Peter Vandermeersch: grote hervormer of paard van Troje?

‘Ik wil zwaar inzetten op onderzoeksjournalistiek’

Het ergert de Vlaming Peter Vandermeersch, sinds 1 september hoofdredacteur van NRC Handelsblad, mateloos dat Nederlandse journalisten er de afgelopen maanden nauwelijks in slaagden de geheimen van de tergende kabinetsformatie te onthullen. ‘Ga met die mensen op café! Kweek vertrouwensrelaties!’

OP DE GROTE tafel in de werkkamer van Peter Vandermeersch, sinds een maand hoofdredacteur van NRC Handelsblad, ligt de krant van zaterdag 25 september. ‘Drie keer zoveel ruggenprikken bij bevallingen’, luidt de kop boven het openingsverhaal. Het was een primeur die het hele weekend rondzong in zowat alle andere media. 'Ik was daar heel blij mee’, zegt Vandermeersch. Nieuws wordt 'vreemd genoeg’ vaak ondergewaardeerd door de NRC-redacteuren, weet hij inmiddels. Ter illustratie doet hij ze na: 'Nieuws? Doen we daar nog aan dan? Wij zijn toch een krant voor opinie en reflectie?’

Op de sportpagina staat een follow-up van de column van Johan Cruijff in De Telegraaf, waarin hij vernietigend oordeelde over het hedendaagse Ajax. De conclusie van het NRC-stuk: Cruijffs kritiek op de roemruchte jeugdopleiding van Ajax is terecht. Die brengt geen goede aanvallers meer voort, alleen nog maar verdedigers. Om dit verhaal heeft Vandermeersch dagenlang 'lopen zeuren’. Vergeefs: het verscheen pas een week na de geruchtmakende column van Cruijff. 'Te laat’, vindt hij.

Dan bereikt hij al bladerend Economie op pagina 14. 'Nederland ontbeert een duidelijke fiscale visie’, luidt de kop boven een paginagroot verhaal van emeritus hoogleraar fiscale economie Leo Stevens. Vandermeersch begint een alinea voor te lezen over de villabelasting. 'Daarin wordt dit jaar in box 1 een verhoogd percentage van 0,8 procent geheven over de WOZ-waarde boven 1.010.000 euro. Dit percentage loopt in jaarlijkse stappen op tot 2,35 procent in 2016. De effectieve druk over het surplus…’

Dan geeft hij op. 'Gód-ver-dómme!’ roept hij uit. Het komt uit zijn tenen.

Al een paar dagen vraagt hij aan zijn redacteuren: 'Wie heeft dit verhaal gelezen?’ Niemand. 'Waarom staat het dan in de krant?’ Antwoord: 'Stevens schrijft ieder jaar zo'n artikel.’ De hoofdredacteur heft de handen ten hemel. 'So what?! Fiscaliteit is een fundament van de democratische rechtsstaat - een fantastisch onderwerp. Maar dit is een afschuwelijk stuk! Het is een bekorte versie van een verhandeling voor het Weekblad voor Fiscaal Recht. En daar hoort het ook thuis!’

Woede én enthousiasme verraden de passie van Peter Vandermeersch, een gedrevenheid die de laatste tijd soms ver te zoeken is in de kolommen van wat decennialang dé kwaliteitskrant van Nederland was. NRC Handelsblad is in de versukkeling geraakt. De krant maakt nog altijd winst, maar de oplage daalt de laatste jaren sneller dan die van de Volkskrant, de ochtendkrant die de NRC-redactie als zijn grootste concurrent beschouwt. De meeste redacteuren wilden het niet zien en bleven behaaglijk schurken tegen vergane glorie. Koeltjes wezen zij Christian Van Thillo de deur, toen deze even gedreven collega-Vlaming van Vandermeersch wilde komen vertellen waarom NRC Handelsblad goed af zou zijn met zijn Persgroep als nieuwe eigenaar. Liever zochten zij hun eigen weg, los van de Volkskrant en los van PCM, de failliete krantenuitgeverij die door de Persgroep was overgenomen. Dan zoeken ze het ook maar zelf uit, besloot een diep beledigde Van Thillo vrijwel ter plekke.

