Opheffer

Ik wil tieten zien

Het is heel raar: ik heb een journalistieke nieuwsgierigheid naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen plus nasleep. Als nieuwsbron gebruik ik het ANP-buitenland (kan ik op Het Parool waar ik werk gewoon inzien) en CNN. En iedere keer valt mij iets op: wat alle correspondenten in Amerika kunnen, kan ik ook, maar dan vanaf mijn luie televisiestoel.

«Charles Groenhuisen in Tallahassee, zijn er nog nieuwe ontwikkelingen?»

«Nee, Philip, maar dat zegt niets. Het wachten is op een gerechtelijke uitspraak — die kan tussen nu en pakweg elf uur jullie tijd plaatsvinden — en over wat daarvan de uitkomst zal zijn valt nog niets te voorspellen.»

«Hoe is de sfeer daar?»

«Het is heel vreemd — misschien ook niet — maar de mensen krijgen er genoeg van. En die druk voelt vooral Gore. De mensen zeggen: ‹Gore heeft nu drie tellingen verloren›, en ze zeggen: ‹Erken nu je verlies.› Bush maakt daarvan ook gebruik, zoals we nu kunnen zien in een fragment van CNN.»

Zijn Charles en Tim (Overdiek) slechte verslaggevers? Helemaal niet. De wereld is alleen kleiner geworden en wij durven niet, als journalisten, daarin een eigen stem te laten horen. Want niet iedereen in Nederland heeft de beschikking over het ANP en CNN.

Hoewel ze dus in wezen overbodig zijn, hebben we ze toch nodig.

Bij Het Parool hoor ik al 25 jaar eenzelfde discussie: «Eigenlijk moeten we elke dag een Amster dam-opening hebben.» Dat lukt ook, maar wat doe je met grote rampen, voor zover die zich niet in Amsterdam afspelen? (Vuurwerk Enschede, spanning in kabinet, Willem-Alexander gaat trouwen, etc.) Daar moet je toch mee openen. Maar meestal zie je dat: 1) de radio en de televisie je al ver voor zijn en 2) je in wezen niets anders meldt dan de andere kranten.

Toch breng je — ook al heb je, net als de andere kranten, niets nieuws te melden — de grote rampen tamelijk pront op de voor pagina. Dat verkoopt namelijk. Hoe erger de ramp, hoe hoger de krantenoplage. Na de ramp in Ensche de waren ALLE kranten uitverkocht! En er stond niks nieuws in die kranten. En kranten moeten verkocht worden.

Dat neemt niet weg dat er een crisis in het nieuws is: wat je ook doet, als krant ben je zelden de eerste: je legt het meestal af tegen radio en televisie. (Waarbij de radio het nog altijd wint van iedereen, maar om redenen van «invloed» vreemd genoeg geen status heeft.)

De noodzaak voor het hebben van een krant is veranderd. Het gaat niet meer zo erg om nieuws. Het gaat erom dat je bij een groep wil horen.

Een schrijver kan zeer goed worden besproken in Trouw of Het Parool, pas als hij veel aandacht krijgt bij Volkskrant, NRC Han delsblad of Telegraaf kan hij doorbreken, dat is gewoon de macht van het getal. En als dat doorbreken een paar keer is gebeurd, dan worden weer andere mensen abonnee van zo'n krant. Hoe vaak heb ik niet gehoord: «Hij is goed besproken in de NRC.» Met andere woorden: «Dat zal dan wel een goed boek zijn.» Terwijl ik op dat moment weet dat de recensie in Het Parool niet alleen juister was, maar ook beter geschreven. Dat maakt dan niet meer uit.

Kleine bladen (zoals De Groene en Het Parool) kunnen maar één ding doen: een nieuwe noodzaak vinden en nieuwe vrienden maken. Eigenwijsheid is het enige wat helpt of… Of kiezen voor de andere kant: slijmen, grof zijn, vuil, etc. Van Amerongen, zullen we het experiment een keer doen? We doen echt lekkere tieten op de voorkant: «De tieten van Maxima — nooit vertoonde foto’s.» Binnenin: roddelverhalen en veel pikante foto’s over televisiesterren, koningshuis, misdaad en verhalen als: «Koningin Wilhelmina keurt huwelijk achterkleinzoon af, zegt Jomanda.» Zullen we eens kijken of De Groene dan verkoopt?