Het vangnet van Venlo

‘Ik vraag me af of Den Haag wel weet hoe erg het is’

Een weekje meelopen in Venlo laat zien: de sociale dienst anno 2013 is zowel barse bovenmeester als vertroetelende moeder. Maar hoe dan ook, de ruimhartigheid is eraf. ‘Ze noemen het kanteling van beleid, maar het zijn de mensen die omvallen.’

Medium sociaal 20vangnet 20venlo 209

Je zou bijna vergeten dat Nederland tot de hoogst ontwikkelde landen ter wereld behoort, in deze vergadering van de gemeentelijke stuurgroep ‘Vervuilde woningen’ in Venlo. Medewerkers van de sociale dienst, maatschappelijk werk, de geestelijke gezondheidszorg en de woningcorporatie bespreken enkele schrijnende gevallen van vereenzaamde, vervuilde, verwaarloosde cliënten.

Zoals mevrouw B., 56 jaar oud. Ze woont in een flatje in een minder florissante wijk van Tegelen, een van de dorpen van de gemeente Venlo. ‘De zus heeft aangegeven dat mevrouw een erg vervuilde woning heeft en zichzelf verwaarloost’, zo melden de notulen van een vorige vergadering. ‘Mevrouw is werkzaam bij de waa (sociale werkplaats). Daar hebben ze haar naar huis gebracht wegens ernstige verwondingen die zijn gaan ontsteken aan haar benen. Thuis troffen ze de vervuilde woning aan. Mevrouw zou het vuil niet buiten zetten waardoor er veel ongedierte in huis was en als je naar binnen gaat word je verwelkomd door een deken van vliegen. Wegens de wonden aan haar benen is ze na veel pushen opgenomen in het ziekenhuis waar zij momenteel nog verblijft. Mevrouw is volgens haar zus en dochter van zus niet in staat om zelfstandig te wonen. Ze zou vergeten om te eten, is wellicht cognitief beperkt maar dit is nooit getest. Ze heeft problemen met de financiën (ze betaalt onder andere nog steeds een schuld van een bouwvereniging in Zuid-Limburg waar ze twintig jaar geleden woonachtig was). Of de kosten van de woning momenteel goed betaald worden is niet duidelijk aangezien de stroom ook hier al een keer afgesloten zou zijn.’

Het zijn derdewereldtoestanden. Met het verschil dat er in Nederland een sociale dienst is om de ergste nood te lenigen. Enkele weken na het eerste contact is mevrouw opgenomen in een verpleeghuis, aangemeld voor begeleid wonen, en haar oude woning is opgezegd en schoongemaakt.

De sociale dienst, de uitkeringsfabriek van weleer, is getransformeerd tot het veelarmige vangnet van een welvaartsstaat in crisis. De sociale ellende groeit, het beroep op de gemeente als redder in nood dus ook. Maar de budgetten slinken onder invloed van rechtse _no nonsense-_kabinetten elk jaar weer verder. De medewerkers van de sociale dienst, de werkcoaches, de rechtmatigheids- en doelmatigheidscoaches en hoe ze allemaal mogen heten, roeien met de riemen die ze hebben. Ze proberen naarstig en soms onverbiddelijk het kaf van het koren te scheiden: wie kan werken, moet zijn eigen broek ophouden, zodat er meer geld overblijft voor de écht hulpbehoevenden.

Een volle week – van maandagochtend tot vrijdagmiddag – liep ik mee op de afdeling Werk, Inkomen Zorg van de gemeente Venlo om het proces achter de schermen in beeld te brengen. Hoe beoordeel je wie er recht heeft op staatssteun? Hoe pak je fraude aan? Welke vormen van hulp zijn er beschikbaar voor de losers en de pechvogels van Nederland anno 2013?

Het personeel van de sociale dienst in Venlo is gewend aan afhouden. Filteren is wellicht een beter woord: een verfijnd systeem van zeef na zeef pikt de mensen eruit die géén recht hebben op een bijstandsuitkering. ‘Heel lang stond de deur hier wagenwijd open. Tegenwoordig is er minder geld en wordt aan de voorkant flink geknepen’, vertelt senior werkcoach Mike Dikkers (32). ‘Wie voorbij het poortje komt, heeft dus ook echt recht op een uitkering.’ Wie kansen op een baan heeft, wordt intensief aan de hand genomen: ‘We proberen iemand hoe dan ook bij een werkgever binnen te krijgen, per telefoon, met een mooie video-cv, desnoods per taxi. We moeten inventief zijn. Voor elke nieuwe klant moet er ook eentje uitstromen, het bestand mag niet groeien.’

