Samenvattend, er is niets en niemand waar ik om geef, ook niet om mezelf. Alles, maar dan ook alles, verveelt me. Uitgaan, lekker eten, vreemdgaan, sporten, lezen, telefoonkaarten verzamelen, hoe verzint een mens het!
Dat gedoe met geld vind ik al helemaal bespottelijk. Het is tenslotte maar een stukje papier waar ik een vliegtuigje van zou vouwen, als ik daar niet te lui voor was. Dus breng ik dat geld naar m'n psieg, die daar gek op is. Hoe meer ik meebreng, des te meer houdt hij z'n waffel, zodat ik lekker mezelf kan zijn.
In al die jaren die wij in elkaars gezelschap zijn, is er toch een zekere band ontstaan. Maar dat is, wat mij betreft, nu over. Laatst sprak die geleerde ezel namelijk zijn bewondering voor mij uit. ‘U klaagt eigenlijk nooit’, zei de man, ‘zo'n geval heb ik in m'n praktijk nog niet meegemaakt.’ Met die opmerking bewees hij uiteindelijk niets van mij te begrijpen. Waarom zou ik klagen? Ik ben volmaakt gelukkig. Want er is niets, ik wil niets en ik ben niets. Kan het harmonieuzer?