Arabische revolutie

Ik word niet gearresteerd voor dit stukje!

In de Arabische wereld worden journalisten meestal gemuilkorfd en de traditionele media gecensureerd. Internet is een uitlaatklep. ‘Ik ben kaal geworden en Moebarak is al die tijd Moebarak gebleven.’ Een rondgang langs vijf landen.

BERICHTEN VANAF HET PLEIN, oproepen om te komen demonstreren, filmpjes op YouTube en Facebook: de sociale media wemelen van informatie over de opstanden in de Arabische wereld. Sommige demonstranten hebben zich erop toegelegd zelf verslag te doen van de protesten, via Twitter en weblogs. Google is dit weekend zelfs in allerhaast een service gestart waarbij mensen zonder internetverbinding maar mét telefoon een voicemail kunnen achterlaten, die vervolgens via Twitter wordt verspreid. Zo kunnen de demonstranten in bijvoorbeeld Egypte alsnog twitteren, ondanks het blokkeren van internet.
Veel internetenthousiastelingen beweren nu dat de opstanden in de Arabische wereld veroorzaakt zijn door sites als Facebook en Twitter. Dat is overdreven, schrijft Bedlam Beggar vanuit Tunesië op het blogplatform Mideastyouth.com. ‘Facebook is de opstand niet begonnen, het heeft alleen geholpen mensen bij elkaar te brengen.’
Hoewel de rol van internet in het organiseren niet overschat moet worden - de grote meerderheid van de bevolking in het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft niet eens internet - bieden de verslagen op weblogs en de korte berichten op Twitter wel een directe inkijk in hetgeen nu leeft. Het internet wordt gebruikt als uitlaatklep, om vrienden en de rest van de wereld op de hoogte te houden van de situatie in landen waar de mediavrijheid over het algemeen gering is.

Egypte
Egypte is een belangrijke mediabron voor het hele Midden-Oosten. Alle grote pan-Arabische televisienetwerken hebben hun hoofdvestiging in de Media Production City in Caïro. Het land profileert zich als een baken van persvrijheid voor de hele Arabische wereld. Via satellieten verspreidt Egyptisch nieuws zich over de hele regio. Er bestaan perswetten die smaad jegens de president en de overheidsinstellingen strafbaar stellen, maar journalisten laten zich daar niet door tegenhouden om openlijk hun mening te verkondigen. Eén op de vijf Egyptenaren heeft internet, meer dan de helft daarvan is jonger dan dertig. Meer dan 4,6 miljoen Egyptenaren maken ook gebruik van Facebook. Het OpenNet Initiative vond geen bewijzen van internetfiltering in Egypte. Bloggers blijken er echter lang niet dezelfde vrijheid te genieten als journalisten en worden regelmatig gerechtelijk vervolgd. Egypte werd door het Committee to Protect Journalists opgenomen in de lijst van de tien slechtste landen om blogger te zijn. In februari 2008 werden door de Media Sustainability Index desalniettemin 160.000 Egyptische blogs geteld. Een derde van alle Arabische blogs is Egyptisch.
Op Twitter was de woede voelbaar toen Moebarak in een speech aankondigde dat hij zijn gehele kabinet weg zou sturen, maar zelf zou blijven zitten. 'Dit is wat de Amerikanen bullshit noemen’, zei de vader van twitteraar Ali Abunimah. De mensen willen dat Moebarak vertrekt, niet zijn kabinet. As'ad Abukhalil, die blogt onder de naam 'The Angry Arab’, vergelijkt Moebaraks speech met die van de Tunesische dictator Ben Ali, vlak voor zijn aftreden. 'Dit maakt alles alleen maar erger.’ Egyptenaren die over de protesten twitteren en bloggen zijn vastbesloten om door te zetten.
Verschillende bloggers noteren hoe vredig het protest, dat gedreven wordt door sociale en politieke in plaats van religieuze doelen, verloopt. 'Het grootste deel van de protesteerders zijn vreedzame mensen uit de middenklasse’, schrijft Issandr El Amrani op het drukbezochte Arabist.net. 'De mensen tonen grote solidariteit. Ze verdedigen nog altijd het Egyptische museum. Vrijwilligers maken de straten schoon en helpen de brandweer. Er is een groot gevoel van burgerplicht en groot verdriet over de plunderingen en de misdaad, waar vooral de politie en baltaguia (door de staat betaalde vandalen - red.) van beschuldigd worden.’
De hoeveelheid plunderingen die op de Egyptische staatstelevisie te zien zijn, is een vertekening die bedoeld is om mensen bang te maken, zo schrijven bloggers ter plaatse. 'Het Egyptische volk wordt gemanipuleerd en bang gemaakt door de terugtrekking van de politie en de berichten van wijdverbreide plunderingen, waarvan een deel wellicht onwaar is’, schrijft El Amrani. De mensen vragen zich af of de plunderingen geen overdrijving zijn, een poging om de aandacht af te leiden van de opstand. Hossam el-Hamalawy van de weblog Arabawy.org bevestigt deze lezing op Twitter: 'Het regime probeert paranoia te creëren onder de burgers. Ik herhaal: de berichten van plundering en sabotage worden overdreven.’
Meer repressie door het leger zal de situatie slechts erger maken. 'De brutaliteit van de politie zal enkel meer mensen woedend maken en des te meer gemotiveerd om Moebarak weg te krijgen’, schrijft Mostafa Hoessein vanuit Caïro.
Het protest in Egypte draait om representatie, schrijft de Egyptische blogger Baheyya. Ze haalt een 29-jarige medewerker uit een glasfabriek in Suez aan, die tegen een Reuters-journalist zei: 'Het is ons recht om zelf onze overheid te kiezen. We leven al 29 jaar, mijn hele leven, zonder onze president te kunnen kiezen. Ik ben kaal geworden en Moebarak is al die tijd Moebarak gebleven.’

