Ik was zo'n jongen

De Jeugd van Tegenwoordig, Handboek der Jeugd, Nijgh & Van Ditmar, 192, blz., € 9,95

Jay-Z, Decoded, Ebury Press, 336 blz., € 21,50

Jay-Z, Decoded, Ebury Press, 336 blz., € 26,50 (e-Book)

Naar aanleiding van hun laatste album De lachende derde werden de leden van De Jeugd van Tegenwoordig onlangs geïnterviewd door het maandblad Playboy. Ze kregen een vraag over hun teksten. Die luidde: ‘Waarom zijn jullie teksten zo raar?’

Raar.

Een mens zou bijna geneigd zijn de bandleden gelijk te geven, toen ze vorig week in het radioprogramma van Giel Beelen stelden: 'Er bestaan alleen domme vragen.’

Op verschillende internetsites vielen de teksten van Nederlands succesvolste hiphopformatie al jaren te lezen. Er klopte alleen van alles niet aan. De fantasie van de notulist bleek vaak groter dan de verstaanbaarheid van De Jeugd. Alleen daarom al, vanwege de zorgvuldigheid, is het fijn dat de teksten van De Jeugd van Tegenwoordig zijn gebundeld. Handboek der Jeugd, heet het boekje. Klein, handzaam, goedkoop, gedrukt op grauw papier. Groter had het verschil niet kunnen zijn tussen het tekstboek van Nederlands meest populaire rappers, en dat van de rapper die zich samen met Eminem al jaren de meest populaire van de Verenigde Staten mag noemen: Jay-Z. Zijn boek Decoded is groot, luxe en glimmend, en ademt in alles uit dat het meer wil zijn dan zijn verzamelde teksten. Die staan er ook in (lang niet allemaal), maar ze worden daarnaast geduid, toegelicht en uitgelegd. Decoded is daarnaast Jay-Z’s levensverhaal. Dat is het in de hiphop welhaast klassieke verhaal van de jonge zwarte hustler die aanvankelijk zijn geld bij elkaar scharrelt in de drugscriminaliteit en uiteindelijk miljonair wordt, en nu probeert te schetsen hoe het zo ver is gekomen zonder zich al te radicaal van zijn verleden te distantiëren. Hoe intelligent en welbespraakt Jay-Z ook is, hij ontkomt tot op zekere hoogte niet aan hetzelfde stramien waar ex-gevangenispsychiater Theodore Dalrymple in zijn boeken keer op keer zijn patiënten in ziet terugvallen: alles wat niet deugt in hun leven is te wijten aan het lot, alles wat wél deugt is te danken aan zichzelf. Wie eerst crimineel was en toen alsnog op het rechte pad terechtkwam is de held van zijn eigen leven, wie gewoon meteen zijn school afmaakte en aan het legale werk ging, is zo niet verdacht, dan toch minstens oninteressant.

Jay-Z schrijft eerlijk dat het grote geld nou eenmaal lonkt, en anders wel de spanning. 'De eerste verdediging van mensen die de criminele route nemen is dat ze geen keus hadden. Wat bijna waar was: de meeste van ons hadden keuzes, maar de keuzes waren pover.’ Het enige alternatief was een negen-tot-vijf-baan op een kantoor, en dan op het laagste niveau. Waar het op neerkomt bij al die jonge hosselaars, stelt Jay-Z, is de gedachte: 'He wanted something more for himself.’

Al schuwt Jay-Z de zelffelicitaties bepaald niet, het is interessant om zijn verhaal te lezen, alleen al vanwege zijn uitleg van de aantrekkingskracht van hiphop destijds voor hem als puber. Dat was de beat, uiteraard, en de flow van de rappers, maar ook de taal. Hij haalt Run DMC aan, het trio dat in de jaren tachtig, ook vanwege een samenwerking met de rockers van Aerosmith, de brug sloeg naar het grote, en ook blanke, publiek. Run DMC rapte over 'a big long Caddy, not like a Seville’. 'Een zin die een tussendoortje lijkt, maar voor mij heel betekenisvol was - de zin was beschrijvend en precies. Run zei niet gewoon een auto, hij zei een Caddy. En hij zei niet gewoon een Caddy, maar hij zei een Seville. In die paar woorden tekende hij een heel schilderij, en gaf hij het een emotionele lading. Daardoor ging het over mij. Ik was zo'n jongen uit de volksbuurt waar iedereen zijn nek verrekte wanneer een dure auto door de straten reed.’

De taal van hiphop is zo gelaagd, betoogt Jay-Z in zijn boek, zoveel meer dan een lineair verteld verhaal, en in sommige gevallen zowel symbolisch als letterlijk, zowel grappig als serieus, dat het niet erg moeilijk is er met kwade opzet alleen maar in te horen wat 'Fox New Dummies’ nodig hebben om het terzijde te schuiven. 'Voor hen is het allemaal ruis, tot ze een “bitch” of “nigga” horen langskomen, en dan kunnen ze roepen “Zie je wel!” en zich bevestigd voelen in hun bekrompen conceptie van muziek.’ Hij wijst er in dat verband graag op dat in zijn grote hit 99 Problems, met het refrein 'I got 99 problems but a bitch ain’t one’ geen enkele vrouw voorkomt, en het woord 'bitch’ naar steeds iets anders verwijst, maar nooit naar een vrouw.

