Idfa: Patricio Guzmán

‘Ik weet niet waar ik ben’

Voor de Chileense regisseur Patricio Guzmán, destijds gevlucht voor dictator Pinochet, was het ondenkbaar dat de Chilenen anno 2019 opnieuw in verzet zouden komen.

De Groene-dag op IDFA 2019

30 november 10:00, DeLaMar Theater, Amsterdam

Bezoek zaterdag 30 november Idfa met De Groene Amsterdammer: een dagvullend programma met zes films die op het festival in première gaan. Geselecteerd door de redactie van De Groene Amsterdammer - begeleid door interviews met makers en inleidingen door Groene-redacteuren.

Aanmelden

Een zee van demonstrerende mensen spoelt door de brede straten van Santiago. Strijdliederen, vlaggen en leuzen: ‘El-pueblo-unido. Jamás-será-vencido!’ Persbureaus melden deze 25ste oktober dat er meer dan een miljoen mensen de straat op zijn gegaan. ‘De grootste demonstratie uit de Chileense geschiedenis.’ Opeens rammen er legergroene panterswagens op de vreedzame massa in. Waterkanonnen richten hun dikke stralen op de mensen. Lichamen tuimelen door de lucht. Wolken van traangas. Een jonge vrouw wordt aan haar haren een arrestantenbus ingesleept. Bloed op het wegdek. Brandende barricades. Jongeren gooien stenen. Het leger schiet met kogels.

Dit alles speelt nu, 46 jaar na de militaire staatsgreep die op 11 september 1973 een einde maakte aan de ‘democratische weg naar het socialisme’ van de gekozen linkse president Salvador Allende in Chili. Zeventien jaar leidde generaal Augusto Pinochet een ijzeren dictatuur. Vanaf 1990 keerde de democratie geleidelijk terug. Sindsdien werd Chili beschouwd als het meest stabiele en meest welvarende land van Latijns-Amerika: een model-land voor investeerders. Een ‘oase van rust’, zoals ook de huidige rechtse president Sebastián Piñera bij zijn aantreden twee jaar geleden trots verkondigde.

En dan is er opeens deze volksopstand. Spontaan, totaal onverwacht en steeds massaler. Ondanks de noodtoestand. Ondanks de avondklok. Na bijna een halve eeuw onderdrukking en zwijgen komen heden en verleden in Chili plotseling weer samen. Het begon bijna banaal, met een verhoging van de metrotickets met driehonderd peso’s (vijf eurocent). Boze scholieren en studenten ontdoken de toegangspoortjes en begonnen metrostations in brand te zetten. In plaats van het de jongeren kwalijk te nemen, twitterden ouderen, armen en middenklassers hun steun. Het protest kwam bovengronds en golfde in steeds grotere demonstraties door Chili, dat eindeloos lange land ingesloten tussen de Stille Zuidzee en de hoge bergrug van de Andes, de Cordillera.

‘Het gaat niet om die driehonderd peso’s’, zegt een oudere demonstrant uit Valparaiso tegen de krant La Tercera. ‘Het gaat om meer dan dertig jaar uitgeknepen zijn door een neoliberaal systeem dat ons door de strot is geduwd.’ Demonstranten vertellen over de geprivatiseerde pensioenen die hun na decennia kromliggen voor dure premies niet meer dan honderd tot driehonderd euro per maand opleveren. Over de geprivatiseerde gezondheidszorg, waardoor mensen soms jaren moeten wachten op een afspraak met een specialist. Families die het verlossende telefoontje voor een operatie krijgen, maanden nadat hun geliefde al is overleden. Ze vertellen over het geprivatiseerde onderwijs, waarvoor ze soms tot aan hun pensioen dure leningen blijven terugbetalen. Over de gedereguleerde arbeidsmarkt waarin nog geen vijftig procent van de werknemers een contract heeft. Dertig procent van die contracten loopt bovendien binnen elf maanden af, waarna mensen weer werkloos zijn. Alleen een happy few profiteert van de Chileense rijkdom.