Jemen
In Jemen was in 2009 slechts 1,8 procent van de bevolking aangesloten op internet en had slechts 0,5 procent een Facebook-account. Volgens het OpenNet Initiative wordt het internet er vrij breed gefilterd. Het ministerie van Informatie controleert radio, tv en de meeste pers. Journalisten die te gretig verslag doen van opstanden werden in 2009 nog gearresteerd omdat ze de nationale eenheid zouden bedreigen, maar het web wordt in toenemende mate gebruikt om aan (zelf)censuur te ontsnappen. Hoewel volgens een recent artikel in Yemen Today het aantal internetgebruikers en bloggers snel is gegroeid, komt uit het land nog geen overweldigende stroom berichten uit sociale media.
'De situatie in Jemen is uitzichtloos’, schreef de Jemenitische blogger Afrah Nasser op 15 januari. 'Om je een voorbeeld te geven: ik luisterde vanochtend naar het nieuws op de nationale radio om een idee te krijgen van de situatie in Tunesië. Maar over Tunesië werd niets gezegd, niets!’
Maar tien dagen later is haar stemming omgeslagen. 'Jemen wordt wakker!’ kopt ze nu enthousiast. 'Simpel gesteld: als een land protesteert, weet je zeker dat de mensen het echt zat zijn. De Jemenieten willen een kans op een degelijk leven. Het lijkt erop dat de overheid nu wil praten zonder te onderdrukken. Bovendien lijkt het erop dat ik niet gearresteerd zal worden voor het schrijven van dit stukje!’