En anders dan voorheen doet de sociale dienst (met in totaal 133 fte aan personeel) dit begeleiden naar werk voortaan zelf. Tot 2009 werd het ene na het andere reïntegratietraject ingekocht. ‘Dat was het enige wat telde: of we genoeg mensen in een traject hadden’, zegt de een. ‘Het sloeg nergens op. Allemaal zinloze opleidingen zonder enig perspectief, van zesduizend euro per stuk’, zegt de ander.

De weg naar de vleespotten van de verzorgingsstaat blijkt in Venlo tegenwoordig één lange hordenloop. Elke niet gehaalde hindernis, elke gemiste afspraak, elk te laat ingeleverd papiertje betekent ‘terug naar start’: opnieuw aanvragen en achter aansluiten. Op deze manier komen de meest behoeftigen en de best gemotiveerden vanzelf bovendrijven, zeggen de coaches. ‘We moeten keuzes maken, wie geven we aandacht en wie niet? Hoe minder uitkeringen en hoe meer mensen uitstromen naar werk, hoe beter voor de gemeente, financieel gezien’, zegt plaatsvervangend afdelingshoofd Edwin Vaassen (46).

Venlo telt bijna 2400 bijstandsgerechtigden ouder dan 27 jaar, van wie er zo’n vijftienhonderd worden gerekend tot het ‘granieten bestand’, de groep die ‘van jongs af aan nooit perspectief heeft gehad en die ook nooit meer aan het werk zal komen’. De verslaafden, de psychisch gestoorden, de mensen met zulke hoge schulden dat ze elke motivatie zijn verloren. En de mensen die al decennia lang ongemoeid een uitkering vangen. ‘Maar tegenwoordig laten we die niet meer achter de geraniums zitten. We proberen ook hen te activeren, bijvoorbeeld voor vrijwilligerswerk in de wijk. Mensen die ontevreden thuis zitten zijn vaak ongezond of geven overlast, en dat kost de samenleving ook geld. En we willen voorkomen dat hun kinderen zich later óók weer bij ons melden.’ Bovendien, zo is de ervaring, trekken de werkelijk ongemotiveerden hun uitkeringsaanvraag vaak zelf al in als ze horen dat ze niet meer ongestoord op de bank kunnen hangen. Vaassen: ‘We waren een administratiekantoor van het ministerie van Sociale Zaken: hoppa, uitkering verstrekken en klaar. Maar die tijd is voorbij.’

Venlo werkt sinds kort met een nieuwe systematiek. Waar voorheen zoveel mogelijk digitaal – want goedkoper – werd gewerkt, gelooft Venlo tegenwoordig juist in zoveel mogelijk persoonlijk klantcontact. Dat botst met de werkwijze van het uwv, met wie de gemeente het ‘Werkplein’ deelt in een kantoor in de binnenstad. ‘Als mensen tijdens de ww jarenlang alleen digitaal contact hebben gehad met het uwv en daarna bij ons belanden, kunnen wij weer van voren af aan beginnen om hen te motiveren’, moppert Vaassen.

Wie in Venlo tegenwoordig bijstand nodig heeft, schrijft zich via Werk.nl nog wel online in als werkzoekende, maar moet daarna zelf bellen met een ‘rechtmatigheidscoach’. Die toetst of er geen recht is op ww, of de aanvrager samenwoont met een verdiener of dat er andere redenen zijn om meteen ‘nee’ te verkopen. Gaat het licht op groen, dan volgt – meteen de volgende dag – een intakegesprek. Daar wordt, aan de balie op het Werkplein, dieper ingegaan op alle mogelijke twijfels en bijzonderheden. De coach neemt ook onder de loep hoe de aanvrager de afgelopen jaren in zijn levensonderhoud heeft voorzien. En – de medewerkers maken er geen geheim van – er wordt gezocht naar een reden om ‘dubieuze’ aanvragers te kunnen weren. ‘Als iemand bijvoorbeeld is gepakt voor een hennepkwekerij, dan vragen we naar de financiële boekhouding van die kwekerij. Die kunnen ze uiteraard niet leveren. Wij mogen de aanvraag dan weigeren met als motief dat de aanvrager vermoedelijk beschikt over eigen vermogen’, aldus meerdere coaches.

