Ik zal je missen als ik dood ben

‘Happiness is not dramatic’, zei de grote dramaschrijver Harold Pinter. Zelf had hij de pech gelukkig te worden met de aristocrate Antonia Fraser. Ze waren van dezelfde klasse.

Antonia Fraser, Must You Go? My Life With Harold Pinter. € 28,60

‘Geluk schrijft wit’, noteerde de Franse schrijver Henri de Montherlant in een van zijn Carnets met aforismen. Witte woorden op wit papier, daar blijft opgeschreven niets van over. Het is inmiddels een cliché dat ongeluk de goudmijn van een schrijver is - ook de lezer, zeker de lezer van autobiografische geschriften, wentelt zich liever in het drama, het schandaal, de pijnlijke onthulling en de misère dan in het alles koek en ei. Over geluk is het moeilijk vertellen - 'Happiness is not dramatic’, zei Harold Pinter ooit - het wordt al snel onuitstaanbaar en, erger, doodsaai.
Must You Go?, het boek over haar leven met Harold Pinter dat historica Antonia Fraser vorige maand publiceerde, gaat over waar sprookjes ophouden: en ze leefden nog lang en gelukkig. Sprookjes vertellen leugens, maar Pinter was daadwerkelijk tot het eind van zijn leven 'the luckiest man in the world’ en ook echtgenote Antonia Fraser laat met regelmaat weten dat hun huwelijk 'happy’ was, 'very, very happy’. Het opmerkelijke is dat Must You Go?, ondanks de afwezigheid van ellende en venijn, allerminst saai is. Ze leefden samen van augustus 1975 tot Pinters dood op kerstavond 2008. 'O! call back yesterday, bid time return’, citeert Fraser in haar voorwoord uit Richard II, om daaraan toe te voegen dat ze dat met dit boek wil: de tijd terugroepen.
Het geluk begint met een schandaal, breed uitgemeten in de Engelse tabloids. Ze zijn op de helft van hun leven, begin veertig, allebei getrouwd, Fraser met het Conservatieve parlementslid Hugh Fraser en Pinter met de actrice Vivien Merchant, en hebben bij elkaar zes kinderen, als ze als een blok voor elkaar vallen. Ze ontmoeten elkaar op een diner na de première van The Birthday Party als Fraser op de valreep voor haar vertrek de toneelschrijver met 'zwart krullend haar en puntige oren, als een satyr’ aanspreekt. 'Must you go?’ vraagt hij. Zij denkt aan de drukte van de volgende dag en zegt: 'No, it’s not absolutely essential.’ Ze praten tot de gastheer en -vrouw hun ogen nauwelijks meer open kunnen houden en Pinter brengt haar thuis, in een witte auto met chauffeur, zijn favoriete vervoermiddel. Daar praten ze door tot zes uur ’s ochtends. 'Must you go?’ vormt het begin van hun liefde, en het noodzakelijke einde, als Pinter 'moet gaan’ en sterft.
Must You Go? roept letterlijk de tijd terug, want de huwelijksgeschiedenis bestaat goeddeels uit dagboekfragmenten van Fraser, soms kort onderbroken door haar commentaar. Natuurlijk heeft ze daarbij flink geselecteerd - de fragmenten die betrekking hebben op haar leven met Pinter - en weet je niet in hoeverre ze verder heeft ingegrepen. De dagboeknotities zijn in ieder geval buitengewoon stijlvol, precies en geestig en staan vol sprekende details over eten, bloemen, kleren. Je bent geneigd te denken dat ze Frasers goede opvoeding verraden en ze als typisch Brits te beschouwen. Want over erotiek en gevoel schrijft ze nauwelijks expliciet; emoties gloeien hooguit onder de oppervlakte van de beschreven gebeurtenissen. En kwaadspreken, daar bezondigt ze zich ook al niet aan.
Lady Antonie Fraser - haar ouders zijn de graaf en gravin van Longford, vandaar dat Lady - licht een paar keer tipjes van de sluier op van het soort opvoeding dat ze heeft genoten. Als haar vader 'Dada’, respectabel lid van het House of Lords, zijn afkeuring laat blijken over haar beginnende verhouding met Pinter wil ze over passie beginnen. Om onmiddellijk te bedenken dat het geen enkele zin heeft, omdat hij alleen sympathie heeft voor mensen als de moordenares Myra Hindley die groot berouw heeft van haar passie. Later, als Pinter inmiddels als schoonzoon is geaccepteerd, vraagt haar 'Mummy’ over de getroebleerde seksualiteit van een van diens personages of hij veel medische boeken heeft gelezen.
