Fatima Elatik over verlies, onverdraagzaamheid en het wij-gevoel

‘Ik wil niet hoeven liegen’

Recht voor z’n raap is ze: Fatima Elatik, voormalig stadsdeelvoorzitter in Amsterdam. Ze staat bekend om haar ongezouten kritiek op zowel de Marokkaanse als de Nederlandse gemeenschap.

Medium fatimajb5

‘Fuck taboes, fuck schaamte. Ik wil mezelf kunnen zijn.’
Als ik na het interview opsta om afscheid te nemen, gaat Fatima Elatik pal voor me staan. Ze slaat haar armen om me heen en geeft me twee dikke zoenen. Bijna triomfantelijk: ‘Zo doen wij dat in de wij-cultuur.’

Fatima Elatik was de eerste hoofddoek dragende stadsdeelvoorzitter in Amsterdam, dit voorjaar nam ze afscheid. Ze leek de twee werelden waarin ze leefde altijd goed met elkaar te verenigen. De hoofddoek droeg ze al vanaf haar vijftiende, die beslissing nam ze zelf, uit een diep religieus besef. Al zou het blauwgebreide mutsje dat ze vandaag op heeft door vele moslims worden afgekeurd, maar dat kan haar niet schelen. Jaren geleden had ze een diepgelovige periode waarbij ze wijde jurken tot op de enkel droeg en haar handen door lange handschoenen bedekt werden. Onder geen beding gaf ze mannen in die tijd een hand. Tot ze op een dag besloot dat ze er eigenlijk ridicuul uitzag. Ze was opgelucht toen ze inzag dat ze haar geloof ook kon combineren met de laatste snufjes op modegebied.

Haar ouders hebben haar in geen enkel opzicht een strobreed in de weg gelegd, dus mocht ze ook gaan studeren. Haar vader is een redelijk progressieve man die zijn hele leven als magazijnbediende op Schiphol werkte en haar moeder, hoewel orthodox en conservatief, heeft nooit meegedaan aan de roddel en achterklap waar de Marokkaanse gemeenschap goed in is. Ze durfde zich daartegen te verzetten, ze heeft net als haar dochter een onafhankelijke geest.

Fatima Elatik is net zo recht voor z’n raap als de marktkoopmannen van de Albert Cuyp, ze is actief op Twitter en Facebook waar ze bijna vijfduizend vrienden heeft, tegelijkertijd kan ze niet zonder de warmte en onvoorwaardelijke steun van Marokkaanse vrouwen die haar zonder woorden konden troosten in de afgelopen periode. Na een zeer gewenste zwangerschap verloor ze haar pasgeboren dochtertje Tahra Khiera.

De afgelopen weken ging ze met haar moeder op een soort pelgrimstocht langs haar familie in Marokko en daar kreeg ze het wij-gevoel met bakken over zich heen. Ze deed er op Facebook verslag van. ‘Met zonsopgang gewekt worden door de imam die oproept tot het gebed. Na een mooie, zonnige dag vol rijke ervaringen op het dak van ons huis slapen onder de sterrenhemel. Wat is de geboortestreek van mijn ouders toch bijzonder. Feeling blessed, Alhamdulilah. Vanmiddag veel smeekbedes gekregen voor mijn kleine Tahra Khiera. Veel vrouwen hier hebben zoiets meegemaakt, ze gingen door, wat een hoopvol leven leiden deze dames. Ook de graven van mijn voorouders bezocht en voor hen gebeden.’ Tantes, vriendinnen van haar moeder, buurvrouwen, iedereen verdrong zich om Fatima te bezoeken en haar een hart onder de riem te steken.

Wat is de waarde van familie?

‘Je familie, daar doe je alles voor en dat is wederkerig. Zij doen ook alles voor jou.’

Dat klinkt prachtig, maar is dat in de praktijk niet benauwend? Stel dat je niet aan die gestelde verwachtingen kan of wil voldoen?

‘Het kan lastig zijn, hun manier van leven is een overblijfsel uit de tijd dat gemeenschappen nog geïsoleerd waren, je was op elkaar aangewezen, je overleefde met elkaar. Je ziet dat sociale dwang in steden minder voorkomt, dat geldt trouwens niet alleen in Marokko maar ook hier. Ik heb in de loop der jaren geleerd dat je altijd een evenwicht moet vinden tussen je eigen dromen en idealen en de verwachtingen van je omgeving. Er zijn veel manieren waarop je met die druk kunt dealen, zeg ik tegen alle jonge meiden die mij benijden om de vrijheden die ik heb. Ik benadruk wel dat ik mijn best heb gedaan om mijn ouders te betrekken bij de weg die ik aflegde.

