Ik word dom (3)

Ik herhaal de stelling: het veelvuldig luisteren en kijken naar televisie remt eerder de culturele ontwikkeling dan dat die wordt gestimuleerd. Want bij programma’s die voor de culturele ontwikkeling moeten zorgen, worden meestal niet de mogelijkheden die televisie biedt optimaal benut.

Een literatuurprogramma geeft bijvoorbeeld wel informatie over literatuur (‘Dit is een goed boek’), maar is beperkt in zijn informatie. Idem dito wanneer het gaat over film, beeldhouwkunst et cetera. Maar: waarom 'remt’ die televisie nou de culturele ontwikkeling en enthousiasmeert ze niet? Als we een programma zien waarin Connie Palmen wordt geïnterviewd door Sonja Barend rennen we toch allemaal naar de boekhandel om een boek van Connie Palmen te kopen. Dus worden we toch wel geënthousiasmeerd? Een kranteartikel brengt zulke grote volksgroepen niet in beweging. Dat is waar. Maar de vraag is of de aanschaf van een boek van Connie Palmen bijdraagt tot onze culturele ontwikkeling. We kunnen stellen dat televisie de aandacht voor Palmen ('Leuke vrouw, boek zal ook wel goed zijn’) stimuleert omdat én Palmen én Sonja goed met elkaar kunnen opschieten, of omdat het interview goed is, maar dat zegt niets over het boek. En daar gaat het toch om. Dat boek moet bijdragen tot onze cultuur - maar daar horen we relatief weinig over. Is dat erg? Als het boek wordt gekocht, kan de lezer toch zelf zijn culturele ontwikkeling bepalen? Hij kan het boek goed vinden of niet. Dat is ook maar ten dele juist. De aandacht voor de persoon Palmen neemt de aandacht voor het boek weg. Het boek komt op de tweede plaats. Daarom zeg ik dat televisie de aandacht voor de cultuur remt. Ze stimuleert de aandacht voor al wat beweegt en praat en geluid maakt, dus de persoon. Dingen met inhoud die niet bewegen, zoals boeken, beeldhouwwerken, schilderijen, vindt de televisie niet erg interessant. Daarom is televisie ook zo'n invloedrijk medium bij oorlogen, bij enquête-commissies, bij presidentsverkiezingen. Daar waar 'bewogen’ wordt. Wat is trouwens 'culturele ontwikkeling’? Die discussie mijd ik hier. Ik gebruik de term alleen als 'voor de cultuur relevante informatie’. Wat relevant is, laat ik dus ook terzijde. Televisie wordt als informatie-voorziener overschat en niet goed gebruikt, schreef ik vorige week. Met andere woorden: voor de voor onze cultuur relevante informatie moet je eigenlijk niet bij de televisie zijn. Niet dat televisie geen rol kan spelen, maar haar rol is beperkt. Dit zie je bijvoorbeeld bij politieke programma’s. Laten we aannemen dat Paul Witteman een heel goed interviewer is. Elke week weet hij in Buitenhof een primeur te halen. Dat is: informatie ontlokken, naar buiten brengen, informatie die we voorheen niet hadden. Maar juist als we het hierover eens zijn, merk je de mogelijkheden en de beperktheden van tv. 1. Had Witteman zo'n interview voor de krant gemaakt, dan had hij veel meer informatie kunnen geven, want hij had kunnen natrekken, commentaar vragen aan anderen, kritischer zijn dan op tv. Hij had de documentatie nog eens kunnen nakijken. Hij had meer en betere verbanden kunnen leggen. 2. De informatie komt tot stand door de kwaliteiten van Witteman, en niet door de mogelijkheden die tv biedt. 3. Hoe meer informatie (Buitenhof) hoe minder er bewogen moet worden, hoe minder televisie-achtig het programma moet zijn. Teletekst is wat dat betreft dodelijk: de prachtige primeur van Witteman kan worden weggezet in een paar woorden. Televisie speelt dus alleen een rol in onze cultuur bij alles wat beweegt. Maar niets staat - relatief - zo stil als de cultuur. Hierover volgende week meer.