Interview met Tom Kleijn

‘Ik wil laten zien hoe erg het is in oorlogen’

Tom Kleijn werkte als tv-verslaggever in Irak, Afghanistan en Joegoslavië. Hij won een grote prijs in Amerika voor een van zijn films.

AMSTERDAM – Tom Kleijn, 38 jaar, is oorlogsverslaggever bij het tv-programma Nova. Tien jaar geleden begon hij met dit werk en zijn eerste keer dat hij bij een oorlog was, was in Joegoslavië. In 2001 was hij de eerste keer in Afghanistan, en hij is wel negen keer in Irak geweest.

Met hoeveel mensen ga je op reis als je naar een oorlog gaat?

Tom Kleijn: ‘Ik ga meestal alleen met mijn cameraman maar soms ga ik ook met het leger mee. Dat is ook veiliger voor mij. Het heet embedded. Het nadeel is dat ik dan niet met de vijand kan praten, want die is bang voor het leger.’

Wie is de Taliban?

‘Dat is niet een persoon, het is een groep strijders met veel verschillende soldaten. En ze vechten allemaal tegen de Afghaanse, Nederlandse en Amerikaanse soldaten.’

Bent u wel eens de Taliban tegengekomen?

‘Ik heb wel eens met strijders gepraat, maar het is altijd moeilijk om te zien wie nou echt van de Taliban is en wie gedwongen wordt. Ik vang zelf geen Taliban, want ik ben een journalist. Maar het leger heeft er wel eens een paar tegengehouden terwijl ik er bij was.’

Vond u het spannend?

‘Ja, want je kent die mensen niet en je weet niet of ze de waarheid spreken en wat ze willen. En het is gevaarlijk. Want als journalist ga je niet in de schuilkelder zitten maar juist naar de gevechten toe om te filmen. Ik heb een raket van vijfhonderd meter afstand gezien. Vanaf een hoge berg, en die ging zo de zee in. Dat vond ik heel eng.’

Wanneer en waarom is de oorlog begonnen in Afghanistan?

‘Op 11 september 2001 gebeurde iets ergs in Amerika: er vlogen twee vliegtuigen op twee torens en er gingen veel mensen dood. Degene die dat gedaan had zat in Afghanistan en Amerika heeft toen, met bondgenoten, besloten de dader met zijn medestrijders weg te jagen.’

Wat was uw leukste film?

‘Mijn leukste film was Op jacht naar de Taliban. Ik heb deze film gemaakt omdat er oorlog in Afghanistan is en om mensen te laten zien hoe erg het is en dat mensen hun gaan helpen en toen ik het afgemaakt had kreeg ik een prijs in Amerika.’

Vindt u dat de Nederlandse soldaten de Afghanen moeten helpen?

‘Ja, dat vind ik wel, maar misschien op een andere manier. Maar ik vind echt dat de Taliban weg moeten, dat zijn slechte mensen, ze onderdrukken de bevolking en vrouwen mogen bijvoorbeeld helemaal niet naar school.’

Vertel eens over uzelf en uw familie.

‘Ik heb vier broers en een zus. Ik heb een vriendin, maar we zijn niet getrouwd, en we hebben geen kinderen. Mijn vriendin is 38 jaar en ze heet Jeanne. Ik ben zelf ook 38. Mijn vriendin vindt het niet leuk dat ik naar oorlogsgebieden ga, want ze weet nooit wanneer ik terugkom. Ze is bang dat er iets gebeurt met me. Maar ze wist al dat ik dit werk deed voor ze mijn vriendin werd. Dus ze was voorbereid. Mijn broer Koen Kleijn vindt het ook eng dat ik naar de oorlog ga. Ik vertel het pas de avond voor ik wegga aan onze moeder, anders maakt ze zich te veel zorgen.’

Hoe komt het leger aan wapens?

‘Die nemen ze mee van huis. Soldaten zijn heel aparte mensen, ze vallen zomaar in slaap ook al staan ze op een berg, want ze weten niet wanneer ze weer kunnen slapen.’

Zijn er ook andere soldaten?

‘Ja, er zijn Canadese en Britse soldaten.’

Heeft u ook boeken geschreven?

‘Nee, maar ik ben wel bezig met een boek over wat ik allemaal heb gedaan in Irak en wat ik heb meegemaakt.’

Wat was uw spannendste moment?

‘Dat was toen een oude man naar mij toe kwam – hij had een lange baard – en mijn kin vastpakte, want ik had geen baard. Ik wist niet wat ik moest doen, dus ik pakte zijn baard vast. Hij begon te lachen en liet mijn kin los en ik liet zijn baard los.’