Singapore en de sensorsamenleving

Ik weet wie jij bent

Het hypermoderne Singapore zal aanstonds de volgende fase van ons internetgebruik inluiden: de sensorsamenleving. Men begluurt elkaar door Google Glass of door slimme oogjes op de kleding. Dat kan beklemmend zijn, het kan ook aanzetten tot een virtuele toppresentatie van jezelf.

Medium singapore2

Vroeger keek iedereen naar Amerika. Amerika was ons voorland, het land van de vernieuwing. Europa was het avondland, dat eerst schoorvoetend maar uiteindelijk vol enthousiasme de Amerikaanse uitvindingen overnam. Commerciële televisie, effectbejag in de politiek en internetbedrijvigheid kregen ook hier vaste voet aan de grond en zijn niet meer weg te denken uit onze samenleving. Nu kijkt iedereen naar Azië. Nog even en China is de grootste economie van de wereld. In Zuidoost-Azië staan ambitieuze staatslieden, steenrijke familiebedrijven en een grote arbeidersklasse te popelen om hun aandeel in de wereldeconomie op te eisen. Azië, dat is waar nu de zon opkomt.

Als er één Aziatisch land aanspraak kan maken op de toekomst, dan is het wel Singapore. De stadstaat op de punt van het Maleisische schiereiland is het toonbeeld van vooruitgang. Nog geen dertig jaar geleden was het er zompig en stonden de kampongs vol met hutjes. Nu staan de wolkenkrabbers keurig in het gelid. De dorpswinkel heeft plaatsgemaakt voor luxe megamalls. Hadden de meeste mensen dertig jaar terug nog geen wc, nu zijn de openbare toiletten van marmer.

Singapore loopt voorop, met name op technologisch gebied werpt het een schaduw vooruit. Singapore heeft nauwelijks eigen grondstoffen en is dus aangewezen op de techniek. Om minder afhankelijk te worden van drinkwater uit Maleisië experimenteert de kleine stadstaat met het veranderen van zout water in zoet water. Om geen olie te hoeven importeren ontwikkelt het koortsachtig nieuwe alternatieve vormen van energie. Water wordt over kunstmatige heuvels door waterturbines gejaagd. Er wordt druk nagedacht over hoe je de wolkenkrabbers kunt omvormen tot gigantische zonnecollectoren.

Singapore is in naam een democratie, maar wordt feitelijk geregeerd door één partij. De stadstaat kent een autoritair regime, gericht op het behoud van stabiliteit ten behoeve van welvaartsgroei. Er is geen plaats voor democratische vrijheden en participatiemogelijkheden zoals we die in Europa kennen. Uit het oogpunt van de burgerrechten is dat een verarming, maar het autoritaire karakter schept wel een voedingsbodem voor een snelle ontwikkeling van technologie. De overheid voerde lang geleden al het systeem van rekeningrijden in. Nu hoeft niemand naar een parkeerautomaat te lopen: bij elke parkeerplaats staat een poortje dat automatisch het bedrag van je rekening afschrijft. Terwijl in Nederland de discussie vastliep op privacyproblemen en de overheid het gemeentelijke monopolie op parkeren niet kon doorbreken, was Singapore rigoureus: iedereen verplicht aan het kastje. Je ziet ook bijna geen vuilnisbakken in Singapore, omdat de overheid bouwers van appartementen verplicht stelde een vuilnisschacht te maken, die perfect aansluit op het systeem van de reinigingsdiensten.

De opbloei van technologie is gebaat bij een standaard. De reden waarom de Verenigde Staten lange tijd achterop liepen op het gebied van mobiele telefonie was dat elke staat zijn eigen technische netwerkstandaard had ingevoerd. Dat is in Singapore ondenkbaar. Daar wordt een norm gewoon opgelegd.

Lopend door Singapore zie je de technologische veranderingen zich voor je ogen voltrekken. Overal op straat zie je mensen op hun telefoon of tablet kijken. Nergens heb ik mensen zo bedreven gezien in het ontwijken van de ander terwijl ze tegelijkertijd op een scherm staren. Je ziet er hoe ons online gedrag fundamenteel aan het veranderen is. Nog niet zo lang geleden was internet ons venster op de wereld: je zat achter je bureau, keek naar je computer en je kreeg het idee dat de wereld groter werd. Surfen was een manier om de wereld buiten je slaapkamer te ontdekken, een manier om je bewustzijn te verruimen.

