Groene EK-blog #2

Ik vroeg me af of Von Aschenbach al in Venetië was aangekomen

De keeper van Slowakije Martin Dubravka en Robert Lewandowski (Polen) tijdens het EK

De Groene blogt tijdens het EK dagelijks over de wedstijden. Vandaag: Merijn de Boer over Polen - Slowakije. ‘Lewandowski begint zijn maaltijden blijkbaar altijd met het toetje, hij slaapt op zijn linkerzij om zijn rechterbeen te ontlasten en hij is getrouwd met een voormalig karatekampioene.’

Gisteravond stond ik voor een ingewikkeld dilemma. In een bioscoop in Jeruzalem draaide Death in Venice en die wilde ik al jaren dolgraag zien. Er was alleen een probleem: ik had niet het idee dat een van mijn mede-expats mee zou willen naar deze film. En in mijn eentje in de bioscoop zitten vind ik net zo droevig als in je eentje op vakantie gaan. Bovendien speelden op hetzelfde tijdstip Polen en Slowakije tegen elkaar. Dat leek me weliswaar de minst interessante groepswedstrijd van het toernooi, maar toch: het was wel een EK-wedstrijd. En het voelde raar om tijdens een EK-wedstrijd naar de film te gaan.

Ik zag mezelf al in mijn eentje naar de bioscoop rijden, in mijn eentje een doos popcorn kopen en in mijn eentje in een waarschijnlijk uitgestorven zaal wachten tot de film begon. En dan aan het einde, met die lege popcorndoos op mijn schoot, in mijn eentje Dirk Bogarde zien sterven op het strand.

Het werd kortom Polen - Slowakije. Voorafgaand aan de wedstrijd vertelde presentator Arno Vermeulen wat faits divers over Lewandowski: hij begint zijn maaltijden blijkbaar altijd met het toetje (beter voor de spijsvertering), hij slaapt op zijn linkerzij om zijn rechterbeen te ontlasten en hij is getrouwd met een voormalig karatekampioene.

Het eerste kwartier was al gauw voorbij en ik was eigenlijk al meteen weer vergeten wat er was gebeurd. O ja, een bal tegen het zijnet, wat op een doelpunt had geleken. Ondertussen was de film ook een kwartier bezig. Ik vroeg me af of Von Aschenbach al in Venetië was aangekomen. Zou hij Tadzio al hebben gezien? Ik besloot het boek er weer eens bij te pakken. Terwijl ik met een half oog naar de wedstrijd keek, begon ik het door te bladeren. Ik begreep niet waarom De Arbeiderspers niet een mooi gebonden, zelfstandige uitgave van De dood in Venetië maakte. Nu zit het in een bundel met drie andere verhalen, terwijl lezers – die hard Mannfans daargelaten – natuurlijk alleen maar in De dood in Venetië zijn geïnteresseerd.

Ik schrok op. Doelpunt. Maar niet voor Polen, zoals ik had verwacht. Na de herhaling begon ik weer te bladeren. Ik belandde in de scène waar Von Aschenbach de Poolse familie opmerkt. Póólse familie, besefte ik ineens. Daar had ik helemaal niet aan gedacht. Ik nam de spelerslijst door om te kijken of er toevallig een Tadeusz tussenzat, zoals Tadzio eigenlijk heette. Maar ik kwam alleen een Tomasz tegen. De jongste speler in de selectie was Kacper Kozlowski, pas zeventien, vier jaar ouder dan Tadzio.

Ik was inmiddels onomwonden voor Polen. Al meteen na rust werd het 1-1. Polen ging de wedstrijd winnen, dacht ik. Tegen die tijd wist Von Aschenbach dat er cholera heerste in Venetië. Hij overwoog om de Poolse familie in te lichten, maar deed het uiteindelijk niet omdat hij bang was dat ze zouden weggaan. Rode kaart voor Polen. Niet veel later 2-1 voor Slowakije. Ik legde het boek steeds vaker weg.

Zoals Von Aschenbach in zijn nadagen machteloos stond tegenover de schoonheid van Tadzio, zo kon Lewandowski op zijn tweeëndertigste weinig uitrichten tegen de Slowaken. Ik besefte dat Von Aschenbach en Lewandowski niet voor elkaar onder deden als het ging om een streng gedisciplineerd leven.

Toen het laatste fluitsignaal klonk, was ik – af en toe bladerend, af en toe lezend – bij het slot van de novelle gekomen. Von Aschenbach was dood en Polen was verslagen. Het einde van het toernooi kwam in zicht voor Lewandowski. Dat moet hij gisteravond in bed, liggend op zijn linkerzij, beseft hebben.