INTERVIEW MET AGNES KANT

‘Ik zoek mijn eigen weg’

Agnes Kant is sinds vorige week de fractievoorzitter van de SP, de grootste oppositiepartij in de Tweede Kamer. Ze volgt Jan Marijnissen op, ‘een onmogelijke opdracht’.

TOEN AGNES KANT vorige week maandag van Jan Marijnissen hoorde dat hij het SP-fractievoorzitterschap ging neerleggen, heeft ze die nacht wakker gelegen. Moest ze hem willen opvolgen? Alle voors en tegens gingen door haar hoofd. ‘Natuurlijk had ik hierover de afgelopen jaren al eens nagedacht. Maar nu pas ging ik de argumenten afwegen.’
In het rijtje tegen stond de vraag of ze de druk van de schijnwerpers aan zou kunnen. ‘Marijnissen opvolgen is natuurlijk een onmogelijke opdracht. Die man is een instituut. Ik zei tegen mezelf: dat ben jij niet. Ik hoef hem niet te evenaren; ik moet mijn eigen weg zoeken.’
De vraag of ze binnenkort de grotere, chiquere werkkamer van Marijnissen zal betrekken, beantwoordt ze onmiddellijk met een wedervraag: ‘Hoezo, zit ik hier niet goed dan?’ Het lijkt wel alsof ze ermee wil benadrukken wat ze tijdens het gesprek een paar keer benadrukt: ‘De SP is atypisch.’
Volgens Kant (41) snappen veel mensen de partij daardoor niet. ‘Ze kijken naar ons vanuit een verkeerd referentiekader, ze vergelijken ons met andere partijen. Daarom dachten velen ook meteen toen Jan zijn besluit meedeelde dat het bij ons een puinhoop zou worden. Maar’, en ze spreidt haar armen wijd uit, ‘wat zie je? Dat is dus niet zo.’
Tot ook haar eigen verbazing is het zelfs het tegendeel. ‘We zijn ons allemaal rot geschrokken vorige week. Daarna kwam er dankbaarheid voor wat Jan allemaal voor de SP heeft gedaan. En weer daarna kwam er een enorme energie los. Ik voelde dat zaterdag op de partijraad ook. Gek, hè. Alsof iedereen nu wil laten zien dat wij het ook alleen kunnen, zonder de leiding van Jan. Ik had dat effect niet verwacht. Ik dacht dat we vanwege de emoties wat stil zouden vallen. Maar nu hoop ik dat we die energie vast kunnen houden.’

Een belangrijk wezenskenmerk van de SP dat bijdraagt aan het atypische karakter, is volgens Kant dat mensen in de partij niet bezig zijn met hun eigen carrière. ‘Wij zijn allemaal gericht op een eerlijkere en menselijkere samenleving. Dat willen we samen bereiken. Die cultuur is écht sterk in de partij. Als wij een bestuurderspartij zouden worden die alleen macht wil hebben in de gemeenteraad, maar geen feeling meer heeft met wat er in de samenleving gebeurt, dan zouden wij een nieuwe PVDA worden.’
Ze vindt het zelfs niet nodig daaraan toe te voegen dat dat niet is wat ze beoogt. Wat ze op korte termijn met de SP wil bereiken, is de status van beste oppositiepartij. ‘De grootste zijn we al.’ Dat de beste zijn tot nu toe niet zo wilde lukken, kwam volgens Kant vooral door het kabinet. ‘Dat komt met niets, dan is het ook moeilijk oppositie voeren. Maar straks met de begroting willen wij zaken gaan bijstellen. Wij zitten er niet voor piet snot. We willen voorkomen dat de koopkracht van de laagstbetaalden achteruitgaat, dat het gastouderschap om zeep wordt geholpen, dat de WW wordt ontmanteld, zoals de commissie-Bakker vorige week voorstelde, en dat de AWBZ wordt uitgekleed.’
Daarbij denkt Kant niet alleen aan een SP-stem tegen voorstellen van het kabinet. ‘We zullen ook met goede ideeën komen en ons constructief opstellen. We moeten ervoor zorgen dat de SP in zo’n positie komt dat de anderen na de verkiezingen niet om ons heen kunnen.’ Ze vindt dat die anderen in 2006 ook al niet om de SP heen hadden gekund. ‘Maar ze hadden lak aan de kiezer die ons met 25 zetels in de Kamer bracht. We zijn toen weggestuurd en dat mag niet meer gebeuren. Dat vind ik eigenlijk een van de vervelendste dingen die de PVDA nu doet: maar blijven zeggen dat wij niet wilden. Het CDA zette ons buiten de deur. Het klopt dat het niet de PVDA was die dat deed, maar die is toen wel blijven zitten. De PVDA had ook samen met ons kunnen opstappen.’
Hoeveel zetels zou ze dan willen winnen in 2011 of eerder, mocht het kabinet vallen? ‘Sommigen zeggen wel eens: ho, ho, dertig zetels, is dat niet wat veel. Maar als je de opgaande lijn van de partij doortrekt, moeten we boven de dertig zetels uit kunnen komen. En misschien moet het dan toch maar eens van regeren komen, alleen niet tegen elke prijs. Natuurlijk houden wij er rekening mee dat er met meer partijen moet worden geregeerd. Er zijn allerlei combinaties mogelijk, al ligt het CDA niet erg voor de hand.’