Onder toezicht van kartelwaakhond NMa verkocht hij NRC Handelsblad en nrc.next voor zeventig miljoen euro aan de mannen achter de tv-zender Het Gesprek (twintig procent van de aandelen) en de private equity-investeerder Egeria (tachtig procent). De euforie bij de NRC-redactie over de herwonnen zelfstandigheid duurde niet lang. Kort na de overname traden hoofdredacteur Birgit Donker en uitgever Gert Jan Oelderik plotseling af. De twee hadden onderling ruzie gekregen over wat des uitgevers was en wat des hoofdredacteurs, en Derk Sauer kon hen niet meer tot elkaar brengen. Oelderik werd opgevolgd door Sauers goede vriend Hans Nijenhuis, oud-NRC-redacteur en de eerste hoofdredacteur van nrc.next.

Nijenhuis trakteerde de redactie in mei van dit jaar op een ontnuchterende speech. Volgens hem zegden jaarlijks dertigduizend betalende lezers NRC Handelsblad op. 'En niet omdat ze tevreden over ons zijn.’ Iedere drie minuten beëindigde iemand zijn abonnement, zo rekende hij de verschrikte redacteuren voor. Even bellen met de correspondent in Parijs over een artikel: vijf lezers minder. Nijenhuis trok meteen de stekker uit nrc.tv en het nieuwe kwartaalblad Focus, twee kostbare projecten van de hoofdredactie-Donker. Uit de winst van de kranten, legde hij uit, wordt eerst belasting betaald, dan de rente op de schulden van de uitgeverij, en dan het dividend voor de nieuwe aandeelhouders. Pas wat er daarna nog overblijft, is beschikbaar voor investeringen in de kranten.

Áls er daarna nog wat overblijft: 'Als de winst van twaalf naar negen miljoen daalt, of zelfs naar zeven, dan daalt ons eigen winstdeel misschien wel naar nul.’ Voor de redacteuren die het niet eens waren met de nieuwe koers kwam er een vrijwillige vertrekregeling. Tot 1 januari 2011 zouden zij daarvan gebruik kunnen maken. Wat er daarna zou gebeuren, zei Nijenhuis er niet bij.

Zijn speech sloeg in als een bom. Veel NRC-redacteuren voelden zich grotelijks belazerd door hoofdredactie en uitgever. Waarom hadden die niet eerder aan de bel getrokken, en zo lang, tegen beter weten in, volgehouden dat het juist heel goed ging met de kranten? De toespraak maakte de journalistieke geesten rijp voor een nieuwe aanpak, een nieuwe waarheid. Voor een nieuwe journalistieke leider, van buiten de krant liefst, die orde op zaken zou stellen.

TOT DE BIEDERS die mistastten tijdens de veiling van de NRC-kranten behoorde Corelio, uitgever van De Standaard, het NRC Handelsblad van Vlaanderen. Peter Vandermeersch (49) was sinds 1999 hoofdredacteur van De Standaard, en sinds 2006 ook van Het Nieuwsblad, de meer populistische massakrant van Corelio. Daar zag men hem node vertrekken. Onder zijn leiding ging De Standaard over op het tabloidformaat, en groeide de krant gestaag. Tussen 2005 en 2009 nam de oplage toe van een dikke tachtigduizend tot net iets minder dan negentigduizend exemplaren, waarmee de krant concurrent De Morgen van de Persgroep ver achter zich laat. Bovendien loopt de krant voorop in nieuwe media. De Standaard Online bereikt 12,3 procent van alle surfende Belgen, maar weinig minder dan het Nederlandse online-marktaandeel van de veel grotere de Volkskrant (14,7 procent).

Vandermeersch’ benoeming bij NRC Handelsblad lijkt dan ook een meesterzet van de nieuwe eigenaren. Investeerders zoals Egeria houden een belegging als NRC Media doorgaans niet langer dan een jaar of vijf in portefeuille. Dan verkopen zij die weer door, hopelijk met een forse winst. Aan Corelio bijvoorbeeld, met Vandermeersch als wegbereider.