In Singapore anno 2014 neemt iedereen het venster mee naar buiten. ‘I have seen the future in Singapore and I don’t like it’, berichtte een bekende blogger onlangs, doelend op al die mensen in de metro die naar hun telefoon of tablet staan te staren. Daarmee lijkt de wereld niet groter, maar kleiner geworden. Het venster is een scherm geworden waarmee mensen zich van hun directe omgeving afsluiten. In de metro is het muisstil, want iedereen heeft oortjes in.

Internet is in Azië vooral mobiel internet. Mobiliteit is de drijfveer achter de belangrijkste internetinnovaties. Singapore zal met zijn hoge concentratie mobiel internet voorop lopen in de volgende fase van ons internetgebruik: de fase waarin het scherm verandert in een lens. Een lens die werkt als een sensor die de omgeving voor je observeert. Zoals Google Glass, of de contactlens die Google nu met Novartis ontwikkelt, de smartwatch of intelligente oogjes in de auto of op je kleding. Die sensors wijzen je de snelste route terwijl je je ogen op de weg kunt houden. Ze vertellen je wie je tegenover je hebt, waar je interessante mensen kunt vinden of wanneer je bepaalde plaatsen juist moet mijden.

De sensors wijzen je de snelste route terwijl je je ogen op de weg kunt houden. Ze vertellen je wie je tegenover je hebt

Wanneer je in de metro van Singapore staat is die nieuwe wereld niet ver weg. Nu tuurt iedereen nog op zijn schermpje, straks kijkt iedereen elkaar aan met een kunstmatige lens voor de ogen, aan de pols of op de kleding. Die sensortechnologie schermt de wereld niet af. Ze geeft je een nieuwe bril waardoor je de wereld anders gaat zien. In het beste geval leidt dat niet tot bewustzijnsvernauwing, zoals de schermen nu, maar tot verdieping. De lenzen gaan de omgeving voor je uitleggen.

In Singapore zie je de eerste contouren van de sensorsamenleving: een samenleving vol met filters die je gedrag registreren of aanwijzingen geven over wat je moet zien, moet doen of hoe je iets moet interpreteren. De sensorsamenleving is een volgende stap in een proces waarbij technologie ervoor zorgt dat we de werkelijkheid op een steeds indirectere manier leren kennen.

Technologie heeft weliswaar afstanden verkleind, maar zorgt er ook voor dat we de wereld op afstand kunnen houden. Door de uitvinding van de auto zijn we sneller thuis, maar in de auto hebben we minder direct contact met een voorbijganger dan wanneer we lopen. En dus gaan we achter ons autoraampje interpreteren wat we van die voorbijganger vinden. Die interpretaties worden minder direct bijgestuurd dan wanneer we met iemand al lopend een praatje maken. De mobiele telefoon heeft afstanden verkleind, maar ook de afstandelijkheid van het contact vergroot. Je kunt op afstand met iemand praten, maar dat is anders dan als iemand naast je staat. Via Skype kunnen we mensen aan de andere kant van de wereld zien, maar we moeten wel plannen om met ze te praten. Het blijft een geregisseerde afspraak.

Met de komst van de sensorsamenleving krijgt die afstandelijkheid een nieuwe invulling. Allereerst omdat sensortechnologie zich als primaire gesprekspartner tussen jezelf en de wereld nestelt. Was de autoruit nog transparant, de smartglass geeft je informatie over wat je voor je ziet. Het Skype-contact vindt nog plaats binnen een geregisseerde setting, de smartglass is real time. Informatie wordt via sensoren in een oogwenk ingescand en direct voor je neus getoverd. Je hoeft niet meer te vragen waar iemand die tegenover je zit zijn kleding of schoenen heeft gekocht. Je kunt het zelf uitzoeken door wat eenvoudige commando’s. Voor het eerst wordt het spontane contact op straat, de directe alledaagse ervaring, vervormd door een digitale laag. De directe beschikbaarheid van op maat gesneden informatie maakt dat er minder gelegenheid of noodzaak is om meteen het directe contact aan te gaan.

Vroeger moest je vanuit je autoraam maar gissen wie er naast je reed. Straks krijg je de informatie over voorbijgangers op de autoruit geprojecteerd als je wilt. Je hoeft niet meer te stoppen of je raampje open te doen. Het eerste contact met de buitenwereld vindt plaats via interfaces – tussengezichten – die direct contact uitstellen of soms zelfs overbodig maken. Er zal meer worden gestaard en minder worden gepraat. En als er wordt gepraat, dan eerst met je interface.