‘Het systeem dat Pinochet heeft opgezet bestaat nog steeds’, zegt cameraman Pablo Salas. ‘Dit systeem is de triomf van de dictatuur. De militairen hebben het land uitverkocht. De geest van Chili is verrot.’ Salas is een van de hoofdpersonen in de dit jaar uitgekomen poëtische documentairefilm The Cordillera of Dreams van de uitgeweken Chileense regisseur Patricio Guzmán. Guzmán filmt cameraman Salas in zijn volgepakte studiootje in Santiago. Salas – grijze krullen boven een droevige blik – zit ingemetseld tussen vooroorlogse montagesets en enorme bandrecorders. Op de stoffige planken staan honderden banden. Met zijn gedragen inspreekstem vertelt regisseur Guzmán hoe hij zelf in 1973 het laatste jaar van de revolutie van Allende filmde. Tot de dag van de coup: ‘De staatsgreep slokte ons op in een grote explosie die ons verstomde. Miljoenen mensen voelden een angst die ze daarvoor nooit hadden gevoeld.’

Guzmán werd opgepakt en opgesloten in het voetbalstadion dat door Pinochet tot concentratiekamp was gemaakt. ‘Na twee weken verliet ik het stadion en daarna mijn land om mijn banden te redden’, declameert Guzmán. ‘Maar anderen gingen door met filmen, zoals Pablo Salas. Ik vluchtte, hij bleef. Zijn bandenarchief is een fragiele maar buitengewone schat die duizenden gezichten bewaart van een vergeten verzet.’

Idfa 2019

Het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam 2019 is van woensdag 20 november t/m zondag 1 december. De Groene-dag op het Idfa is op zondag 30 november in het Amsterdamse DeLaMar Theater. Tickets en info: idfa.nl en groene.nl/idfa

‘Het systeem dat Pinochet heeft ­opgezet bestaat nog steeds’

Opeens zijn daar de beelden. Legergroene pantserwagens die inrijden op vreedzaam protesterende mensen. Militairen die vrouwen aan hun haren over de grond sleuren en met stokken op hen inslaan. Wolken van traangas. Het doffe geratel van kogels. Bloed op de keien. Alleen aan de wijde pijpen en de haardracht is te zien dat de beelden niet van nu zijn. Guzmán noemt de video’s van Salas een ‘tijdmachine’. Voor hem zijn de beelden van belang ‘om niet te vergeten’. ‘Om nooit meer te kunnen zeggen dat de dictatuur slechts een foutje was.’

Opmerkelijk is echter dat Guzmán de sociale veenbrand niet zag die met het metrokaartje nu is geëxplodeerd. In zijn film legt hij nauwkeurig uit hoe Chili onder Pinochet een experiment werd. Het eerste land ter wereld waar de ‘Chicago Boys’ hun keiharde neoliberale programma doorvoerden. ‘Hier gaf Pinochet toestemming aan een nieuw economisch model dat ze direct uit Chicago haalden’, zegt Guzmán terwijl zijn camera door de leegstaande kantoren van Pinochet dwaalt. Het dictatoriale Chili was een prachtig laboratorium voor de leerlingen van de economische faculteit van de Universiteit van Chicago. ‘In een land zonder vrijheid werd hun alle vrijheid gegeven om hun modellen toe te passen’, zegt Guzmán. Hij zoemt in op de gebroken luxaflex voor het raam. ‘Dat was het begin van het einde van het land waar ik van hield.’ Close-up van een kapotte bureaustoel. ‘Ze hebben alles verwoest.’