Tijdens mijn studie gaf ik trainingen in interculturele communicatie en dan nam ik mijn moeder soms mee. Ik herinner me nog de keer dat ik naar Heeswijk-Dinther in Noord-Brabant moest, daar zat de marechaussee. Ik gaf een presentatie in een kazerne in the middle of nowhere en mijn moeder ging achter in de zaal zitten. Als gewoonlijk ging ik in discussie met die mannen en ik weet nog dat mijn moeder op de terugweg met een mengeling van verbazing en bewondering zei: “Al die oude mannen luisteren naar je!” Ik wilde dat mijn moeder wist wat haar dochter deed, wie ze was, dat maakte ons contact makkelijker. Ik ben zelf pas gelukkig geworden toen ik die twee werelden kon integreren.’

‘Je moet vooral niet al te veel met je reputatie bezig zijn, met dat eeuwige eergevoel’

Wat bevalt je in de wij-cultuur?

‘De warmte, het nooit alleen zijn wanneer het erop aankomt, het zorgzame, de sociale cohesie. Als iemand het in die gemeenschap moeilijk heeft, staan alle mensen eromheen, dat zijn mooie dingen. Maar je hebt gelijk, het kan benauwend zijn. Ik wil ook mezelf kunnen zijn en ik wil niet hoeven te liegen over wie ik ben.’

Wanneer heb jij die sociale druk ervaren?

‘Waar ik een hekel aan heb, is het gelul, het geroddel, dat is echt erg. Ik heb mazzel dat mijn ouders daar niet naar luisterden. Ik werd een keer in mijn tijd als wethouder met een man in de Javastraat gesignaleerd. In de moskee werd mijn moeder daarop aangesproken, een vrouw riep een beetje vals: “Gefeliciteerd! Fatima is kennelijk getrouwd en nog wel met een Hollandse man!” “Beschrijf hem eens?” vroeg mijn moeder. “Is hij lang? Heeft hij een bril en heeft hij een klein baardje?” De vrouw knikte. “Dat is niet haar man, maar haar collega en die is homo”, zei mijn moeder die begreep dat het om toenmalig wethouder Tjeerd Herrema ging. “Als mijn dochter trouwt, zal ik degene zijn die dat nieuws vertelt en niet jij. Vraag het me de volgende keer in plaats van zomaar iets rond te bazuinen.” Mijn moeder had schijt aan dat geklets, op zijn Amsterdams gezegd. Er zijn veel vrouwen die als de dood zijn dat hun dochter voor hoer wordt uitgemaakt, want dat gebeurt al snel. Je moet vooral niet al te veel met je reputatie bezig zijn, met dat eeuwige eergevoel.’

Van schaamte heeft Elatik niet veel last, lijkt het. Het kan haar oprecht weinig schelen wat anderen van haar vinden. Ze weet zelf waar ze voor staat en wat ze belangrijk vindt, zegt ze zelfverzekerd. Ze heeft de Marokkaanse gemeenschap ook niet getart door bijvoorbeeld met een Nederlandse man te trouwen, dat is nog een taboe. Nog steeds worden Marokkaanse meisjes verstoten als ze het aanleggen met een Nederlandse man. Schandelijk, vindt Elatik, die het altijd en overal zal opnemen voor de meiden die hun hart willen volgen.

Ze kreeg zelf toen ze rouwde om haar dochtertje steun uit zowel Nederlandse als Marokkaanse hoek. Toch merkte ze verschil: de houding van Marokkaanse vrouwen was berustender. ‘Ze zeiden: “Dit verlies is een lot dat je moet dragen, het is Gods wil. Vroeger was het bijna gewoon om een kind te verliezen. Je bent een jonge vrouw, je moet verder gaan met je leven.” Ze lulden me in ieder geval niet de depressiviteit in! Ze waren net als ik gelovig en spiritueel en ze geloven in het leven hierna. Straks zal je kindje je begroeten als een engeltje, beloofden ze me, ze zal voor je pleiten in de hemel. Die benadering gaf perspectief. Ze wilden allemaal komen, maar dat trok ik niet, in dat opzicht ben ik een Hollander. Ze zijn uiteindelijk bij mijn moeder langsgegaan, zelfs die oude vrouwtjes respecteerden mijn verlangen naar privacy dat absoluut bij de ik-cultuur hoort. Nederlanders leken pijnlijker getroffen, het was alsof mijn verlies hun overkwam. Ik zag en voelde pijn bij ze. De Nederlandse vrienden begrepen niet dat ik niet boos was, maar mijn geloof in God, de spiritualiteit maakte het verschil tussen hen en mij. Ik vroeg me wel af waarom ik niet boos kon worden, maar na een tijdje wist ik hoe het zat.’