Het lijkt een ongerijmde combinatie, de welopgevoede aristocrate en de kunstenaar van eenvoudige joodse komaf. Maar Fraser benadrukt dat Pinter op het moment dat ze hem leert kennen wereldberoemd is en in een kast van een huis woont, terwijl zij gewend is te sappelen van het bescheiden salaris dat haar man als MP ontvangt en de verkoop van haar historische boeken. Ze zijn van dezelfde klasse, stelt ze, de 'Bohemian class’.
Het begin van hun liefde is turbulent. De roddelpers ligt in de struiken voor hun huis en vooral Pinters vrouw Vivien gooit haar verdriet op straat en blokkeert de echtscheiding. Maar Hugh Fraser is van hetzelfde laken een pak als zijn echtgenote. Als hij haar vraagt of ze op een ander verliefd is en zij onthult om wie het gaat, is zijn reactie tongue in cheeck: 'The best living playwright. Very suitable.’ En als hij het al te kwaad heeft met de situatie, dan gaat hij gewoon de deur uit om een gans te schieten. Fraser geeft een mooie beschrijving van de eerste, pinteriaanse ontmoeting tussen haar man en haar minnaar. Ze heeft Hugh verteld dat ze erover denkt hem te verlaten en Pinter voor later op de avond besteld: 'Hugh and Harold discussed cricket at length, then the West Indies, then Proust. I started to go to sleep on the sofa.’
Als hun relatie in rustiger vaarwater is beland, krijg je zicht op het leven van de Engelse 'Bohemian class’. Brood hebben ze niet in huis; lunches en diners hebben ze in de betere en beste restaurants of thuis bij beroemde vrienden. Ze hoppen van première naar première - behalve toneelschrijver is Pinter regisseur en scenarioschrijver voor films en soms staat hij ook zelf op de planken - en reizen daarvoor van Londen naar New York naar Parijs naar Berlijn. In het buitenland verblijven ze in vijfsterrenhotels, en dan het liefst in een suite. En ze kennen de hele wereld: nu eens wordt er thee gedronken met dear Vidia (Naipaul), dan weer geluncht met dear Philip (Roth), gedineerd met dear Lauren (Bacall) of gediscussieerd met dear Sam (Beckett), Salman (dat kan er maar één zijn) en Vaclav (idem). Alle name dropping ontsnapt aan de ijdeltuiterij omdat er met regelmaat fijne anekdotes over de celebrities worden verteld. Zoals het gesprek dat Pinter met acteur Steve McQueen voert. 'Don’t shout at me, Harold, I’m not your butler’, roept McQueen. Harold terug: 'I don’t shout at my butler.’
Behalve een liefdesverhaal is Must You Go? een prachtig portret van de kunstenaar als getrouwde man. Fraser nuanceert het beeld van de onhandelbare Pinter, de opvliegende kunstenaar, die om de haverklap ruzie trapt. Ze beschrijft zijn grote talent voor vriendschap en zijn generositeit tegenover collega-kunstenaars. Veel mensen zijn beminnelijk buiten de deur, maar een tiran in huis. Bij hem was het precies omgekeerd: hij was een 'house angel, street devil’. Overigens kon ze zijn temperament soms wel degelijk intomen, zeker als het om politieke onenigheid ging, want dat was Pinters grootste steen des aanstoots, verkeerde politieke opvattingen. Na zijn dood vond ze zo een placemat in een van zijn bureaulades, waarop ze tijdens een diner had gekrabbeld: 'Darling - You are right. So SHUT UP’. Het is allicht een teken van zelfinzicht dat Pinter de krabbel bewaard had.