Jordanië
In 2008 beloofde koning Abdullah II de wet op de persdelicten niet meer strikt toe te passen. Volgens de Media Sustainability Index is het vooralsnog bij een belofte gebleven. De Jordaanse media worden door de overheid strikt gecontroleerd, hoewel de kranten en de radio voor het grootste deel in private handen zijn. Journalisten zijn behoudend en kiezen voor zelfcensuur. Hun directies kreunen onder een ongunstige belastingschaal, die nieuwe initiatieven erg moeilijk maakt. De tv-netwerken zijn voor de meeste Jordaniërs de voornaamste bron van informatie. De tv-zenders zijn allemaal staatseigendom. Bijna een derde van de 6,5 miljoen Jordaniërs is online. Facebook staat er sterk: meer dan een miljoen Jordaniërs hebben een account. In het begin van 2010 oordeelde een rechtbank dat de bestaande, strenge perswetten ook van toepassing zijn op internet.
Vanuit Amman houdt de 24-jarige Naseem Tarawnah een dappere blog bij onder de naam The Black Iris, de bloem die in heel Jordanië bloeit. In twee recente analyses laat hij zijn licht schijnen over de situatie in zijn land. Zijn eerste punt: Jordanië is geen Tunesië.
'De protesten moeten correct geframed worden, en niet zoals de internationale media hebben gedaan in de context van een opstand als in Tunesië, waarin wordt aangestuurd op de omverwerping van een regime. Hier schreeuwen de mensen op straat niet om democratie of de omverwerping van het hele systeem. Ze eisen geen vrijheid van de pers, van vergadering of van het juk van de tirannie. Hun eis komt neer op een betere financiële situatie. Gewone mensen willen hun leven in een van de duurste Arabische landen kunnen betalen. Met andere woorden: het gaat om brood, en in Jordanië komt brood voor vrijheid.’ Op Twitter wordt dit geluid ook vertolkt. 'De overheid moet opener worden en een serieuze dialoog met de mensen aangaan’, twittert Ahed Aladwan uit Amman.
De notie dat de koning in Jordanië binnenkort omvergeworpen zal worden, is onzinnig. Naseem Tarawnah: 'Of we het nou leuk vinden of niet, Zijne Majesteit Koning Abdullah is zeer geliefd, en het hasjemitische establishment (een eeuwenoude Arabische stam waaruit het Jordanese koningshuis is voortgekomen - red.) wordt breed geaccepteerd en/of gerespecteerd in Jordanië. Loyaliteit aan de koning wordt zelfs gezien als loyaliteit aan het land. Dit is genoeg om de status-quo te behouden.’
Om dit te bereiken is de eerste voorwaarde transparantie, aldus nog steeds Tarawnah. 'De overheid heeft altijd verschrikkelijke communicatie-instincten gehad, iets wat ze deelt met andere Arabische staten. Maar in het informatietijdperk is het bijna onmogelijk te controleren wat mensen weten. Tot de overheid transparantie besluit te omarmen als eerste stap richting serieuze hervormingen in Jordanië kunnen we enkel met enige opluchting deze vijf woorden uiten: thank God for the internet.’
In reactie op de protesten en om verdere onrust voor te zijn heeft koning Abdullah wel alvast zijn hele regering ontslagen en een nieuwe premier benoemd.

Algerije
Algerije heeft één nationale televisiezender, de Entreprise Nationale de Télévision, een typische staatszender met veel goed nieuws over de regering. Private zenders zijn niet toegestaan, maar zo'n zestig procent van de Algerijnen heeft tegenwoordig een schotel en kijkt vooral naar een paar internationale kanalen en de nieuwe, op Algerije gerichte, satellietzenders. De helft van de 43 dagelijkse kranten is Franstalig en wordt gelezen door de elite. Internetgebruik groeit, inmiddels is bijna veertien procent van de bevolking online en heeft drie procent een Facebook-account. Internet is relatief vrij, concludeert het European Journalism Centre, maar 'de Algerijnse blogosfeer is niet zo dynamisch als in Marokko, Tunesië of Egypte. En dus worden bloggers niet als een serieuze bedreiging beschouwd door de autoriteiten.’
Een notoire uitzondering is de blog Algerie-politique, die dagelijks 3500 tot vijfduizend bezoekers heeft. De auteur, 'El Mouhtarem’, houdt zijn identiteit geheim om aan vervolging te ontsnappen. Niet onbegrijpelijk: collega-blogger Abd el Salam Baroudy moest zich voor de rechter verantwoorden nadat hij in 2007 een ambtenaar van het ministerie van Financiën had bekritiseerd. In zijn recentste posts betreurt El Mouhtarem de pogingen om een Charter voor Politieke Verzoening op te stellen, zonder dat Algerije fundamenteel hervormd wordt. 'Moet het volk de doden onder dit regime vergeten of vergeten hoe de families van de vele vermisten werden behandeld als terroristen?’ El Mouhtarem licht zowel de motieven toe van de politici die deelnemen aan de nationale protestmars van 12 februari als die van de mensen die niet deelnemen. Volgens de blogger zijn die motieven in beide kampen niet zelden van opportunistische aard.
Bij veel Algerijnse bloggers slaat de politieke analyse om in oprechte verontwaardiging. 'De Algerijnen hebben er genoeg van. Dit is een zaak van hogra, waardigheid. Let op voor de staatspropaganda die beweert dat de rellen louter gaan over de hoge broodprijzen. In werkelijkheid heeft Algerije ernstige problemen. Echte politieke problemen’, meent videoblogger Hchicha. 'De rellen bevatten een sterke politieke boodschap: de behoefte aan vrijheid en het verlangen naar openheid in het politieke leven. Dat wordt nu onderdrukt door de zogeheten noodtoestand, die geen ander doel heeft dan dissidente stemmen het zwijgen op te leggen. De rellen zijn een wake up call, ze vragen een breuk met een bepaalde manier van regeren. De boodschap is glashelder’, meldt blogger Nawel D. op de onafhankelijke nieuwssite Algerie360.com.
BentAljazair, die zichzelf 'een gewone, Algerijnse vrouw’ noemt, toont zich erg kritisch over de houding van het Westen: 'De hypocriete westerse wereld kijkt toe, hopend dat de revolte verslagen wordt. De westerse landen hoeden zich ervoor om openlijk de kant van de dictator te kiezen en zo mogelijk een waardevolle bondgenoot in de regio te verliezen. Ze vragen hervormingen, genoeg om de bevolking te kalmeren, maar dan wel een gelimiteerde democratie met genoeg hinderpalen om ervoor te zorgen dat de Arabieren de belangen van de westerse wereld niet zouden schaden.’