Hoe streng de procedure is, merkt de dertigjarige Ruud. Uit de systemen blijkt één lange geschiedenis van detentie, openstaande boetes en teruggevorderde uitkeringen. Coach Huub Verheijden (56) legt hem grondig op de grill. Waarom heeft hij exact vastgezeten? Hoe zat dat met die inval wegens drugs in zijn kamerpand? Komt daar nog een rechtszaak van? Waarom is zijn tijdelijke contract vorige maand niet verlengd? ‘Eén keer verslapen, één keer een lekke band, en de chef vond me niet goed genoeg’, vat Ruud samen. Coach Verheijden wil het toch navragen. ‘En als je verwijtbaar werkloos bent, begin je al met een maatregel: de eerste maand géén uitkering’, waarschuwt hij. ‘Het stoort me gewoon dat je deze kans hebt laten schieten. En als de sociale recherche later uitvindt dat je hebt geleefd van drugshandel kun je het vergeten, dat zeg ik je eerlijk!’ Uiteindelijk strijkt Verheijden over zijn hart: Ruud mag door naar de volgende ronde: de workshops.

Aanvragers van bijstand in Venlo moeten verplicht tien dagdelen aan workshops volgen vóórdat hun aanvraag formeel in behandeling wordt genomen. Rechten plichten in de bijstand, ‘empowerment’, solliciteren, netwerken, presentatie, cv maken, vacatures zoeken: alles wat een werkwillige nodig heeft om klaargestoomd te worden voor de arbeidsmarkt. Ook is er een les over ‘omgaan met minder geld’, gericht op het vermijden van schulden. Halverwege de vier weken workshops worden de feitelijke aanvraagformulieren pas uitgereikt en gaan de termijnen lopen. Het is, opnieuw, een testcase. Wie tijdens de workshops te laat komt, of zich ongemotiveerd opstelt, wordt aan de zijlijn gezet. Kennelijk, zo is de officiële redenering, is meneer of mevrouw dan niet heel hard op zoek naar werk. En ‘niet-werkzoekend’ betekent geen uitkering, luidt het credo tegenwoordig.

In de workshop rechten plichten sloffen 37 nieuwe aanvragers één voor één naar binnen. Vier coaches geven de groep uitleg en beantwoorden vragen. ‘We betalen altijd de vijftiende van de maand, achteraf. Aan het begin zit je dus met een gat van zes weken’, vertelt coach Verheijden. ‘Een voorschot kan, maar alleen in heel schrijnende gevallen.’ gt;

Coach Hans van Aarssen (50) drukt de pret nog verder. ‘Denk erom: alles wordt als passend werk gezien, van bureaubaan tot tomaten plukken! En als je wordt afgewezen na een sollicitatiegesprek vragen we na waarom. Als je je ongeïnteresseerd hebt opgesteld, geen hand hebt gegeven en je pet op hebt gehouden, kunnen we de uitkering verlagen.’

Medewerking aan huisbezoeken van de ambtenaren van de sociale dienst is vrijwillig, leggen de coaches uit. Maar wat is vrijwillig? ‘Je mag de toegang weigeren. Maar dat leidt tot verlaging van de uitkering. Wen er maar aan: het is allemaal een stuk strakker dan in het verleden.’

De cliënten krijgen de ene na de andere waarschuwing. Fraude leidt sinds 1 februari 2013 tot terugvordering plus honderd procent boete. ‘En denk erom: de sociale recherche spit alles door, bij iedereen! Als je zegt dat je geen auto hebt komen we je toch wel tegen bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Geef alles, alles door aan ons. Bij twijfel: bellen!’ Dan komen de vragen los: mag ik bijverdienen? Dat mag, maar elke euro wordt gekort. ‘Waarom zou ik dan gaan werken?’ vraagt een man. ‘U moet andersom denken’, antwoordt Verheijden. ‘U krijgt geld van de gemeenschap en moet er alles aan doen om dat bedrag zo laag mogelijk te houden. Hoe dan ook, de regels komen uit Den Haag, wij hebben ze ook maar uit te voeren.’

De broers Wim en Bram Degger vinden het allemaal niet zo onredelijk, vertellen ze na afloop. Afkomstig uit de horeca, beiden gewerkt op tuinbouwtentoonstelling Floriade, sindsdien werkloos. ‘We mogen best iets terugdoen voor het geld dat we krijgen. Maar zuur is het wel: ik solliciteer me suf maar er is gewoon helemaal niks. Werkgevers zeggen: ik kies iemand die capabeler is. Ze bedoelen: ik kies iemand van negentien die goedkoper is.’

