17 en dan…

‘Ik wil het liefst op vredesmissie’

Daniëlle Vermeulen woont in Ter Aar en volgt de mbo-opleiding veiligheid en vakmanschap bij het ROC Midden Nederland. Haar vader is bode op het gemeentehuis, moeder is ICT-medewerker.

Medium mvdgjongeredanielle4527

‘Mijn vader had altijd van die goede verhalen over de dienstplicht. Als een groepsgenoot iets deed wat niet door de beugel kon, dan haalde de rest zijn kast overhoop vlak voor de inspectie. Ik vind het mooi om dat soort verhalen te horen; je staat er in elk geval niet alleen voor, je bent met een team. Bij andere banen is dat tegenwoordig heel anders en moet je het maar zelf uitzoeken. Mensen zijn egoïstischer geworden, maar dat is ook iets van mijn generatie denk ik. Misschien dat ik daarom voor Defensie heb gekozen.

Als ik ooit moet schieten, dan moet dat maar. Dat is een instelling die ze je hier op school aanleren: wanneer de nood aan de man is, moet je actie ondernemen, ook al heb je daar misschien zelf niet voor gekozen. Maar vechten zal ik niet snel doen. Ik word nu namelijk opgeleid voor de verbindingsdienst, en dat zijn in principe geen gevechtstroepen. Wij moeten zorgen dat de radio’s, de portofoons en de satellieten werken, dat alles versleuteld is en niemand het begrijpt. Er zijn wel delen van de verbindingsdienst die meegaan op patrouille met infanterie. Natuurlijk lijkt me dat wel wat, maar er is nog zoveel wat ik te weten moet komen over het vak voordat ik dat zou overwegen. Je bent dan namelijk de enige die de verbindingen kan regelen als je op zo’n patrouille meegaat. Eerst moet ik deze opleiding afmaken, en dan hopen dat ik word toegelaten bij Defensie.

Met de havo ben ik gestopt omdat ik leren niet meer leuk vond. Ik wilde met mijn handen werken, ergens waar ik niet de hele dag stil hoef te zitten. Maar ik was ook op zoek naar een plek waar ik een ict-diploma kon halen. Alles wordt namelijk ict in de toekomst: het moet allemaal sneller, automatisch, met robots, met aanraakschermen. Hier kon ik beide doen: een ict-diploma halen en actief bezig zijn. Nu ik echter beter weet wat de verbindingsdienst eigenlijk doet, spreekt het me enorm aan.

Soms is het wel lastig dat er hier niet zoveel meisjes zijn. Er is één ander meisje in de klas waar ik veel mee optrek. En ja, we zijn best meisjesachtig samen. Tijdens de ict-les, als we niets te doen hebben, kijken we bijvoorbeeld naar kleding. In het begin moesten we wel met elkaar omgaan, want hier op school doen jongens en meisjes veel dingen gescheiden. Bij ehbo moet je aan elkaar zitten, dus dat is apart. Slapen doen we ook gescheiden. Omdat we zoveel samen waren hebben we elkaar steeds beter leren kennen en zijn we nu goede vriendinnen.

Ik wil het liefst nog op een vredesmissie gaan, naar een ontwikkelingsland. Dan vecht je niet, maar ga je mensen helpen. We hebben het hier goed en dat besef ik steeds meer. Op het nieuws zag ik een verhaal over mensen die hun huisdieren moesten opeten om te overleven; hun dorpen zijn overgenomen, er kan geen vrachtverkeer komen, ze hebben niets meer te eten. Dat het zo ver moet gaan kan ik me bijna niet voorstellen. Op dat soort plekken zou ik graag willen helpen.

De wereld staat er slecht voor. Als je alles bij elkaar optelt kun je zien dat het echt niet lekker gaat momenteel. Of ik dat kan veranderen weet ik niet. Ik hoop in ieder geval dat ik het kan verbeteren, al is het maar een beetje. Ik zou willen dat alle oorlog stopt. Dat het afgelopen is met het terrorisme. Dat klinkt misschien een beetje overdreven. Van dag tot dag maak ik me er niet te veel zorgen over.’