Toneel - Husbands and Wives

‘Ik wil rust’

Huist gevoel voor humor in bepaalde hersencellen? In welke dan? En sterven die cellen af naarmate je ouder wordt? Ik heb de professoren erop nageslagen.

Medium kk 37 theater husbands and wives 15 16 c2 a9 jan versweyveld 1

Frijda, Swaab, Freud, Bergson. Geen antwoord. Ze wagen zich er niet aan. Maar ik ontkom niet aan de vraag. Met name als ik weer eens onbewogen in een toneelzaal zit met veel mensen om me heen die het quasi in de broek doen van het lachen.

Nu we het toch over lachen hebben, Husbands and Wives, de bejubelde productie van Toneelgroep Amsterdam, begint binnenkort weer te spelen. Naar het scenario van de Woody Allen-film uit 1992. Simpele plot: academisch stelletje gaat met bevriend echtpaar uit eten. Dat stel deelt langs de neus weg mee dat ze uit elkaar gaan. Daarna volgen we de individuele figuren uit dit kwartet middels tijdsprongen vanuit het nu naar vroeger en naar straks. Thema: waarom blijven mensen bij elkaar? Een van hen, een universitair docent fictieschrijven, antwoordt met een zin van de literaire antiheldin Blanche uit A Streetcar Named Desire: ‘I want to rest.’ Rust dus. En wanneer gaan mensen weer uit elkaar? Het antwoord daarop is het filmscenario: vanwege een permanente hormonale rusteloosheid.

De regisseur van dienst is Simon Stone. De Zwitsers-Australische wonderboy die als een komeet door Europa suist en wiens voorstellingen wel erg op elkaar beginnen te lijken. Hij heeft het filmscenario (als toneelscript) zo goed als ongemoeid gelaten. Het is door Rik van den Bos kundig vertaald. Halina Reijn, Ramsey Nasr, Marieke Heebink en Aus Greidanus jr. spelen de twee echtparen, Hélène Devos en Robert de Hoog doen de overige rollen. De atypische inlassen uit de filmversie (interviews met figuren in hun rol, commentaren met een blik in de camera), en het ogenschijnlijk niet geregisseerde door-elkaar-heen-praten, zijn op het toneel leep uitgevoerde spelletjes met vierde wand en publiek, en andere doorbrekingen van toneelmatige inleving. De nogal belegen dialogen en oneliners worden er handig en neat doorheen geschmierd, met het forse ambachtelijke timmerwerk waar ze aan de overkant, in DelaMar, wel pap van lusten en weg mee weten.

En mij treft dus die hersenhandicap: ik vind er geen klap aan, moet vrijwel nergens om lachen, zie grappen en grollen van lichtjaren aankomen. Het is me te gewild, te glad, niet doortrapt genoeg, niet lelijk, eerder gestapelde stoutemeisjesachtige kamertjeszonden. Het lijkt een beetje een trend in het oeuvre van Toneelgroep Amsterdam te worden. Een super-sierlijke, over-elegante, ongebutste, publieksgeile duizenddingendoekjeshuisstijl. Die mij als toneelliefhebber doet terugverlangen naar de anarchie uit de rafelige jaren van Gerardjan Rijnders Co. Ik weet het, dit is vloeken in Ivo van Hove’s stilistisch volmaakte modelkerk. Maar komaan, het seizoen is net begonnen. Ze hebben nog ruimschoots tijd (en voorstellingen) om te laten zien dat deze vaststelling berust op een schromelijke vergissing.


Husbands and Wives speelt van 28 september t/m 3 februari regelmatig in de Amsterdamse Stadsschouwburg en reist van 19 januari t/m 4 maart door Nederland en Vlaanderen; tga.nl

Beeld: Ramsey Nasr en Hélène Devos in Husbands and Wives (Jan Versweyveld)