Ex-gedetineerde Mimoun (43): ‘Dat ze ons aan het werk willen zetten is prima. Maar al dat gedoe eromheen… en welke werkgever geeft mij, met mijn verleden, een baan?’ ‘Alles leuk en aardig’, moppert ook een 31-jarige werkloze vrachtwagenchauffeur, ‘maar het is wel crisis hè! Ze hoeven mij niet te leren hoe ik een baan zóek, ik heb een báán nodig. Er is werk genoeg, maar ze nemen de goedkope Roemenen en Bulgaren.’

De vier coaches blikken later onderling nog even terug op de vragen in de workshop. Ze vinden het erg lastig te verkopen dat uitkeringsgerechtigden niet kunnen bijverdienen. ‘Motiveer ze! Laat hen tweehonderd euro bijverdienen en vijftig euro zelf houden’, zegt de een. ‘Alleenstaande moeders gaan er, vanwege de kosten van de kinderopvang, zelfs netto op achteruit als ze gaan werken’, constateert de ander. Dan valt de term ‘niet-willers’, de mensen die er gewoon geen zin in hebben. Díe moeten ‘strak worden gehouden’, zeker degenen die misbruik maken van medische dossiers. Rugpijn, hoofdpijn, ziek zwak en misselijk, die klanten stuiten op ergernis onder de coaches. Of, waar gebeurd, de gezinnen met vijf uitkeringen achter één voordeur. Een wia-uitkering, een Wajong-uitkering en enkele keren bijstand. Samen goed voor 4500 euro netto per maand. ‘Maar een man van 61 jaar, daar ga ik niet meer aan trekken’, zegt Verheijden. ‘Óf hij wil niet meer, óf hij kan niet meer, maar ik krijg hem toch niet meer aan het werk.’

‘Boven de vijftig willen de werkgevers iemand gewoon niet meer’, valt coach Van Aarssen hem bij. Krista Peeters (26) is een coach van een andere generatie. ‘Geen werk vinden ligt voor negentig procent aan je houding’, oppert ze stellig. ‘Onzin!’ reageren haar oudere collega’s. ‘Dat speelt hooguit voor tien procent mee.’ ‘Nou, oké, vijftig procent dan’, doet Peeters haar eindbod.

Het illustreert de grote mate van vrijheid die de coaches hebben. Wie zijn coach overtuigt van zijn goede bedoelingen krijgt geld. Als de coach onwil vermoedt, wordt de aanvraag afgewezen of de uitkering gekort. ‘Al zou ik willen dat je een uitkering ook echt kunt beëindigen als mensen overduidelijk niet willen’, zegt teamleider Gertie de Swart. ‘Dat is onder de huidige regelgeving vrijwel onmogelijk.’ De zeer grote bevoegdheden van de individuele coaches houden de snelheid in het proces, is de gedachte. De jongere coaches lijken daarbij nog strenger, harder dan de oudere collega’s. Nog meer dan de oudere ambtenaren leggen de jonkies de zweep erover.

De strengere regelgeving brengt de ambtenaren soms in een lastig parket. Marijke van Deijnen, klantadviseur schuldhulpverlening, vertelt met tranen in de ogen hoe ze mensen in nood soms moet afpoeieren. ‘Als iemand schulden heeft en geen aanvullende ziektekostenverzekering kan betalen, kan hij niet naar de tandarts, óók niet als hij al drie dagen jankend op bed ligt van de tandpijn. Ik heb het meegemaakt. De tandarts wil dat éérst de rekening wordt vergoed, maar wij mogen daar geen bijzondere bijstand voor verstrekken. Ik vind het vreselijk als ik tegen die mensen moet zeggen: ik kan niks voor je doen.’

Maar in veel andere gevallen kan de sociale dienst wél iets betekenen. Het vangnet in de Nederlandse verzorgingsstaat is, nog steeds, erg breed. Zo krijgen mensen die hun administratie niet meer op orde krijgen hulp van medewerkster schuldhulpverlening Erna Cartigny. Ditmaal gaat ze op huisbezoek bij een gezin in Tegelen. In een overvolle huiskamer zit de 56-jarige Theo apathisch in zijn luie stoel. Hij heeft vier dagen eerder een beroerte gehad. Zijn vrouw Monique (37) dribbelt een beetje nerveus op en neer, hun negenjarige dochtertje speelt zwijgend met een poppenhuis. De huiskamer heeft veel weg van een dierentuin. Twee krijsende papegaaien, twee keffende hondjes. Drie cavia’s, een twee meter breed aquarium en een terrarium. In deze setting bladert Erna Cartigny door een berg paperassen die driekwart van de tafel bedekt. Haar taak: de papieren eerst eens op een logische manier in mappen stoppen zodat het totaaloverzicht over de schulden terugkomt.