Voor Guzmán was het blijkbaar ondenkbaar dat de Chilenen onder dit systeem opnieuw in verzet konden komen. Niet voor niets speelt een bergketen de hoofdrol in zijn film. De boomloze Cordillera wordt in al zijn gedaantes gefilmd. ‘Altijd als ik de Cordillera over vlieg ga ik terug naar mijn jeugd’, zegt de 78-jarige Guzmán in het begin van zijn documentaire. Al sinds zijn verbanning in 1973 woont Guzmán in Frankrijk. Terwijl de camera over de besneeuwde bergen zweeft vertelt hij dat de Andes hem intrigeert. Anders dan toen hij nog jong was: ‘Mijn generatie was bezig een nieuwe maatschappij te bouwen en de Cordillera was niet revolutionair’, grapt hij. Maar waarom de Andes nu opeens wel belangrijk is wordt niet echt duidelijk. Een bevriende beeldhouwer zegt in de film: ‘De Cordillera is een schatkist die diepe poëtische wetten beheert. Kracht, wind, sneeuw. Ik heb niets anders nodig.’ Een jonge schrijver zegt: ‘Het is een muur die ons beschermt, maar ook weghoudt van de wereld.’

Zelf gebruikt Guzmán een eenzaam klimmertje op een enorme bergwand van de Andes als metafoor voor de diepe verlorenheid die hij voelt sinds de staatsgreep een einde maakte aan Allende’s revolutie. ‘Ik heb nooit gesproken over de eenzaamheid die ik bij me draag. Maar sinds die elfde september ben ik nooit opgehouden me alleen te voelen. Geïsoleerd in mijn dagelijks leven.’

Datzelfde isolement denkt hij terug te zien in de straten van Santiago. ‘De mensen zijn verdwaald. Ze lopen er, maar komen elkaar niet tegen. De stad lijkt een labyrint.’ Vroeger was alles heel anders: ‘Toen kletsten ze met de buren, kwamen elkaar tegen op pleinen, vormden ze buurtgroepen.’

Het is waarschijnlijk deze nostalgie die hem het zicht ontnam op wat er al jaren onder de oppervlakte broeide. Zo legden scholieren in 2011 het land maandenlang plat met protesten tegen het onderwijssysteem. Ze liepen te hoop tegen de elitescholen waarvoor ouders maandelijks bedragen tot vijftienhonderd euro per kind op tafel moesten leggen. Terwijl de openbare scholen zonder geld zaten of gesloten werden. De ‘opstand van de pinguïns’ werd hun protest genoemd, naar de zwart-witte schooluniformen van de kinderen. ‘Onderwijs is geen consumptie-artikel, maar een recht waar de staat garant voor moet staan’, riep hun leider Camila Vallejo, het beroemde ‘meisje met het neusringetje’. ‘Waarom hebben we onderwijs nodig? Opdat bedrijven winst maken? Of om een land te ontwikkelen en meer sociale gelijkheid te krijgen. Dat is waar het ons om gaat!’ Ook toen al was de rechtse president Piñera aan de macht. En ook toen trad hij keihard op. Maar de scholieren staakten door.

Guzmán is vervreemd van zijn land. Zoals hij zelf zwevend boven de Cordillera zegt: ‘Altijd als ik in Chili aankom herken ik het niet. Ik weet niet waar ik ben. Ik herinner me een land waar ik thuis was. Met mijn vrienden en familie. Nu zijn de geuren en kleuren anders. Alles is anders.’

Het verdriet van Guzmán om een land dat niet meer bestaat is begrijpelijk. In 1973 filmde hij in prachtige zwart-witbeelden het verzet van de Chileense bevolking tegen de pogingen van rechts en de VS om Allende onderuit te halen. Met zijn filmploeg trok hij de fabrieken in en liet hij zien hoe arbeiders zelf onderdelen maakten voor kapotte machines. Door de Amerikaanse handelsblokkade tegen Allende konden die niet meer worden geïmporteerd. Hij toonde hoe bedrijven samenwerkten in zogeheten ‘industriële cordons’. Zo konden de arbeiders de productie draaiende houden, ondanks stakingen van de ingenieurs. Zo verdedigden ze zich tegen de sabotageacties en dynamietaanslagen door paramilitaire groepen zoals het fascistische Patria y Justicia dat steeds gewelddadiger werd.

