‘ik was als man’

Nog te zien tot en met zaterdag 28 mei om 21.00 uur in het Amphitheater, tel. 020-6168942.
Het opsplitsen van een personage is een beproefde manier om iets te vertellen over het innerlijke leven van dat personage. En om vorm te geven aan de tegenstrijdige gedachten die in het hoofd van een personage om voorrang strijden. Overbekend zijn het duiveltje of het engeltje naast het hoofd van een personage, die de moralistische strijd tussen goed en kwaad in diens hoofd verbeelden. Maar verschillende deelpersonages kunnen ook complexe onderdelen vertegenwoordigen van de menselijke geest, onderdrukte gevoelens of herinneringen die in zo'n deelpersonage een stem kunnen krijgen.

Het laten spreken van die verborgen gebieden is in veel therapieen een basisprincipe. Zelfs Oprah Winfrey geeft in haar door en door therapeutische tv-show handleidingen voor bijvoorbeeld een gesprek met je eigen inner child, het kind binnen in je dat soms schreeuwt om aandacht, liefde of bescherming en dat door jouw volwassen ‘ik’ getroost kan worden. Ik moest daar aan denken bij het kijken naar Calamity Jane van Sophie Kassies. De historische figuur van Calamity Jane wordt in deze voorstelling door twee vrouwen gespeeld. Een oudere vrouw, de door de wol geverfde theatermaakster Annemarie Prins, en een hele jonge vrouw, Tessa du Mee, pas afgestudeerd aan de Amsterdamse Toneelschool. Kassies schreef de tekst op basis van het dagboek van Calamity Jane, dat de cowgirl in mannenkleren bijhield voor haar dochter Janey, door Jane afgestaan toen het meisje twee jaar was.
De twee Jane’s vertegenwoordigen de (postmoderne) gedachte dat het onmogelijk is om een beeld te schetsen van een persoon. Als ze aan het begin van de voorstelling beiden een korte schets van hun eigen leven geven, zie je de tegenstrijdigheden opdoemen. Eerst in de historische feiten, maar al snel ook in de verschillende beelden die door de twee actrices van Calamity Jane worden opgeroepen. Je zou hun tegenstelling simplistisch kunnen omschrijven als die tussen de mannelijke en de vrouwelijk Jane. 'Ik was als man’, is een van de eerste teksten van Annemarie Prins, die de harde Jane speelt, de vechter, de drinker, de loner. 'Ik was zijn vrouw’, zegt Tessa du Mee, het moedertje, de verzorgende vrouw, die verlangt naar een huis en een gezin. Maar door het leeftijdsverschil van de actrices kun je de jonge Jane ook zien als het kind van (of binnen in) de oudere Jane.
In Kassies’ regie komen deze twee Jane’s nauwelijks bij elkaar. Ze praten in monologen, en bevinden zich ieder aan een kant van het podium. Deze ruimte tussen de twee beelden van een vrouw werkt prikkelend, je vraagt je af hoe Jane die tegenstrijdige kanten van zichzelf wist te verenigen, en of ze dat eigenlijk wel kon. Maar het effect houdt alleen stand als de twee personages gelijkwaardig zijn, en bij Calamity Jane is dat niet het geval.
Het verschil in leeftijd, en in ervaring, tussen de twee actrices blijkt ook een nadeel te hebben. Annemarie Prins speelt de sterren van de hemel. Ze zet Jane neer in bijna karikaturale plaatjes, en blaast die plaatjes leven in met een woeste, lijfelijke energie. Alleen om haar weer eens te zien spelen is de voorstelling al een bezoek waard. Tessa de Mee is echter vergeleken bij Prins te voorzichtig. Ze geeft weinig commentaar op haar personage, dat te lief en te truttig overkomt om voortdurend te blijven boeien. Meer samenspel tussen de twee vrouwen had misschien dat verschil kunnen verkleinen. Want de paar momenten dat de twee Jane’s elkaar tegenkomen, zijn prachtig. Bijvoorbeeld het sterven van de oudere Jane, waarbij de jonge Jane haar als een kind toespreekt en toedekt. Of de ontroerende scene tijdens het kaarten, als de jonge Jane ineens bang is dat iemand haar zal pakken op haar kwetsbaarheid. Annemarie Prins omhelst daarbij Du Mee van achteren, en brengt haar gezicht dicht bij dat van de jongere Jane. 'Wat ze zien ben ik niet’, zegt ze dan. 'Ik zit van binnen, niemand kan er bij.’
Na afloop wist ik niet meer wie van de twee actrices deze woorden nou zei. Maar dat deed er ook niet toe.