‘Gemeenten krijgen het ook maar allemaal opgelegd. Het beleid wordt steeds harder, er worden steeds meer eisen gesteld en er is steeds minder geld. Dat is moeilijk voor de ambtenaren die het op lokaal niveau moeten uitvoeren. Maar ik vraag me af of Den Haag wel weet hoe erg het is’, zegt Cartigny. ‘Er zijn allerlei “voorliggende voorzieningen”, zoals dat dan heet, waardoor ze zeggen: de armoede valt wel mee. Maar als je aan een Haags bureau zelf een salaris van 130.000 euro verdient, besef je waarschijnlijk niet hoe intriest de situatie voor steeds meer gezinnen is, en vooral voor de kinderen’, aldus de 61-jarige medewerkster.

Cliënt Theo vertelt openhartig hoe zijn gezin in de sores is geraakt. Werkloos, eigen bedrijf over de kop, artrose, drievoudige hernia. ‘En dan word je dusdanig onder je sodemieter geschopt dat het een groot deel van je levenslust sloopt’, zegt hij op matte toon. Echtgenote Monique kan niet meer werken vanwege fibromyalgie. Het gezin heeft schulden, de deurwaarder heeft beslag gelegd op de bankrekening waardoor de huur ook niet meer kan worden betaald. De woningcorporatie dreigt nu met uitzetting. ‘Ik verwijt niemand iets, deze Scheisse hebben we zelf veroorzaakt. Maar dat die deurwaarders onbeperkt mogen graaien gaat wel te ver. Leven met minder inkomen, oké. Maar helemaal zónder inkomen! In wat voor land woon je dan?’

Ook andere regelgeving kan, aan de absolute onderkant van de samenleving, soms draconisch hard uitpakken. Gemeenten zijn sinds dit jaar verplicht om te veel betaalde uitkeringen of toeslagen terug te vorderen, plús te beboeten met eenzelfde bedrag. Fraude, onachtzaamheid, een verkeerd ingevuld formulier: het geld wordt dubbel teruggehaald. Onzinnig, zeggen de handhavingsspecialisten en sociaal rechercheurs in Venlo. Een Haagse maatregel die in de praktijk niet werkt. ‘Hoe moet je twintigduizend euro terugvorderen van iemand die geen geld heeft?’ vragen Berto Wansing en Raphaël Teeling zich hardop af. Het sanctiebeleid slingert de afgelopen jaren op en neer maar schiet telkens door, vinden beide handhavers.

Tot dit jaar volgde op een verwijtbare gedraging een ‘maatregel’, een korting op de uitkering in de toekomst. Maar als een onterechte uitkering werd beëindigd, was er dus géén sanctie. ‘Tot tienduizend euro was je dus eigenlijk stom als je het niet probeerde’, zeggen de ambtenaren. Bóven de tienduizend euro werd het strafrecht ingezet. Die grens is nu zelfs opgetrokken naar vijftigduizend euro. Dus, rekenen Wansing en Teeling voor, kun je tegenwoordig beter voor 51.000 euro frauderen dan voor 49.000 euro. Want in dat laatste geval moet de fraudeur 98.000 euro terugbetalen (49.000 euro plus honderd procent boete), terwijl de strafrechter voor 51.000 euro fraude misschien 240 uur dienstverlening of een paar honderd euro boete oplegt. ‘Een celstraf hebben we nog nooit meegemaakt.’ De verhouding tussen gedraging en sanctie is zoek, willen ze maar zeggen. ‘Bij winkeldiefstal heb je vaste sancties. Bij uitkeringsfraude: eerst geen straf, dan weer keiharde maatregelen.’

De bewuste fraudeurs, de echte criminelen die bijstand hebben maar wel in een villa wonen, ‘die pakken we graag’, vertellen ze. Maar de groeiende groep kleine krabbelaars, de mensen die een noodsprong maken om ooit nog uit de schulden te komen? ‘In sommige gevallen móeten mensen wel bijna frauderen.’