Alleen is het zo niet gegaan, bezweert Peter Vandermeersch: 'Ik ben gebeld door NRC-redacteur Gretha Pama, lid van de vertrouwenscommissie die de zoektocht naar de nieuwe hoofdredacteur begeleidde. Ik bleek door enkele redacteuren te zijn voorgedragen. Of ik kandidaat wilde zijn.’ Nou, dat wilde hij wel. Er volgden vier gesprekken met de redactieraad van NRC Handelsblad, die uiteindelijk één kandidaat moest voordragen. Dat werd Vandermeersch. Pas toen sprak hij Hans Nijenhuis, de nieuwe directeur-uitgever. En pas nadat Vandermeersch door de voltallige redactie vrijwel unaniem was gekozen, sprak hij voor het eerst met Derk Sauer van Het Gesprek en met Egeria-directeur Peter Visser.

Vóór de stemming door de redactie had Vandermeersch twee mailtjes achtergelaten waarvan zijn secretaresse er één meteen na de uitslag moest rondsturen aan de redacteuren van De Standaard. Het eerste luidde: ik vertrek omdat ik de nieuwe hoofdredacteur word van NRC Handelsblad. En het tweede luidde: ik vertrek omdat ik niet de nieuwe hoofdredacteur word van NRC Handelsblad. 'Want ook in het laatste geval had dat nieuws hooguit een half uur later De Standaard bereikt’, geeft Vandermeersch als verklaring. 'Dan was mijn positie daar evengoed onhoudbaar geworden.’ De Belg liep een enorm risico door de omslachtige en lekgevoelige Nederlandse benoemingsprocedure. 'Zoiets kun je eigenlijk niemand aandoen. Maar ja, ik had het er wel voor over.’ Leiding geven aan NRC Handelsblad, dat is toch zo'n beetje het hoogst haalbare in de Nederlandstalige journalistiek. 'En als het niet was doorgegaan had ik vast wel snel een andere nieuwe baan gevonden.’

De redactieraad van NRC Handelsblad studeert nu op een hervorming van het hachelijke benoemingstraject. De redactieraad, ja - niet de nieuwe eigenaren. 'Die hebben bij de aankoop van NRC Media het redactiestatuut onderschreven’, zegt Vandermeersch. 'Zíj hebben niet gevraagd om een andere procedure.’

TOCH BLIJVEN velen de nieuwe hoofdredacteur zien als een paard van Troje, dat louter de financiële belangen van de nieuwe eigenaren dient. Ook in eigen land is Vandermeersch niet onomstreden. Als 'overkoepelend hoofdredacteur’ van De Standaard en Het Nieuwsblad werd hij in 2007 uitgeroepen tot Marketeer van het Jaar. 'Ja, vreselijk hè!’ zegt hij, sarcastisch gnuivend. 'Ik heb die eer alleen aanvaard vanwege de motivering van de jury. Die prees mij vooral omdat ik het aantal opiniepagina’s had verdubbeld en de buitenlandverslaggeving had uitgebreid. Niet omdat ik meer kranten had verkocht door er gratis cd’s bij te doen.’

Dat is ook precies de koers die hem bij NRC Handelsblad voor ogen staat. 'Ik ben een man van de inhoud.’ Nieuws is en blijft de basis. 'Ik ben bang van een krant die enkel commentaren en analyses bevat. Zonder eigen nieuws kun je zulke stukken helemaal niet schrijven.’ Zijn eerste prioriteit: vernieuwing van de zaterdagkrant, eind dit jaar of begin 2011. 'Dat is het uitstalraam waarmee wij bestaande lezers binden en nieuwe binnenhalen.’ De nieuwe weekendkrant moet onder meer de losse verkoop opstuwen, die al jaren stagneert op een mager gemiddelde van vijftienduizend exemplaren per dag. Met een betere mix van informatie 'voor het hoofd én voor het hart’. Zoals het magazine van 25 september: 'Van alle kranten met Martin Bosma hadden wij het beste interview met die PVV'er, vond ik. En verderop stond Het keukentafelsyndroom, een verhaal over een veel lichter onderwerp, maar heel slim bedacht en opgeschreven.’

Er liggen vier scenario’s op tafel; het magazine blijft sowieso bestaan. Alleen minder tweeslachtig, met meer 'intelligente lifestyle’ dan nu. 'Dat woord wordt hier vaak slechts fluisterend uitgesproken.’ Ten onrechte, vindt Vandermeersch: 'Ook NRC-lezers lezen in het weekend anders dan door de week.’

