Bouterse, Chávez en de teloorgang van de rechtsorde

‘Ik weiger Bouterse’s hand’

Theo Para getuigde in het proces tegen Desi Bouterse rond de decembermoorden in 1982. Het manipulatieve karakter van Bouterse is grenzeloos.

EX-DICTATOR BOUTERSE was nog maar net in de Nationale Assemblee gekozen tot president of hij ‘strekte’ zijn 'hand uit naar iedereen die zich tegenstander voelt’. Ik voelde mij aangesproken.
Op 2 december 2009 bezocht ik na 27 jaar ballingschap mijn geboorteland Suriname om voor de Krijgsraad in het 8 december-strafproces te getuigen tegen hoofdverdachte Desi Bouterse en verdachte Marcel Zeeuw. Zeeuw stond aan het hoofd van de militaire horde die mijn collega-publicist en vriend Bram Behr in de nacht van 7 op 8 december 1982 uit zijn woning ontvoerde om hem af te leveren in Fort Zeelandia, waar hij een van de vijftien slachtoffers van de decembermoorden werd. In zijn brochure Terreur op Uitkijk (1981) had Bram een eenheid van de beruchte Militaire Politie van onder-commandant Zeeuw ontmaskerd als moordenaar van de landbouwer Déta Mahes. Bram had zich bij het door militairen bewaakte mortuarium uitgegeven als fotograaf van het Nationaal Leger. Terreur op Uitkijk toonde foto’s die niets heel lieten van de leugens van de Militaire Politie. Enkele daders werden tot vrijheidsstraffen veroordeeld. Zeeuw bedreigde Bram met de dood. Op 7 april 1982 was ik in het gebouw van het weekblad Mokro, waar ik met Bram voor schreef, getuige van de arrestatie van Bram door de Militaire Politie. De verontwaardiging was extra groot toen enkele van onze medewerkers tussen de MP'ers lieden ontdekten die voor de moord op Mahes veroordeeld waren en dus in het gevang hoorden te zitten. De drukpers werd in beslag genomen en in Fort Zeelandia bedreigde Zeeuw Bram weer met de dood. Bram legde gedrag en woorden van Zeeuw minutieus en beeldend vast in een brief die hij mij heimelijk uit het gevang zond.
Toen de president van de Krijgsraad, mr. Valstein-Montnor, verdachte Zeeuw die brief voorlas in het strafproces beleefde ik voldaanheid bij de ontkiemende gerechtigheid in een land dat bijna drie decennia verstrikt was in een cultuur van straffeloosheid. In mijn getuigenis tegen Bouterse verraste ik zijn verdediging - de stoel van Bouterse bleef leeg - met een gedocumenteerde ontmaskering van zijn alibi. In zijn verklaring bij het gerechtelijk vooronderzoek had Bouterse beweerd dat hij tijdens de moorden niet aanwezig was in Fort Zeelandia. Hij zou de nacht van 8 op 9 december 1982 hebben doorgebracht bij zijn toenmalige maîtresse. De serendipiteit wil dat die toen dwalende vrouw mijn schoonzus is. Door een speling van het lot vertrouwde zij mij niet lang voor mijn getuigenis per e-mail toe dat het alibi van Bouterse onzin is en dat hij operationeel de leiding van de moorden had. Bouterse-advocaat Kanhai zweeg na mijn getuigenis wijselijk.
Het manipulatieve karakter van Bouterse is grenzeloos. Zijn alibi suggereert dat de vijftien voormannen van de democratische beweging in de nacht van 8 op 9 december 1982 zijn vermoord. Velen leefden ook in die vooronderstelling, omdat hij in de avond van 9 december als Leider van de Revolutie en Bevelhebber van het Nationaal Leger op de televisie aan de bevolking vertelde dat de slachtoffers 'afgelopen nacht op de vlucht zijn neergeschoten’. Volgens ooggetuigen bleek echter dat op 8 december al, dus nog voordat de hoofdverdachte zich naar zijn maîtresse begaf, de slachtoffers zonder vorm van proces, nadat ze eerst voor een rancunetribunaaltje onder leiding van een whisky drinkende Bouterse waren vernederd, op Bastion Veere in Fort Zeelandia waren doodgeschoten.
Inderdaad werd er in de nacht van 8 op 9 december 1982 flink geschoten, uit getuigenissen van officieren blijkt met 'losse flodders’. Zogenaamd was sprake van een overvliegend vliegtuig waardoor militairen in paniek raakten en gevangenen trachtten te vluchten. Dat vertelde Bouterse ook aan de verbouwereerde ministerraad, die meteen aftrad. Bouterse gaf op 8 december 1982 de opdracht tot het vermoorden van vijftien critici, journalisten, vakbondsleiders, universiteitsdocenten, ondernemers en militairen en sinds die tijd liegt hij dat hij 'slechts politiek verantwoordelijk’ was, alsof die staatsrechtelijke notie enige betekenis heeft in een militaire dictatuur. Met theatrale quasi-excuses, al dan niet georkestreerd door een Volle Evangelie-'Bisschop’, tracht Bouterse nu, zonder op zijn leugens terug te komen, de morele weerstand tegen zijn presidentschap te neutraliseren. Ik gaf aan de Krijgsraad als schriftelijke getuigenis mijn verzamelbundel De schreeuw van Bastion Veere, om de rechtsorde in Suriname (2009), waarin ik het spoor van misdrijven tegen de menselijkheid becommentarieerde. Over Bouterse’s ambitie was ik daarin helder: 'Bouterse leeft in een eigen wereld waarin hij als de Onoverwinnelijke Grote Leider van de Revolutie figureert en waaruit geschiedenis en geweten zijn verbannen. Bij deze meneer, die gebukt gaat onder de ondraaglijke lichtheid van zijn morele bestaan, is de politieke realiteitszin zoek. Hij ziet daardoor niet de onoverkomelijke volkenrechtelijke, staatsrechtelijke en morele bezwaren tegen een presidentschap in handen van een massamoordenaar.’
In haar redactioneel riep de Jamaicaanse krant The Gleaner (21 juli 2010) de Caricom, de gemeenschap van Caribische staten, op Suriname te schorsen zolang zij geen andere, fatsoenlijke president heeft.

