Terrorismedeskundige Jessica Stern over de kracht van Islamitische Staat

‘Ik vrees dat we in de toekomst nog veel meer terroristisch geweld zullen zien’

Islamitische Staat is als geen andere jihadistengroepering in staat jonge mensen te bereiken en te overtuigen van haar idealen. Daarvoor gebruikt ze sterke strategieën. Is daar iets tegen te doen? ‘Als we vijftienjarigen van het idee willen afbrengen dat ze zich bij Islamitische Staat moeten aansluiten, dan moet dat met een aantrekkelijk verpakt tegenverhaal gebeuren.’

Medium stern 2c 20jessica 20 c2 a9 20richard 20howard.jpg

Het grote publiek leerde de jihadistengroepering Islamitische Staat pas in de zomer van 2014 kennen toen ze met verbijsterend gemak het Iraakse leger uit Iraks tweede stad Mosul wegjoeg en kort daarna een kalifaat uitriep. ‘Zo barbaars dat zelfs al-Qaeda er niets van moet weten’, was de eerste en belangrijkste typering die Islamitische Staat in die dagen opgeplakt kreeg. Erg haar best om die omschrijving te ontzenuwen deed Islamitische Staat niet. Sterker, met gelikte videoproducties van onthoofdingen en massa-excecuties die ze met Twitter-bombardementen aan de man bracht, zocht ze juist naar bevestiging van die kwalificatie. Maar was het wel een stelletje barbaarse koppensnellers bij elkaar dat vooral de bloeddorst wilde bevredigen? Inmiddels is er genoeg journalistiek werk verschenen dat een subtieler beeld schetst van Islamitische Staat. Ook in boekvorm is veel analytisch werk gepubliceerd dat Islamitische Staat op juiste waarde probeert te schatten. Drie recente boeken in deze gestage stroom van IS-lectuur – Patrick Cockburn , The Rise of Islamic State, Hassan Hassan & Michael Weiss, ISIS: Inside the Army of Terror, Loretta Napoleoni, The Islamic Phoenix – duiken met wisselend succes in de geopolitieke wortels van Islamitische Staat en portretteren de jihadistengroepering als de misgeboorte van kortzichtig Amerikaans militair optreden en als soennitische wraak op de sjiitische/alevitische machthebbers in Irak en Syrië. Het beste werk van dit drietal is ISIS: Inside the Army of Terror van Hassan Hassan en Michael Weiss. Het onderscheidt zich door de unieke toegang die de auteurs hadden tot strijders van Islamitische Staat. Die maken inzichtelijk wat de aantrekkingskracht is van het islamitische project van Islamitische Staat en hoe makkelijk het is om binnen de context van dat project over te gaan op onvoorstelbaar geweld. Ook leerzaam is de analyse van Hassan en Weiss van de baathistische achtergrond van Islamitische Staat – een achtergrond die het militair en lokaal-politiek vernuft van IS verklaart.

Een ander boek over Islamitische Staat dat recent verscheen is ISIS: The State of Terror, geschreven door de gerenomeerde terrorismedeskundigen Jessica Stern en J.M. Berger. Stern, docent terrorisme aan Harvard University, is de bekendste van het tweetal. Zij schreef eerder het boek Terror in the Name of God waarin ze de psychologie onderzoekt van terroristen van christelijke, joodse en islamitische huize. ISIS: The State of Terror bevat ook hoofdstukken waarin de psychologie van terroristen wordt verkend. Maar het zwaartepunt van het boek ligt bij de analyse van de apocalyptische ambities van IS en hoe ze met een uitgekiende mediastrategie andere jihadistengroeperingen achter zich wist te laten.

Afgelopen vrijdag was Jessica Stern in Amsterdam om over haar nieuwe boek te praten.

‘Veel boeken die nu verschijnen over Islamitische Staat zijn haastwerk’, zegt Stern, die ontvangt in de lobby van het Ambassade Hotel aan de Herengracht. ‘Dat lees je er ook aan af. Het boek van Berger en mij heeft minder dat probleem omdat wij ons al jarenlang bezighouden met terrorisme. Berger en ik zijn geen Midden-Oosten-experts, wij zijn experts in terrorisme. We hebben in die hoedanigheid dit boek over Islamitische Staat geschreven, als een terroristische organisatie en welke plaats ze inneemt in de context van andere terroristische organisaties.

Ik heb het boek van Patrick Cockburn en het boek van Hassan Hassan en Michael Weiss gelezen. Zij kennen het gebied, het Midden-Oosten, van binnen en van buiten. Hun werk geeft een goed beeld van de geopolitieke context waarin Islamitische Staat is opgekomen. Maar het laatste woord kan onmogelijk gezegd worden over Islamitische Staat. De situatie op de grond verandert constant.’

