Opheffer

Ik wijs

Het probleem met het schrijven van een liefdesbrief is, dat je nooit te kitscherig mag zijn, maar dat het wel voor het grootste gedeelte uit kitsch moet bestaan. Even een proeve:

«Lieve X…

Zo zou ik je willen wijzen: Dit is mooi. Maar wat mooi is, ben ik vergeten.

Of het bleek wreed, of het deed pijn. Of het was maar even, heel even mooi, als een vlam waaraan je je brandt en je alleen een lelijke blaar hebt om naar te kijken. Maar ik zou je willen wijzen: Dit is mooi. Onze liefde.

Ik zou je willen wijzen: Dit is geluk. Maar ik kan het niet herkennen, want als ik denk dat het ergens is, was het er nooit, of bleek het vals en beet het me. Ik zou het willen geven, in overdreven mate, want zo ben ik. Moet ik dan geven wat ik van jou krijg? Maar ik zou het je willen wijzen: Dit is geluk.

Gek is dat: Ik zou je willen wijzen: Dit is liefde. Maar de liefde heeft me vaak pijn gedaan. Houden van — iemand die niet echt van mij houdt, een beetje van mij houdt, soms van mij houdt, nu eens van mij houdt, — is, was, is, was, is dat liefde?

Liefde heb ik gegeven. Maar aan wie? Waren ze het waard? Wat ik gaf, verloor ik, wat ik ervoor terugkreeg, was vaak armoede, uitbetaald in eenzaamheid, uitgebaat in geheimzinnigheid, wat ik kreeg was een tweede plaats, een schuldgevoel, kortom: pijn.»

Ik heb me, lezer, per ongeluk laten meevoeren door mijn eigen woorden, maar dat kwam omdat ik zo lekker schreef. Het vreemde aan deze liefdesbrief is, dat ik zelf niet precies begrijp waar en over wie het gaat, maar dat het wel mooi klinkt. De vraag is nu: heeft het effect? Vindt u het mooi? Wat vindt u er mooi aan? Zou u er voor vallen?

De stijl die ik heb gekozen is de «poëtische». Daarmee bedoel ik dat de taal in elk geval moet klinken alsof het een gedicht is.

Omdat ik op stoot ben, nog een «poëtische liefdesbrief»:

«Dag vrouw , moeder van ooit mijn kind. Dag man, die ik voor je wil zijn. Dag woning, waar ik binnenkort wil wonen. Dag liefde, die zo goedkoop is, omdat ik haar gratis geef, maar zal duren tot in de eeuwigheid. Dit is liefde.

Ik zal de nieuwe betekenissen zoeken, nieuwe liefde, ze ontdoen van de pijn van vroeger, ze ontdoen van hun eenzaamheid. Ze kleuren naar mijn smaak.

En je er dan van laten proeven. Ik zal je wijzen/ Dit is mooi, dit is geluk, dit is liefde.»

Waarom wijs ik toch steeds? In het vorige citaat ook al. Welnu, ik doe dat om er even de nadruk op te leggen. Dat is altijd handig, want de lezer, die in vervoering moet raken, moet er niet overheen lezen.

Wat je volgens mij ook moet proberen in een liefdesbrief is zo vaag mogelijk zijn. De liefdesbrief als overtuigend verleidingsmiddel. De lezer(es) moet er van alles in kunnen vinden wat haar behaagt.

En het werkt, waar of niet?

U kunt het ook. Schrijf dit over aan iemand die De Groene Amsterdammer niet leest en wacht op het effect. Werkt het, dan moet die ander abonnee worden op De Groene. Werkt het niet, dan hebt u het niet goed overgeschreven.