Mediation in het strafrecht

‘Ik zat fout’

Sinds 2013 kunnen rechtbanken strafzaken doorverwijzen naar mediationbureaus. Doel daarvan is om middels een gesprek tussen slachtoffer en dader de ontstane schade, materieel en immaterieel, te herstellen.

‘Ik zou vooral willen weten hoe het nu met hem gaat.’ Stefan hoeft niet lang na te denken over de vraag van strafmediator Marlène Panis wat hij straks met zijn slachtoffer zou willen bespreken. De twintigjarige student heeft een open gezicht en komt gemakkelijk uit zijn woorden. Hij kijkt de mediators tegenover hem beurtelings aan. Over een paar weken moet Stefan voor de rechter verschijnen, op verdenking van mishandeling. Panis vormt vandaag een duo met collega Ali al Hadaui, in strafzaken werken mediators altijd in tweetallen. De gesprekken vinden plaats op de rechtbank, in speciale mediationkamers. Anders dan in de rechtszaal staan er geen aangewezen bankjes voor de verdachte en het slachtoffer, er staat alleen een ronde tafel.

Terug naar die ene zaterdagavond, maanden geleden al weer. Stefan en zijn vrienden staan naast de ingang van de kroeg een sigaret te roken, biertje in de hand. Een van hen gooit voor de grap bier uit zijn glas in de richting van een andere vriend, maar raakt daarbij een onbekende jongen die net het café binnen wil gaan. De jongen draait zich om, komt dicht bij de biergooier staan en vraagt waarom hij dat deed. ‘Hij was best groot, dus het kwam intimiderend over’, zegt Stefan, die vlak naast de gooier stond. De jongen geeft Stefans vriend een duw, waarop Stefan hem een vuistslag op zijn neus geeft. Er ontstaat geduw en getrek, in de chaos geeft Stefan hem nog een klap tegen zijn hoofd voordat omstanders tussenbeide kunnen komen.

Hoe kijkt hij nu terug op die avond, wil Panis van Stefan weten. ‘Ik zat fout’, zegt hij zonder aarzeling. ‘Dit had nooit mogen gebeuren.’ Het is hem zelf ook een raadsel waarom de stoppen zo doorsloegen. Hij had niet veel gedronken, het was nog vroeg op de avond. Hij had nooit eerder gevochten en ook geen oude rekening met de jongen te vereffenen, hij had hem nog nooit eerder gezien. Een betere verklaring dan ‘dom’, ‘niet bij nagedacht’ en ‘bijna een reflex’ kan hij niet verzinnen.

Mediation is een beproefd middel bij echtscheidingen en arbeidsconflicten, maar wordt sinds 2013 ook in strafzaken toegepast. De officier van justitie en de strafrechter kunnen een zaak verwijzen naar het mediationbureau van de rechtbank, dat vervolgens de betrokkenen benadert en onafhankelijke mediators aanstelt. Na afloop ontvangt de officier een globale weergave van het gesprek en een aantal afspraken, mits er overeenstemming wordt bereikt, anders krijgt de officier of rechter alleen te horen dat er een gesprek heeft plaatsgevonden, zonder verdere details.

Dit jaar verwezen rechtbanken 1367 strafzaken naar de mediationbureaus, waarvan er tot nu toe 708 zijn afgerond. In 83 procent van de zaken werd gedeeltelijke of gehele overeenstemming bereikt. Na de mediation kan de officier besluiten om de zaak te seponeren of om alsnog over te gaan tot vervolging, waarbij de rechter de uitkomst meeneemt in het bepalen van de strafmaat.

Mediation is een herstelrechtelijk middel en baseert zich op een andere gedachte dan het traditionele strafrecht, dat vooral gericht is op vergelding en preventie. Een van de gedachten achter gevangenisstraf is dat het aangedane leed vergolden wordt door de dader zelf leed toe te brengen. Daarnaast beschermt gevangenisstraf de samenleving natuurlijk en heeft het een afschrikwekkende werking. Strafrecht is dus vooral een zaak tussen overheid en dader, de rol van het slachtoffer is klein.