Stern en Berger begonnen hun boek te schrijven op 1 september 2014. Maar hun bekendheid met Islamitische Staat dateert van veel eerder. Vooral Berger is zo’n typische terrorismedeskundige uit de academische wereld die jarenlang in de luwte elke beweging binnen het jihadisme volgde en bestudeerde. De kleinste personele en strategische wisselingen binnen dit milieu zijn hem bekend en hij brengt ze in kaart op zijn site intelwire.com. Die gedetailleerde en parate achtergrondkennis van de jihadistenwereld stelde Berger en Stern in staat haarfijn uit te leggen wat de genealogie van Islamitische Staat is.

Stern: ‘Islamitische Staat komt voort uit al-Qaeda. In 2004 werd in Irak een tak van al-Qaeda opgericht door de Jordanese jihadist Abu Musa’b Al Zarqawi. Het huidige schisma tussen Islamitische Staat en al-Qaeda is tot hem terug te herleiden. Het heeft namelijk nooit geboterd tussen Al Zarqawi en de top van al-Qaeda. Osama bin Laden was een rijke boekengeleerde die uit een voorname familie kwam. Al Zarqawi kwam uit een armoedig milieu en had weinig onderwijs genoten. Al Zarqawi was ook veel meer belust op geweld en bloed, hij was een overtuigd aanhanger van het takfiri-gedachtegoed. Dat kwam hem zelfs op een reprimande te staan van de toenmalige tweede al-Qaeda-man, Ayman al-Zawahiri. Al-Qaeda was niet gediend van zulk sektarisme. Het beestachtige sektarisch geweld uit Al Zarqawi’s tijd is sindsdien verder geëvolueerd en tot doctrine verheven door Islamitische Staat.

Islamitische Staat verschilt ook van al-Qaeda door de obsessie die ze heeft met de Apocalyps. Een ander verschil: Islamitische Staat wil hier en nu een kalifaat stichten en onderhouden. Voor al-Qaeda was dat vooral een ideaal, een toekomstdroom. Islamitische Staat heeft dat doel veel agressiever nagestreefd.’

Veel aandacht in het boek van Stern en Berger gaat naar het (sociale-)mediagebruik van Islamitische Staat. Hun opkomst op Twitter wordt gedetailleerd beschreven, tot hun eerste officiële Twitter-account aan toe (@e3tasimo). Stern en Berger laten ook zien hoe ingenieus en geavanceerd Islamitische Staat haar aanwezigheid op Twitter wist uit te buiten. Zo opereerde het mediateam van Islamitische Staat onder de marketingfilosofie ‘fake it ’till you make it’. Met apps die er dagelijks duizenden tweets tegelijk uit gooiden en met de manipulatie van hashtags wist Islamitische Staat de indruk te wekken dat ze met duizenden tegelijk enthousiast aan het twitteren waren geslagen. Dit gebeurde in combinatie met een constante toevoer van strak gemonteerde propagandafilmpjes en live-verslagen van succesvol verlopen veldslagen. Het effect was dat ze duizenden beïnvloedbare moslimjongeren wisten te overdonderen met spectaculair materiaal. Dat vergemakkelijkte vervolgens het werk van online-ronselaars die de enthousiastelingen voor het uitkiezen kregen.

Het beestachtige sektarisch geweld uit Al Zarqawi’s tijd is sindsdien verder geëvolueerd en tot doctrine verheven door Islamitische Staat.

Daarmee vergeleken was het (sociale-)mediagebruik van oudere broer al-Qaeda ronduit bedroevend. Exemplarisch is de topman van al-Qaeda, Ayman al-Zawahiri. Terwijl Islamitische Staat Twitter en Facebook en andere sociale-mediasites bestormde, bleef al-Zawahiri de wereld bestoken met saaie, lange speeches vol theologisch gepriegel op de vierkante centimer. Wie wil er nu naar een oude, mompelende man kijken die statisch in de camera staart terwijl een paar muisklikken verder een filmpje vol explosies en wapengekletter te wachten staat?

Een andere reden dat al-Qaeda het op het gebied van (sociale) media aflegde tegen Islamitische Staat lag besloten in haar elitaire karakter. Leden van al-Qaeda waren altijd gewend geweest om op afgesloten webfora te communiceren. Niet iedereen kon zich online zomaar bij hun aansluiten. Spionnen en onrijpe sensatiezoekers moesten buiten de deur gehouden worden. Een medium als Twitter zou het exclusieve karakter van al-Qaeda alleen maar schade kunnen toebrengen.