In een spreekkamer op de begane grond ontvangen de handhavers een Turkse vrouw die wordt verdacht van fraude. Haar zoon is mee om te tolken. De dochter des huizes is op papier uitgeschreven, maar woont feitelijk nog bij moeder, zo is tijdens een huisbezoek geconstateerd. Daardoor is zo’n 450 euro aan toeslagen te veel betaald. ‘Als u dit nu erkent, komt u er nog met een kleine korting van af omdat de boeteregel nog net niet was ingegaan.’ De vrouw zwicht en tekent een verklaring. Case closed – en de provisie is binnen. Wansing en Teeling zijn namelijk op no cure no pay-basis gedetacheerd in Venlo. Elke terugvordering of beëindigde uitkering levert het detacheringsbureau geld op.

Wie het niet met een terugvordering of afwijzing eens is, belandt bij de gemeentelijke bezwarencommissie, zoals deze ochtend een 38-jarige Venlonaar. Zijn aanvraag is ‘buiten behandeling’ gesteld omdat hij geen bankafschriften had overlegd. Althans: ze waren er niet. ‘Maar ik had ze, in overleg met jullie medewerkster, in de brievenbus gegooid’, is het verweer van de man. ‘Ik hoorde pas na een maand dat ze kwijt waren. Voor alle andere zaken bellen jullie me meteen, waarom nu dan niet?’ De nieuwe set was één dag te laat, ‘meteen is mijn dossier gesloten en niemand zegt sorry hè’.

Bovendien, peinst voorzitter Edwin Vaassen hardop als de man al weg is, hadden de afschriften in dit geval niet eens opgevraagd hóeven te worden. ‘Dat doen we alleen als er een concrete aanleiding toe is.’ Plus: kopieën lagen ook al bij de schuldhulpverlening, in hetzelfde gebouw. ‘Maar zij werken niet digitaal, wij wel. We kunnen dus niet in hun dossiers kijken.’ Kortom: dit bezwaar lijkt alleszins terecht. Commissie-secretaris Iris Meurkens: ‘Coaches moeten binnen vier weken een besluit nemen over al dan niet buiten behandeling stellen, anders moeten ze het hele dossier inhoudelijk beoordelen. Dus soms’, erkent ze aarzelend, ‘gaat het inderdaad van “hoppakee, weg ermee!”’

Strakke handhaving en strenge toelatingseisen vormen echter maar één kant van de medaille, zo blijkt deze week telkens weer. De sociale dienst anno 2013 heeft twee gezichten: de barse bovenmeester én de vertroetelende moeder. Op een kantoor elders in Venlo overleggen Heinz Deuning (56) en Henriëtte Stoop van de sociale dienst met medewerkers van de ggz en gespecialiseerde thuisbegeleiding over een nieuwe casus. Een 67-jarige vrouw die vorige week uit haar huis is gezet. ‘Geen redden meer aan’, aldus Stoop. Het aantal dreigende uithuiszettingen stijgt volgens haar enorm, ‘al tachtig in de afgelopen drie maanden’. De vrouw in kwestie woonde in een sterk vervuilde woning, ongeopende post van twee jaar slingerde rond. Mogelijk een drankprobleem, mogelijk ook beginnende dementie. De vrouw is tijdelijk ondergebracht in een slooppand. Ze heeft een rollator nodig, de container voor opslag van haar meubels moet betaald, er moet worden gezocht naar een aanleunwoning. De huisarts moet benaderd, en er moet worden uitgezocht of de vrouw nog geld op de bank heeft. De ggz-medewerker zal haar elektrische fiets ophalen en kijken of hij de douchekraan kan repareren, de thuisbegeleiding sorteert haar post. ‘Kleine klusjes, maar daarmee krijgen we contact en winnen we het vertrouwen van de cliënt’, leggen de medewerkers hun vergaande praktische bemoeienissen uit.

Regelmatig komen de gemeentelijke medewerkers enkel door toeval uit bij de grootst mogelijke ellende. ‘In sommige huizen zijn we dertig jaar lang niet binnen geweest. Dan krijgt de bewoner een hersenbloeding, komt de ambulance, en dan treffen we binnen een smerige, stinkende vetzooi aan’, vertelt Pieter Kolenberg, namens de plaatselijke woningbouwvereniging deelnemer aan de eerder genoemde stuurgroep Vervuilde woningen. Op tafel liggen foto’s van huiskamers, bierblikjes en uitwerpselen tot aan het plafond. Geroutineerd praten de functionarissen in de stuurgroep over ‘natte vervuiling: poep, urine, schimmel, vaak in combinatie met huisdieren’, en ‘droge vervuiling: kleding, kranten, apparaten, dwangmatige verzamelaars’. Eigenlijk, vindt Kolenberg, zou de gemeente een mandaat moeten hebben om dit soort panden te kunnen betreden en gedwongen schoon te maken. Ambtenaar Heinz Dreuning: ‘Het is vaak zeer heftige problematiek. Uit huis zetten is vaak ook niet de oplossing, oudjes met psychische problemen zet je niet zomaar op straat.’ En, zo’n procedure is duur, voegt hij er fijntjes aan toe.