Namelijk?

‘Deze ervaring zou zeker ergens toe gaan leiden, alleen wist ik nog niet tot wat. Ik was er dankbaar voor. Ik heb geen tijd en geen energie voor boosheid die alleen frustratie brengt. Ik wil positief in het leven staan.’

tijdens de begrafenis in Amsterdam kwamen de beide culturen samen. ‘Mijn man en ik hebben ook gespeecht bij het graf, terwijl dat niet hoort op een islamitische begrafenis. Mijn moeder belde, ze wilde haar beste vriendin meenemen maar ik zei ma, dat is goed maar we doen het wel op mijn manier. Mijn moeder antwoordde: “Fatima het is jouw leven, jouw kind, jij bepaalt.” Wij wilden het leven vieren, de liefde vieren, dat kleine wezentje, kijk eens hoe ze ons allemaal heeft verenigd, al die verschillende werelden in grote harmonie. Zo wilden wij het zien. Het was ook goed voor mijn Hollandse collega’s om dat te beseffen, dat je ook op deze manier naar het leven kunt kijken. In dat zaaltje kwamen de wij- en de ik-cultuur bij elkaar. Heel bijzonder. Ik koos voor een begrafenis met een imam die prachtig de koran kon reciteren. Hij zong zo mooi, het was alsof hij koud water over me goot, hij bluste de pijn.

Ik wilde ook speechen en ging voor het kistje van mijn dochter staan. We hebben gezegd: we zijn verdrietig maar we treuren niet, we hebben acht mooie maanden vol liefde gehad waar jullie deelgenoot van waren. We hebben het kistje zelf naar het graf gedragen, dat gebeurt bij islamitische begrafenissen ook nooit, en haar in haar graf gelegd en er aarde op gegooid. Daarna mochten alle familie en vrienden dat doen.’

‘Marokkanen zijn ook individuutjes die studeren en naar hun werk gaan, hun leven leven en met rust gelaten willen worden’

Dat is een joods gebruik.

‘Klopt. En na afloop was er een Nederlands gebruik, koffie met cake. Dat mijn dochtertje hier begraven is betekent dat ik hier ook begraven zal worden. Ik wil niet terug naar Marokko.’

Wanneer kom je in het geweer tegen de wij-cultuur?

‘Bij roddel en onverdraagzaamheid, zoals laatst op Facebook. Er ging een filmpje rond op mail en Twitter van een oudere Marokkaanse man die seks had met zijn Hollandse vriend. Alle Marokkanen spraken er schande van maar ze gingen toch stiekem kijken. Ik was echt klaar met dat hypocriete gedoe. Het leven van die man werd kapot gemaakt. Misschien had hij zich zijn hele leven ingehouden, had hij geprobeerd geen homo te zijn, misschien was hij een lieve vader met kinderen en had hij nu eindelijk een teder moment met een man, en daar gaan we dan zo mee om. Terwijl we onze mond houden, schreef ik op Facebook, als een of andere malloot meerdere vrouwen en vriendinnen heeft, of een drugsdealer is. Gek genoeg is de wereld op het moment dat een Marokkaanse man ervoor uitkomt dat hij gay is te klein! Als een meisje verliefd wordt op een niet-Marokkaan verliezen we ons verstand. Zo schijnheilig, dan denk ik bij mezelf: rot lekker een eind op allemaal.’

‘Ik zal nooit mijn mond houden over misstanden in onze eigen gemeenschap’, schreef Elatik op Facebook. ‘Als wij zelf die klus niet klaren, zullen onze dochters en zonen het alleen maar zwaarder krijgen. Gun je kinderen over alles met je te praten. Fuck taboes, fuck schaamte en fuck dat aanzien in de gemeenschap. Kies voor je kroost.’

