Ik word dom (11)

De Nederlandse televisiekritiek is de slechtste van Europa. Dat merk je op het moment dat je zelf televisie maakt. Met de mening van onze recensenten is niets mis maar ze weten niets van televisie.

Ik heb zo'n driehonderd televisierecensies verzameld - uit de NRC, de Volkskrant en Het Parool (af en toe iets van Trouw) - en niet één van die recensies geeft er blijk van dat de recensent enige kennis had van televisietechniek. Hebben Nederlandse recensenten zich wel eens geïnformeerd over de mogelijkheden van een camera? Over wat er in een montageruimte precies gebeurt? Over wat de regie eigenlijk doet? Over wat het licht kan betekenen? Meningen, meningen, meningen, die hebben de recensenten in overvloed, op basis van opvattingen die in wezen niets met televisie te maken hebben, maar alles met politiek. Over het NOS-journaal, over het RTL-nieuws, over Jeroen Pauw of Paul de Leeuw, over wat er besproken werd in het buitenland… en dat Helma Roothond niet en Theo van Gogh wel kan interviewen, et cetera et cetera. Je hebt er eigenlijk niets aan. Niet als consument, niet als producent. En dus kijk je welke recensent het leukste schrijft. Die wint. (Maar wat, dat weet ik eigenlijk niet.) Een literatuurcriticus die zelf niet kan schrijven, heeft geen gezag. Maar een televisierecensent die zelf geen televisie kan maken, wordt hoog geprezen. Men wil allemaal de oude Gerrit Komrij imiteren, of de vroegere H.J.A. Hofland en dat lukt nooit. Slechts in een enkel geval sluipt er ergens een goede recensent binnen, maar die is dan ook zo weer weg, zoals Frits Abrahams bij de NRC. Wat Abrahams een goed recensent maakte - ook hij weet volgens mij niets van televisie - was zijn doorzichtige, heldere manier van schrijven en kijken. Altijd onderbouwde kritiek. Hij maakte je deelachtig van zijn opvattingen en toetste daaraan wat hij zag. Maar na een tijdje hield hij ermee op. Jammer. Er zijn wel meer goede televisierecensenten, maar niet bij de dagbladen. Ik vraag me wel eens af wat ze bij een studie als ‘communicatiewetenschappen’ doen. Zijn daar eens alle recensies bestudeerd, bekeken en geanalyseerd? Probeert men daar te achterhalen waar het de tv-recensenten om te doen is? Hebben ze wel eens een analyse gemaakt van 'formats’, zoals dat tegenwoordig heet? Hebben ze wel eens bekeken hoe onze kunstprogramma’s 'communiceren’. En verschijnen er daarover gezaghebbende publicaties? Ik heb zo mijn eigen informaties - en ik weet dat er niets, helemaal niets aan wordt gedaan. 'Communicatiewetenschap’, wat de interessantste wetenschap zou kunnen zijn, is op dit moment in handen van hoogleraren die hun eigen, overgewaardeerde ego belangrijker vinden dan de daadwerkelijke wetenschappelijke overdracht. Daar zit trouwens logica in: ze kunnen geen wetenschap overdragen, omdat ze geen wetenschap bedrijven. Als je een heel erg stomme uitspraak hoort over kranten of televisie, dan komt die altijd van een 'communicatiewetenschapper’. Maar ook de omroeppolitiek, die voor een groot deel verantwoordelijk is voor wat wij op tv zien, wordt door de recensenten niet gevolgd. Als ik een recensent lees die zegt dat er meer series als Oud geld gemaakt moeten worden, dan stel ik me de journalistieke vraag: 'Hoe komt het dan dat dat niet gebeurt, oliebol?’ Hoe komt het dat ik nergens een boek kan vinden over de grote tv-regisseurs van Nederland? We maken al bijna vijftig jaar televisie en er zijn vrijwel geen wetenschappelijke publicaties waar je iets aan hebt. De televisie is uit de mode aan het raken. Hoe decadent het medium is, zie je in Amerika. Hoe wonderschoon het medium kan zijn, zie je in Engeland. Hoe hypocriet het medium gebruikt kan worden zie je op mijn favoriete zender Rai Uno.