Nanni Moretti over de Italiaanse kerk, politiek en film

‘Ik wilde mijn eigen Vaticaan’

Regisseur Nanni Moretti, het morele boegbeeld van Italië, heeft een film gemaakt over een paus die geen paus wil zijn. Habemus Papam is alleen al de moeite waard vanwege Michel Piccoli als de paus in existentiële crisis. En natuurlijk vanwege het nukkige genie Nanni Moretti zelf.

WANNEER Nanni Moretti het kantoor van zijn filmproductiebedrijf Sacherfilm betreedt met geplakt zweethaar en de helm van zijn legendarische witte Vespa aan de arm is hij al geïrriteerd. De reden is een misverstand rond de opheffingsuitverkoop van het winkeltje met zeldzame filmboeken in zijn bioscoop Nuovo Sacher. Iets met afgesproken kortingen die niet zijn doorgegeven. No ma dico: parlatevi! – ‘Nee maar ik zeg: práát met elkaar!’ – snauwt hij tegen een ongelukkige in zijn mobieltje, dat meteen na deze order weer uit gaat. Vervolgens ontdekt hij in de ijskast op de gang iets dat hem niet aanstaat: ‘Wat ligt er hier nou in de ijskast? Een bakje met iets wittigs, wat is dat, venkel met béchamel? Van wie is dat?’ gruwt hij. De twee secretaresses staren zwijgend in hun scherm. Dan moet er nog een statistiekje worden bestudeerd met de bezoekersaantallen van Habemus Papam in Argentinië, waar hij gelukkig een beetje van opfleurt: ‘O, 55.000 in de eerste twee weken, dat is mooi. Weet iemand hoeveel inwoners Argentinië heeft?’

Alles moet voortdurend onder controle worden gehouden, ook op een nog steeds zeer zomerse oktoberochtend in Rome. Licht aan of uit? Het tropische groen van de cortile, de binnenplaats, besprenkeld met vlekjes gouden zon lonkt door het openstaande raam van zijn werkkamer. Mooier met het licht uit, maar is dat voor ons niet te donker vanwege de hor? En wil ik straks voor de lunch ook een salade, met of zonder artisjokkenhartjes? Dit alles bloedserieus gevraagd met die twee priemende donkere ogen. Al die beslissingen, die zich de hele dag door maar blijven opdringen. De dingen waar het echt om gaat dienen zich heel anders aan. Waar Habemus Papam over zou gaan wist Nanni Moretti nog niet, hij had alleen dat ene visioen. De flapperende gordijnen voor het zwarte gat, het grote niets. Het afgeladen Sint-Pietersplein kijkt met het hoofd in de nek vol verwachting op naar het balkon, de protodiacono-kardinaal kondigt feestelijk de nieuwe paus aan: Annuntio vobis gaudium magnum: Habemus Papam… en dan een ijselijke schreeuw, de kardinaal treedt met gebogen hoofd terug achter de schermen, de camera blijft hangen op de karmijnrode gordijnen, die flapperen in de wind. Er verschijnt geen paus op het balkon.

Het moet moeilijk zijn om na zo’n geniaal begin nog een verhaal te verzinnen. Eigenlijk zegt het genoeg: de grote leegte. Er zijn geen pausen meer, de wereld kan niet meer gered. Twee uur lang flapperende gordijnen voor een zwart gat op een leeg balkon, dat was ook een sterke film geweest.

‘Hm. Ik ben in ieder geval blij dat u niet met de geijkte vraag komt die ik in Cannes steeds moest beantwoorden: “Is Habemus Papam een metafoor voor de Italiaanse maatschappij? Bedoelt u dat, met uw paus die de troon weigert, terwijl er in Italië iemand is die maar geen afscheid wil nemen van zijn macht?” Nee, wat betreft mij. Dat was niet mijn bedoeling. Ik denk dat ik een universeel verhaal heb verteld. Expres heb ik er geen enkele referentie aan de actualiteit, de politiek, de maatschappij, de televisie of de journalistiek in verwerkt. En ik wilde er ook niet een collage van krantenknipsels over het Vaticaan en het pedofilieschandaal van maken. Dat is er, dat is heel erg, het grootste schandaal is dat er zo lang gepoogd is om de pedofilie de doofpot in te werken, maar het is niet wat ik wilde vertellen. Ik wilde mijn eigen Vaticaan vertellen, met mijn eigen paus, mijn eigen conclaaf en mijn eigen kardinalen.’


