Interview A.F.Th.

«Ik wilde het onbereikbare proberen te bereiken»

Op de pagina’s hiervoor wordt de nieuwe roman van A.F.Th. besproken. In de week dat de Nederlandse literatuur is gereduceerd tot dat boek krijgt ook de auteur de aandacht die hij verdient. Een gesprek met de meester zelf. «Het ís natuurlijk een megalomaan project, maar dat vind ik juist aardig.»

Toen A.F.Th. van der Heijden zeven jaar geleden zijn romancyclus De tandeloze tijd voorlopig afrondde, turfden statistici 7 boeken, 3163 bladzijden, 422 personages, 56.852 adjectieven en 5 literaire prijzen. U begrijpt: als de vleesgeworden abundantie een nieuw boek, De Movo tapes, en een nieuwe cyclus, Homo duplex, voorstelt, kan men er maar beter even voor gaan zitten. Dat deed een vijftigtal genodigden dan ook vorige week maandag, in het rode pluche van het Amstelhotel in Amsterdam.
Ik was erbij — en ergens tussen twee gangen door hoorde ik het Querido-promotiehoofd aan enkele van mijn tafelgenoten ook uitleggen waarom: «We hebben gekozen om er ook wat Vlamingen bij te hebben, anders wordt het zo’n Amsterdams onderonsje.» Een Vlaming in Amsterdam is altijd dolle pret: voor dag en dauw opstaan, met paard en kar over bonkige kasseien naar de grens, over het beschaafde asfalt naar Roosendaal, de superklokvaste sneltrein op, ergens tussen Rotterdam en Schiphol gepluimd worden door een junk, onderweg naar het Amstel voor geen geld een lijn coke en een blow-job meepikken. Lekker! Maar goed, ondanks die vijf Vlamingen was het wel degelijk een Amsterdams onderonsje in het Amstelhotel.
Godzijdank ken ik niet alle Grachtengordelkoppen, maar alwie ik ooit op tv zag — via slinks de grens over gesmokkelde videobanden, u weet hoe dat gaat in achtergestelde culturen — wás er. De meeste journalisten lichtten achteraf hun lezers, kijkers en luisteraars uitgebreid in over het menu — terrine van gebakken tarbot en gepofte aubergine, rundvlees met linzen, vers fruit in wittewijngelei. Een menu is natuurlijk makkelijker te bespreken dan een boek van 713 bladzijden. Mijn Nederlandse collega’s spaarden de superlatieven niet. Nu was het eten zeker niet slecht, maar in het Bourgondische zuiden zijn we wel meer gewoon.
Tot nog toe las ik geen afwijzende recensie van De Movo tapes van de hand van een disgenoot. Ze zullen toch niet? Die grote Amsterdamse opiniemakers? Voor een bord linzen? Ik twijfel: een van de enthousiaste stukken werd geschreven door iemand die bij de koffie een beetje op het boek stond af te dingen. Ik twijfel niet: De Movo tapes ís een erg bijzonder boek, overvol overweldigend verbaal vuurwerk — ook al schitteren er vooral aanzetten, beloftes en aankondigingen van wat verderop in de cyclus nog komen moet.