Herstelrecht concentreert zich minder op verdachte en schuld, maar stelt de ontstane schade, materieel en immaterieel, centraal en richt zich op het herstel daarvan. Het is geen toeval dat deze benadering van rechtspraak sterk ontwikkeld is in Nieuw-Zeeland. Daar bespreken de Maori, de oorspronkelijke bevolking van het land, van oudsher conflicten in de gemeenschap onder leiding van de stamoudste. Ook Zuid-Afrika kent een traditie van herstelgerichte conflictoplossing, die bijvoorbeeld tot uiting kwam in de verzoeningscommissies. Deze herstelrechtelijke stroming is geïnspireerd op de Afrikaanse filosofie van ubuntu, waarin verbondenheid een centraal begrip is.

In de stoel waar Stefan zojuist zat, neemt nu de 23-jarige Ivo plaats. Op de gang moeten ze elkaar gekruist hebben. Ivo’s vader is meegekomen om zijn zoon te steunen. Ze willen nog wel even weten of dit niet gewoon een gemakkelijke manier is om onder straf uit te komen. De mediators leggen uit dat de rechter over straf zal gaan. De verdachte heeft al een dagvaarding ontvangen en komt dus sowieso voor de rechter, maar als de partijen vandaag tot afspraken komen, zullen de officier van justitie en de rechter de vaststellingsovereenkomst, door beide partijen ondertekend, ontvangen. De uitkomst van het gesprek wordt toegevoegd aan het strafdossier en kan zo dus wel invloed hebben op het strafproces.

Ivo had die avond met vrienden afgesproken om iets te gaan drinken. Terwijl hij naar de deur van het café liep, voelde hij opeens een plens bier in zijn rug. Hij draaide zich om en zag een jongen zijn laatste restje bier in de lucht gooien. Hij liep op de jongen af en vroeg hem waarom hij met bier aan het gooien was. De biergooier bracht zijn gezicht intimiderend dichtbij, dus om ruimte te maken duwde Ivo hem tegen beide schouders van zich af. Toen voelde hij, uit het niets, een vuist in zijn gezicht. Daarna was het chaos, maar kreeg hij in elk geval nog één rake klap, vol op zijn neus.

‘Het klinkt bot, maar wat de buren allemaal gezegd hebben, boeit justitie niet. Probeer te kijken wat je zelf kunt doen’

Hij vertelt over de impact van de klappen die hij kreeg. De fysieke schade – een lichte hersenschudding en een gebroken neus – was gelukkig niet blijvend. De grootste deuk liep hij die avond op in zijn gevoel van veiligheid. Voorheen dacht hij niet dat je ‘zomaar’ klappen zou krijgen, maar nu noemt hij die gedachte naïef. Op straat kijkt hij tegenwoordig over zijn schouder, soms keert hij om als hij verderop een groepje jongens ziet staan.

Beveiligingscamera’s legden alles vast. Toen hij de beelden later zag, schrok hij misschien nog wel erger dan op het moment zelf. Zijn stem kraakt als hij erover vertelt. Ook Ivo’s vader heeft de beelden bij de politie bekeken. Het is maar goed dat hij er niet bij was, zegt hij op ingehouden toon, anders had hij niet voor zichzelf ingestaan. Wat zou Ivo willen weten van Stefan, vraagt Al Hadaui. Ivo vindt het moeilijk te zeggen; voor hem had deze bijeenkomst niet echt gehoeven. Hij heeft vooral toegestemd omdat mensen om hem heen zeiden dat het zou kunnen helpen bij de verwerking van het incident. Hij begrijpt nog steeds niet goed hoe het heeft kunnen gebeuren. De mediator stelt voor om dat straks aan Stefan voor te leggen en te vragen of hij die avond misschien op ruzie uit was.

In mediation gaat het, anders dan in de rechtszaal, niet om waarheidsvinding, legt Annemieke Wolthuis uit. Ze is projectmanager bij stichting Restorative Justice Nederland, het kenniscentrum voor herstelrecht, en zelf mediator. Het doel van mediation is niet om te reconstrueren wat er precies gebeurd is en wie schuld draagt, maar om een manier te vinden waarop beide partijen verder kunnen met hun leven.