Waarom verliezen jullie je verstand?

‘Eergevoel, dat is altijd zo geweest. In de jaren negentig waren er al debatten over. Iemand zei toen al: de eer van de moslimgemeenschap zit tussen de benen van de vrouw. Heel ongeëmancipeerd allemaal. In de Marokkaanse wij-cultuur speelt religie een belangrijke rol. Al die rites en sanctioneringen worden gebaseerd op islam, terwijl het eigenlijk cultuur is. Mijn vriendinnen die uit het noorden komen hebben het zwaarder. De Riffijnse cultuur die uit stammen bestond, is strenger. Vroeger moest men de vrouwen beschermen en hen onder controle houden, toen ging het collectieve echt voor het individu. “Maar die tijd is echt voorbij, ontwikkel je”, roep ik vaak, “we leven in de 21ste eeuw.” Toen ik ging studeren en op mezelf woonde zonder dat ik getrouwd was, was dat onder Marokkanen totaal ongebruikelijk. Nu gaan meiden soms in andere steden studeren om zo onder het ouderlijk juk vandaan te komen. Het blijft een gevecht, maar Marokkaanse meisjes zijn onafhankelijker dan vroeger.’

Wat is er in de Nederlandse cultuur doorgeslagen?

‘Het ikke, ikke, ikke ten koste van alles. Nimby-_gedrag, _not in my backyard. Nederlanders die achter een kinderdagverblijf wonen en een klacht indienen omdat de kinderen geluid maken als ze spelen en eisen dat het dagverblijf vertrekt. Geen zin hebben om met anderen rekening te houden. Het levensgevoel is vaak individueel en niet collectief.’

De positieve kant van de wij-cultuur bestond vroeger ook bij de Nederlanders, herinnert Elatik zich van haar jeugd in de Amsterdamse Rivierenbuurt. ‘Wij waren een van de eerste Marokkaanse families en in die tijd zorgde je voor elkaar, wij hadden tante Diny en tante Ria waar we langs gingen en mijn vader haalde soms boodschappen voor een buurvrouw die slecht ter been was. We keken naar elkaar om.’

Zijn Hollanders eenzamer?

‘Ik denk het wel, ik merk het vaak bij Nederlandse oudjes. Daarom houd ik mijn hart vast voor al die bezuinigingen op tehuizen en activiteiten voor bejaarden. Ik merkte in mijn tijd als stadsdeelvoorzitter dat ze lang niet altijd deel uitmaken van een groter systeem. De Marokkanen halen boodschappen voor elkaar, ze geven een extra stukje vlees aan een buurman die dat nodig heeft. Niemand heeft het breed en juist dan doe je dat. Toen ik met mijn moeder in Marokko zat, ging mijn vriendin bij mijn vader langs, gewoon even kijken hoe het met hem ging. Zou ik ook doen als zij weg was. We voelen ons medeverantwoordelijk voor de mensen om ons heen.’

Nederlanders duwen Marokkanen te vaak in het defensief, vindt Elatik, en stimuleren daarmee het wij-gevoel in negatieve zin. Bijvoorbeeld als er geroepen wordt dat ze publiekelijk afstand moeten nemen van een overval of een aanslag. Die reflex van sommige Nederlanders schiet veel ingeburgerde Marokkanen in het verkeerde keelgat. ‘Op zo’n moment voel ik me geroepen op te komen voor het collectief. Van mij wordt verwacht individualistisch te zijn, maar when the shit hits the fan is het “wij”. Ik vraag jou toch ook niet om afstand te nemen van Volkert van der G.? Ik ga me niet verontschuldigen voor een Marokkaan die iemand berooft en neerschiet. Het is verschrikkelijk, maar ik ga geen verantwoording afleggen. Marokkanen zijn ook individuutjes die studeren en naar hun werk gaan, hun leven leven en met rust gelaten willen worden. Ze gaan niet meer elk jaar naar Marokko met een volgepakte auto, even langs alle familieleden. Nee, ze boeken een reis naar de Dominicaanse Republiek, Curaçao of naar Aruba, lekker tien dagen op het strand bakken. Het is geen Salau of Benidorm, maar het komt ongeveer op hetzelfde neer. Wat we moeten begrijpen is dat die “ik” en die “wij” bij de moccro’s enorm aan het vermengen zijn.