Natuurlijk zal al die geprojecteerde informatie ook aanleiding geven om contact aan te gaan met mensen, maar de mogelijkheid aangesproken te worden door een buitenstaander met een smartglass zorgt weer voor een eigen dynamiek. De grootste verandering is misschien wel niet dat je anders gaat kijken, maar dat je anders bekeken wordt. Word je nu nog genegeerd door een medereiziger in de metro die op zijn tablet staart, straks ben je opeens een potentieel onderzoeksobject. Dat leuke meisje dat je aankijkt, heeft wellicht jouw profiel voor haar bril. Of ze scant de kleren die je aan hebt omdat ze die voor haar vriend wil kopen. Misschien maakt ze wel een foto en haalt ze je door de database van een datingsite. Je wordt bekeken, maar je weet nooit met welke ogen iemand dat doet. Er is voortdurend de mogelijkheid dat je beoordeeld wordt door omstanders met voorinformatie.

Dat leuke meisje dat je aankijkt, scant wellicht de kleren die je aan hebt omdat ze die voor haar vriend wil kopen

Ook dat is voelbaar in Singapore. Weinigen dragen er al een smartglass, maar de hele stad hangt vol met camera’s. Tenminste, dat wordt gezegd. Je ziet nergens politie en toch gedraagt iedereen zich. Je voelt er de zachte invloed van hoe het is om bekeken te worden. Er wordt gezegd dat er stillen op straat lopen, maar je merkt er niets van. De eerste keer dat ik een taxi bestelde, noemde de chauffeur me bij mijn naam, terwijl ik toch zeker wist mijn naam nooit aan de taxi-app te hebben doorgegeven. Mijn naam was wel bekend bij de telefoonmaatschappij. Wellicht waren de bestanden gekoppeld. Je zult het nooit weten.

De verhalen over camera’s en stillen werken als een panopticon: de door de filosoof Jeremy Bentham bedachte gevangenis die bestond uit een toren in het midden waar de cellen als een schil omheen waren gebouwd. De bewakers in de toren konden de cellen in de gaten houden; vanuit de cellen waren de bewakers niet zichtbaar. De suggestie dat de ingezetenen werden begluurd zou hun gedrag al disciplineren. Een soortgelijk effect hebben de verhalen over camera’s in Singapore: de suggestie is blijkbaar voldoende om ervoor te zorgen dat mensen zich gedragen. Zolang vrouwen om vier uur ’s nachts ongestoord door de Botanic Gardens kunnen lopen en mensen hun laptop op de tafel van het terras kunnen laten liggen als ze even naar de wc lopen, hoor je weinigen hierover klagen.

Medium singapore1

In de huidige samenleving vol met schermen wordt je gedrag gereguleerd doordat iemand de beelden op die schermen interpreteert. In de sensorsamenleving wordt je gedrag vooral gestuurd doordat je anticipeert. Onbewust pas je je gedrag aan omdat je mogelijk wordt bekeken door camera’s. Wat als daar straks de sensors van al die passanten bij komen? Ook zij kijken je aan. Ook zij beoordelen je, kunnen iets van je weten en veel gemakkelijker dan nu een opname maken. Elke achteloze voorbijganger met een smartglass kan een gluurder zijn, iemand die jou bekijkt zonder dat jij iets vermoedt. Hij kan opnamen van je maken of hij zou wel eens meer kunnen weten over jou dan je denkt en hij zou daardoor heimelijke intenties kunnen hebben.

Er zullen creatieve manieren worden gevonden om mensen door middel van een sensor te identificeren. Draag je een das met het logo van je werk, dan heeft de sensor van je buurman in de metro zo een verbinding gemaakt met het online smoelenboek van je afdeling. Hij vergelijkt je gezicht met de gezichten in het boek en hij weet wie je bent, of je getrouwd bent en wat je hobby’s zijn.

Van al dat gegluur zal ook een disciplinair effect uitgaan. Elke blik die langer duurt dan tien seconden zal gemakkelijk argwaan kunnen wekken. Dat is de tweede manier waarop de sensortechnologie afstand creëert: mensen zullen hun omgeving met een meer gereserveerde houding tegemoet treden als ze weten dat ze voortdurend bekeken kunnen worden.

De argwaan kan ook minder onschuldige vormen aannemen. Hoe reageren mensen op een burka met een smartglass? Wat gebeurt er als je naaste gluurder zelf onzichtbaar is omdat hij zijn gezicht heeft bedekt? Nu Europa in de greep komt van de angst en achter elke baard een terrorist vermoedt, kan elke islamitisch ogende meekijker bedreigend overkomen. En dan versterkt de afstand die de sensortechnologie creëert ineens het onveiligheidsgevoel.

