Ik wil gevormd worden

De journalistiek zit op een dood spoor. LE:

Ik hoor om me heen dat er her en der vele, vele miljoenen worden uitgetrokken om televisiegidsen bij de kranten te voegen.
‘Daar heeft de lezer behoefte aan’, heet het. Ik weet dat het waar is. Anders gezegd: ik weet dat wanneer je zo'n gids níet maakt, je de slag om de concurrentie verliest en je bestaansrecht als krant in gevaar komt. Maar wat hadden wij, journalisten, niet met die miljoenen kunnen doen? Welke onderzoeken, die nu blijven liggen, hadden dan niet uitgevoerd kunnen worden?
De journalistieke vorm lijkt uitgeput, juist door het marktgericht denken. Het 'menselijke interview’ is uitgehold. De aandacht voor Bekende Nederlanders is over zijn hoogtepunt heen. De politiek zit, door de voorlichters, potdicht. De journalisten worden - noodgedwongen - steeds groffer, maar zonder succes.
In het Buitenhof, zo hoorde ik laatst van een insider ('die onbekend wenst te blijven’) zitten van tevoren afgesproken primeurs. Voorlichters bepalen wat er op Teletekst komt.
Wat moet er veranderen?
Dat is moeilijk te zeggen. Wanneer ik een doorwrocht artikel zou willen maken over de gevolgen van het asielbeleid - met eventuele consequenties voor de betreffende bewindslieden - dan ben ik daar eigenlijk een paar maanden mee bezig, zonder dat je op voorhand weet of het succes heeft.
Stel dat een krant dat al zou kunnen betalen, wat niet het geval is, dan ontbreekt meestal ook de ruimte om uit te pakken. Goed, laat dat dan over aan de opinieweekbladen, zou je zeggen. Maar die hebben helemaal geen geld en worden constant bedreigd door de steeds dikker wordende kranten. (Straks ook nog met een televisiegids!)
Het enige wat kranten en opinieweekbladen zou kunnen redden, is: een eigenwijze journalistiek.
Maar wat is eigenwijs?
Eigenwijs zijn betekent niet voor de hand liggende keuzes maken, niet trend-volgend zijn, maar zelf proberen een trend te zetten. Domweg het risico durven nemen dat je ruzie krijgt met je publiek.
Wil men steeds kortere artikelen - onzin, maak ze weer langer als dat nodig is. Hou je aan geen enkele regel, behalve aan de journalistieke principes. De kortheidsbehoefte van het publiek is voor een groot gedeelte de oorzaak van het journalistieke lijden dat we op het ogenblik doormaken.
Net als de roep om 'lekkere artikelen’. Kranten en opinieweekbladen lijken op de Nederlandse literatuur van nu: het is allemaal ongeveer hetzelfde.
Er zijn geen persoonlijkheden meer. Kranten en opinieweekbladen bestaan als producten die in stand moeten worden gehouden. Met het teloorgaan van hun ideologische inspiratie is de rechtvaardiging van hun bestaan in het economisch overleven gaan zitten. Is de Volkskrant nog katholiek? Het Parool sociaal-democratisch? De Telegraaf nog rechts? Trouw nog gereformeerd?
Waar wordt nog vernieuwende journalistiek bedreven? Trouwens, wat is dat?
Ik zou het nu niet weten, ik weet alleen dat het tij moet keren.
Geen Bekende Nederlanders meer, alstublieft. Niet meer een politicus interviewen over welke film hij onlangs nog heeft gezien of wat zijn vrouw thuis voor hem kookt. Allemaal decadentie in de slechte zin van het woord.
Waar is de tijd dat we nog nieuwsgierig waren naar wat een krant of opinieweekblad te bieden had? Ik kon me er vroeger zelfs op verheugen.
Ik wil niet dat een krant mijn interesses heeft - ik wil door de krant op nieuwe interesses stuiten.
Ik wil gevormd worden. Ik wil weten hoe dingen in elkaar zitten. Ik wil bij de hand genomen worden en nieuwe dingen ontdekken.
Ik wil niet achter de coulissen bij Hennie Huisman of Wim Kok zitten - ik wil er als lezer een rol in spelen, samen met de journalist.