Opheffer

Ik wil niet kiezen

Een dictatuur is onhandig: als dictator kun je het zelf wel goed hebben (macht, vrouwen, rijkdom), maar je volk lijdt en raakt geïsoleerd. Wij, kinderen van Popper, weten dat een democratie het beste is voor onze beschaving. Maar de criteria van die beschaving formuleren we altijd in brede generalisaties: vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit et cetera. Het begrip «democratie» is trouwens ook een beschavings ideaal geworden en dus vaag, want hoe diep, ver en breed moet je eigenlijk democratiseren?

Je ziet tegenwoordig hoe het begrip democratie wordt misbruikt om sommige noodzakelijke stappen (teneinde te voldoen aan ons eigen beschavingsideaal) niet te nemen. Irak geven we geen geld om geneesmiddelen te kopen voor zijn kinderen, want men is daar nog niet gedemocratiseerd. Wij geven geen ontwikkelingshulp aan landen die nog geen democratie hebben, hoewel die het vaak het hardst nodig hebben. Het is onze democratie trouwens die heeft bepaald dat we sommige van onze eigen producten moeten beschermen, zodat Afrika geen handel met ons kan voeren en zich dus niet kan ontwikkelen. Democratie is een legaal wapen geworden — maar wel een wapen: er sterven mensen aan.

Een van de aardige voorwaarden van een democratie is tolerantie. Zonder tolerantie geen democratie. Immers, om een vrije keuze te kunnen maken moet je weten wat er te koop is, dus moet je tolereren dat anderen hun producten, materieel of geestelijk, laten zien. Zonder tolerantie geen vrouwenkiesrecht, geen wijziging in het drugsbeleid, geen these, antithese en synthese; zonder tolerantie geen allochtonen. Tolereren is gedogen — ik kan het wezenlijke verschil niet zien. Wat ik gedoog, tolereer ik.

Nu lees ik dat men bij de pvda vindt dat gedogen tegenwoordig vaak tot «hufterigheid» leidt; we moeten dus strenger worden.

Maar hoe hufterig zijn we niet door onze democratie geworden? De drie grote democratische machten, Amerika, Europa en Japan, houden de ontwikkeling van Afrika tegen. Maar ook op kleine schaal zien we dat onze democratische spelregels hufterigheid in de hand hebben gewerkt. Een moordenaar krijgt, omdat we dat democratisch geregeld hebben, zeven ton als hij uit de gevangenis komt. Heeft hij recht op. Een directeur van een multinational kan vrijwel ongestraft met voorkennis in aandelen handelen. Mag. Ze worden in zekere zin beschermd door onze democratie. Dat is mooi. Maar je kunt ook een rijtje maken van minder zichtbare democratische hufterigheid. Multinationals die de grond vervuilen. Het vrije handelsverkeer waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wetgeving die niet deugt, zodat onze kinderen gevaar lopen. Allemaal resultaten van onze democratie.

De meest voor de hand liggende oplossing van deze problemen, wordt weleens gezegd, is meer democratie. Democratiseer onze universiteiten, fabrieken, scholen, wijken, laat ons onze burgemeesters, onze officieren van justitie en onze rechters kiezen, zodat we ze ook kunnen afzetten, en alles komt recht. Dit gaat niet. Zagen we al in de jaren zestig en zeventig. Ik werk hard en heb misschien wel verstand van De Groene, maar niet van mijn wijk, de school van mijn dochter, de burgemeester et cetera. Ik wil niet kiezen en verantwoordelijk zijn. Ik kan maar een beperkt aantal zaken aan.

Moeten we dan maar minder democratisch worden?

Dat weet ik niet. Ik twijfel zo. Ik denk het wel.