Bekijk de trailer van Habemus Papam:


We zijn gewend aan een Moretti die strak op de huid van de realiteit zit, of het nou ging om het geitenwollen studentendom (Ecce Bombo, 1978), de seksuele revolutie met alle relationele drama’s van dien (Bianca, 1984), de crisis van de Italiaanse communisten (Palombella Rossa, 1989), het steekpenningenschandaal (Il Portaborse, 1991), het trauma van de Rode Brigades (La seconda volta, 1995), de overwinning van links onder Romano Prodi (Aprile, 1998) of Silvio Berlusconi (Il Caimano, 2006)…

‘Precies!’ onderbreekt Moretti me. ‘We zijn gewend! Aangezien ik vind dat de taak van een film onder meer is om te verrassen, wilde ik per se niet de film maken die men van mij verwachtte. Volgens mij is het oneindig veel sterker om een leeg balkon boven het Sint-Pietersplein te laten zien omdat een man de voorrang geeft aan zijn beperkingen, zijn zwakheden, zijn vertwijfeling ten opzichte van het plichtsgevoel dat van hem verwacht wordt. Een paus die zegt: nee, het gaat me niet lukken. Een paus die volgens het dogma van de katholieke kerk is gekozen door God en die het toch niet doet.’

De manier waarop Michel Piccoli de paus vertolkt is weergaloos. Misschien kon alleen deze dinosaurus van de Europese auteursfilm op zijn 84ste deze paus spelen. Zijn vertwijfeling lijkt van een heel andere, hogere, orde dan die van de paniekerige wereld om hem heen. Toch moest ik ook denken aan Moretti in 2002. Hij had de hopeloze gelederen van Italiaans links een sprankje leven ingeblazen met de ‘girotondi’ – de ‘rondjeslopers’, een beweging die vanwege Moretti’s grote persoonlijke charisma bijna uitgroeide tot een nieuwe politieke partij – en men hing met het volle gewicht aan zijn broekspijpen. Nanni moest het worden! We gingen allemaal hand in hand achter Nanni aan lopen! Nanni zou links uit het slop trekken!

En toen opeens was u weer weg…

‘Ja, die vraag heb ik ook veel gekregen bij het uitkomen van Habemus Papam. Was ik het soms zelf, die paus die niet wil? In alle eerlijkheid, ik kan me niet herinneren dat ik daaraan heb gedacht bij het schrijven van de film. Er zit zeker iets van mij in mijn paus, in de zin van zijn gevoel van ontoereikendheid. En ook in zijn depressie tussen aanhalingstekens, of eigenlijk zonder aanhalingstekens. Niet wat betreft zijn weigering, want ik heb niets geweigerd. Ik heb vanaf het begin gezegd: dit is voor mij een uitstapje, hierna ga ik gewoon weer aan het werk. Niemand geloofde me, in de laatste plaats de journalisten, iedereen dacht dat er god weet wat “achter zat”, maar er zat helemaal niets achter. Ik wilde gewoon iets doen voor de politiek, maar ik wilde niet mijn naam en mijn gezicht laten misbruiken door een linkse partij. Daar zijn ze nogal goed in, onze linkse partijen, om mensen uit de wereld van de cultuur in te lijven en naar eigen believen te gebruiken. Regisseurs, schrijvers, intellectuelen, allemaal achter onze vlag, onze slogans en onze manier van doen geschaard. Dat wilde ik niet. Ik wilde mijn gezicht gebruiken zoals ik het bedoelde. En dat heb ik gedaan, en toen was het weer klaar.’

Maar u hád de leider van Italiaans links kunnen worden. Een leider van links met succes, voor de verandering.

‘Neeneenee. Echt niet. Niemand heeft dat ooit aan me gevraagd en ik heb het zelf ook nooit gedacht. De politiek als beroep werkt totaal niet op mijn libido. En ik denk ook oprecht dat ik er niet het juiste karakter voor heb, noch de vaardigheden. Ik heb echt de ballen verstand van economie, van financiën, en ik heb ook geen zin om te doen of ik iets weet dat ik niet begrijp.’

HOE KAN HET, vraag ik, dat hij nu toch al zo’n dertig jaar lang genadeloos de vinger op de zere plek aan linkerzijde weet te leggen, alle clichés heel geestig op de hak heeft genomen, in zijn films zelfs tv-beelden van linkse leiders heeft laten zien met commentaren die een soort klassiekers zijn geworden, en dat het nog niet helpt? Vaak denk je als je een Italiaanse postcommunist aan het woord ziet in een talkshow: ‘Is dit een archiefbeeld uit een film van Moretti?’ maar dan blijkt het live.