BOUTERSE WAS NOG MAAR net gekozen of ex-putschist Hugo Chávez Frias van de Bolivariaanse Republiek Venezuela kondigde aan een oliepijpleiding naar Suriname te willen aanleggen. Ook zou hij Bouterse uitnodigen Suriname lid te maken van het Bolivariaans Alternatief voor de Amerika’s (ALBA), waarin ook de ideologisch verwante regimes van Cuba en Bolivia zitten. Bouterse is een bewonderaar van Chávez (de Volkskrant, 24 juli 2010). Op de bijeenkomst van staatshoofden van de Amerika’s in Trinidad en Tobago in april 2009 beklaagde president Venetiaan zich bij president Chávez over het gedrag van diens ambassadeur Francisco Simança. Die zou zich 'verregaand’ met de interne politieke situatie van Suriname bemoeien. Simança werd halsoverkop teruggeroepen, hij steunde actief Bouterse’s NDP. Was dan toch 'de onzichtbare hand’ waar Bouterse in het Volle Evangelie-vocabulaire telkens naar verwijst de hand van Chávez? Bouterse’s vijandigheid jegens 'het buitenland’ geldt rechtsstatelijk Nederland, niet autoritair Venezuela. Zijn argumentatie daarbij is niet transparant. In zijn verkiezingscampagne noemde hij de regering-Venetiaan 'de corruptste regering ter wereld’. Waarom dan koers zetten richting Caracas? Het Suriname van Venetiaan doet het veel beter dan Venezuela onder Chávez. Op de Corruption Perceptions Index van Transparency International stond Suriname in 2009 op nummer 75 van de 180 landen. Venezuela stond op 162: een van de meest corrupte landen ter wereld.
Het jaarrapport Freedom in the World 2010 beschouwde Suriname als een vrij land. Op een schaal van 1 tot 7, waarbij 1 stond voor de meeste vrijheid, kreeg Suriname een 2 voor zowel politieke als burgerlijke vrijheden. Venezuela kreeg het predikaat gedeeltelijk vrij land, het is anders dan Suriname 'geen electorale democratie’. Er worden wel verkiezingen gehouden, maar de oppositie is door repressie gemarginaliseerd en de media zijn grotendeels in handen van de staatsmacht, terwijl onafhankelijke media ernstig worden geïntimideerd, ook fysiek. De scheiding van machten bestaat in Venezuela niet, de rechterlijke macht is gepolitiseerd. Voor politieke vrijheid kreeg de Bolivariaanse Republiek dan ook een 5 en voor burgerlijke vrijheden een 4. De rechtbanken in Venezuela worden ook ondermijnd door chronische corruptie, inclusief de invloed van de drugshandel.
Volgens het rapport is het hele overheidssysteem 'permeated’ van de invloed van drugshandel. Politie en militairen neigen naar corruptie en maken zich schuldig aan willekeurige detentie, marteling van verdachten en moorden. Bij twintig procent van de misdaden is de politie zelf betrokken. Terwijl in 2007 The Economist Suriname onder minister Santokhi van Justitie en Politie, door Bouterse schamper 'Sheriff’ genoemd, het veiligste land in het Caribisch gebied noemde, is Venezuela volgens het Freedom House-rapport met vijftig moorden per honderdduizend inwoners per jaar een van de gevaarlijkste landen ter wereld.
