Ik was er ook bij

Ergens in een kast ligt een tijdschrift uit het begin van de jaren zestig. Het eerste nummer van Twen. Het ligt vrijwel geheel uit elkaar, op het omslag een foto van Ed van der Elsken, op het binnenblad een kleurenadvertentie voor een Renault Floride, verkrijgbaar in zes kleuren, ook in Borneo Groen (?). Redactie: André van der Louw en Marijke Zweers. In het colofon namen als: Remco Campert, Bibeb, Hugo Claus, Lucebert, Cees Nooteboom, Renate Rubinstein, Cornelis B. Vaandrager, Simon Vinkenoog, Frank Visser en Jan Vrijman. Toen leuke mensen met ambitie, later zelfbenoemde voorlopers, nu dood, of in de verdediging. Later heette Twen Taboe (tot 1962 geloof ik), daar heb ik twee nummers van.

Ik woonde in de vroege jaren zestig in Nijmegen, zat op de middelbare school, waar ik een keer wegens wangedrag af werd gestuurd en verder viel me niks bijzonders op. Er gebeurde gewoon niks. Als je in een bepaalde historische periode leeft, valt je nooit iets bijzonders op. De mensen zijn ongelukkig en ze vervelen zich, dat is het ongeveer. Ik draaide platen van John Coltrane, meestal waren we met drie of meer jongens, want als je ze alleen draaide was er ineens veel minder aan. Wat zag ik er eigenlijk in? Wat meisjes in die tijd deden kan ik me niet herinneren. Mijn ouders hielden van Bing Crosby en Doris Day, ik ging daar pas veel later van houden. Pillow Talk (1959) vond ik toen een ongelooflijk geile film, al kende ik dat soort woorden nog niet. Let op het hoge kapsel van Doris Day! Ik ging in de bioscoop (zie verveling) naar cowboyfilms met John Wayne (Rio Bravo), zag alle verfilmingen van de bijbelse geschiedenis en alle oorlogsfilms. Af en toe logeerde ik in Delft. Daar gebeurde ook niks.

Later woonde ik in Amsterdam. Daar kon je aan van alles meedoen maar ik las liever thuis een mooi boek of ik ging naar cafés waar verder ook niks gebeurde. Ik heb met provo’s meegelopen (meeloper!) in de later tot ludieke actie uitgeroepen wandeling rondom de nieuwe Nederlandsche Bank (1966?). Het idee was dat die bank zou instorten wanneer je er zeven keer omheen liep, net als de muren van Jericho. Er stortte niks in, dat wisten wij ook wel. Er deden ongeveer vijftig mensen mee, herinner ik me, sombere jongens waarvan er eentje een toespraak hield. Na afloop wist ik niet wat ik moest doen, naar huis gaan leek het beste. Tijdens de ongelooflijk belangrijke Maagdenhuis Bezetting zat ik in Café de Zwart met Ome Ko te praten: ‘Verrek jongens, er gebeurt iets.’

Het ligt er maar aan hoe je erin slaagt historische perioden te beleven, vergis je niet, je kunt er jaren later flinke successen mee boeken, vooral wanneer het tijdperk van de terugblikken is aangebroken. De een blikt beter terug dan de ander, hij of zij heeft er meer talent voor, meer zin in. Sommigen slagen erin hun hele leven terug te blikken op een historische periode waar ze zelf bij waren. Ze noemen die interessant en belangrijk en ontlenen er een mooie status aan. Ik was er toch maar bij, schrijven of denken ze, ik speelde een rol, of ze hopen er minstens op dat andere mensen denken: hij speelde dan wel geen rol, maar hij was er toch maar bij. Ja, ik was er ook bij, geen twijfel daarover. Ik was destijds niet ongelukkiger en verveelde me niet meer of minder dan nu, besef ik. Wel fijn dat het allemaal weer voorbij is.