Zijn tweede prioriteit: oppoetsen van het verbleekte handelsmerk van NRC, de kwaliteitsjournalistiek. Zo'n interview waarin de ambassadeur van Indonesië uitvaart tegen Wilders en het gedoogkabinet hoort in NRC te staan, niet in Het Financieele Dagblad. 'In een toespraak tot mijn redacteuren heb ik al gezegd: You win some, you lose some is niet mijn stijl. We will win them all.’

VANDERMEERSCH draagt het hart op de tong, en dat zijn de meeste Nederlandse journalisten niet gewend - zeker die van NRC niet. 'Wat me hier meeviel: het hoge gehalte aan journalistiek talent. Wat me tegenviel: dat al dat talent nét te weinig ambities heeft.’ Te vaak nog naar zijn zin blijven zij steken in oude patronen en gewoonten. Weer slaat hij de krant open: 'Hier, kijk nou: waarom altijd Binnenland op de 2 en de 3, en Buitenland op de 4 en de 5? Laat ons daar meer mee spelen en schuiven, al naar gelang de actualiteit dat dicteert, en de kwaliteit van de stukken die klaarliggen. Zo'n vreselijk Stevens-verhaal schreeuwt erom Economie een pagina af te nemen en die aan kunst en cultuur te spenderen, bijvoorbeeld. Daarmee organiseer je ook interne concurrentie, dat is alleen maar gezond.’

Door te veel en te lang 'achterover leunen’ van de redactie resteren de dagbijbel van de Nederlandse intelligentsia volgens Vandermeersch nog slechts 'drie Unique Selling Points: buitenland, wetenschap, en opinie en debat. Kunst en cultuur hebben we ergens in de jaren negentig kwijtgespeeld, helaas’ - zelf begon hij ooit bij De Standaard als cultuurredacteur. Gedurende de tijd die NRC hem gunt - 'Vijf jaar, of tien, weet ik veel hoe lang ik dit ga doen’ - zal hij alles in het werk stellen om tenminste twee USP’S terug te bevechten: 'Politiek en bestuur, en kunst en cultuur.’

Het ergert hem mateloos dat Nederlandse journalisten, die van NRC inbegrepen, er de afgelopen maanden nauwelijks in slaagden de geheimen van de tergende kabinetsformatie aan hun lezers te onthullen: 'Die haal je natuurlijk niet bij de onderhandelaars, maar bij hun ambtenaren en politieke adviseurs. Dat vergt investeren in netwerken. Ga met die mensen op café! Kweek vertrouwensrelaties!’ Vandermeersch wil 'behoorlijk zwaar gaan inzetten op onderzoeksjournalistiek’. Zijn opdracht vanwege de nieuwe eigenaren is niet, zegt hij, 'mensen te ontslaan, maar een betere krant te maken’.

Mede daarom heeft hij Joost Oranje benoemd tot adjunct en plaatsvervangend hoofdredacteur. Oranje is een van de beste en meest gelauwerde onderzoeksjournalisten van Nederland. In het verleden was hij doorgaans goed voor één of twee scoops per jaar die publieke en private machthebbers echt een probleem bezorgden. Maar door hem in de leiding te halen is hij die verhalen toch kwijt? 'Ja, dat is waar’, erkent Vandermeersch. 'Maar Joost moet wat hij kan, gaan overdragen op jonge redacteuren hier. Daar heeft hij ook heel veel goesting in. Wat ik hoop te bereiken, is dat binnen nu en tien jaar wel tien mensen de prijzen zullen binnenhalen die Joost ooit in z'n eentje in de wacht sleepte.’

Wat vindt de journalist Vandermeersch ontbreken aan de kunstpagina’s in NRC? 'Ik ben blij dat je dat zegt, “als journalist”, want daar ligt de crux. Er is zó veel nieuws te halen in die sector. Wij onthulden dat het Rijksmuseum het pistool wil verwerven waarmee Volkert van der G. Pim Fortuyn vermoordde. Meteen barstte een landelijke discussie los: hoort dat wapen in het Rijksmuseum of in het Nationaal Historisch Museum? Prachtig!’ Verder wil Vandermeersch minder recensies over losse voorstellingen, en vaker 'één hele broadsheetpagina, of een spread in het Cultureel Supplement, over bijvoorbeeld de stand van de Nederlandse dans’.

