Ik zit in de bijenkorf

Als u dit leest, hoop ik in 24 uur een boek te schrijven, gezeten in een etalage van De Bijenkorf. Het is een belachelijk idee - en ik heb er misschien ook spijt van. (Te veel hooi op vork, het is allemaal gekkigheid, egocentrisme, enzovoort.)

Het vreemde is dat je je in de loop van zo'n proces om andere dingen druk gaat maken dan om het orspronkelijke idee. Natuurlijk maak ik me zorgen of het wel allemaal lukt en of ik wakker blijf, maar ergens vorige week had ik de zenuwen of we (Huib Schreurs en ik van het bureau Dam: De Amsterdamse Manifestaties) het financieel wel van de grond kregen. Ik krijg opeens te maken met gesprekken met sponsors en ik kan u vertellen: dat is buitengewoon vreemd.
Bijvoorbeeld als je praat met sponsors, word je bijna gedwongen te liegen. Maar het gekke is dat je vervolgens je leugens gaat waarmaken.
Je zit tegenover een sponsor en die vraagt: ‘U wilt een boek maken in 24 uur en dat moeten wij gaan betalen. En waar moet dat dan over gaan?’ Dan kan je moeilijk zeggen: 'Over neuken, mijnheer ABN-Amro, want ik denk tegenwoordig weer heel erg aan neuken.’
Ik weet dat die man tegenover mij ook alleen maar aan neuken denkt, maar toch spreek je dat niet uit.
Je zegt: 'Nou, het moet een boek worden over de man-vrouwrelatie’, en als je dan even later buiten staat, denk je: 'Ja, laat ik het inderdaad in het boek maar over de man-vrouwrelatie hebben.’
Toch viel de ABN-Amro voor ons af als sponsor.
De Bijenkorf gaat het boekje uitgeven.
En waar gaat het over?
Ik heb geen idee. Ik weet het echt niet. Ik zit er de hele dag aan te denken, ik praat er met iedereen over, maar IK WEET HET NIET. Het maakt me soms panisch, soms geeft juist de gedachte dat ik het niet weet me een prettig gevoel van rust. Ik weet niets, dus er moet donderdag wat komen.
Als mensen me vragen of het me niet vreselijk lijkt, zeg ik: 'Ja, maar daarom is het juist zo leuk om te doen.’
Toch ben ik kwaad op sommigen. Bijvoorbeeld op die omroep in Hilversum die geen aandacht wilde besteden aan onze manifestatie in De Bijenkorf omdat 'voor ons literatuur niet iets is wat je maar even zo in 24 uur voor je uit schrijft’. Het is het soort uitspraak dat ik ook wel in het café ben tegengekomen en tot heftige ruzie tussen mij en enkele anderen heeft geleid.
'Literatuur is toch iets te serieus voor dit soort jaren-zeventigleukigheden.’
'Ja, dat klopt’, zeg ik dan, 'de literatuur is veel te serieus. Daar moet verandering in komen.’
Ik hoor verwijten van lieden die zelf nog nooit een boekje hebben gemaakt, die nog nooit iets lezenswaardig op papier hebben gezet en die geen donder van literatuur weten - en dan een uitspraak doen over literatuur. Ik wil geen boeken maken van 400 pagina’s in de joods-humanistische verteltraditie plus Internet - mij is een klein verhaaltje van Nescio dierbaarder. Ik wil geen vuistdikke pil over de geilheid van de Culturele Revolutie - liever is mij dan een mooie 'ready-made’. ('Bij geboorte en dood, de boeketten van Koot.’ Ook mooi is het volgende lijstje dat in Albert Heijn in een karretje lag: 'Pap, brood, zout.’ En het briefje: 'Kijk uit! Die kolerelijers van de parkeerdienst zetten zo een klem om je wiel. De bruine parkeerwachters zijn niet gevoelig voor geld. De blanken wel.’ Ik hou van dit soort literatuur.)
Ik wil een boekje over wat ik beleef als ik 24 uur in een etalage in De Bijenkorf ga zitten.
Wat denk ik, wat voel ik, wat zie ik.
Daar moet literatuur over gaan.