‘ik walg van mezelf’

‘DE ECHTE MAN geeft niet om zijn uiterlijk. Alleen sukkels hebben tijd om in de spiegel te kijken. De echte man kijkt naar vrouwen. Door hun ogen ziet hij zichzelf. De vrouw is zijn spiegel.

In het leven heb je één enorme zekerheid: niemand ziet er zo uit als jij. Dát is je troef. Overtuig de wereld ervan dat jouw uiterlijk het enige juiste is. Zadel de rest van de mannen op met het complex dat ze er niet net zo uitzien als jij. Welke man zou niet graag zo kort zijn geweest als Napoleon Bonaparte en Dustin Hoffman? Of zo kaal als Jack Nicholson en Marlon Brando.
Ik herinner mij een prachtige film met Robert de Niro, Raging Bull. Robert de Niro is daarin Jack La Motta, een prachtige bokser die vijfendertig kilo aankomt. Maar ook als dik varken betovert hij. Dat laat ons zien dat uiterlijk er niet toe doet. Presentatie! De persoonlijkheid presenteert het uiterlijk. De zelfverzekerde man met een bochel is aantrekkelijker dan een Adonis die nagels bijt. Vindt de marktverkoper de waar die hij aanprijst werkelijk de beste? Daar gaat het niet om, belangrijk is dat hij verkoopt.
Uiterlijk zonder presentatie, dat zie je bij een dode. En dan? Mensen die heel groot leken, blijken klein. Je herkent je eigen familie niet meer. Dictators lijken slaven en slaven zijn hun ketenen kwijt.
Presentatie!
Houding is iets anders. Helaas, het is een groot misverstand dat mensen menen zich een houding te moeten aanmeten om contact te maken. Houding is vals en valsheid creëert afstand. Jezelf een houding aanmeten betekent dus: afstand nemen. Geen houding aanmeten is de eerste stap naar intimiteit.’
‘DE ECHTE MAN is een rots die kan huilen - maar níet in de branding. Echte mannen… Nee! Ik zeg: echte mensen - echte mensen hebben niet veel vrienden. Zij hebben bewonderaars en mensen die hen haten.
Vriendschap kan met een man en met een vrouw. Mannenvriendschap is leuk omdat het wel tot erotiek maar niet tot seks leidt. Dat is zuiver. Bij een vrouw neigt de erotiek naar seks. De vriendschap is dan niet zuiver. Met een vrouw moet je eerst seks achter de rug hebben om wie weet tot vriendschap te komen.
Erotiek onder mannen vertaalt zich in creativiteit. Het is waar: vrienden hebben genoeg aan een half woord. Maar dat halve woord moet wel staan als een huis. Dit gebeurt dankzij de erotiek. Erotiek maakt dat je niet slordig met je vrienden omgaat. De aandacht is honderd procent. Samen dingen bedenken, jezelf aan een vriend vertellen: dat is erotiek onder mannen. Je vriend krijgt je ziel. Je vrouw moet het om te beginnen met je lichaam doen.
Wolven onder elkaar zijn allemaal wolven. Mensen zijn niet allemaal mensen. Dat vinden zij niet chic genoeg. Daarom is het moeilijker om vrienden te hebben wanneer je zo simpel bent als ik. Iemand die zich geen rol aanmeet, is wel fascinerend, maar voor anderen - vanuit hun rol - onbereikbaar. Dat levert op: haters en bewonderaars.
Vrienden. Ik ga met iedereen vrij ver. Toch zou het beter kunnen. Je moet van goeden huize komen om een vriend te zijn.’
'JE VADER, je thuis, dat is een gegeven. Je doet er niets aan. Ik weet niet hoe het is om door een vader in elkaar geschopt te worden. Die ervaring heb ik helaas moeten missen. Een ander heeft de ervaring gemist door zijn vader gekust te worden - gemist, want elke ervaring is een unieke gelegenheid om het unieke in jezelf te ontwikkelen.
Wij moeten niet zeggen: “Mijn vader slaat mij.” Wij moeten zeggen: “Gek dat het nog steeds pijn doet!” Het eerste is een klacht over een ander. Dat is verloren tijd. Relevante vragen zijn: “Waarom doet het meer pijn als mijn vader mij schopt?” en: “Waarom liet ik mij door hem schoppen?”
Mijn vader was een held. Hij was filosoof en een zeer talentvol dichter. Tijdens het communisme moest hij werken in een cementfabriek. Daar heeft hij zijn longen verpest maar niet zijn karakter. Uiteindelijk is hij aan astma overleden. Een arbeidsstaat, Tsjechoslowakije, strafte absurd genoeg de intellectuelen met arbeid. De besten van hen liepen weg met de hoofdprijs. Hun intellect kreeg een bloem: eenvoud.
Het is geen pose als ik zeg dat ik simpel ben.
Ook mijn moeder werkte voornamelijk. Zij gaf Duits en Engels aan de kindertjes die ooit emigrant zouden worden. Ik en mijn broers vervingen haar in de huishouding. We hielden de plank schoon door hem eerst leeg te vreten en daarna af te wassen.
De oudste mocht van het regime niet naar de universiteit. Hij ging naar de academie voor lichamelijke opvoeding en werd een veelzijdig sportman. Nu is hij een bekend sportdeskundige. De middelste werd cabaretier. Politieke satire, een soort Wim Kan onder belabberde omstandigheden. Tegenwoordig heeft hij een tv-programma waar drie van de tien miljoen Tsjechen naar kijken. Ik mocht wel naar de universiteit, ik ging rechten studeren.