Net zo belangrijk vindt hij de buitenlandverslaggeving, van oudsher een van de sterkste journalistieke USP’S van de krant, inderdaad. 'Juist nu Nederland, net als de meeste andere Europese landen, in snel tempo volendammiseert.’ Ja, dat correspondentennetwerk is kostbaar, en dat kan botsen met de winstdoelstelling van zijn aandeelhouders - dat beseft hij ook wel. Toch zou hij graag weer een eigen correspondent in Scandinavië hebben. 'Als je ziet wat er in Zweden momenteel gebeurt…’ En misschien moet de 'uitmuntende’ Oscar Garschagen in China wel versterking krijgen van een of twee andere correspondenten. 'Wat hij schrijft over het huidige conflict tussen China en Japan - dat is van een niveau dat je bijna nergens anders ziet. Ook niet in Le Monde of de Frankfurter Allgemeine.’

Zijn derde prioriteit is, ten slotte, nieuwe media. Het kwakkelende nrc.nl, met een bereik van zeven procent slechts half zo groot als de site van de Volkskrant, is hem een doorn in het oog. Openingsverhalen blijven rustig een half etmaal staan. 'Ik kijk er bijna nooit op. Dat zegt al genoeg. De Standaard Online raadpleegde ik zes, acht, twaalf keer per dag. Dan was je bij, dan wist je wat er in de wereld gebeurde.’

Vandermeersch plaatste onlangs de jonge blogger Ernst-Jan Pfauth, pas 24 jaar oud, aan het hoofd van de site. 'Mijn opdracht aan hem is: jij wordt baas van een start-up die break-even moet draaien. Jij krijgt van mij het merk NRC, de mensen, de middelen en onbeperkte toegang tot onze artikelen. Maak daar maar wat moois van. Hij mag frank en vrij opnieuw beginnen, zonder dat de redactie van de papieren krant voortdurend over zijn schouder zit mee te kijken.’ Na de relaunch, zo stelt Vandermeersch zich voor, bevat de website 'een mix van het laatste nieuws, onze beste commentatoren, zoals Marc Chavannes en Folkert Jensma, en de gein en ongein van het web. Zoals dat filmpje van de man die een vlieg doodslaat met zijn iPad. Heb je dat gezien? Echt heel leuk!’


'Een onaangename verrassing’: het ontslag van Steven Adolf

Peter Vandermeersch wil investeren in meer en betere buitenlandverslaggeving, zijn aandeelhouder Egeria streeft vooral naar een zo hoog mogelijke winst.

Die twee missies staan op gespannen voet met elkaar. Dat ondervond Steven Adolf, 25 jaar werkzaam voor NRC Handelsblad, waarvan zestien jaar als correspondent in Spanje en later ook Marokko. Voor dat correspondentschap zette hij in 1993 zijn vaste dienstverband om in een freelance-contract, zoals dat al jaren bij NRC gebruikelijk is. Daar tegenover stond een inspanningsverplichting van de krant om zijn buitenlandse correspondenten na terugkeer naar Nederland weer een vaste baan op de redactie te bezorgen. De krant placht die belofte altijd na te komen. Eenmaal correspondent-af werd Adolf in 2009 eindredacteur van het nieuwe NRC-kwartaalblad Focus. Maar toen dat blad begin dit jaar werd opgeheven, kreeg hij te horen dat er geen nieuwe baan voor hem was. 'Een onaangename verrassing’, is het enige dat Adolf kwijt wil. 'Zo plachten we bij NRC niet met elkaar om te gaan.’

Adolf werd tegen zijn zin ontslagen door waarnemers, in het vacuüm tussen het vertrek van Birgit Donker en de komst van Peter Vandermeersch. Maar zijn gedwongen vertrek per 1 oktober zet wel de toon: de druk van het rendement dat de aandeelhouders van NRC Media willen behalen, verhardt de verhoudingen tussen hoofdredactie en journalisten.