Bij succesvolle mediation komt het tot concrete zwart-op-wit-afspraken die beide partijen ondertekenen, de zogenaamde vaststellingsovereenkomst. Zulke afspraken kunnen gaan over schadevergoeding, maar ook over wat de betrokken partijen in de toekomst doen als ze elkaar bij de supermarkt tegenkomen: groeten of juist negeren? Het klinkt klein, maar duidelijke afspraken kunnen veel spanning wegnemen.

Dat waarheidsvinding ondergeschikt is aan het herstel van de relatie kan voor betrokkenen frustrerend zijn, vooral als een partij zich slachtoffer voelt en de andere partij dat niet erkent. Het komt regelmatig voor dat er over en weer aangifte wordt gedaan, zegt Wolthuis. In zo’n geval hebben beide kanten het incident dus verschillend ervaren en voelen zij zich ieder slachtoffer. Dat hoeft niet te betekenen dat een van beiden liegt. Mensen construeren nu eenmaal hun eigen narratief, waarbij ze andermans gedrag niet altijd interpreteren zoals het bedoeld is en verschillende dingen onthouden.

Stefan toont zich schuldbewust en is doordrongen van de ernst van zijn fout. Ook is er mede dankzij de camerabeelden geen onenigheid over de feiten. Dat is lang niet altijd het geval, zegt mediator Rebecca Leeuwenberg. Soms hebben verdachten de neiging om de gebeurtenissen te bagatelliseren en moet de mediator erop wijzen dat het om een strafbaar feit gaat.

Vandaag behandelt Leeuwenberg samen met haar collega Antonietta Pinkster een burenruzie. Er ligt een aangifte van mishandeling tegen Peter, die de klap die hij zijn buurman Hans gaf consequent aanduidt als een ‘corrigerend tikkie’. Naarmate het intakegesprek met de mediators vordert zegt hij één keer dat hij het ‘eigenlijk’ niet had moeten doen, gevolgd door een uitvoerig relaas over wat de buurman allemaal fout gedaan heeft. Als hij dreigt te verzanden in details over hondenpoep, hekken en vuilniszakken grijpt Pinkster, die van origine advocaat is, in. ‘Het klinkt bot, maar wat de buren allemaal gezegd hebben, boeit justitie niet. Probeer te kijken wat je zelf kunt doen.’ Peter kijkt voor zich uit en scheurt een stukje van zijn lege plastic bekertje.

Even later geeft Hans in zijn intakegesprek, met enige tegenzin, toe dat hij ook heus wel een aandeel in de geëscaleerde ruzie heeft. Ja, oké, eigenlijk had hij dat hek ook niet zo hard en boos dicht moeten smijten. Maar als Peter nou eens goed naar hem geluisterd had, was het nooit zo ver gekomen.

De partijen blijven verdeeld over wat er precies gebeurd is, maar willen wel graag een einde aan de onrust, dus ze stemmen in met een gezamenlijk gesprek. Peter komt weer binnen, beide mannen zitten nu aan dezelfde tafel, met hun echtgenoten naast zich. Ze geven elkaar geen hand, kijken niet naar elkaar maar praten via de mediators, en houden hun jassen aan. Wanneer Peter zijn versie van het verhaal vertelt en uiteindelijk bij zijn ‘tikkie’ uitkomt, blijft er van het berouw uit het voorgesprek weinig over. Daarna is het de beurt aan Hans, die snel over het dichtgesmeten hek en zijn eigen aandeel heen praat. Leeuwenberg onderbreekt hem. ‘Hoe is dat voor jou als je erop terugkijkt?’ Hans haalt zijn schouders op. ‘Gewoon.’