Hij denkt even na: ‘Misschien omdat het makkelijker is om de zwakke punten aan te geven dan om er iets aan te doen. Het zijn mensen uit het verleden, uit de oude politiek. Ons oude communistische links was erg bureaucratisch. En het blijkt niet zo simpel om die last af te schudden. Er is maar één manier om te veranderen: een totale vernieuwing van de leidende klasse, of een shock. Maar zelfs de shock van hopeloos verloren verkiezingen blijkt niet te helpen. Dat hebben we helaas ook al vele malen gezien. Zelfs dat is nog geen reden om te zeggen: o jee! Als we zo doorgaan verliezen we de helft van onze stemmen! Want ook dat is al lang gebeurd en ze zitten er nog steeds. Jezelf veranderen is een van de moeilijkste uitdagingen die bestaat. En goede wil is niet genoeg.’

Mag ik u iets laten zien?

‘Prego.’

Als ik de in Italië al jarenlang bekende reclamefoto van collega-regisseur Wim Wenders met zijn vrouw Donata uit mijn tas haal, verschijnt een lachje op het gezicht van Moretti. Het is een reclame voor de Italiaanse lederwarenfabrikant Piero Guidi. Wim Wenders leunt met een diepzinnige uitdrukking en gehuld in een lelijke leren jas tegen een wand, Donata zweeft ruggelings met haar benen in het luchtledige, haar hoofd van achteren over de schouder van Wim gedrapeerd. Onder de foto staat de tekst ‘Engelen van onze tijd’, een guitige hint naar Der Himmel über Berlin uit 1987 waarin engelen voorkomen en waarvoor Wenders in Cannes de Gouden Palm voor beste regie kreeg.

Commentaar graag.

‘Eh… dit zijn dingen die ik niet doe.’

Maar is dit dan minder erg dan dit? – ik houd een beroemde foto van Berlusconi omhoog waarop hij twee wijsvingers als pistolen op de lens richt.

‘Oneindig veel minder erg.’

Ik probeer nog eens: maar Wenders heeft ons altijd verteld hoe het moet, toch? De linkse Wenders van de eerlijke gevoelens, voor de vertrapten, tegen het kapitalisme, boegbeeld van de Europese auteursfilm en vaardige ontdekker van subsidiepotjes voor idealistische projecten, met name in Italië, waar hij graag vertoeft. Deze hier, ik wijs op Berlusconi, was altijd wie hij op deze foto is: een selfmade boef die lak heeft aan hoe het hoort. Zo was hij, zo is hij, en zo is hij ook verkozen door het volk. Waarom is Berlusconi oneindig veel erger dan Wim Wenders?

‘Nee, ik vind niet dat je deze twee situaties überhaupt met elkaar kunt vergelijken. Berlusconi is het hoofd van een regering, dit is een individuele keuze van Wenders…’

Een reclamefoto voor lederwaren?

‘Ik… ik denk dat mijn bioscoop de enige bioscoop van Italië is zonder bioscoopreclame.’

Inderdaad, nu u het zegt. Ik was er laatst nog, en inderdaad: geen reclame.

‘Juist, niemand die ooit merkt dat ik geen reclame in mijn bioscoop draai. Een keuze die mijn bedrijf veel geld heeft gekost. Ik zeg niet dat andere bioscopen die wél reclame draaien fout zitten. Ik wil het niet doen en ik kan me veroorloven om het niet te doen. Ook hij’ – Moretti wijst op de foto van Wenders in het leer – ‘kan zich veroorloven om dit niet te doen. Hij kan makkelijk leven zonder het geld van die reclame. Er zijn zoveel regisseurs die ik ken die reclamefilmpjes maken. Regisseurs van de cinema d’autore, wat niet wil zeggen dat ze allemaal mooie films maken, maar regisseurs die zich laten voorstaan op artistieke keuzes en vrijheden, zeg maar. Zij draaien reclamespotjes (Moretti doelt onder meer op Oscarwinnaar Giuseppe Tornatore en op de arthouse-darling Marco Bellocchio – ab). Ik heb dat geld niet nodig want het geld dat ik met mijn films verdien is voor mij voldoende. Van hen weet ik het niet. Het zou kunnen zijn dat zij het ook niet nodig hebben.’

HET LIJKT een beetje of u het zinnetje ‘ik permitteer mij geen oordeel’ op de tong hebt liggen. Terwijl u dat zinnetje op uw eigen site nu juist hekelt als een van de gevolgen van het Berlusconi-tijdperk. Men ‘permitteert zich geen oordeel’ in Italië, en u zegt op uw site: ‘Perchè no?’ – waarom eigenlijk niet?

