve had het nooit rijk, dat is later gekomen. Hij heeft zelfs een keer uit zijn huis moeten vluchten omdat het van ouderdom dreigde in te storten. Het was sappelen. Dat deed hij voor de kunst. Voor de literatuur. Hoewel hij het bohÇmienleven haatte, was hij een bohÇmien, die steeds weer verhuisde en uiteindelijk zelf in Frankrijk een huis bouwde.
Hermans ploeterde op de universiteit, waar hij maar geen hoogleraar werd, en Wolkers beeldhouwde en was zeker wel een bohÇmien, en dat is hij in zekere zin nog.
Later werden ze enigszins rijk. Zo hoort het.
Maar nu.
Je zal Connie Palmen maar als rolmodel hebben: je man is een bekende Nederlander, al je boeken zijn successen, je bent miljonair en je mag na je derde boek ook nog eens het boekenweekgeschenk schrijven. Niet vanwege je kwaliteit, maar omdat je zo populair bent.
Ik vind Connie een schat, maar ik kan niet meelijden met haar. Ischa is dood - maar eens sterven we allemaal. Lijden is niet: treuren - lijden is: het leven eigenlijk niet aankunnen, sappelen, strijden, slijmen en mislukken waardoor je werk mooier, gaver, ronder en afgewogener wordt. Literatuur is geen kunst meer; het is het resultaat van een goed commercieel plan, het juist in de markt zetten en het juiste netwerk. Het is niet de harde, literaire arbeid die tot succes leidt, maar vooral het harde werken van hen die niet schrijven en die de journalisten, televisiepresentatoren, radiomakers, boekhandelketens etcetra moeten masseren, bewerken, slijmen.
Daar zit ergens het verraad.
De Zwagermannen, de Van Dissen, de Gipharts, als ze maar een boek schrijven is het goed. Plagi‰ren mag ook. Grunberg - verreweg de talentvolste - is zo slim om uit Nederland weg te gaan, al wordt hij ook bedreigd door het verraad.
De auteurs zijn in handen gevallen van mannetjesmakers. Vroeger was de schrijver de dorpsgek, thans moet hij de dorpsgek spelen, want dat vinden de mensen leuk. De voorspelbaarheid van verkoopsuccessen maakt de cultuur dodelijk saai.
Ik geniet zeer van de biografie van Hans Goedkoop over Herman Heijermans. Dat streven naar geluk van Heijermans, die godvergeten kloteproblemen die hij telkens tegenkwam… Hij moest hard werken; er was vaak geen geld; hij heeft de kunst nooit echt verraden, zoals de Zwagermannetjes, de Van Disjes, de Palmens et cetera dat wel doen.
Je moet een schrijver lezen, maar je moet ook met hem leven. Je moet voortdurend met hem in discussie zijn, je moet standpunten met hem uitwisselen, al zie je hem nooit, hij moet over je schouder meelezen en meekijken met wat je doet.
Dat lukt je niet met de schrijvers van nu. Wat moet ik in discussie met Connie Palmen - ze heeft altijd gelijk, op welk podium je haar ook aantreft: televisie, krant, boekhandel.
Maar het is het gelijk van RTL4 - waarbij niet de kwaliteit bepalend is, maar de effectiviteit. Connie stond maar ÇÇn krante-interview toe en ÇÇn televisie-interview. Waarom schrijft Connie niet een reeks artikelen tegen haar criticasters? De cultuur en de literatuur zouden er mee gediend zijn als zij eens polemiseerde tegen Emma Brunt, die haar heeft aangevallen. Waarom begeeft Van Dis zich niet mÇÇr in het politieke debat dan met gedichtjes tegen Kok? Waarom lees ik nergens een serieus essay van Giphart over de politiek, terwijl hij zijn rode hart toch op de juiste plaats heeft zitten, hoor ik altijd?
Ergens voel ik me verraden.