Deze revolutie heeft niets te maken met driehonderd peso’s voor de metro

We zien doodvermoeide kopermijnarbeiders gratis overuren draaien en daarnaast nog wachtlopen. ‘Wij werken voor de vooruitgang van Chili. Niet om geld’, vertelden ze goedgemutst. ‘We werken aan een nieuw Chili en de verdediging van kameraad Allende.’

Een jaar lang filmde Guzmán hoe de democratische regering van Allende langzaam de strot werd afgeknepen. Het hele vervoer werd stilgelegd door stakende vrachtwagen- en busondernemers. Ze werden voor hun acties betaald met Amerikaans geld. De rechtse Partido Nacionál organiseerde de middenstand en de grote boeren. Die sloten hun winkels en verkochten hun producten niet meer. Daardoor ontstond er een spiraal van honger en chaos. Het hele land dreigde stil te vallen. Maar landarbeiders hingen grote wagens achter hun tractoren om eten naar de stad te brengen. Bussen werden vervangen door boerenwagens. Op shovels met karren erachter werden de mensen naar hun werk vervoerd. En er waren de buurtcomités. Ze gingen op zoek naar opslagplaatsen van de zwarte markt en distribueerden het voedsel.

Zo verzette het volk zich nog maandenlang tegen wat ze toen ‘de mummies’ noemden. Daartussen zette Guzmán de opbeurende toespraken van Allende zelf. ‘Een revolutionair proces is niet gemakkelijk. Maar het kan op vreedzame wijze worden voltrokken.’ En ten slotte de speech die hij hield vlak voor zijn zelfmoord in het gebombardeerde en brandende presidentiële paleis: ‘De geschiedenis is van ons en wordt gemaakt door volken.’

Voordat Patricio Guzmán drie dagen na de coup in zijn huis werd gearresteerd, wist hij alle banden van een heel jaar werk te verstoppen. Na zijn verbanning smokkelde hij het materiaal het land uit en monteerde de epische en veelbekroonde driedelige documentaireserie The Battle of Chile.

Patricio Guzmán

De Chileense filmmaker Patricio Guzmán is Idfa’s hoofdgast van 2019. Hij heeft een top tien met zijn persoonlijke favorieten samengesteld en op het festival zijn zowel zijn werk uit de jaren zestig en zeventig te zien – zoals de beroemde trilogie La batalla de Chile (1974-1979) – als zijn recente films Nostalgia de la luz (2010), El botón de nácar (2015) en La Cordillera de los sueños (2019). Voorafgaand aan de Filmmaker Talk op vrijdag 22 november (Tuschinski 1, 13.00-14.00 uur) zal deze laatste film vertoond woorden. Meer informatie: idfa.nl

Terugkijkend naar die oude beelden schuiven heden en verleden opnieuw over elkaar heen. In het zwart-wit van Guzmán uit 1973 zie je hoe rechtse studenten van de Katholieke Universiteit van Santiago molotovcocktails gooien en barricades opwerpen. De verdedigers van Allende blussen de bommen en ruimen de barricades snel op. Een arbeider in een steundemonstratie voor Allende wordt vanaf het dak van de Christen-Democratische Partij gedood door een sluipschutter. Zijn begrafenis wordt de tot dan toe grootste demonstratie uit de Chileense geschiedenis. Met de vuist in de lucht lopen zeshonderdduizend mensen achter de kist aan en zingen het pas gecomponeerde lied El-pueblo-unido. Jamás-será-vencido!