Die vrees wordt ondersteund door nog een ander fenomeen, namelijk de eigenschap van sensortechnologie om je te wijzen op dingen die binnen je comfortzone liggen. De smartglass stuurt je naar plekken die door je vrienden worden aangeraden of die passen bij jouw profiel. Het friendly world syndrome wordt dat wel genoemd: het idee dat je door technologie vooral in aanraking komt met wat je kent of graag wilt leren kennen. Ongewenste of vijandige elementen worden buiten je blikveld gehouden. Dat geldt net zo goed voor de sociale netwerken die door de sensortechnologie worden geactiveerd. De sensors gaan als eerste op zoek naar de aanwezigheid van gelijkgestemden. Het is dan ook niet denkbeeldig dat de gemeenschapsvorming hierdoor een extra stimulans krijgt. Het zal nog gemakkelijker worden om op straat medestanders te ontmoeten.

Maar dat zou ook betekenen dat het contact met mensen buiten jouw gemeenschap nog minder wordt gestimuleerd. De afstand tot het onbekende kan zo gemakkelijk groeien. En dus ook de angst voor iedereen die anders is. Op die manier maakt de friendly world de wereld er niet vriendelijker op. Misschien ligt hierin bij uitstek een taak voor een massamedium als de televisie: mensen op een laagdrempelige manier in aanraking brengen met zaken die buiten hun comfortzone liggen.

Hier openbaart zich een verschil tussen Singapore en Europa. In Singapore vergroten de sensors het veiligheidsgevoel omdat de onzichtbare instantie achter de camera (de overheid) door de meeste mensen wordt vertrouwd. Dat is niet zo bij de onzichtbare persoon in een burka die door de Europese straten loopt. In het ene land is het geruststellend dat er iemand over je schouder meekijkt, in het andere voelt dat verontrustend en kan het gemakkelijk leiden tot een groter gevoel van onveiligheid.

De afstand tot het onbekende kan gemakkelijk groeien. En dus ook de angst voor iedereen die anders is

In reactie op al dat gegluur zullen mensen meer controle willen hebben op wat anderen over hen weten. Mensen zullen hun online bescherming zelf ter hand nemen. Zoals het uitgaanspubliek zich nu inhoudt omdat het mogelijk bekeken wordt door camera’s. Het ontberen van privacy heeft niet zozeer te maken met het idee dat je wordt gecontroleerd, als wel met de vraag of je controle hebt over je eigen gegevens. Wie zich realiseert dat privé-informatie door elke voorbijganger met een smartglass ter plekke kan worden misbruikt zal behoedzamer omspringen met zijn online presentatie. Mensen zullen nog bewuster hun Facebook-pagina afschermen. Het beheren van je eigen online profiel zal een vaardigheid worden die net zo belangrijk is als het beheren van je geld. Zoals de staatscamera’s schonere straten hebben opgeleverd, mogen we erop rekenen dat de smartglass een reinigend effect zal hebben op wat online aan de openbaarheid wordt toevertrouwd. Zo creëren de sensors op nog een andere manier afstand: ze nodigen uit om een façade op te bouwen die je beschermt tegen mogelijk ongewenste blikken van voorbijgangers.

Maar wie de ogen van de ander op zich gericht voelt, houdt zich niet alleen in, hij is ook geneigd zich uit te sloven. De buurman in de metro, de toevallige voorbijganger en het meisje in de winkel zijn niet alleen potentiële gluurders, ze zijn ook een mogelijk publiek. En sensortechnologie biedt ongekende mogelijkheden om je te presenteren. Het afschermen van wat echt privé is gaat hand in hand met het opbouwen van een publiek profiel waarmee mensen zich als merk neerzetten. Er wordt nu gezegd dat publiek en privé zich steeds meer vermengen. Het is heel goed mogelijk dat het tegenovergestelde gebeurt: privé en publiek worden scherper gescheiden.

In Singapore is het ophouden van een façade tot kunst verheven. Overal om je heen zie je een ostentatieve presentatiedrang. Mensen tonen graag hoe goed ze het hebben. Dat lijkt te botsen met de sobere introverte Aziatische levenswijsheid, maar het staat toch minder ver af van de Aziatische cultuur dan je zou denken. Het is ook typisch voor het moderne Azië om je te bekommeren om je status. Niets is zo erg als gezichtsverlies lijden. Soms wordt de waarheid liever ondergeschikt gemaakt aan de vrees voor losing face. Omgekeerd mag je dus ook laten zien dat je succes hebt. In een streek die tot voor kort in armoede was ondergedompeld is het verleidelijk om de vers gewonnen status te tonen met excessieve consumptie. Overal zie je Ferrari’s en Maserati’s. Het liefst in de meest extravagante kleuren zodat je kunt laten zien dat je het je kunt veroorloven om je niet te bekommeren om de inruilwaarde. De plaggen hutjes hebben plaatsgemaakt voor glimmende wolkenkrabbers, als reusachtige spiegels waarin je jezelf en elkaar gemakkelijk kunt bekijken.

