Opheffer

Ik wil de eenvoud van vroeger

Advertenties over computers kan ik niet meer lezen. Ik weet niet wat er staat. Ik weet bijvoorbeeld niet wat Bluetooth is en wat je eraan hebt, ik weet ook niet wat pixels zijn en hoe ik de kwantiteit (want het aantal pixels wordt uitgedrukt met een getal) moet waarderen, ik weet ook niet wat «airport» is anders dan een vliegveld.

Ik kan er eenvoudig achter komen: ik kan het vragen, opzoeken, ik kan er iemand over bellen.

Maar waarom?

Computers waren bedoeld om mijn leven eenvoudiger te maken.

Stelling: elke uitvinding bewerkstelligt het tegenovergestelde van zijn doel.

De computer bijvoorbeeld heeft mijn leven gecompliceerd. Want juist omdat ik nu van alles kan, word ik bijna verplicht alles te kunnen. Ik kan nu mooie foto’s maken, daartoe ben ik door de apparatuur en mijn computer in staat, toch lukt me dat niet. Zo ook met muziek. Ik kan mijn eigen muziek produceren en vermenigvuldigen. En ook dat lukt me niet. En als me dat al lukt, dan heeft het aan aanzien verloren. Mijn cd, in eigen beheer opgenomen, zal niemand bereiken als ik er niet ergens mee adverteer. Ik heb geen mogelijkheden hem te laten horen. En als ik die mogelijkheid heb via een website heeft het geen gezag.

De auto moest ons sneller van A naar B brengen. Maar een recent onderzoek in Londen wees uit dat men tegenwoordig met de auto langzamer door Londen voortbeweegt dan vroeger met het paard.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. De magnetron vergemakkelijkte het koken, maar er wordt helemaal niet meer gekookt. Iedereen gaat veel vaker uit eten. Of laat een pizza komen.

Heeft de uitvinding van het horloge de tijd verlengd of verkort? Beide zijn niet het geval.

Uitgaande van mijn stelling zou je wellicht rekening kunnen houden met het omgekeerde. Willen we een uitvinding doen om ons leven te vergemakkelijken, dan zullen we iets moeten vinden dat ons leven ingewikkelder maakt. Want hoe ingewikkelder je leven is, hoe makkelijker je het voor jezelf gaat maken.

Stel je het volgende leven voor van mijnheer Opheffer: zijn badkamerkraan is stuk, hij kan dus niet in het bad, hij heeft een dichtgesoldeerd sigarettenpakje van ijzer, hij heeft een auto die alleen achteruit kan rijden en waarvan twee banden plat zijn, zijn koelkast werkt niet, net als zijn computer. Leidt Opheffer dan een ingewikkeld leven? Ik dacht het niet. Hij moet, nood gedwongen, bij de pakken neerzitten.

Ik heb deze week een nieuwe mobiele telefoon, omdat mijn oude gestolen is.

Op deze nieuwe telefoon kan ik mijn e-mails ontvangen, mijn agenda bijhouden, er is een stopwatch, een wekker, ik kan «ringtones» ontvangen (geen idee wat het is) en het ding is net zo groot als de palm van mijn hand. Dit allemaal zou mijn leven vergemakkelijken. Maar ik weet dat het niet zo is. Sterker, het feit dat ik een mobiele telefoon heb, maakt mijn leven al gecompliceerder. Want niet alleen ben ik altijd bereikbaar, ik ben schuldig als ik niet bereikbaar ben, immers: ik behoor nu altijd bereikbaar te zijn.

Ik geloof dat veel mensen, die hetzelfde voelen als ik, hierdoor ook conservatief worden. Vernieuwing zien zij als het ingewikkelder worden van het leven. Een mooi gebouw, een mooie wijk (de grachtengordel bijvoorbeeld) behaagt ook, maar een nieuwe wijk (Sloten) raakt je fysiek. Zo ook met de politiek. De nieuwe politiek (niet links, niet rechts, ad hoc, onsolidair, zakkerig, preuts, et cetera et cetera) is als een mobiele telefoon met te veel functies: onnodig en compli cerend.

Je wilt de eenvoud van vroeger.