Opheffer

Ik wil een lang saai stuk

Het gaat niet goed met de Nederlandse krantenjournalistiek. Ik ga niet uitleggen wat er niet deugt — daar heb ik hier geen plaats voor.

Dat die krantenjournalistiek achteruit is gehold, heeft een reeks oorzaken. Ik geef er een paar: stukken moeten korter (dus ben je onvollediger en is er geen mogelijkheid meer voor argumentatie), de televisie- en radiojournalistiek is veel sneller, en door de teruglopende oplages (ontlezing en internet zouden de oorzaak zijn, maar ik twijfel daaraan) weten de kranten niet goed meer welke richting ze uit moeten. Ze zijn hun noodzaak kwijt en gaan dan nieuwe mogelijkheden zoeken in uiterlijkheden, in cadeautjes voor de lezer — waarmee ik ook columns, leuke ditjes en datjes en servicerubrieken bedoel, waardoor alle kranten op elkaar lijken.

Iedereen is bang voor saaiheid. En saaiheid zal de enige redding voor goede Nederlandse kranten blijken te zijn, want gedegenheid, goede informatie en ja, zelfs schoonheid, kunnen niet zonder ruimte en saaiheid. Een dikke krant met grote grijze columns is bijna per definitie een goede krant. De schoonheid van een krant moet hem in de juiste informatie zitten, in het goede nieuws, in de knappe analyses waaraan je iets hebt, in opinies die beïnvloeden.

Ik lees elke dag vijf kranten: de Volkskrant, De Telegraaf, Trouw, NRC Handelsblad en Het Parool. Ikzelf schrijf voor Het Parool. Verder lees ik vier opiniebladen: De Groene, HP/de Tijd, VN en Nieuwe Revu. Ik zie tegenwoordig iets gebeuren wat ik vroeger voor onmogelijk hield: ik weet soms niet meer of ik iets in De Telegraaf of in de Volkskrant heb zien staan, en soms lees ik VN en denk ik dat ik HP/de Tijd lees, of het is de Nieuwe Revu of de PS van de week van Het Parool. We concurreren blijkbaar op gelijkvormigheid. Elke econoom kan je vertellen dat gelijkvormigheid de markt bederft.

Ik hou van foto’s, maar zijn zoveel foto’s als je tegenwoordig ziet in een krant noodzakelijk? Heb je, als je internet hebt en al die honderden folders in de bus, al die servicerubrieken nodig? Moet ik bijna iedere dag worden geconfronteerd met een columnist die alleen leeft met z'n dode moeder en drie katten? Dat gezeur!

Interviews bestaan tegenwoordig uit het voorleggen van één woord. Wat je ook ziet, is dat be ken de Nederlanders wekelijks de zelfde vragen krijgen voorgelegd. Columnisten laten zich uitgebreid bij hun column fotograferen door een nichterige modefotograaf, en inderdaad is hun kop vaak interessanter dan hun artikel.

Waar lees ik nog een goed saai stuk? Wanneer lees ik weer eens een stuk van 8000 woorden? Wanneer krijg ik weer eens een degelijk uitgezocht artikel waaraan de journalisten een half jaar of een jaar hebben mogen werken?

Niet zeggen: daar is geen geld voor. Dat argument wil ik gewoon niet horen. Gooi één columnist uit de krant en je kunt een journalist een jaar lang aan iets laten werken.

Natuurlijk, er moeten ook tabloids zijn; lekkere kranten, met naakt, roddels, schandalige foto’s et cetera. Daar heeft een samenleving baat bij. Maar tegenover de Hoer moet De Mijnheer staan of De Mevrouw. Elke krant moet weer de noodzaak voelen van zijn bestaan. Hij moet zijn eigen lezers bedienen en anderen overtuigen. De krant moet weer krant worden, dus iets anders bieden dan tv of in ter net. Hij moet betrouwbaar zijn, de waarheid dienen, afstandelijk zijn dus niet emotioneel, hoor en wederhoor moeten zijn toegepast. Hij moet nederig zijn en de eenvoud in het vaandel dragen.