In het dit jaar verschenen rapport The Globalization of Crime: A Transnational Organized Crime Threat Assessment van de United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) wordt Venezuela als het belangrijkste doorvoerland van cocaïne naar Europa genoemd, de route die steeds belangrijker wordt gezien het teruglopen van de cocaïnemarkt in de VS. Het rapport benadrukt het belang van kijken naar de markten voor de criminele producten en de lossere netwerken die daarbij ontstaan. Voor de zwakke staten voorziet het rapport gevaar voor de soevereiniteit, de rechtsorde en het bonafide economische leven. Suriname wordt genoemd als bruggenhoofd naar Rotterdam, belangrijke invoerhaven voor de Europese cocaïnemarkt. Dat tegen deze achtergrond Suriname een president krijgt die in Nederland tot in de Hoge Raad is veroordeeld tot elf jaar gevangenis voor cocaïnesmokkel is onheilspellend. De futloosheid in Bouterse’s verkiezingsprogram in de strijd tegen georganiseerde misdaad en drugshandel staat in schril contrast met de energieke passages over de 'nationale’ exploitatie van goud en hout, het 'zuiveren van de diverse veiligheids- en inlichtingendiensten’, een 'mediabeleid’ gericht op vorming van 'een Surinaamse volksgeest’, een 'organisatiestructuur’ voor 'nationale veiligheid’ waarin 'alle maatschappelijke spelers met hun onderlinge relaties zijn opgenomen’ en - naar het Chávez-model als sluitstuk - 'de grondwetswijziging’ (!).
In een brief aan de Nationale Assemblee hebben de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede en de Stichting 8 december 1982 geprotesteerd tegen het onwettige karakter van de presidentsverkiezingen. Vanaf de dag van kandidaatstelling tot de dag van verkiezingen zouden naar de wet drie dagen in acht moeten worden genomen opdat de samenleving in staat is te reageren op de kandidatuur. Het pro-Bouterse parlement reduceerde die periode tot twee dagen. De mensenrechtenorganisaties deden een beroep op het parlement om de kandidatuur van Bouterse af te wijzen omdat die in strijd was met artikel 92 van de grondwet. Daarin staat dat de kandidaat 'geen handelingen moet hebben verricht strijdig met de grondwet’. De organisaties noemden de staatsgreep van 25 februari 1980, de decembermoorden en de massaslachting op 29 november 1986 in het Marrondorp Moiwana. Toegevoegd zou kunnen worden de 'telefooncoup’ van december 1990, die door Bouterse werd gepleegd tijdens deze van 1987 daterende grondwet. Toen voorafgaand aan de presidentsverkiezing de parlementaire oppositie deze punten aan de orde wilde stellen, werd haar door de meerderheid onder aanvoering van de Bouterse-parlementsvoorzitster de mond gesnoerd. Ik vroeg Gerard Spong of wij niet kunnen spreken van een ongrondwettig gekozen president. Hij mailde mij dit antwoord: 'Helemaal mee eens. En wat mij betreft kan daar ook bij “door een corrupt parlement”. Want wanneer een parlement de grondwettelijke vereisten (in art. 92 GW) terzijde schuift, pleegt zij verraad aan de Grondwet die allen gezworen hebben te zullen handhaven.’ Als Bouterse als drenkeling zijn hand 'strekte’ had ik zijn hand beetgepakt en hem gered. De uitgestoken hand van een ongrondwettig gekozen foute president weiger ik.

Theo Para, pseudoniem van arts-essayist Henry Does, waarschuwde in zijn vierde essaybundel De schreeuw van Bastion Veere, om de rechtsorde in Suriname (Van Gennep, 2009) voor de 'autoritaire terugval’ in Suriname. De auteur, vanaf het prille begin criticus van het militaire bewind, verliet na de decembermoorden zijn geboorteland. NRC Handelsblad noemde hem samen met mensenrechtenactivist Stanley Rensch 'het geweten van Suriname’