‘Erg om te horen dat je niet kon doen wat je graag wilde doen. En dat je bang was.’ Stilte. ‘Dit had nooit zo mogen gebeuren’

De mediators verleggen het gespreksonderwerp naar de toekomst: wat hebben Peter en Hans nu nodig om verder te kunnen? Ze zijn het er snel over eens dat ze elkaar zo veel mogelijk met rust willen laten en spreken af om niet te groeten op straat. Zoals hun relatie voorheen was zal het nooit meer worden, maar ze weten nu in elk geval wat ze van elkaar kunnen verwachten.

‘Mediation in strafzaken is erop gericht om ten koste van de belangen van slachtoffers én die van de samenleving de arme dader bij de strafrechter weg te houden. Het belang van de dader staat voorop.’ Zo omschrijft strafrechtadvocaat Peter Plasman het softe beeld dat de meeste mensen, volgens hem ten onrechte, van mediation hebben. Zijn column, gepubliceerd in het informatieblad over mediation van de rechterlijke macht, heeft de titel ‘Handjeklap op geitenwollen sokken’. Professionals in de strafrechtketen zijn al overtuigd van de voordelen, erkent de strafrechtadvocaat direct, maar moeten dat beter overbrengen aan politiek en maatschappij. ‘Maak meer duidelijk dat het conflict het uitgangspunt is. Dat het belang van het slachtoffer minstens zo zwaar weegt als het belang van de dader. Dat er op termijn geld bespaard kan worden.’

Daar lijken mediators steeds beter in te slagen. Waar rechtse partijen traditioneel sceptisch zijn over ‘softe’ herstelrechtelijke voorzieningen – in 2016 zette toenmalig minister Ard van der Steur nog een pilot met mediation in strafzaken stil – bracht het afgelopen jaar juist een politieke doorbraak: er werd structurele financiering beschikbaar gesteld voor bemiddeling in strafzaken, en in oktober sprak minister Sander Dekker zich in een brief aan de Tweede Kamer positief uit over de resultaten. Er blijft nog wel wat te wensen over, vindt Wolthuis: er zijn meer zaken die in aanmerking komen voor bemiddeling dan het huidige budget toelaat. Ook vinden pleitbezorgers het belangrijk dat bij de komende herziening van het Wetboek van Strafvordering de rol van mediation steviger verankerd wordt in de wet. Ze bepleiten geen recht op mediation, maar wel het recht om in elke zaak te laten onderzoeken of mediation geschikt zou kunnen zijn.

A an tafel zitten nu vijf mensen: Stefan, Ivo, Ivo’s vader en de twee mediators. Opnieuw vertelt Ivo zijn verhaal. Hij maakt een nerveuzere indruk dan in het eerdere gesprek, kijkt een paar keer opzij naar zijn vader, en vermijdt Stefans blik. Aangekomen bij de gevolgen van het incident legt hij deze keer meer nadruk op de niet gehaalde tentamens en gemiste voetbalwedstrijden dan op de psychische schade en het gevoel van onveiligheid. Als hij uitgepraat is, voegt zijn vader er nog aan toe dat het ook hun als ouders veel verdriet gedaan heeft. Panis vraagt Stefan om te reageren.

‘Erg om te horen dat je niet kon doen wat je graag wilde doen. En dat je bang was.’ Stilte. ‘Dit had nooit zo mogen gebeuren.’ Stefan legt nog wel uit dat hij Ivo’s reactie op het biergooien als intimiderend ervoer. Het is een poging toch nog iets te verklaren, maar zou ook kunnen klinken als een excuus. De opmerking lijkt Ivo te verrassen. ‘Voor mijn gevoel was ik heel rustig.’ Hij is even stil. ‘Maar ik kan me best voorstellen dat ik minder rustig overkwam dan ik me voelde.’

De mediators vragen ook Stefan om te vertellen welke impact de gebeurtenis op zijn leven heeft gehad. Ten eerste is er natuurlijk de rechtszaak en het dreigende strafblad. Verder vertelt hij over zijn familie, die zo teleurgesteld in hem is, en over de dag die hij in een kale cel op het politiebureau doorbracht, toen hij verhoord werd. ‘Hoe is het voor jou om dit allemaal te horen?’ vraagt Al Hadaui aan Ivo. ‘Fijn’, zegt hij direct. Het doet hem zichtbaar goed om te merken dat hij niet de enige is die onder het incident geleden heeft.

