‘ik wil niemand schofferen’

Jeltsin Rex. Rotterdam, Theater Lantaren/Venster: wo 1 tot en met za 4 maart, di 7 tot en met za 11 maart (vr 3 maart premiere). Amsterdam, Theater Frascati: di 14 tot en met za 18 maart. Op vr 10 maart en do 16 maart is er na afloop van de voorstelling een debat.
De eenzijdige berichtgeving rond de Golfoorlog maakte hem kwaad. Dus kwam hij met een voorstelling over Saddam. Dat het Westen Jeltsin de hand boven het hoofd houdt, kan hij ook niet uitstaan. Dus gaat deze week ‘Jeltsin Rex’ in premiere. Ab Gietelink, een man met een missie.

HIJ IS DWARS. Per definitie. Omdat hij het maatschappelijk debat wil aanzwengelen, desnoods door extreme standpunten uit te dragen. Ab Gietelink, cultuurfilosoof, publicist en theatermaker. Tijdens de Golfoorlog nam hij een uitgesproken standpunt in tegen de Amerikaanse interventie. Vervolgens maakte hij een voorstelling over Saddam Hoessein. Deze week gaat in Rotterdam zijn nieuwe voorstelling in premiere, Jeltsin Rex, een mediashow over de bestorming van het Russische parlement.
Ab Gietelink (36) kwam eind jaren zeventig van het rustige Almelo naar Amsterdam om economie en rechten te studeren. Hij wilde de politiek in. Voor welke partij? Geen idee, daar dacht hij toen niet over na. ‘Ik zag mijzelf redevoeringen houden in de Tweede Kamer.’ Zijn politiek bewustzijn kwam niet tot wasdom aan de juridische faculteit: 'Ik raakte steeds meer geinteresseerd in theoretische, wijsgerige vragen.’ Hij ging cultuurfilosofie studeren en speelde studententoneel.
Geleidelijk aan maakte hij een omslag van het politieke naar het culturele. Gietelink: 'In de jaren zeventig was men politiek bewust. Dat veranderde in de jaren tachtig in een cultureel bewustzijn, gevoed door de nomadische marginale cultuur van bijvoorbeeld de kraakbeweging. Die verandering vond ook bij mij plaats en in deze autonome culturele omgeving vond ik mijn plek.’
Gietelink richtte de stichting Nomade op, zijn werkplaats voor grote theaterprodukties: een voorstelling over Nietzsche in de gekraakte Amsterdamse Posthoornkerk, een Faust in de Oudemanhuispoort. 'Met vallen en opstaan heb ik mijn eigen theaterstijl ontwikkeld. Ik ben groot begonnen en steeds kleiner gaan werken, tot ik in mijn Kabinet-voorstellingen alleen op het podium stond.’ Het waren rommelige voorstellingen, soms niet helemaal gelukt, maar altijd de moeite waard.
Hij bleef geinteresseerd in politieke processen. Zijn voorstellingen waren en zijn politiek geladen, gaan over grote kwesties. Afkeer van de cynische houding van de linkse intelligentsia stuwt hem voort. Ab Gietelink begon ook te publiceren; eerst over de media, later over internationale politiek. Voor De Groene interviewde hij in 1988 mediafilosoof Neil Postman, toen niemand nog van deze man had gehoord. In het weekblad Forum, de opvolger van dagblad De Waarheid, schreef hij vanaf 1989 tot het blad in maart 1991 ter ziele ging vele buitenlandcommentaren. In zijn Forum-artikelen verwoordde hij zijn eigenzinnige meningen. Over de DDR, bijvoorbeeld, in een artikel waarin hij pleitte voor mildheid jegens de voormalige SED-leden. Later, na augustus 1990, schreef hij vooral over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten die leidden tot de Golfoorlog. Deze meningen begon hij ook op het podium uit te dragen.
AB GIETELINK GEEFT het toe: 'Ik ben een missionaris. Als ik honderd jaar geleden was geboren, was ik vast een revolutionaire dominee geworden. Waarom denk je dat ik op het toneel ben gestapt?’ Zijn boodschap betreft het einde van de Koude Oorlog, dat volgens Gietelink door links en dan vooral de generatie van '68 niet goed is onderkend.
