Ik wil geen ideologie meer

Als ik Felix Rottenberg goed heb begrepen, wil hij meer ideologie in de politiek. Meer ideologie geeft meer betrokkenheid, en meer betrokkenheid is gezonder voor de democratie.

Het is jammer dat Rottenberg niet vertelt wat voor ideologie we er op moeten nahouden. Met andere woorden: ‘Wat is de juiste manier van denken?’
Als kind van de jaren zestig en zeventig ben ik tamelijk radicaal geweest; ik liep over van ideologie. Maar alles werd me afgepakt.
Het milieu kwam in handen van de milieumaffia; de compassie met de armen werd vooral door de armen zelf om zeep geholpen; dat winst maken eerder stimuleerde en inspireerde, werd me snel duidelijk toen ik zelf begon te werken. Links, zei destijds Renate Rubinstein, heeft altijd iets van eerlijkheid en oprechtheid in zich. Diezelfde eerlijkheid en oprechtheid gebiedt de linkserigheid van toen op zolder te zetten bij de waardeloze troep.
Neem de vrouwenemancipatie. Toen heel nuttig, maar hebben we nu toch wel gehad. Er is geen invloedrijke sector meer te bedenken waarvan men niet wil dat man en vrouw gelijk worden behandeld. De vrouwenemancipatie is marginaal geworden. Nog steeds waardevol, maar de werkelijke hobbel is al genomen.
Wat is in godsnaam het nieuwe links? Ik kijk er al jaren naar uit, maar ik zie het niet. Welke opvattingen schragen mijn gevoel voor eerlijkheid, oprechtheid en rechtvaardigheid? Ik was laatst alleen met mijn vijftienjarige dochter in Londen. We wilden naar het graf van Marx, maar het was te koud en dus zijn we maar naar de cd-afdeling van Harrod’s gegaan. Ondertussen, in hotel en metro, in Kensington en in Regent Street, vertelde ik over mijn anarchistische tijd en over mijn sociaal-democratische opvattingen, maar het kwam er uit alsof ik over mijn eerste fiets vertelde. Een vader beschrijft zichzelf niet graag als naïeveling.
Wat denk ik nu, wat vind ik nu? Ach, ik vind dat niemand arm moet zijn, en ik wil best veel belastinggeld betalen voor mensen die geen werk hebben. En ik vind de huizenprijzen te hoog en ook is het zonde dat het midden- en kleinbedrijf wordt opgeslokt door de Albert Heijn en de Bakker Super. Maar het zijn geen opvattingen waardoor ik in vuur en vlam geraak zoals vroeger. 'Ik denk hoogstpersoonlijk helemaal VVD, maar ik stem SP’, zei ik tegen mijn dochter.
'Zo ben je, inderdaad. Hypocriet. Nooit echt voor iets gaan’, zei ze. Ik knikte.
'Waar raak je nog wel opgewonden van?’
Ik haalde mijn schouders op en zei: 'Vroeger was je rechtvaardigheidsgevoel meteen gekrenkt. Een bedrijf dat zijn werknemers te weinig betaalde, stak je in brand. Je ging stencillen en wilde dat ze gingen staken. Maar de huidige stakers willen gewoon meer van hetzelfde onrechtvaardige geld als hun bazen. Dat ze staken is terecht, maar dat er straks ontslagen vallen, is net zo terecht.’
'Je interesseert je niet meer voor politiek!’
'Ik interesseer me zeer voor politiek. Meer dan vroeger.’
'Maar wat dan?’
'Ik wil niet genaaid worden.’
'Dat is rechts, pap.’
'Nee, dat is links.’
'Kleine hersentjes. Bang, bang, bang.’
'Ja, ik ben bang.’
We spraken er maar niet meer over.
Ik dacht aan een ideologie. Ik wil geen bevlogenheid meer. Bevlogenheid is eng. Een beschaving moet alleen fundamenten kennen, maar het gebouw dat je neerzet, moet ieder voor zich ontwerpen. Elkaar niet storen, dat is het belangrijkste. Zoveel mogelijk vrijheid garanderen. De putten waaruit je normen en waarden kunt halen zijn ernstig vervuild, er is nog niets gevonden dat helder, fris en lekker is. We hoeven dus alleen maar kritisch te zijn.
'Er is ook een hele grote cd-winkel in Oxford Street. Zullen we daar heen gaan?’
Zei ik.