Ik was jezus

De brief kwam in veelvoud. Geadresseerd aan verschillende redacteuren en medewerkers van De Groene persoonlijk.

Niet iets om van op te kijken. Er komen veel van dat soort brieven ter redactie. En faxen. En e-mails. Met afzender of anoniem. Racisten die uitleggen dat als die moslims zo door blijven fokken, ze het blanke ras zullen verdelgen. Seksmaniakken die cartoons opsturen waar Aat Velthoen rode konen van zou krijgen. Querulanten die de complete correspondentie met de overheid over een scheve stoeptegel voor hun deur bijsluiten. Godsdienstwaanzinnigen die op de naderende apocalyps volgens Johannes’ Openbaring attenderen. Doorgetherapeutiseerde tobbers die hartbrekend over het satanische misbruik door hun moeder klagen.
Deze brief leek van dezelfde soort. Handgeschreven op ongelinieerd papier. Pijnlijk rechte regels. Een uit de losse pols kaarsrecht getrokken kaderlijn op elk van de vier bladzijden. ‘Jezus, erf-flater van de Vrije Universiteit’, staat bovenaan pagina één.
Weer zo'n godsdienstgek, weet je dan.
Niet dus. Dat wil zeggen, de schrijver is niet gek, hij was het. Vlak voordat hij aan de VU afstudeerde in de theologie, werd hij psychotisch. 'Ik waande mij Jezus Christus, enig zaligmakend licht van de wereld.’ Niemand die erin trapte. Hij kwam in de psychiatrie terecht. En nu, zeven jaar later, weet hij: 'Wanen moeten niet geloofd worden maar bestreden.’
Zo komt hij bij H.M. Kuitert uit, strijder tegen waanideeën over Jezus. Hij valt hem van harte bij: 'Het idee van Jezus’ goddelijke natuur is inderdaad een waanidee, een idee dat berust op psychotisch denken en voelen.’
Dat is geen originele gedachte. De briefschrijver weet dat. 'Dat geloof een collectieve psychose is, is in de psychiatrie een aanvaard uitgangspunt.’ Maar uit de pen van iemand die korte tijd Jezus is geweest, krijgt deze freudiaanse koeiewijsheid diepgrondige dimensies.
'Als christelijk gereformeerde heb ik de doodsangst voor god en Jezus gevoeld. In mijn verbeelding was god aanklager, rechter en beul. En Jezus de grote boeman. Door “Ik ben Jezus” te zeggen identificeerde ik mij met de agressor. Zo hoopte ik mijn veroordeling te ontkomen.’
Horden theologen, kerkeraadsleden, religieuze commentatoren, synodale bestuurders, bijbel-exegeten, geloofshistorici en weekbladjournalisten hebben zich op Kuiterts Jezusboek gestort. Al hun godgeleerde haarkloverijen vallen weg tegen des schrijvers simpele vaststelling: 'Niet Jezus wordt door Kuitert vermoord, maar onze illusies en wanen over onszelf.’
Is de man, zo vragen wij hoopvol, nu voorgoed van god, Jezus en de kerk los? Nee. Want lees het naschrift: 'PS: Ik ben hoerenloper. Omdat vrouwen geen misbruikte man willen. Maar Jezus werd ook tot de hoeren en tollenaars gerekend. Ik zoek de tollenaars om voor de hoeren te betalen. Dat is de vrijheid in Christus.’
Ik proef hier heilige literatuur.