Zijn drie Kabinet-voorstellingen kwamen tot stand 'als antwoord op mondiale ontwikkelingen’. Zij werden gemaakt naar aanleiding van de politieke actualiteit. Gietelink maakte lange onderzoeksreizen door Oost-Europa, de Sovjetunie en de Arabische wereld. 'De Kabinet-voorstellingen zijn museale voorstellingen. Ik ging op reis, bracht voorwerpen mee terug en liet die zien. Het tonen van het vreemde dat mij ergens was opgevallen, lag aan de basis van elke voorstelling. Elke voorstelling bevatte een ritueel en in elke voorstelling had ik een mythe verwerkt.’
Kabinet 1917 uit 1991 toonde de uitvaart van Lenin. De val van het communisme en het socialisme is in het Westen verkeerd geinterpreteerd, meent Gietelink. Hij wilde in deze voorstelling laten zien dat de revoluties die twee jaar tevoren hadden plaatsgevonden in Oost-Europa niet het failliet van het systeem aantoonden, maar net zo goed konden worden opgevat als een hervorming in socialistische zin. 'Het is maar hoe je interpreteert. De revolutie in Rusland is na de initiele ontwikkelingen overgenomen door niet- hervormingsgezinden, die alles waar het socialisme voor staat, wilden afschaffen.’
Hij was vroeger gefascineerd door het Oostblok. 'Ik wil de ander, de vijand, leren kennen. De Friedrichstrasse in Berlijn was voor mij jarenlang de meest fascinerende plek op aarde. Als je daar uit de metro stapte, leek het of je een andere wereld betrad.’ Na het einde van de Koude Oorlog verdween die fascinatie. 'Als je nu in Oost-Europa komt, is alles hetzelfde als in het Westen.’
Het einde van de Koude Oorlog leidde volgens hem in 1990-1991 tot de Golfoorlog. 'Die oorlog was erop gericht het onbevredigde gevoel dat de Koude Oorlog had achtergelaten, te compenseren. Het verlangen naar een kwaad te bevredigen. Dus wat doet Ab? Ab gaat naar Irak!’
De Golfoorlog was toch een reactie op de Iraakse bezetting van Koeweit? 'Dat is waar’, meent Gietelink, 'maar daar waren ook andere, geweldloze oplossingen voor geweest.’ Een reden waarom hij zich zo in de Golfoorlog vastbeet, was zijn fascinatie met de rol van de media. 'Voor het eerst werd duidelijk wat filosofen al eerder hadden beweerd: dat de media een onderdeel zijn van het propaganda-apparaat. Er ontstond een allesomvattende hetze tegen Irak en tegen iedereen die Irak niet onmiddellijk uitriep tot de vijand. Waarbij het ultieme kwaad werd verbeeld door het gezicht van Saddam Hoessein.’
Ab Gietelink ging inderdaad tot twee keer toe naar Irak en maakte met de voorwerpen die hij daar had gekocht, zijn tweede Kabinet-voorstelling. Het was een ontmoeting met de Arabische wereld, inclusief het islamitisch ritueel van de voetwassing voor het gebed. Hij liet een affiche ontwerpen waarop het hoofd van Saddam Hoessein stond afgebeeld en noemde zijn voorstelling: Babylon, Saddam en wij, later hernomen als de solo Babylon, Saddam en ik.
Het was tijdens de Golfoorlog dat Gietelink begon op te vallen. Zijn tegendraadsheid bezorgde hem veel publiciteit. Dat de aandacht niet alleen positief was, vond hij niet erg. 'Ik vind dat er in Nederland te weinig over fundamentele zaken wordt nagedacht. Daarom mag iedereen mij een schreeuwende gek noemen of een hofnar vinden. Dat maakt mij niet uit. Toen ik over de Golfoorlog publiceerde, merkte ik echter waar de marges van het debat zaten. Mijn artikelen werden geweigerd of ingekort. Ik heb een aantal keren het gevoel gehad dat ik buiten het debat was terechtgekomen.’ Velen knapten op hem af omdat hij een relatie legde tussen het Iraakse geweld tegen Koeweit en Israels houding ten opzichte van de Palestijnen. 'Het taboe Israel’ heette zijn aanval in Forum op de pro-Israelische houding van de Nederlandse politiek. Het was een schok voor hem dat hij vervolgens van antisemitisme werd beschuldigd: 'Ik voelde dat ik een grens had geraakt die ik niet wilde overschrijden.’
Voor zijn derde Kabinet-voorstelling ging Gietelink op reis door Nederland en de Nederlandse geschiedenis. Het resultaat van deze zoektocht naar de kern van de Nederlandse identiteit resulteerde in december 1994 in Het Hollandsch Kabinet, een voorstelling waarin hij het bijbelverhaal van de zondvloed verbond aan de Hollandse angst voor het water. Deze voorstelling, waarin hij in zeventiende-eeuws kostuum onder andere voorleest uit de Statenbijbel, komt nog terug in de theaters.