MIJN VADERS heldendom is van de meest tragische soort: hij was zo moedig dat hij verkoos niet de held te spelen. In zijn situatie was zelfvernedering de echte heldendaad. Hij moest zichzelf verloochenen om zijn vrouw en drie zonen te redden. Om ons kon hij niet zijn leven op het spel zetten en de echte held uithangen.
Zijn stille heldendom. Hij zou zich schamen als hij dit las.
Ik vind dit moeilijk om over te praten. Het is niet voor niets dat ik zelf niet voor kinderen kies. Wat het lot met je doet, is niet jouw verantwoordelijkheid. In Rusland geboren worden, geen kinderen kunnen krijgen. Als je kiest om geen kinderen te nemen, dan neem je wel verantwoordelijkheid. Als je middelmatig talent hebt, moet je het estafettestokje natuurlijk doorgeven. Net als bij rugby: eentje loopt uiteindelijk naar het doel, de rest geeft door.
Ik weet nog steeds niet of ik de bal moet doorgeven. Mijn broers en ik, wij spreken goed in het openbaar. We verwoorden gemakkelijk onze gedachten. Maar altijd is er de angst of die gedachten wel belangrijk genoeg zijn. Sommige mensen spreken vele talen. Maar wat hebben zij daaraan wanneer zij niets te zeggen hebben?
Iets doen wat eeuwigheidswaarde heeft. Het kan een dichtregel zijn. Een televisie-interview in mijn geval. Een detail, ìets dat blijft. Als het me lukt, dan zou mijn eerste gedachte absoluut bij mijn vader zijn.’
'IK VERGELIJK ME niet met anderen. Ik walg genoeg van mezelf, daar heb ik anderen niet voor nodig. Maar ik kan mezelf alleen achteraf bezien.
Een voorbeeld. Ik monteer mijn tv-programma samen met Jessica de Koning. Ik heb veel van haar geleerd en tussen ons is een heel goed en mooi contact ontstaan. Nu heeft ze een zeldzaam virus opgelopen. Haar hele lichaam is verlamd. Ze is als een plant en wordt beademd, maar haar bewustzijn is volkomen intact.
Ik werd gebeld in Italië: “Ze ligt op de intensive care.” Ik had direct het eerste vliegtuig naar Amsterdam moeten pakken. Ik deed het niet. Dat vind ik walgelijk van mezelf. En toch: ik heb geen rust sinds ik het hoorde. Die rust had ik wel gevonden als ik was gegaan. Ik prefereer kennelijk de onrust en de walging die ik voel wanneer ik niet ga.
IK REAGEER NOOIT zoals wordt verwacht. Wij zijn gewend onze liefde op een bepaalde manier vorm te geven. Daar zijn afspraken voor. Ik overtreed die afspraken voortdurend. Soms ben ik daar trots op, soms walg ik ervan. Ik excelleer op begrafenissen door nabestaanden bijna te feliciteren met dat ze weer alleen zijn. Condoleren is té lullig. Wat dat betreft ben ik nog veel erger dan Ratelband.
Want je mág niet in clichés praten. De dood is geen cliché. De dood is prachtig: ook al komt hij nog zo verwacht, hij komt altijd aan alsof hij net is uitgevonden. Dood. Op zo'n moment zijn mijn gedachten verward. Ik kan dan niet formuleren. Dan mag je komen. Omarm. Maar geen formaliteit. Ik ben hier niet om de medemens te bedienen. Een authentieke reactie is het enige waar de mens wat aan heeft.
Iedereen zit nu om het bed van Jessica. Misschien denkt ze wel: “Martin zie ik weer als ik ga monteren.” Dan is dit mijn manier om te zeggen: “Ik zie je weer in de montagekamer.” Of mijn reactie is walgelijk, want lui, óf hij is geniaal!
Wat ik doe, ontstaat. Geen plan, ik maak hooguit een schets. Michelangelo stond met de bouwvakkers te bouwen. De horror van de moderne architectuur begon toen de architecten hun monsters achter een tafel bedachten en ze door anderen lieten bouwen.’
'INTUIïTIE. Ik trainde Michiel Schapers en ik kwam altijd te laat. Bij anderen kwam ik op tijd. Michiel was altijd boos en verloor de eerste vijftien minuten van de training aan zijn woede. Tot hij zichzelf op een dag zomaar overwonnen had. Toen kon ik weer op tijd komen. Dat was geen plan. Pas jaren later vertelde Michiel dat het zo was gegaan.
Leve het uitproberen! Het leven bij de horens pakken. Maar het gevaar schuilt erin dat die horens tegelijkertijd de grenzen zijn. Ja, je eigen grenzen, de grenzen van de ander, zijn uiteindelijk je enige houvast. Intimiteit is elkaars grenzen pakken en aftasten. Dat is liefde. Daarom is het mogelijk dat je van je vijand houdt. Daarom kun je dankbaar zijn voor een ongelukkige jeugd. Van een extreem negatieve situatie leer je ook.
Mijn vader heeft nooit geklaagd. Het kan Havels redding zijn geweest dat hij in de gevangenis kwam.
Misschien is mijn emigratie wel mijn redding geweest.
Ik heb in Nederland tenslotte de seksuele revolutie meegemaakt, weet je wel?’