Kant weet dat de SP vaak in één adem wordt genoemd met de PVV van Geert Wilders en Trots op Nederland van Rita Verdonk, met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze populistisch zijn. ‘Als de term populistisch betekent dat de SP goed kan luisteren naar wat er leeft in de samenleving en een volkspartij is, dan vind ik het een geuzentitel. Van die vorm van volks hebben wij alleen maar gemak. Je ziet ook dat daar met respect naar wordt gekeken. Maar als met populistisch wordt bedoeld dat je maar wat tettert, dat er een zweem van opportunisme om je heen hangt, nou daar hebben wij bij de SP geen last van.’
Hoe verklaart zij de aantrekkingskracht van de partijen op de flanken, zoals de SP, PVV en TON, en het weglopen van de kiezer bij de middenpartijen? ‘Dat het middenpartijen zijn, is niet het probleem; dat ze middelmatig presteren, daar wringt het.’ Ze hoopt dat de vleugel in de PVDA die het dichtst bij de SP staat, de interne richtingenstrijd in die partij wint. Met die PVDA zou ze wel willen regeren, want de populariteit van partijen als die van Wilders en Verdonk maakt haar helemaal niet gelukkig. Tegelijkertijd realiseert ze zich dat als de liberalere stroming in de PVDA de overhand krijgt, de meer traditioneel sociaal-democratische kiezers waarschijnlijk naar de SP zullen komen.

Agnes Kant zegt hiermee openlijk meer gemeen te hebben met PVDA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer, die zich sterk wil maken voor het ontslagrecht en de AOW, de WAO en het minimumloon wil behouden, dan met PVDA-staatssecretaris Frans Timmermans, die dat ‘defensieve kroonjuwelen’ noemt. ‘Volgens mij weet Timmermans niet meer zo goed wat sociaal-democratie inhoudt. De AOW, de WAO en het minimumloon zijn verworvenheden die niet voor niets zo heten. Het is niet conservatief om voor het behoud van verworvenheden te vechten. Als postbodes voortaan per poststuk betaald gaan worden, is dat achteruitgang. Daar tegen zijn, heeft niets met conservatisme te maken.’
Ook het verwijt dat de SP met haar rug naar de wereld zou staan, irriteert haar. ‘Dat zijn debateertrucs die geen niveau hebben. Als wij vinden dat het met de EU de verkeerde kant op gaat en dat het te snel gaat, staan wij dan met de rug naar de wereld? Dat vind ik een waanzinnige gedachte. Dat wij tegen de missie in Afghanistan zijn, is niet omdat we altijd tegen vredesmissies zijn, maar omdat deze missie meer kwaad doet dan goed. Dat de Polen hier moeten kunnen komen werken, klinkt allemaal heel leuk en liberaal, maar als vervolgens in Polen geen arbeidskrachten meer te vinden zijn, noem ik dat niet solidair. Zoals die Polen hier worden behandeld, dat is een nieuwe vorm van uitbuiting. Bovendien verslechteren door de open grenzen de arbeidsvoorwaarden in de hele EU. Het water stroomt immers altijd naar het laagste punt. Wat wij willen zijn geen slechtere arbeidsvoorwaarden in Europa, maar betere arbeidsvoorwaarden in Polen.’

Dat de SP als een van haar belangrijkste thema’s kiest voor de buurt, ook daarin ziet Kant niet de rechtvaardiging voor het verwijt dat de partij geen oog zou hebben voor de wereld buiten Nederland. ‘Als wij het hebben over het buurtniveau, dan willen wij meer aandacht voor de schaalgrootte; dat doen wij omdat we af willen van de anonimiteit, de bureaucratisering en de ontmenselijking.’
Kant wil dat mensen in buurten echt samen leven en dat de SP daar actief aan bijdraagt. ‘PVDA-leider Wouter Bos zei onlangs op zijn partijcongres zich in te willen zetten voor de integratie. Dat zegt hij wel, maar waarom heeft de PVDA het dan eerst zo laten versloffen? Het is ook nog zo vrijblijvend bij hem. Wij willen dat scholen verplicht worden met dubbele wachtlijsten te werken, één voor blanke en één voor zwarte kinderen. Als je als uitkomst wilt dat er gemengde scholen komen, moet je een instrument kiezen dat daartoe leidt. Ouders kunnen dan nog steeds een school kiezen, ze lopen alleen de kans dat die school vol is.
Ook met de woningtoewijzing moeten we zoiets doen. Het is echt flauwekul om dan meteen te zeggen dat wij iets van bovenaf willen opleggen. We willen iets meer sturing, zodat mensen met verschillende achtergronden elkaar tegenkomen op straat. Dat maakt het samenleven een stuk eenvoudiger.’
Nu de menselijke maat eenmaal aan de orde is, is Agnes Kant niet meer te stuiten. De scholen terug in de buurt, de thuiszorg, de sociale werkvoorziening. ‘Het zijn de mensen die mensen helpen. Niet de grote, bureaucratische molochs op afstand.’ Waardoor zijn die dan toch zo gegroeid? ‘Uit een overmatige drang naar controle. De verantwoordelijkheid die nu in de directiekamers ligt, moet worden vervangen door vertrouwen in de beroepseer van leraren, verpleegkundigen. We kunnen in de thuiszorg toch als kwaliteitseis stellen dat die zorg in de buurt is georganiseerd, daar waar ze de mensen kennen en in de smiezen hebben of een buurvrouw kan inspringen? Op die grote kantoren weten ze daar geen bal van.’

Volgende week begint het zomerreces. De Algemene Beschouwingen in september zijn Kants eerste grote optreden als fractievoorzitter, hoewel ze Marijnissen tijdens zijn ziekte al vaker heeft vervangen. ‘De belangrijkste les die ik van hem heb geleerd, is: blijf altijd jezelf en ga geen dingen bedenken, probeer je authenticiteit niet te verliezen als je onder druk staat.’