De dagen na de perslunch gaf de schrijver dagelijks één interview. Uitgebreid werd ingegaan op telkens dezelfde kwesties: de dead lines slechtende martelgang die het schrijven van De Movo tapes was, een gebroken rechterschouder en linkervoet incluis; hoe en waarom A.F.Th. van der Heijden voor deze cyclus A.F.Th. werd; zijn raid op zijn schrijvende collega’s tijdens de perslunch; dat Homo duplex het verhaal is van een eigentijdse Oedipus, die zijn ongeluk tegemoet loopt door de gigolo en hooligan Movo — een afkorting van «moeilijke voeten» — te willen worden.
Hoe spannend is het eigenlijk allemaal nog? In een brief aan Anthony Mertens, afgedrukt in «Gevouwen woorden», vatte je in april 1999 de hele plot van «Homo duplex» al netjes samen.
A.F.Th.:
«Misschien had ik er zelf wel voor gekozen om zo’n brief waarin de hele plot wordt weggegeven niet op te nemen. Maar ik weet intussen hoe het uiteindelijke verhaal eruit gaat zien, en dat is intussen weer zo’n stuk verwijderd van wat er in die brief staat dat ik er uiteindelijk niet zo’n moeite mee heb.»
In beide cycli gaat het vaak over seks, terwijl veel collega’s daar juist met een boog omheen lopen.
«Alle menselijke gedrag wordt expliciet in romans beschreven, waarom zou je dan zwijgen over juist dat gedrag waardoor de soort en bijgevolg ook romanpersonages in stand gehouden worden? Als je wél uitgebreid beschrijft hoe iemand over de gracht fietst — diepgebogen over het stuur of juist kaarsrecht, met dichtgeknoopte jas of flapperende jaspanden — omdat dat iets zegt over die persoon, kun je maar moeilijk voorbijgaan aan hoe iemand zich in bed gedraagt, want dat zegt ook veel over die persoon. Ik heb ervoor gekozen niet te discrimineren.
Het is literair een probleem om al te expliciet over seks te schrijven, het lijkt alsof je gauw uitgeschreven bent. Bovendien stond ik in De Movo tapes voor de extra moeilijke opdracht de dubbelgelaagde seksualiteit te beschrijven tussen die twee tieners die tijdens porno-opnames verliefd op elkaar worden: de producer verwacht pornogedrag van die kinderen, maar intussen moeten ze hun commercieel-seksuele handelingen een bepaalde draai geven om elkaar iets van hun tederheid te laten voelen.»
Hoofdpersoon Tibbolt loopt rond met plannen voor «een boek dat menselijkerwijs niet te schrijven is». Is «Homo duplex» ook zo’n boek?
«Na het afronden van het doublet Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras ben ik eens nagegaan wat ik nu voor de rest van de tijd wilde met mijn schrijverij. Ik ben heel hoge maatstaven gaan stellen: ik wilde het onbereikbare proberen te bereiken, in de wetenschap dat ik het onmogelijke nastreefde. In die zin voel ik me verwant met Movo: volgens hem moet er een methode te vinden zijn om dat onmogelijke boek te omcirkelen, om er bij wijze van spreken zeven keer met bazuinen rond te trekken en te kijken of de mantel die alles aan het oog onttrekt niet voor een deel te slechten is, zodat er een kleine scheur ontstaat waardoor je naar binnen kunt kijken.»

«Homo duplex» is nu begroot op negen delen. Is dat wel realistisch?
A.F.Th.:
«Het is natuurlijk een megalomaan project, maar dat vind ik juist aardig. Voor De Movo tapes heb ik geput uit alles wat nog komen moet — daar heb ik toegang toe, dat heb ik paraat. Ik kan het dus in zijn geheel bevatten en tegelijk — wat eigenlijk nog aardiger is — kan ik het ook niet in zijn geheel bevatten: er is iets raars, iets extreems aan, iets wat buiten mijn brein gegroeid is. Dat maakt het spannend en levend.
Het meest link zijn de passages met Apollo — zijn naam mag niet in het boek gebruikt worden, maar erbuiten wel: hij blikt vanuit 2024, na de dood van Movo, terug op diens leven. Die afstand maakt dat ik me op glad ijs begeef; ik verbeeld me al terug te kunnen blikken op onze tijd.»
Is het dan de bedoeling dat de cyclus meegroeit met de nieuwe eeuw, dat Pim Fortuyn of de nakende oorlog in Irak een plaats krijgt in de volgende delen?
«Zeker, maar dan vooral wat betreft de beginjaren van de nieuwe eeuw. Movo staat een gevangenisstraf te wachten, wegens de moord op de man die zijn vader blijkt te zijn. In de gevangenis neemt hij de kans te baat om zijn eigen tijd aan zich voorbij te laten gaan. Hij is ook nog altijd van plan de Wereldstaking te organiseren, een wereldwijde staking tegen de omstandigheden op aarde, tegen de armzaligheid van het menselijk, dierlijk en plantaardig bestaan. Vermoedelijk komen later ook de Twin Towers, Pim Fortuyn, de invoering van de euro, de oorlogsdreiging of de oorlog in Irak aan de orde. Maar naarmate het verhaal zich richting 2024 beweegt, gaat het zich meer in de nevelen van de tijd hullen, omdat dan de filosofie van Movo op de voorgrond treedt en het minder gaat over de feiten van alledag.»
Ongelukken en rampen typeren het best een tijd, meende Louis Paul Boon…
«Daar kan ik me heel goed in vinden. Om Advocaat van de hanen te kunnen schrijven ben ik intuïtief ook op zoek gegaan naar een moment uit de eigentijdse geschiedenis waarop het danig misging. Toen kwam ik uit bij die jongen die uit een kraakpand werd gehaald, in een politiecel werd gesmeten en daar overleed aan hersenletsel, al dan niet toegebracht door de politie. Op zo’n moment staat de hele stad op z’n kop, komen de mensen op straat en hanteert de politiek kwistig de doofpot. Ik zoek graag de marges, de onderkant van de samenleving op, want daar ontstaan de eerste krasjes in het email. Zo heb ik ook een roman over de Bijlmerramp willen schrijven, De Bijlslag. Maar daar heb ik vanaf moeten zien; ik was te snel na die ramp dossiers gaan samenstellen en algauw rees het materiaal me boven het hoofd.
In 1997 werd de Nederlandse samenleving opnieuw op z’n kop gezet: het bleek mogelijk dat hooliganclubs via hun gsm’etjes een veldslag organiseerden, buiten de politie en het voetbalstadion om, en dat daar zelfs een dode bij valt. Dat werd een van de pijlers van de eerste helft van Homo duplex, want met zo’n gegeven kan ik iets.»