In de kleuren van nu speelt een groot orkest op de Plaza O’Higgins hetzelfde lied, twee dagen na de miljoenendemonstratie in Santiago. Tienduizenden mensen zingen uit volle borst en met gebalde vuist mee. In het oude zwart-wit van Guzmán gillen honderdduizend vrouwen dat de ‘vuile communist’ Allende moet verdwijnen. Op de een of andere manier zijn vrouwen in The Battle of Chile altijd rechtse heksen en zijn van ‘het volk’ alleen de mannen te horen en te zien. In het heden draait dat beeld om. Nu is het de rechtse macho-president Jair Bolsonaro van Brazilië die de demonstranten in Chili ‘terroristen’ noemt en zegt dat het ‘communistische kwaad’ weer op de loer ligt. Hij steekt de loftrompet over dictator Pinochet en waarschuwt de Brazilianen dat hij een coup zal plegen als de huidige protesten uit Chili overwaaien: ‘Dan zal de geschiedenis zich herhalen.’

Eerder al kwetste Bolsonaro de Chileense ex-president Michelle Bachelet tot op het bot. Zij is inmiddels voorzitter van de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties en had het gewaagd Bolsonaro te bekritiseren om het hoge aantal mensen dat momenteel in Brazilië door de politie wordt vermoord. ‘Chili is alléén geen Cuba geworden dankzij degenen die in 1973 de moed hadden een einde te maken aan communisten als haar vader’, riep Bolsonaro. De vader van Bachelet was allesbehalve een communist. Hij was brigadegeneraal van het leger. Maar hij bleef trouw aan de grondwet. Daarom werd hij na de coup door Pinochet opgepakt en doodgemarteld in de gevangenis.

Nu gaat zijn dochter Michelle in Chili de huidige schendingen van de mensenrechten onderzoeken. Voor het eerst sinds de dictatuur stuurde een president het leger de straat op. Piñera stuurde tienduizend soldaten in legervoertuigen op de demonstranten af. Een traumatisch gezicht voor iedere Chileen. Er zijn inmiddels twintig doden gevallen. Meer dan duizend mensen liggen in ziekenhuizen, bijna de helft met kogelwonden. Drie mannen en een jongen van veertien zijn gekruisigd op de antennes van een politiebureau. Tientallen vrouwen zijn op politiebureaus verkracht. Ook is er een homoseksuele jongen door agenten verkracht met een stok, zegt het Nationaal Instituut voor de mensenrechten in Chili.

Nu is het een vrouw die de demonstranten toespreekt. ‘Ze zullen ons zeggen dat ze de winkels moeten sluiten, de apotheken, de supermarkten’, zegt zangeres Camila Moreno op het podium. ‘Er zullen tekorten komen. We krijgen hetzelfde klimaat als toen voor de coup. Dat kunnen we niet toestaan. Niet weer! Niet opnieuw.’ Met haar kind op haar heup vuurt Moreno de demonstranten aan. ‘Deze revolutie kan niet stoppen. Wij vechten voor basale menselijke waardigheid, voor gezond verstand. Deze revolutie heeft niet te maken met driehonderd peso’s voor de metro. Het heeft te maken met onderwijs, gezondheidszorg, een waardig loon. Met huisvesting en het recht om lief te hebben wie we willen, te zijn wie we willen.’ Daarna gaat Moreno fel tekeer tegen de beslissing het leger de straat op te sturen. ‘Hoe halen jullie het in je hoofd? Heb je geen geheugen? Geen geweten? Dit is geen spelletje! Wij staan hier voor onze kinderen en kleinkinderen. Voor een nieuwe maatschappij. Hou vol compañeros. Dit stopt niet hier. Dit houdt niet op. Leve het Chileense volk!’

Het is of de speech van Moreno naadloos aansluit bij de laatste woorden van Salvador Allende. Na de zwart-witte Battle of Chile maakte regisseur Guzmán nog minstens tien kleurendocumentaires over Chili. Zoals The Pearl Button met het water in de hoofdrol. Of Nostalgia of Light met het licht in de hoofdrol. Maar op dit moment is het die laatste speech van Allende die beklijft en doordreunt. ‘Ik heb vertrouwen in Chili en zijn lot. Ga door en weet dat vroeger of later de wegen weer opengaan waarover vrije mensen zullen lopen om een betere maatschappij te bouwen. Leve Chili! Leve het volk! Leve de arbeiders!’