Uitbater

Ik wil het hebben over…

Je kunt in dit land niet drie dagen aan de verkeerde kant van de grens verkeren, of er breken nationale rampen uit.

Nee, ik doel niet op de Troonrede, die dit jaar schraler dan ooit was geschreven, zodat zelfs Hare Majesteit zo verveeld was dat zij zich vijf maal versprak.

Dat moet een hard gelag voor haar zijn geweest, gegeven het feit dat zij in haar streven naar de absolute volmaaktheid zeker drie volle weken lang voor de spiegel heeft zitten trainen.

Thom de Graaf nog gezien, onze eigen limonaderepublikein? Wat zou hij doen bij het collectieve «Leve de Koningin!»? Juist, ook hij verhief de leden en stemde in met het best betaalde gemengd koor van Nederland, met zo'n ironisch lachje rond de lippen.

Maar ik wou het helemaal niet over de Troonrede hebben, maar over een aanmerkelijk boeiender probleem als…

Annemarie Jorritsma, onze liberale vice-premier, kán echt niet meer. Ik praat niet over haar beleid. Dat doet iedereen al. Ik praat over de pure misdadiger die haar die paarse hoed heeft aangepraat. Ik weet best dat uiterlijk schoon geen politiek criterium is, want dan zou het zeer stil worden in ’s lands vergaderzaal. Maar om iemand ten overstaan van geheel het volk zo voor schut te zetten, dat kan alleen een duurbetaalde couturier bedenken.

Goed, nu over naar de nationale rampen, die het onderwerp van dit stukje zijn.

Maar eerst even dit.

Het gaat over het optreden van Maartje van Weegen. Dat is een aardige, verstandige vrouw, die op een fataal ogenblik zo onverstandig is geweest de portefeuille Konings huiszaken te accepteren. Sedert dien is zij de sprekende papegaai van Huis ten Bosch, gespecialiseerd in weeïge, voorgekookte meningen van een optimaal Oranjegehalte, een hofdame die op de loonlijst van de publieke omroep staat.

Maar wij hadden het over de toestand in de wereld.

Niettemin, eerst nog even dit.

Het wachten was op die dekselse Rick van der Ploeg, de culturele beschermengel van jongeren en autochtonen. Terwijl de miljarden door de diverse kamers dwarrelden, verkocht hij het opheffen van 36 ensembles en gezelschappen als een daad van culturele vooruit strevendheid. De publieke omroep had ervoor gezorgd dat hij in een debatje verzeild raakte met de bedreigde cultuurdrager Van Warmerdam, die helaas de Cultuurnota niet had gelezen (dezelfde Cultuurnota die al vier dagen op mijn bureau ligt) en die, in zijn blinde onwetendheid, dan ook door de bewindsman finaal werd afgeslacht.

Tijd om naar de kern van mijn betoog terug te keren.

Er bleek zich in mijn afwezigheid plotseling een heel debat te hebben ontwikkeld over het bestaansrecht van de Nederlandse weekbladen.

Hé, dat komt mij bekend voor. Tien jaar geleden werden de weekbladen opgeheven omdat er een economische crisis was, nu worden zij opgeheven omdat wij, stervend van de welvaart, te beroerd zijn om kranten te lezen.

Ja hoor, hef maar op die boel, al die toneelgezelschappen en symfonie-orkesten en dagbladen en weekbladen, zodat wij ongestoord onze beate spelletjes op internet kunnen spelen.

Helaas, ik moet mijn betoog voortijdig beëindigen.

Nova, weet u wel, dat ons zal laten weten of Nederland überhaupt nog bestaat.