Als je de jaren zeventig «De tandeloze tijd» noemde, zou je dan de jaren negentig — beschreven in «Homo duplex», de cyclus over de gespleten mens — «De identiteitsloze tijd» kunnen noe men?
A.F.Th.:
«Dat kun je pas zeggen als we wat verder in de tijd zijn. Met De tandeloze tijd bleek ik goed te zitten: naarmate we verder verwijderd raakten van de jaren zeventig werd die periode steeds meer een stilstaande tijd genoemd, een tijd die zijn tanden niet liet zien. Misschien heb ik het dit keer ook intuïtief goed aangevoeld, maar daar durf ik nu mijn hand nog niet voor in het vuur te steken.»
Toen je De Gouden Uil kreeg voor «De tandeloze tijd, deel 3» beloofde je het prijzengeld te investeren in «een onthullende roman over misdrijven tegen kinderen, die op de een of andere manier de vinger op de wonde legt». Waar is die?
(glimlachend):
«Dat zou je een van de liggende projecten kunnen noemen. Ik was zeer verbolgen over wat er gebeurd was en op welke schaal, en daarom was ik ook echt van plan er iets mee te doen. Maar je hebt het niet altijd voor het zeggen: er waren, vooral in het begin, zoveel aspecten en richtingen in de zaak-Dutroux dat het me duidelijk werd dat het te hoog gegrepen was. Ik heb die dossiers nog wel, maar ik weet niet of ik er ooit nog iets mee doe. Laten we zeggen dat ik er zijdelings aan geraakt heb in De Movo tapes, waarin met kinderen van zestien Tiroler porno wordt gemaakt.»
Je hebt het onderwerp toch niet laten schieten omdat je vrouw, Mirjam Rotenstreich, het gebruikte in haar vorig jaar verschenen debuutroman, «Salieristraat N° 100»?
«Ook Mirjam heeft het niet echt uitgewerkt, er is alleen maar even de suggestie. Misschien is het zo’n gruwelijk onderwerp dat het moeilijk is er een vorm voor te vinden. Als je het daarover hebt, moet je in zulke details treden dat je als schrijver in een slecht daglicht komt te staan. Dat is destijds misschien ook mijn aarzeling geweest. Na American Psycho werd Bret Easton Ellis ook verweten net zo’n verdorven brein te hebben als een seriemoordenaar.»
In «Salieristraat N° 100» komt een schrijver voor, Guido, die aan jou herinnert. Hoe vond je dat?
«Daar had ik eerlijk gezegd wat moeite mee. Ik vond dat Mirjam te aardig was voor die man, ze had hem wel wat kribbiger en sikkeneuriger mogen neerzetten. Dat had het boek beter gemaakt. Ze is te lief voor me geweest.»
Een citaat over Guido: «Zoals gewoonlijk groeide de korte notitie uit; dit keer tot een geschreven tekst van drie pagina’s.»
(lachend):
«Aan die observatie mankeert dan weer helemaal niks.»