De statusgevoeligen die nu een auto kopen om te laten zien dat ze het goed hebben, zal er veel aan gelegen zijn om ervoor te zorgen dat dit bevestigd wordt door het profiel dat mensen voor hun bril zien verschijnen als ze hen aankijken. Ze zullen dat profiel zorgvuldig bijhouden. Maar dat is niet alleen voor de rijken weggelegd. Zoals de nouveau riche een Maserati koopt, zo kan straks iedereen zich profileren met een zelf gemaakte profielschets die zichtbaar wordt wanneer hij wordt aangekeken. Ook hier zie je weer de rol van anticipatie: het profiel wordt de wereld in gestuurd voordat je de deur uitgaat zodat anderen kunnen anticiperen op hoe ze jou moeten benaderen.

Waar de huidige schermpjes een afstompend effect lijken te hebben, wakkert de sensorsamenleving juist de sensitiviteit aan. Je wordt je niet alleen bewuster van het feit dat je bekeken wordt, maar ook van hoe je bekeken wilt worden. Dat leidt tot een enorme productie van verhalen die mensen over zichzelf kwijt willen. Die verhalen snellen hun vooruit. Voordat op straat een gesprek kan plaatsvinden, hebben de apparaten al met elkaar gepraat en persona’s uitgewisseld als een soort diplomatiek voorwerk. Bij een wederzijds ongeschikt bevinden kan een echte ontmoeting gemakkelijk worden afgeblazen.

Sensoren zorgen dus voor een driedubbele distantie. Ze tasten de onbevangenheid aan doordat ze filteren hoe je kijkt, ze versterken het besef dat je bekeken wordt en ze vergroten de controle over hoe je bekeken wilt worden. Door die toegenomen afstand voelt de sensorsamenleving op het eerste gezicht rustiger aan. De staatscamera’s hebben ervoor gezorgd dat je minder soldaten en politie op straat ziet. Als iedereen op elkaar anticipeert met eigen sensoren zal er ook minder reden voor directe confrontatie zijn. Zoals er ook minder botsingen zullen zijn als de auto’s met elkaar gaan praten. Het zal waarschijnlijk stiller worden. Je kunt meer bekijken en hoeft minder te praten, dat doen de apparaten voor je. Tel daar de elektrische auto bij op en je zou denken dat het in de metropolen van de toekomst rustig toeven is.

Maar dat is vermoedelijk schijn. Want het contact is dan wel indirect, er wordt meer gecommuniceerd dan ooit. Met communicatie bedoel ik niet dat iemand iets roept, en ook als je een toeterende auto hoort, hoeft dat nog geen communicatie te zijn. Dat is het pas als je denkt dat iemand je daarmee iets duidelijk wil maken, bijvoorbeeld dat je moet opschieten of dat je je eigen auto weg moet halen. Precies dat maakt het leven in de sensorsamenleving hectisch. Niet het feit dat er zoveel signalen zijn, maar dat je denkt dat ze wel eens tegen jou gericht kunnen zijn. Daarom is de natuur zo rustgevend. Het kan een enorm kabaal zijn, al die kwetterende vogels of wild ruisende bomen, maar het voelt niet druk omdat die vogels en bomen jou niets willen vertellen.

Wie straks door de sensorstad loopt wordt voortdurend virtueel door zijn omgeving aangesproken. Alles kan mogelijk een voor jou bestemde boodschap hebben. Dat hoeft niet zo te zijn, maar de suggestie dat iemand iets van je wil ligt altijd op de loer.

Ik geloof niet zo in information overload. De angst dat we welhaast bezwijken onder de informatie past bij het tijdperk waarin de informatie-omvang explodeerde. Daar zijn we inmiddels aan gewend. Er is hier iets anders aan de hand. Het is niet de hoeveelheid informatie die onrustig maakt, het is het idee dat iemand je daarmee iets probeert te vertellen. De sensorsamenleving zal door de toegenomen afstand vermoedelijk stiller, schoner en minder spontaan aanvoelen. Maar zeker niet minder druk.

Precies zoals Singapore.


Beeld: (1) Ingang naar een ondergronds winkelcentrum in Singapore. De sensorstad zal vermoedelijk stiller, schoner en minder spontaan aanvoelen. Maar zeker niet minder druk (Edwin Koo / IHT / Redux / HH). (2) Openbaar vervoer in Singapore – het venster is een scherm geworden waarmee mensen zich van hun omgeving afsluiten (Roslan Rahman / AFP / Getty Images).