Zomergasten: John van de Heuvel

‘Ik wil graag vooraan staan’

© VPRO

Het terugkijken van Zomergasten kan een riskante bezigheid zijn. Tenminste, als het plan was om de volle drie uur te kijken in etappes verdeeld over meerdere avonden. Het is me niet gelukt bij de zit met misdaadverslaggever John van den Heuvel, de eerste Zomergast van dit jaar. Eenmaal begonnen kon ik niet meer stoppen.

Het waren de fragmenten die Van den Heuvel koos, maar het was zeker ook de invloed van presentatrice Janine Abbring. Van den Heuvel, misdaadverslaggever voor De Telegraaf en RTL, is een groot kenner van de Nederlandse onderwereld. Aan criminele bronnen heeft hij geen gebrek, zoals blijkt uit de verhalen die hij aan Abbring vertelt. Hij schept er niet over op, maar als hij praat over zijn werk schiet hij makkelijk in zijn professionele modus. Dan spreekt hij in vlakke saaie zinnen.

Juist op die momenten blijkt de kwaliteit van Janine Abbring, die hem een paar keer wegtrekt uit het wegzap-moeras en weer tot leven wekt. Soms gaat dat op stevige wijze. Abbring gaat met een ruk rechtop zitten. ‘Maar John, nu ga je weer zo professioneel praten. Ik wil weten wat het met je dééd.’ Van den Heuvel moet lachen. Het is een ontwapenend moment dat de avond tekent. Vooraf had hij in interviews aangegeven dat hij zich in Zomergasten zou openstellen, ook op het persoonlijke vlak. Dat lijkt geen aangeboren kwaliteit, gezien zijn stoïcijnse voorkomen, maar samen met Abbring lukt het. Het is misschien wel hun wisselwerking die me aan de tv kluistert terwijl alles en iedereen om mij heen slaapt.

Al meteen komt Van den Heuvels beveiliging ter sprake. Sinds een jaar wordt hij ‘24/7’, zoals hij het zelf noemt, bewaakt door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging die ook leden van het koningshuis en Geert Wilders beschermen. Hij spreekt er zo openlijk mogelijk over. De dreiging komt uit de hoek van Redouan T., de voortvluchtige Marokkaans-Nederlandse drugscrimineel die opdrachtgever zou zijn van een reeks liquidaties. Abbring wil er van alles over weten. ‘Er is hier genoeg beveiliging aanwezig,’ stelt hij. ‘En het is niet algemeen bekend waar deze opnamestudio precies is.’ (Even googelen – en inderdaad, langs die weg vind je de locatie niet meteen.)

Veel van de fragmenten die hij koos hebben van doen met de zware misdaad. Het interview dat Sonja Barend hield met de beruchte crimineel Stanley Hillis (inmiddels geliquideerd), nadat hij uit de gevangenis was ontsnapt. Een scherp Brandpunt-interview met de nog jonge Heineken-ontvoerders Willem Holleeder en Cor van Hout, toen ze vastzaten in Frankrijk. Mooie fragmenten zijn het, al was het maar om de platte taal die gesproken wordt. ‘Tenenkrommende onderwereld-PR’, noemt Van den Heuvel het. Ook de piepjonge Amsterdamse Hells Angels worden getoond, met een fragment uit 1974, toen ze nog gewoon nozems waren die wilden shockeren met knokpartijen en het dragen van swastika’s en ijzeren kruizen, net als hun Amerikaanse voorbeelden. ‘Toen al hadden de autoriteiten moeten zien dat het foute boel was,’ zegt Van den Heuvel beslist. Als journalist bezocht hij het honk van de Amsterdamse Angels een paar keer, waar presentator Jan Lenferink eens in elkaar werd gerost. Dat was niet zonder risico, blijkt uit zijn verhalen.

‘Ik wil graag vooraan staan’, antwoordt hij als Abbring wil weten wat voor man hij is. Van lafheid moet hij niets hebben. En van een liberale omgang met drugs evenmin. Hij werd politieagent in Amsterdam, juist omdat het er in de jaren tachtig ‘oorlog’ was. ‘De enige toeristen die er kwamen waren drugstoeristen.’ Hij was lid van de Mobiele Eenheid tijdens de grote ontruimingen, en vertelt openlijk over de klappen die hij en zijn ME-kompanen uitdeelden buiten het zicht van de camera’s. ‘Als je wordt bekogeld met stenen, wil je wel een paar klappen uitdelen. Ze hadden helaas leren jassen aan, met oude kranten eronder. Ik wilde wel dat ze het wat beter hadden kunnen voelen.’

Het wordt pas langdradig als hij al te lang vertelt over Holleeder, die hij in zijn verhalen wel erg vaak ‘zomaar’ tegenkomt, en hem eens vlak bij zijn huis ‘klem rijdt’ om te weten te komen wat hij daar doet. Abbring luistert gebiologeerd, vingers gespreid over haar mond en wangen. Net op tijd zegt ze: ‘Iets heel anders. Spoorloos.’ Het is de opmaat naar het verhaal over Van den Heuvel en zijn Marokkaanse vader die zijn Nederlandse moeder kort na zijn geboorte in de steek liet .

Vanaf dat moment wordt het gesprek persoonlijker en komen we echt iets over Van den Heuvel te weten. Hij was geen lieverdje vroeger (‘het ging wel wat verder dan vandalisme’) en hij blijkt een gelovig mens: met zijn vrouw bezoekt hij de katholieke kerk. Abbring turft ongezien het aantal keren dat hij buiten beeld in de weer is met zijn telefoon. ‘Je lijkt mijn vrouw wel’, zegt Van den Heuvel. ‘Het is een verslaving, dat geef ik ruiterlijk toe.’


Zomergasten – John van den Heuvel - uitzending: 28 juli 2019, terugkijken mogelijk tussen 22:00 – 6:00 uur