EN NU DAN JELTSIN REX, zijn nieuwste voorstelling. Gietelink staat ditmaal niet zelf op het toneel. Hij schreef een stuk voor drie acteurs en een actrice: Hans Daalder, Mark van der Laan, Pim de Zwart en Kathenka Woudenberg. Daarin verbindt hij de mythe van Oedipus met de bestorming in oktober 1993 van het Witte Huis, het Russische parlementsgebouw in Moskou. Gietelink: 'Die bestorming zie ik als een vadermoord. Ik zie een parallel tussen Jeltsin en Oedipus. Jeltsin heeft het socialistische nest vernietigd waar hij zelf uit voort kwam, dat gesymboliseerd werd in Gorbatsjov. Wat gebeurt er innerlijk met die man, vroeg ik mij af. Dat bracht mij op de Oedipus-mythe.’ Hij wil aantonen hoe de westerse media de politieke uitkomst hebben beinvloed. 'Het Westen heeft tot nu toe Jeltsin kritiekloos de hand boven het hoofd gehouden. De vadermoord is collectief - en vadermoord maakt blind. Pas nu er een oorlog woedt in Tsjetsjenie, komt de linkse intelligentsia erachter dat die beslissing niet juist was, maar nu is het misschien al te laat.’
Op het toneel verschijnen de personages uit Oedipus Rex van Sophocles. Hun relaas wordt doorsneden met scenes van Moskou in oktober 1993, gepresenteerd door de journalisten van de actualiteitenrubriek Het Pantheon. De anchor man zit in de studio en interviewt de Rusland-deskundige, terwijl een verslaggever even later een exclusief interview heeft met een van de parlementsleden. 'Ik wil laten zien dat de media, in een zweem van objectiviteit, toch partij kiezen voor Oedipus.’
VOOR WIE MAAKT hij zijn voorstellingen? En waarom schrijft hij niet? Of gaat hij niet alsnog de politiek in? Gietelink: 'De politiek is hopeloos. Schrijven en televisie maken is wel aantrekkelijk. Maar theater is het mooiste medium dat er is.’ De suggestie dat hij de rol van gesel van de linkse intelligentsia wil vervullen, wijst hij niet af. 'Ik realiseer me dat ik een generatieconflict heb met de generatie van '68. Maar ik verwerp hun anticommunistische gemakzucht, hun weigering zaken op een andere manier te interpreteren dan binnen de kaders van hun cynisme past.’ Dat de vertegenwoordigers van de politieke en culturele elite niet naar zijn voorstellingen komen kijken, deert hem niet. 'Er ligt ook een ander belang dan de hoeveelheid bezette stoelen. De uitstraling van een voorstelling is groter dan het aantal mensen dat hem heeft gezien. Ik heb het zelf gemerkt aan mijn voorstelling Babylon, Saddam en ik. Die is in de kranten besproken. Een veelvoud van het aantal mensen dat in de zaal zat, heeft er op die manier over kunnen lezen. Wie ik ook sprak, mensen hadden op de een of andere manier iets opgevangen over deze voorstelling. Ze hadden iets begrepen van mijn boodschap.’
Hij heeft een hoofd vol plannen. Onder andere voor een voorstelling, volgens de vormprincipes van zijn Kabinet-reeks, over het Nederlandse koloniale verleden: Kabinet Batavia. Hij zoekt ook naar een vorm om zijn antwoord op de ontwikkelingen in cyberspace te laten zien: 'Ik heb een model voor ogen waarbij het publiek bepaalt hoe een voorstelling wordt gespeeld. Voting Hamlet is mijn werktitel.’
Hij gaat waarschijnlijk ook nu in Rotterdam weer ver. Al voor de premiere van Jeltsin Rex dreigde een controverse over hoe hij journalisten portretteert. Gietelink: 'Ik heb een missie. Ik ben fel. Hoe beter ik iemand ken, hoe feller ik kan zijn. Maar ik ben het niet eens met het verwijt dat ik erop uit ben mensen te schofferen. Ik speel nooit op de man, altijd op de bal. Het gaat mij altijd om de zaak.’ Toch is een schreeuw om mildheid zijn diepste drijfveer. 'Als iedereen staat te juichen bij de bombardementen op Bagdad, pleit ik voor consideratie met de bevolking van die stad. En als iedereen Boris Jeltsin gaat afvallen, zal ik hem verdedigen.’