Must You Go? geeft een weerslag van Pinters groeiende politieke activisme in de jaren tachtig - alsof zijn huwelijksgeluk hem de ruimte gaf om zich op te winden over mensenrechten, Latijns-Amerika, Oost-Europa en de misdaden van de Verenigde Staten. Fraser was een stuk gematigder dan hij. Saillant is dat op hetzelfde moment dat hij de straat op ging om tegen de 'oorlogsmisdadiger’ Tony Blair te demonstreren zij in 10 Downing Street met Cherie lunchte. Al was ze het niet met hem eens, ze gaf hem de ruimte, bewonderde zijn moed, en probeerde hem slechts af en toe wat te temperen. Als hij stelde dat de Verenigde Staten het meest barbaarse rijk van de wereld waren, dan bracht zij daar tegenin: en de nazi’s dan, en Pol Pot? Of als hij proclameerde dat een terroristische aanslag in Londen alleen, en dan ook helemaal alleen, de schuld van de regering zou zijn, dan sputterde zij tegen: hebben de daders dan helemaal geen verantwoordelijkheid? Soms gaf hij schoorvoetend toe: 'I see the logic of what you say and acknowledge it.’
Het politieke engagement van de jaren tachtig doet hier en daar denken aan Tom Wolfe’s treffende typering 'radical chic’, die hij verzon voor de welgestelde, modieuze leden van de high society die hun glamour een ethisch tintje gaven door de juiste, vergaande politieke opvattingen te huldigen. Bijvoorbeeld als Fraser verslag doet van het bezoek van Daniel Ortega, de revolutionaire president van Nicaragua, aan hun huis in Londen. Iedereen is er: Graham Greene, ondanks een gebroken rib en zijn ouderdom, actrice Rosanna Arquette, Bianca Jagger en 'ten minste twaalf Nicaraguanen meer dan waar we om gesmeekt hebben’. Gelukkig zijn ze een 'very good looking race’. En gelukkig is Pinters activisme, hoe onbekookt soms ook, niet alleen gratuit. Hij en Fraser zetten zich ferm in voor hun vriend Rushdie, als Khomeini zijn fatwa over hem heeft uitgeroepen. Ze spannen zich daadwerkelijk in voor Oost-Europa en meer.
Fraser schrijft dat ze weinig op heeft met kunstenaarsvrouwen: 'In pinciple I can’t bear when artists’ wives say “It was all me…”’ Ze schildert zichzelf niet af als zijn muze of geheime redacteur. Als Pinter haar zijn 'editor’ heeft genoemd, corrigeert ze hem meteen. Dat was ze niet. Als ze iets was, dan de vroedvrouw die 'pers, Harold, pers’ roept - de scheppingsdaad heeft elders plaatsgevonden en de baby was hoe dan ook wel geboren. Over het ontstaan van die baby’s schrijft ze met regelmaat. Over hoe elk toneelstuk voor Pinter begint met een beeld, hoe hij losse invallen op onmogelijke plekken en tijden in een notitieblokje vastlegt, en hoe er dan eventueel een plantje is dat kan groeien. Hij schrijft in een rush, uren achter elkaar, om daarna eindeloos te schaven en te polijsten.
Het slot van Must You Go? is schrijnend. December 2001 wordt bij Pinter keelkanker geconstateerd, een chemokuur en operatie volgen. Fraser stipt met regelmaat het lijden aan dat volgt - van het dieet van gebakken aardappels, ijs en soep na de chemo tot de kwalen die volgen - maar wordt nergens larmoyant. Ze maakt haar 'Big Fear’ dat de kanker terugkeert snijdend voelbaar. Maar ze weet ook alle grote en kleine momenten van geluk in de jaren van Pinters ziekte vast te leggen. De zeven jaren tot zijn dood leeft hij met zware pijnen en gaat hij met bewonderenswaardige koppigheid door met werken - 'I’m not just sitting here waiting to die’ - maar hij wordt ook beloond met de grootst mogelijke erkenning, van de Nobelprijs in 2005 tot een Franse Legion d'Honneur in 2007.
Ruim een jaar voor zijn dood schreef Pinter zijn laatste gedicht voor Fraser. 'I shall miss you so much when I’m dead’, luidt de eerste regel en hij is in zijn nopjes met de omkering die erin vervat zit. Fraser beseft dat het een vaarwel is en kan haar tranen niet bedwingen. Hij is niet van slag door haar emotionele reactie, maar blijft tevreden zeggen: 'Isn’t it an original idea, the dead missing the live?’

ANTONIA FRASER
MUST YOU GO?
MY LIFE WITH HAROLD PINTER
Weidenfeld & Nicolson, 328 blz., £ 18.50