Stefan voegt er nog aan toe dat hij veel heeft nagedacht over zijn gedrag. ‘Ik schrok van mezelf. Ik wist niet dat ik in één keer zo agressief kon worden.’ Toen er onlangs op een feestje ruzie dreigde te ontstaan, heeft hij meteen tegen zijn vrienden gezegd dat hij weg wilde. ‘Was je er de avond dat het gebeurde op uit om te vechten?’ vraagt de mediator, met een blik op Ivo. Natuurlijk niet, zegt Stefan. ‘Niemand gaat een avondje uit met de gedachte om zoiets te doen. Ik niet, in elk geval.’ Al Hadaui knikt. ‘Niemand komt hier als winnaar uit.’

Een mediator is er voor beide partijen in gelijke mate. Natuurlijk heb je soms meer sympathie voor een bepaalde kant, zegt Wolthuis. ‘Maar als je dat loslaat, krijg je ook meer begrip voor de andere partij.’ En in sommige gevallen liggen daderschap en slachtofferschap dicht bij elkaar. Ze beschrijft een geëscaleerde ruzie tussen twee pubermeisjes, voormalig beste vriendinnen, waarbij de een de ander een gebroken rib trapte. Maar, zegt ze, de eerste tik had hier ook best van het slachtoffer kunnen komen.

Zelf is Wolthuis gepromoveerd op herstelrecht in jeugdstrafzaken. Ze verwondert zich er soms over hoe flexibel jongeren, zoals ook de meisjes in het voorbeeld, zijn: ze geven elkaar aan het eind van het gesprek een boks en kunnen weer samen door één schooldeur. Maar mediation kan in elke zaak worden geprobeerd. Als een gezamenlijk gesprek niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege ernstige psychische problematiek of verslavingsproblemen, kunnen partijen nog wel baat hebben bij ‘indirecte mediation’, bijvoorbeeld via het schrijven van een brief. Zelfs bij moordzaken is een gesprek tussen dader en nabestaanden mogelijk, al komt het herstelrecht in zo’n geval pas lang na de veroordeling aan de orde.

Een gesprek hoeft ook niet te leiden tot excuses en vergeving om toch waardevol te zijn, vindt Wolthuis. De kracht van mediation is dat mensen elkaar in de ogen kijken en elkaars verhaal horen. Soms helpt het slachtoffers of nabestaanden alleen al om hun woede een keer uit te spreken tegenover de dader, of zitten ze nog met vragen waarop de dader antwoord kan geven. Natuurlijk zijn excuses en vergeving mooi, maar ook zonder happy end brengt een rondetafelgesprek bijna altijd iets positiefs teweeg. ‘Heel vaak zeggen slachtoffers: ik ben nog steeds boos op je, maar ik heb het je kunnen zeggen en kan nu door met mijn leven.’

Stefan biedt expliciet zijn excuses aan, Ivo accepteert ze nadrukkelijk. Dat lijkt na het begripvolle gesprek – ‘een mediation uit het boekje’, zegt Panis achteraf – bijna een formaliteit, maar het is wel belangrijk. Als er in een zaak excuses worden gemaakt, komt dat in de vaststellingsovereenkomst terecht en horen de officier van justitie en rechter er dus van. Panis prijst beide partijen; de een voor zijn vergevingsgezinde houding, de ander voor de verantwoordelijkheid die hij neemt voor zijn eigen aandeel. Het was een fijn gesprek, vinden ook de jongens. Ze schudden elkaar de hand. Over een paar weken zullen ze elkaar opnieuw zien, maar dan in de rechtszaal. ‘Ik hoop dat dit gesprek bijdraagt aan een niet al te heftige uitspraak van de rechter’, zegt Ivo’s vader.

Namen en herleidbare details van de betrokken partijen zijn om privacy-redenen gefingeerd. De echte namen zijn bij de redactie bekend