Ik wil rechtvaardigheid

Wat is nog rechtvaardig?

Als freelancer heb ik nooit veel verdiend; ik leidde een oppassend leven. Ik was wel eens werkloos, en dan vroeg ik geen uitkering aan – dat was een ego-ding.

Vrienden van mij waren werkloos en werden uitkeringstrekkers genoemd.

Ik heb één vriend gehad die nooit heeft gewerkt. Hij is onlangs gestorven (62 jaar) door een ongeluk op straat. Op zijn begrafenis waren er die veronderstelden dat als hij niet zijn hele leven had geleden onder geldzorgen hij misschien dat ongeluk niet had gehad, want hij was erg in zichzelf gekeerd geworden.

Ik betwijfelde dat. Aan geldzorgen wen je, weet ik.

Op een gegeven moment werden uitkeringstrekkers uitkeringsgerechtigden.

Begrijpelijk. Een uitkering is een recht. Mijn vader noemde werklozen nog steuntrekkers of stempelaars, opeens moest je ‘uitkeringstrekkers’ zeggen en nu waren het ‘uitkeringsgerechtigden’.

Maar een ander woord veranderde niet de omstandigheden.

Waren die omstandigheden slecht?

Een paar jaar geleden werd mijn vriendin een uitkeringsgerechtigde.

In het besef geen baan meer te vinden, moest ze aanvankelijk toch solliciteren.

Opeens begon ik me aan het woord te ergeren.

Heb ik een tunnelvisie omdat een vriend van mij door een islamiet is vermoord?

‘Ja, je hebt recht op die uitkering, maar wie betaalt een gedeelte van die uitkering?’ vroeg ik.

‘Jij!’ verzweeg ze.

Dat is rechtse praat, ik weet het, maar toch. Een politicus moet er rekening mee houden dat ik een plicht heb om voor dat recht van een ander te betalen.

Ik zou graag willen dat het geen plicht was. Wat had ik die vriendin graag een paar honderd euro per maand willen geven. Uit liefde. Ik was bereid tot een flink offer.

Maar nu de overheid dat geld gaf, voelde ik geen noodzaak meer om te offeren.

Liever verdiende ik wat meer en koos ik uit aan wie ik een gedeelte van mijn geld gaf. Maar goed, ik geloof ook nog in wederkerigheid en onderlinge solidariteit.

Ergens is het mis gegaan. Ik voel namelijk steeds vaker onrechtvaardigheid.

Ofschoon atheïst ben ik toch het product van een christelijke opvoeding. Dan ben je bereid iets te doen voor je medemensen. En dat gebeurt ook: vrienden van ons zijn naar Griekenland gegaan om daar de vluchtelingen te helpen. Ze weten hoe ik denk en ik steun ze desondanks met wat geld, niet uit volle overtuiging, maar omdat zij mijn vrienden zijn, en ik vraag: ‘Hoeveel geld besteedt de Nederlandse islamitische gemeenschap eigenlijk aan die vluchtelingen, terwijl het merendeel toch islamitisch is?’

Ruzie! Maar is mijn vraag ten onrechte? Ik volg het nieuws in de kranten misschien niet heel nauwkeurig, maar toch nauwkeuriger dan de meeste mensen. En ik kom niets tegen over islamitische hulp aan die vluchtelingen. Ik lees wel berichten dat Saoedi-Arabië die vluchtelingen niet wil opvangen.

Heb ik een tunnelvisie omdat een vriend van mij door een islamiet is vermoord? Zou kunnen. Maar vragen dringen zich op en ik krijg geen bevredigend antwoord.

Waar is de wederkerigheid? Ik wil hier in Nederland best onderling solidair zijn, maar hoe zit het met de rest van de wereld? Is de vraag (ook zoiets) ‘wat kunnen we aan’ niet legitiem? Is het merkwaardig dat uitkeringsgerechtigden zich bedreigd voelen door die asielzoekers? Is hun gedachte ‘ik krijg nu geld waar ik recht op heb, maar hoe lang nog en wordt dat niet minder als er uit de pot meer mensen moeten eten?’ niet begrijpelijk? Hoe rechts is dat?

Misschien is er genoeg voor iedereen, maar dan nog wil ik niet dat een overheid dat pakt en zomaar uitdeelt. Ik wil rechtvaardigheid.

Ik wil daar, eerlijk gezegd, zeggenschap over hebben, en soms voldoet onze democratie daartoe niet. Ik raak daardoor verward, onzeker, angstig. Omdat ik wellicht te dom ben, moet ik me dan maar het scheldwoord ‘populist’ laten aanleunen? Is dat rechtvaardig?