Marokko
RTM en 2M, de twee grote Marokkaanse tv-stations, zijn geheel of gedeeltelijk staatseigendom. Ze weerspiegelen de officiële staatslijn. Satelliet-tv is wijd verspreid en biedt Marokko toegang tot Franse en pan-Arabische zenders. Reporters Zonder Grenzen meldt dat in Marokko 'religie, de koning en de monarchie en de grenzen van het land’ niet ter discussie kunnen worden gesteld. Er bestaat een perswet die celstraffen voorziet voor hardleerse journalisten. Die is allerminst een dode letter; balorige journalisten belanden in de cel, velen kiezen voor zelfcensuur. Toch slaagt de private pers, vooral de kranten, er steeds vaker in om maatschappelijk gevoelige onderwerpen aan te snijden. Marokko telt 10,4 miljoen internetgebruikers: een derde van de bevolking. 6,6 procent van hen doet ook aan Facebook. Websites worden in regel niet geblokkeerd, toch hebben bloggers niet de neiging de controverse op te zoeken.
De Marokkaanse blogosfeer kijkt met verbazing naar de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte, verwonderd dat zulke volksopstanden überhaupt mogelijk zijn in de Maghreb. Bloggers vragen zich af wat dit betekent voor de toekomst van de regio. 'Arabische dictators hebben systematisch iedereen gevangen gezet en gefolterd die politieke aspiraties had die niet strookten met die van het establishment’, luidt de verklaring van Cabalamuse, winnaar van de Award voor beste Marokkaanse blog. 'De Arabische landen hebben geen iconische politieke leiders meer die iedereen onder één vlag kunnen verenigen. Ondertussen dreigen er grote gevaren. Ondemocratische islamitische facties hebben machtsnetwerken en zullen het politieke vacuüm trachten op te vullen. Belangengroepen met banden in het buitenland zien hun kans om de staat te manipuleren en te corrumperen. Een dictatuur die aanvankelijk milder zal lijken, zal het volk in slaap wiegen’, vreest hij.
Cabalamuse is pessimistischer dan andere bloggers die vooral de kansen benadrukken van het volgens hen naderende reveil. 'Van wat nu in Egypte, Tunesië en in andere Arabische landen gebeurt, kan Marokko leren. Om echt mijn mening te vormen wil ik wachten tot duidelijk is wat in die landen de volgende stap gaat zijn. Maar wat ik lees in de pers, bij bloggers en op Twitter toont dat er betekenisvolle verandering zit aan te komen’, schrijft blogger Citoyenhmida. 'Zou Marokko in het kalme oog van de storm zitten, die deze regio heeft omvergeblazen?’