‘Ja, dat is de introductie voor mijn films, waarin ik dat zeg. En het klopt. In het Berlusconi-tijdperk hebben heel vervelende zinnetjes hun intrede gedaan. Zinnetjes die mechanisch worden herhaald en die dienen om de verbijsterende draaikonterij van velen te dekken. Een ander zinnetje is: “Coherentie is de deugd van de imbecielen.” Alsof incoherentie de onderscheidende kwaliteit van de intelligenten zou zijn. Misschien is het onmogelijk om tot op het bot altijd coherent te zijn, maar je leeft maar één keer. Waarom niet proberen om coherent te zijn? En dan nog de variant: “Ik accepteer van niemand lessen in coherentie.” Ook hier weer: waarom niet?’

Opvallend is dat u aanzienlijk milder bent over de katholieke kerk dan over de Italiaanse politiek. Niet alleen in ‘Habemus Papam’ komt de kerk er goed vanaf. Ook in ‘La messa è finita’ (1985), waarin u zelf de hoofdpersoon speelt, een priester van een kerk in de periferie van Rome.

‘Ik heb een zeer intense band met de Italiaanse politiek. Met de katholieke kerk heb ik geen enkele band, dus kan ik mij een afstandelijke blik veroorloven die voor een katholiek, een ontevreden gelovige, misschien moeilijker is. Ik ben sinds mijn zestiende een ex-gelovige, maar ik heb absoluut geen conflictuele verhouding met de katholieke kerk. Toen La messa è finita uitkwam had ik een zinnetje bedacht voor de interviews, dat klopte. “Ik geloof niet in God, maar ik geloof wel in priesters.” En dat is zo. Maar ik heb geen last van de katholieke kerk in Italië, terwijl ik wel last heb van de Italiaanse politiek, vooral de afgelopen zeventien jaar, sinds Berlusconi de politiek betrad.’

Hebt u niet soms de indruk dat het ware spel zich al lang ver buiten de politiek voltrekt? Dat Berlusconi premier is als visitekaartje, maar dat wat hij echt betekent zich elders afspeelt?

‘In de zin van wie de beslissingen neemt? Nee, ik denk dat de politiek nog altijd beslist. Onder meer om een regering in leven te houden die het land schade toebrengt, en dat zeg ik niet, dat zeggen de industriëlen, dat zegt de Europese gemeenschap, dat zegt het buitenland. Als een paar belangrijke politici in de buurt van Berlusconi zouden besluiten om deze regering die geen enkele geloofwaardigheid meer heeft te laten vallen…’

Maar wie bepaalt dat hij geen enkele geloofwaardigheid meer heeft?

‘Nee, hierover worden we het niet met elkaar eens. Het parlement beslist, en hoe. Wij hebben een parlement van zombies, maar het blijft beslissen, het blijft wetten maken. De Italiaanse politiek is, hoe vaak heb ik het al gezegd, besmet door het feit dat een man met veel te veel economische belangen en bovenal met een televisiemonopolie onze premier mocht worden. Iets wat in alle andere democratieën onmogelijk zou zijn. En onze politiek is vergiftigd en bepaald door dit feit. Het is een beetje te makkelijk om te zeggen: och, het parlement beslist toch niet.’

In Frankrijk, waar ‘Habemus Papam’ enorm goed is ontvangen, hebt u gezegd: ‘Ik moet in de toekomst misschien wat egoïstischer worden.’ Wat bedoelde u daarmee?

‘Ten eerste wil ik even kwijt dat ik ontzettend blij ben met de bezoekersaantallen in Frankrijk. Habemus Papam doet het daar veel beter dan Il Caimano. En dan over “egoïstischer worden”, ja dat heb ik gezegd, maar het klinkt meteen weer zo pathetisch als je het uit de context haalt. Wat ik bedoelde was: de jaren die ik nog voor me heb zijn er minder dan twintig, dertig jaar geleden. 25 jaar geleden heb ik de productiemaatschappij Sacherfilm opgericht, twintig jaar geleden heb ik de bioscoop Nuovo Sacher in Trastevere geopend, ik heb films geproduceerd, al mijn eigen, maar ook die van anderen, ik heb documentaires geproduceerd, ik heb een festival voor de korte film georganiseerd in Nuovo Sacher, ik ben directeur geweest van het Filmfestival van Turijn, ik heb een jaar lang hand in hand rondjes gelopen met de girotondi, misschien is het weer tijd om meer aan films maken te denken. Maar ik weet niet of ik het echt denk, en ook niet of het echt zal gebeuren.’