Ik wil helemaal niet yin en yang

Laatst zat ik een vrouw te versieren in een tamelijk oridinair Amsterdams cafe, en alles zag er naar uit dat het ging lukken.
‘Zullen we samen ergens nog wat drinken?’ vroeg ik op een gegeven moment, terwijl ik het laatste half uur al saai Spa had gedronken om niet al te laveloos te zijn met alle gevolgen van dien.

‘Is goed’, hoorde ik, 'laten we bij mij iets drinken.’
Ik nam L. achterop de fiets en ik hoorde haar zeggen: 'Als ik morgen nog maar weet waar ik hier de auto heb gezet.’ Ik reed door de herfstkoude naar een statig herenhuis in Amsterdam- Zuid, de buurt waar ik ben opgegroeid. Even later betrad ik een 'dure woning’. Ik kwam in een kamer waar alles in orde was, althans het appartement was niet heel erg smakeloos ingericht. Ik realiseerde me dat ik alleen de voornaam van mijn nieuwe vriendin wist, maar verder niets.
Terwijl zij in de keuken koffie zette, bekeek ik stiekem aan wie de post was geadresseerd die op de tafel lag. Ik las op elke brief 'Aan de officier van justitie, mevrouw Z.’, en ik dacht: 'Dit had mijn vader leuk gevonden, als z'n zoon eens thuis was gekomen met een officier van justitie.’ Toen L. uit de keuken kwam met de koffie - ze had zich ook verkleed - deed ik alsof ik al lang wist dat zij officier was en vroeg ik naar 'leuke dingen’ die zij zoal had meegemaakt. Terwijl ze vertelde, liep ze naar een tafeltje waaronder een lade zat en haalde daar een stapel kaarten uit. Ze zei tegen mij: 'Laten we de tarot leggen, ik wil weten wat onze toekomst is. Ik geloof sterk in de Tarot.’
'Ja’, zei ik. Ik dacht nog dat alles een grapje was. Maar even later werd ik stevig onderhouden over chakra’s, voice dialogue, de kracht van meditatie, en positief denken, terwijl om mij heen steeds meer theelichtjes werden aangestoken en de lampen langzaam doofden.
En opeens zat ik tegenover een zweverige kreuk.
'Je bent toch officier van justitie? Hoe kan je dan in die tarotkaarten geloven?’
'Het is je onbewuste die je stuurt. Daarin zitten krachten die we zelf niet in de hand hebben.’
'Het onbewuste is niets’, zei ik. 'Dat bestaat helemaal niet. Je kan het noemen zoals je wil.’
'Yin en yang, inderdaad. Dat mag, als je dat prettiger vindt.’
'Nee, ik wil helemaal niet yin en yang, maar ook niet bewust en onbewust met magische krachten, dat is allemaal onzin.’
'Als je dat onzin vindt, dan ben je nog niet ver. Dat vind ik dom. Je moet je met deze zaken bezighouden, om verder te komen. Volgens mij ben jij wel al ver. Ik ben ver in ieder geval. Al die dingen geven mijn leven zin.’
Aldus mijn officier, die overdag misdadigers achter slot en grendel wil zetten.
Ik moest niet al te kritisch zijn anders ging mijn gezellige avond naar de knoppen. Ik keek iets beter naar het interieur: pendels, een grote prent van een of andere Indiase god en nog een andere prent van een hand met daarin alle magische lijnen. Tien jaar geleden zou mijn officier nog bij de Bhagwan zijn gegaan, nu doet ze het zelf een beetje. En ik ben een slechte goeroe.
'Zal ik je een shiatzu- massage geven?’ vroeg ze opeens. En ik knikte.
Ik zat opeens in mijn eigen satire. Ik probeerde te bedenken waarom ze dit deed; het moest een tegenwicht zijn voor het zakelijke handelen dat ze overdag had. Ik moest oppassen dat ik niet te veel hocus-pocusbeelden over haar kreeg die mijn geilheid als boze heksen zouden verdrijven, maar die kwamen terug, want net op het moment dat ik dacht dat ze gingen capituleren, zei ze: 'Hier gaat het om. Om hartstocht, passie. Om samenzijn, om liefde…’
In de hoek van de slaapkamer stond op een kastje, naast een paar kaarsen, een foto van haar als kinderrechter in een middelgrote Nederlandse plaats. De foto was zo genomen dat ze je altijd aankeek, van welke kant je de foto ook beschouwde.
Daar werd ik nog meer opgewonden van.