Islamitische Staat wilde juist zo veel mogelijk mensen aan zich binden, zonder aanzien des persoons. Platforms als Twitter waren daar uitstekend voor. Het bood IS de kans de jihad toegankelijk te maken voor iedereen, niets slechts voor de boekengeleerden.

Het populariseren van de jihad met behulp van sociale media en sensationele propagandafilmpjes is volgens Stern niet een oorspronkelijk idee van Islamitische Staat: dat hebben ze afgekeken van een andere jihadistische groepering.

Stern: ‘Ze hebben veel geleerd van ontwikkelingen bij een andere jihadistengroepering, Al Shabaab uit Somalië. In 2012 verscheen op Twitter een Amerikaanse jihadist, Omar Shafik Hammami, die zich bij Al Shabaab had aangesloten. Hij opende een Twitter-account om de leiding van Al Shabaab te bekritiseren over hun corrupte, onislamitische gedrag en om de leiding van al-Qaeda daarvan op de hoogte brengen. Dat was ongekend binnen jihadistische kringen. Tot dan communiceerden jihadisten voornamelijk via afgesloten webfora. Hammami maakte de rest van de wereld bekend met het jihadistisch discours op een eigentijdse manier via Twitter. Dat had een enorme resonans. Islamitische Staat heeft daarvan geleerd, zij heeft het jihadisme gepopulariseerd en heeft zich de sociale media eigen gemaakt. Ook de manier waarop Al Shabaab jongeren rekruteerde heeft Islamitische Staat op ideeën gebracht. Al Shabaab gebruikte hiphop om jongeren aan te spreken. Ook stelden ze de jihad voor als een Disneyland, een geweldige ervaring die je absoluut moest meemaken. Al-Qaeda heeft altijd een exclusievere opvatting van de jihad gehad en wees juist vaak op de ontberingen die een jihadist moet doorstaan om ervoor te zorgen dat ze alleen de echt gemotiveerde jihadisten binnen krijgen.’

Ook in de psychologische disciplinering van rekruten verschilt Islamitische Staat sterk van al-Qaeda en andere jihadistengroeperingen. Het klinkt gek, maar in vergelijking met Islamitische Staat is al-Qaeda een prudente organisatie met duidelijke richtlijnen voor wanneer wél en wanneer geen geweld gebruikt moet worden. Voor Islamitische Staat is geweld een doel op zich. Het resultaat dat Islamitische Staat ermee probeert te bereiken is dat haar leden afgestompt raken. Dat maakt ze weer rijp voor veel meer en wreder geweld.

Een ander onderdeel van die psychologische disciplinering is de toepassing van de apocalyptische visie. Sinds haar conceptie staat Islamitische Staat in het teken van het uitvechten van de eindstrijd in de buurt van het Syrische stadje Dabiq. Of de leiding bij Islamitische Staat werkelijk gelooft in die apocalyptische missie is uiteindelijk niet zo belangrijk. Voor Islamitische Staat lijkt het vooral een middel om religieuze fanatici binnen te hengelen en om haar leden in het gareel te houden.

Stern: ‘Een van de belangrijkste bijdragen aan de sociologie is een studie uit de jaren vijftig naar een sekte met een apocalyptische visie. De onderzoekers hadden unieke toegang tot de sekte en maakten mee hoe de Apocalyps, die de sekte op een bepaalde datum had vastgesteld, was uitgebleven. Wat er daarna gebeurde was erg interessant. Verwacht werd dat de sekte uit elkaar zou vallen omdat de Apocalyps niet had plaatsgevonden. Maar in plaats daarvan raakten ze er juist van overtuigd dat de Apocalyps op een andere datum zou plaatsvinden. En toen dat niet gebeurde, raakten ze ervan overtuigd dat de Apocalyps weer op een andere dag zou vallen. Enzovoort. Ze wilden hun geloof in de Apocalyps geen moment loslaten.

Islamitische Staat heeft zich voor haar strategie ook laten beïnvloeden door een belangrijk jihadistisch werk, Het beheer van wreedheid. Daarin wordt uitgelegd hoe jihadistische groeperingen wreedheid en media moeten inzetten om winst te boeken en rekruten aan te trekken. Ook onderdeel van Het beheer van wreedheid is de inzet van de Apocalyps om mensen aan je te committeren. Islamitische Staat weet dus dat het idee van een Apocalyps een erg sterk bindmiddel is.

Islamitische Staat weet dat het idee van een Apocalyps een erg sterk bindmiddel is.

