Interview met Dave Eggers

‘Ik voelde me bijna dagelijks onwel’

Alleen persoonlijke verhalen over gruwelijke gebeurtenissen kunnen ons nog wakker schudden, schrijft Dave Eggers vanuit San Francisco.

Medium joost superdave

Het duurt een tijdje, deadlines verstrijken, agenten en uitgevers worden gemobiliseerd, maar uiteindelijk meldt Dave Eggers zich over de e-mail vanuit San Francisco, met keurig een antwoord op alle vragen.
Wanneer hoorde je voor het eerst Zeitouns verhaal en wanneer besloot je dat je er een roman van wilde maken?
Dave Eggers: Bij McSweeney’s hebben we een serie boeken gepubliceerd die Voice of Witness heette, boeken met de bedoeling om mensenrechtenkwesties aan de orde te stellen door het gebruik van oral history. Het eerste boek dat we maakten ging over onterecht veroordeelde (en later vrijgesproken) gevangenen in de VS, veel op Death Row. Het tweede boek in de serie was Voices from the Storm, dat inwoners van New Orleans vroeg naar hun verhalen voor, tijdens en na orkaan Katrina. Er waren dertien sprekers in het boek, Zeitoun was er een van.
In dat boek gingen maar acht of negen pagina’s over Zeitoun, maar zijn verhaal intrigeerde me. Er zaten zoveel bizarre en fascinerende aspecten aan zijn ervaringen; wat hem overkwam was iets dat alleen op dat specifieke moment kon gebeuren, op de kruising van de grootste natuurramp in de geschiedenis van de VS en de oorlog tegen het terrorisme. En naast de politieke aspecten was het ook het verhaal van een all-American familie die toevallig islamitisch was. Het leek me het juiste moment om de alledaagse normaalheid van een familie als de Zeitouns te beschrijven. Toen ik het gezin voor het eerst ontmoette waren ze warm en grappig, en de achtergronden en het huwelijk van Kathy en Abdulrahman - nog buiten de gebeurtenissen van Katrina om - leken me al een boek waardig. Het stond op een epische schaal en het leek me het prototypische verhaal van het leven van een immigrant in de VS. De Zeitouns leken de Amerikaanse droom te beleven, toen die droom, heel kort, in een nachtmerrie veranderde.
‘Zeitoun’ is heel terughoudend geschreven, heel gecontroleerd - tegelijkertijd bevat het een totale morele verontwaardiging. Was het moeilijk jezelf in te houden bij het schrijven?

Ik wilde dat het verhaal voor zichzelf sprak. Daarom zit er geen commentaar van mezelf tussendoor. Het leek me onnodig, het zou de impact verzwakken. Het is dat oude gezegde: 'Show, don’t tell.’ In plaats van boos af te geven op de krankzinnige mislukkingen van de Bush-regering tijdens en na orkaan Katrina dacht ik dat het beter zou zijn een verhaal te vertellen dat alle fouten en het nachtmerrieachtige politieke klimaat illustreerde.

Wat zie je als het grootste voordeel van het vertellen van het levensverhaal van iemand anders - of het nu dat van Valentino of dat van Zeitoun is - door jouw pen?
Als het op dit soort grote en complexe gebeurtenissen in de geschiedenis aankomt, zoals de oorlog in Soedan of orkaan Katrina, leren we vaak het meest, en krijgen de meeste empathie, als we de gebeurtenis zien door de ogen van één persoon. Dat was het doel van Valentino’s verhaal. Tijdens de burgeroorlog in Soedan, van 1983 tot 2005, werd het conflict zo onduidelijk uitgelegd door de media dat de wereld passief toekeek, en miljoenen nodeloos stierven. Hetzelfde gebeurt op dit moment in Congo: de ogenschijnlijke complexiteit van het conflict verlamt de rest van de wereld. We weten niet wat te doen, waar te beginnen om het te stoppen.
Maar door Valentino’s verhaal - en met de benefit of hindsight - kun je de verschillende lijnen van de oorlog in Soedan ontwarren en het duidelijker maken, waardoor lezers de socio-politieke onrust scherper zien, van onderaf. Het boek dat de meeste mensen in Amerika over de Vietnam-oorlog lazen is The Things They Carried, van Tim O'Brien. De boeken die we het best kennen over de Tweede Wereldoorlog zijn waarschijnlijk Catch-22 en het dagboek van Anne Frank - allebei boeken met een intieme lens waardoor we die ongelooflijk complexe en schijnbaar onbereikbare momenten in de geschiedenis bereiken.
Mijn favoriete korte verhaal uit How We Are Hungry is When They Learned to Yelp. Het trof me als een accurate beschrijving van het eerste contact van een generatie met een vorm van agressie waarvan ze geen idee had dat het op haar pad zou komen (vooral de scène van het meisje in de bibliotheek, dat naar een korrelige internetvideo kijkt van terroristen met hun gijzelaar). Is dat iets dat je zelf voelde?
Dat was inderdaad de kiem van het verhaal. Het meisje in de bibliotheek is vernoemd naar een voormalige studente van me, Chinaka Hodge. Ik stelde me iemand als Chinaka voor, jong en hoopvol, misschien onschuldig, die een video-opname zag van terroristen die iemand onthoofden, en ik stelde me voor dat het een geluid uitlokte dat anders was dan al het andere daarvoor - iets ongewilds, iets dat een formele taal niet kon uitdrukken. Vandaar de 'yelp’. Tijdens de donkerste jaren van de Irak-oorlog werden er zo veel gruwelijkheden begaan door alle betrokkenen, onuitspreekbare daden, dat ik me er bijna dagelijks fysiek onwel door voelde.
Wordt er nog steeds gegild? Of denk je dat we er ongevoeliger voor zijn geworden, door de eindeloze herhaling in de media? Is dat iets wat je als schrijver wilt aanspreken?
Natuurlijk worden we er ongevoelig voor. Maar er zijn momenten dat we weer wakker schrikken; die onthoofdingen schudden mensen wakker, omdat ze zo ruw en tegelijk zo intiem waren. Maar we zijn gewend geraakt aan de dagelijkse foto’s van markten na bomaanslagen, puin overal, rouwende moeders. We zijn verdoofd geraakt. Er zit een soort onophoudelijke herhaling in de verslaggeving van de oorlogen in Afghanistan en Irak. We zouden meer moeten horen van de mensen op de grond, de mensen die dag in, dag uit in oorlog leven. Alleen als we naar hun individuele verhalen luisteren kunnen we wakker worden, en het is onze plicht om te zorgen dat we alles doen, elke dag, om wakker te blijven.


Lees het volledige interview (in het Engels)