Het is en blijft gevaarlijk, popteksten afdrukken op papier, losweken van muziek, van flow en ritme. Opeens wekt het de indruk van poëzie, wat het niet altijd is, en in dat geval lijkt de tekst meteen mislukt - ten onrechte, want een goede poptekst hoeft helemaal niet aan de normen van goede poëzie te voldoen, maar aan de normen van een goede poptekst.

Maar sommige popteksten overleven op papier wonderbaarlijk goed. De in zijn boek afgedrukte van Jay-Z in ieder geval wel, en zijn uitleg is verhelderend. Soms ook discutabel. In My President is Black (met de hilarische vervolgzin 'My Maybach too’) rapt Jay-Z: 'No more white lies’, en hij ontkent in de uitleg dat dit een verwijzing naar ras is. Het is onwaarschijnlijk dat hij zich onbewust is geweest van het feit dat het woord 'white’, in welke woordcombinatie dan ook, in een nummer als dit zich anders laat beluisteren dan als een verwijzing naar huidskleur, en Jay-Z is een te zelfbewuste tekstschrijver om daar niet op te anticiperen.

Jay-Z’s teksten zijn vindingrijk. De zin 'I’m far from being God’ (volgend op 'That’s why they call me “Hova”’, waarbij Hova de afkorting is voor Jay-Hova, uiteraard een verwijzing naar Jehovah) laat hij volgen door de zin 'But I work goddamn hard.’

Daar is hij de meester in: zijn eigen zinnen ontregelen, het spelen met metaforen - geld opeens aanduiden met 'cheese’, dat hij voert aan een vrouw opdat ze haar eigen man verraadt, en daarmee een 'rat’ (straattaal voor verrader) wordt. De zin 'Before Bin Laden got Manhattan to blow’ laat hij volgen door 'Before Ronald Reagan got Manhattan to blow’, maar in dit tweede geval verwijst 'blow’ opeens naar cocaïne, en daarmee naar het Iran-Contra-schandaal.

Wat maakt een hiphoptekst nou goed? Volgens Jay-Z meer dan techniek en creativiteit. Het gaat hem ook om de 'thruthfulness’, betoogt hij: 'Het is eenvoudig om een tekst te baseren op een totale fantasie. Maar rijmen en slim en ad rem zijn en tegelijk een coherent verhaal vertellen, of een coherent idee, of het combineren met een waarheid over het leven, dat is lastiger.’

In zekere zin is het boek van De Jeugd van Tegenwoordig het bewijs dat er uitzonderingen op die regel bestaan. Coherente ideeën zijn bepaald schaars in hun tekstueel universum. Een voorselectie hebben ze zelf niet toegepast: al hun teksten staan in hun boek. Daar zitten dus ook teksten bij die alleen op muziek werken, of die vast in de studio onder tijdsdruk behoorlijk grappig leken, maar nu, jaren later, op geduldig papier klinken als een mop zonder clou.

Maar wat de teksten van De Jeugd van Tegenwoordig, en daarmee hun boek, ondanks dit alles onweerstaanbaar maakt, is de zichtbare liefde voor taal, en de luidkeels beleden weigering de grenzen van taal te aanvaarden.

Nederland kent vele zeer goede tekstschrijvers, zeker ook in de hiphop. Maar bij geen daarvan zijn de teksten een zo bonte, sprankelende, dadaïstische combinatie van straattaal, popculturele verwijzigingen, jongenssentiment, dronkemanshumor en taalvernieuwing. En schiet het Nederlands te kort, dan gaat het gewoon verder in het Engels, en weer terug. 'Handen in de lucht en groeten aan je tante/ Welke tante?/ Tante Lien/ Welke Lien?/ Lean back.’ Het ademt de vrije geest van Wim T. Schippers, maar net zo goed de zelfbewuste provocatie van GeenStijl dat ook gewoon haar eigen taal begon te spreken, waarbij 'deaud’ hetzelfde betekende als 'dood’ maar ook weer niet, want nu met een knipoog. Zo gaat het bij De Jeugd ook: hun teksten hangen van knipogen en bravoure aan elkaar. En die door Jay-Z gewenste waarheden over het leven: opeens staan ze er, soms in een bijzin, te midden van alle sprankelende levenslust. Dan gaat het tl-licht in de club onverbiddelijk aan. En slaat het gemis toe, bijvoorbeeld. Van ex-en: 'Ik kan me (…) wel in iets stoppen, maar het voelt niet als jou.’ Of van vroegere geestverwanten: 'Denkbeeldige vrienden komen niet meer op visite/ Ik vraag me af waarom waar the fok is de liefde?’


Er Is Er Een Hitje (De Jeugd van Tegenwoordig)

Yo ik heb een hitje voor je

Dus je kan weer dansen dansen

Pak je pokkie bel je mensen

Want je kan weer dansen dansen

Stoere niggers zeg zeg ze

Nak die fools met een rechtse rechtse

Je fokt nu met de echte echte

Oftewel de ekte ekte

Ey yo bitches faffie faffie

Wiebel je laffy taffy

Kom maar op met je nakkie nakkie

Goeiemorgen ben een beetje brakkie

Bitches faffie faffie

Wiebl met je laffy taffy

Kom maar op met je nakkie nakkie

Ow ik ben een beetje brakkie

Het is willes hij is je boy, boy (Boy, boy)

Het is willes hij is je boy, boy (Boy, boy)

Het is willes hij is je boy, boy (Boy, boy)

Hij is je motherfokking boy, boy (Je boy, boy)

Ja misschien zelfs je boy, girl (Boy, boy)

Hij is je boy, girl (Boy, boy)

Willes is je boy, girl (Boy, boy)

(Boy, boy)

Hahaha