Iets anders wat de studie van sektes mij leerde is dat ze geloven dat ze in een gevecht van kosmische proporties zijn verwikkeld. En sektes die dat geloven zijn vaak erg gewelddadig en wreed. Ze denken dat ze het goddelijk recht daartoe hebben. Ze raken ook opgewonden van de strijd. Ze zullen nooit nalaten om te vechten, wie de tegenstander ook is. Ze zullen nooit denken: o, daar komen Amerikaanse soldaten aan, laten we er vandoor gaan. Nee, vechten tegen machtige legers is juist onderdeel van hun verhaal. Islamitische Staat is zich bewust van het radicaliserende effect van een apocalyptische visie en zet die om deze redenen in.’

Hoe is zo’n mediawijze en cynische jihadistengroepering ooit te verslaan? Veel vingers wijzen in de richting van de Arabische olielanden. Decennialang sluisde de rijke elite uit die landen oliedollars door naar een jihadistengroepering van hun voorkeur. Ook nu spekten ze de kas van jihadistengroeperingen die in Irak en Syrië actief zijn, waaronder Islamitische Staat. Het idee is nu dat Islamitische Staat een fatale slag kan worden toegebracht als de Arabische olielanden de geldkraan dichtdraaien. Stern beweert dat veel Arabische landen – met uitzondering van Koeweit – dat al gedaan hebben. Maar volgens haar moeten we ook weer niet te veel belang hechten aan de betekenis van rijke oliesjeiks voor Islamitische Staat. Islamitische Staat is altijd puissant rijk geweest en kan zichzelf makkelijk bedruipen. Ze heeft haar zakken meer dan voldoende gevuld met smokkel, diefstal en het eisen van protectiegeld van religieuze minderheden.

Stern ziet veel meer heil in de inzet van een sterk tegenverhaal. Daarmee kan in ieder geval de aantrekkingskracht van Islamitische Staat verzwakt worden en verliest ze nog meer steun onder de soennitische moslims. Maar wie zou dat tegenverhaal moeten ontwikkelen en hoe zou het ingezet moeten worden?

Stern: ‘Er zijn heel veel imams die de confrontatie zijn aangegaan met Islamitische Staat. Ze hebben lange teksten geschreven waarin ze Islamitische Staat aanklagen omdat ze de islam verkeerd zou interpreteren. Het zijn overtuigende teksten. Het probleem alleen is dat ze ook ontzettend saai zijn.

Ook het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken probeert een tegenverhaal te ontwikkelen. Maar ook hier is het probleem dat het tegenverhaal ontzettend saai is en lang niet zo flitsend als het verhaal dat Islamitische Staat aanbiedt.

Ik geloof dat we jonge mensen moeten inzetten om dat tegenverhaal te ontwikkelen. Er hebben zich nogal wat hiphoppers bij Islamitische Staat aangesloten. Ik zou heel graag willen dat een zo’n hiphopper Islamitische Staat de rug toekeert waarna we hem kunnen inzetten om de schaduwzijden van Islamitische Staat te belichten. Als we vijftienjarigen en zestienjarigen van het idee willen afbrengen dat ze zich bij Islamitische Staat moeten aansluiten, dan moet dat met een aantrekkelijk verpakt tegenverhaal gebeuren. Niet met saaie teksten.

Er wordt over het algemeen erg sloom en met weinig geld gereageerd op de online aanwezigheid van Islamitische Staat. Gelukkig worden er nu ook op universiteiten wereldwijd initiatieven ontplooid om jonge studenten mediaplatforms te laten ontwikkelen waar zulke tegenverhalen bedacht kunnen worden. Ik wil zoiets ook op Harvard University opzetten. Ik wil literatuurstudenten, bedrijfsstudenten en informaticastudenten bij elkaar brengen om tegenverhalen te bedenken die een verschil kunnen maken. Het is alleen moeilijk om de financiering hiervoor rond te krijgen. Het probleem waar ik tegenaan loop bij Harvard University is dat de leiding huiverig is om er geld in te steken omdat het project niet “high tech” is en niet meteen geld oplevert.’

Volgens Stern moet er haast gemaakt worden met het ontwikkelen van tegenverhalen. Want als haar studie van terrorisme haar iets heeft geleerd, dan is het wel dat de ene terroristische daad altijd een volgende terorristische daad uitlokt. Met zo’n gigantische jihadistengroepering als Islamitische Staat op het wereldtoneel is dat een beklemmende gedachte.

Stern: ‘Terroristen vertonen altijd copycat-gedrag. Ze volgen elkaar na. Daarnaast zijn ze altijd wanhopig op zoek naar media-aandacht. Islamitische Staat heeft laten zien dat die aandacht ongelimiteerd kan zijn als de daad barbaarser wordt. Islamitische Staat heeft daarmee een precedent geschapen. Ik vrees dat we daarom in de toekomst nog veel meer terroristisch geweld zullen zien.’

Beeld: Richard Howard