De kern van het probleem, erkennen alle betrokkenen, is de vereenzaming, het toenemende aantal alleenstaanden, waardoor problemen achter de voordeur zich in stilte kunnen opstapelen. De vrees leeft dat het alleen maar erger wordt als Den Haag hulpbehoevende mensen dwingt langer thuis te blijven wonen. ‘Binnenkort zitten we hier met een lijst van twintig A4’tjes vol probleemgevallen’, stelt Jos Wolbertus van de woningcorporatie. ‘Ze noemen het kanteling van beleid, maar in de praktijk zijn het de mensen die omvallen.’

Toch, waar mogelijk worden cliënten van de sociale dienst op alle mogelijke manieren onder de arm gepakt, blijkt ook weer in de kassen van tomatenkwekerij Sunny Tom. ‘Hier kunnen mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt laten zien dat ze wel echt wíllen werken’, legt jobcoach Stefanie Sparidaans (24) uit. Ruwweg de helft van de dertig deelnemers per jaar stroomt uit naar een reguliere baan, een kwart blijkt fysiek te beperkt, en van een kwart wordt de uitkering gekort of tijdelijk beëindigd wegens onvoldoende motivatie. ‘Je schrikt ervan hoeveel mensen gewoon niet wíllen’, vertelt Sparidaans. ‘Veel ziekmeldingen, of de fiets is kapot en dan komen ze gewoon een dag niet.’ Maar ze maakt ook mee dat gemotiveerde jongeren thuis tegen boze ouders moeten opboksen omdát ze willen werken. ‘Die ouders zeggen dus doodleuk: ga toch lekker in de uitkering zitten, je bent gék als je gaat werken voor je geld.’

In de workshop empowerment worden de grote verschillen in motivatie snel zichtbaar. Een man, tegen de vijftig, tatoeages, paardenstaart, hangt demonstratief onderuit op zijn stoel. ‘Waarom ik hier ben? Ik heb géén idee’, antwoordt hij verveeld op vragen van de coaches. Wat is je doel en wat doe je om dat te bereiken, is een andere vraag die in spelvorm langskomt. ‘Ik heb geen doel en doe dus ook niks om dat te bereiken’, reageert de man.

Andere deelnemers aan de workshop vertellen juist enthousiast over hun wensen, hun dromen, hun capaciteiten. ‘Ik droom van een gezin, ik ben er trots op dat ik een lieve vriendin heb en ik wil ooit op vakantie naar Australië’, meldt de 27-jarige Daniël Douven. Als schilder belandt hij elke winter in de ww en daarna de bijstand. ‘Een vast contract zit er niet in. Twee Polen zijn goedkoper dan één Nederlander. Daar baal ik wel van, ja.’

Na de pauze spelen de deelnemers een soort ganzenbord-met-levensvragen. Een Egyptische man, voormalig pizzeriahouder, gaat langzaam maar zeker naar het kookpunt. ‘Ik heb mijn hele leven in Nederland gewerkt, nooit een uitkering gehad. Nu kan ik niet meer werken vanwege een hernia. Sinds oktober heb ik helemaal geen geld. En nu moet ik meedoen aan dit kinderachtige gedoe? Los liever mijn problemen op!’ foetert hij.

Crisis of geen crisis, veel mensen vinden het nog steeds erg vanzelfsprekend dat de gemeente hun sores opdweilt, blijkt ook op het wekelijkse daklozenspreekuur. Wijkcoach Piet van Beek (59) bekijkt het wensenlijstje van een voormalige asielzoeker uit Sierra Leone. De man wil een voorschot voor herinrichtingskosten voor zijn nieuwe kamer. Op zijn boodschappenbriefje prijken gordijnen, én glasgordijnen. Een tosti-apparaat, een magnetron, een tv, een tv-meubel. Coach Van Beek stuurt hem met zachte drang weer op pad: ‘Ga er eerst maar eens zoeken bij tweedehandswinkels, dan praten we verder.’

Er is de laatste jaren veel veranderd, heeft Van Beek tijdens zijn lange loopbaan kunnen constateren. ‘Twintig jaar geleden was de sociale dienst een administratieve organisatie die gezapig doorkabbelde. Mensen kregen hun geld en konden jarenlang maar wat aanklooien. Tegenwoordig zeggen we: u komt hier niet voor een uitkering, u komt hier voor werk.’

Die omslag wordt telkens opnieuw, in alle contacten, uitgelegd aan de cliënten. Participatiecoach Pascale Janssen (45): ‘Een grote groep heeft toch wel een mentaliteitsprobleem… ze willen eh… niet héél graag werken. Ik denk, als je écht wil, vind je heus wel wat.’ Haar collega Angelique Maessen (44): ‘De groep die geen kans meer heeft om uit de bijstand te komen wordt steeds groter. Strak erbovenop zitten doen we alleen met de mensen die gewoon niet willen. Sommigen hebben in acht jaar tijd nul keer gesolliciteerd! Dan zeg ik: het is niet je eigen schuld dat je werkloos bent geworden, maar wél dat je al zo lang werkloos bent. Ik heb ook geen moeite om die boodschap te brengen, de mensen snappen zelf best dat het slecht gaat met de economie.’

Tegelijkertijd is het wel een beetje zuur, reageert haar kamergenoot Ed Kluitenberg (44) van de afdeling handhaving: ‘Overal wordt geld afgeroomd. De Wajong, de wao, de ggz, alles wordt uitgekleed. Hoe slechter de economie, hoe minder geld het allemaal mag kosten. Dat zou eigenlijk andersom moeten zijn.’

Aan het einde van de week hoort pvda-wethouder Ramon Testroote (41) de opgetekende verhalen allemaal aan. Hij schetst hoe hij bij zijn komst een ‘uitkeringsfabriek’ aantrof, ‘een grote lopende band waar het geld tegen de plinten klotste en de klantendossiers op koffiekarren door de gangen werden gereden, van ambtenaar naar ambtenaar’. Tegenwoordig staat de cliënt centraal. ‘Eén klantmanager met vergaande bevoegdheden en integraal verantwoordelijk voor alles, uitkering, schulden, het hele proces. Géén overdrachten meer. Veel persoonlijk contact. Als de klant belt, weet je nog dat vorige week zijn moeder ziek was.’ En, heel belangrijk: de banden met het bedrijfsleven zijn aangehaald, de speciale werkgeverscoaches gaan de baan op om zelf vacatures te verzamelen. Het wérkt, verzekert de wethouder. Waar de instroom bij de meeste sociale diensten stijgt, kent Venlo een daling van het klantenbestand.

En ja, het is allemaal zakelijker, strakker geworden, erkent de pvda-bestuurder. ‘Vanuit mijn sociale hart zeg ik: soms zelfs harder dan me lief is, het schiet af en toe wel door. Maar de Venlose begroting daalt tussen 2010 en 2016 met 65 miljoen euro, een zesde van het totaal. De ruimte om vrijgevig te zijn is drastisch beperkt.’ Het is aan de gemeente om oplossingen te verzinnen en, vooral, banen te vinden. ‘Dáár energie aan besteden is nuttiger dan aan een politiek-ideologische strijd richting Den Haag dat het allemaal te zwaar en te heftig is.’

Dan hoort hij het voorbeeld van de tandartskosten die niet worden vergoed. Testroote valt even stil. ‘Hier schrik ik van zeg… Van een kroon kun je nog zeggen: die is niet noodzakelijk, met twee tanden minder kun je ook eten. Maar tandpijn is wel de grens. Daar moet wat aan gebeuren.’

Plaatsvervangend afdelingshoofd Edwin Vaassen komt er later ook nog even op terug. ‘Het klopt, sommige situaties zijn heel schrijnend. Maar waar ik moeite mee heb, is dat ze telkens op het bordje van de ambtenaar worden gelegd. Het echte probleem is de tandpijn, niet de rekening. Die tandarts wil niet behandelen zonder betaling. De sociale dienst is geen tandarts, en het is niet aan ons om te bepalen wanneer pijn ondraaglijk is. Als we dit echt willen oplossen, moeten we een tandarts in dienst nemen en hier elke vrijdagmiddag spreekuur laten houden.’


Venlo (honderdduizend inwoners) heeft relatief iets meer bijstandsgerechtigden dan landelijk. De grensstad telt het grootste aandeel laagopgeleiden van de G50 en bijna het laagste aandeel hoogopgeleiden. De Noord-Limburgse gemeente vergrijst en ontgroent sneller dan gemiddeld en telt elf procent niet-westerse en vijftien procent westerse allochtonen.