Ik zou graag nog even leven

Nicolas de Crécy is een van de boegbeelden van de moderne Franse strip. In elk boek zoekt hij naar een nieuwe vorm en experimenteert hij erop los, zonder onleesbaar te worden. Het is jammer dat zijn werk, dat overal wordt bekroond, maar mondjesmaat in het Nederlands wordt vertaald. Om alle subtiele grappen te begrijpen is een meer dan gemiddelde kennis van het Frans cruciaal.

Medium dagboekspook

Een paar jaar geleden verscheen nog Période Glacial (vertaald als IJstijd); een geweldig verhaal in opdracht van museum het Louvre. In de toekomst ontdekt een groep onderzoekers (inclusief pratende honden) onder de dikke ijslaag waarmee de aarde is bedekt, opeens een merkwaardig gebouw vol onbegrijpelijke objecten. Een volstrekt originele manier om de kunstcollectie met een frisse blik tegemoet te treden.

In zijn nieuwste boek Dagboek van een spook slaat hij een autobiografische richting in. Bij veel auteurs leidt het tekenen van hun leven tot navelstaarderij, maar bij De Crécy niet. Hij verpakt zijn lotgevallen in een ironisch verhaal over een rondreizende tekening die elke vorm kan aannemen. Het wezen, dat eruitziet als een aardappel, reist met zijn morsige manager naar Japan op zoek naar inspiratie ‘om artistieke creativiteit en commerciële opdrachten met elkaar te verzoenen’. In Japan ziet het tekeningen op frisdrankflesjes en probeert ermee te communiceren. (‘Een eerste god. Subliem, hij draagt de naam Qoo. Ongetwijfeld als eerbetoon aan de drie stippen die zijn gezicht vormen. Ik raak in de ban van zijn metafysische kracht.’)

Ze worden door een knappe medewerker van een agentschap voor grafische vormgevers op sleeptouw genomen en zien zo wat meer van Japan. De manager zorgt regelmatig voor gênante situaties omdat hij te hard zijn best doet Japanse vrouwen te versieren. Maar het is niet zozeer wat de tekening (of de auteur) meemaakt, maar hoe hij erover reflecteert. Hij probeert te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, maar zoekt vooral ook naar zijn eigen betekenis als grafische representatie. Hoe moet hij eruitzien? Wat is de beste vorm? (‘Ik krijg mijn lijn niet onder controle. En als je hem, zoals ik, van binnenuit ziet, is het nog erger; hij rafelt uit elkaar, een totale mislukking.’)

Het wordt allemaal nog ingewikkelder, maar ook leuker als de tekening met het vliegtuig terugreist. Hij zit naast een tekenaar (die verdacht veel op De Crécy zelf lijkt) die last heeft van vliegangst. Hij wil, om niet voortdurend aan mogelijk neerstorten te denken, zijn levensverhaal kwijt aan de tekening. Die zit daar niet op te wachten, maar wordt toch gedwongen mee het verleden in te duiken. Natuurlijk wordt dan opeens alles sepiakleurig. Dit wordt ook door de intercom van het vliegtuig aangekondigd: ‘Dames en heren, uw aandacht alstublieft. Over enkele ogenblikken schakelen we over op “sepia-modus”.’ De tekening neemt alle vormen aan die nodig zijn voor het verhaal over een opdracht in Brazilië. De medepassagier moest voor het bureau voor toerisme van het enigszins troosteloze Recife een wervende reportage tekenen. Dat is moeilijk voor een tekenaar die gewend is realistisch te werken en geen reclametekenaar is. Het levert hilarische dialogen op met de tekening die hem lastige vragen stelt. Weer terug in Parijs wil de tekening toch eigenlijk wel bij die rare tekenaar blijven, maar die wijst het resoluut af. ‘Is mijn reis voorbij? Ik zou graag nog even leven.’ Maar de tekenaar neemt resoluut afscheid. Het verhaal is bijna afgelopen als de tekenaar een taxi instapt en de laatste bladzijde nadert…

Het alter ego van De Crécy, dat eruitziet als een aardappel, reist met zijn manager naar Japan op zoek naar inspiratie

Met Dagboek van een spook heeft Nicolas de Crécy alweer een geweldig werk toegevoegd aan zijn oeuvre. Hoewel hij in deze autobiografie niet zo heel veel spannende dingen meemaakt, leest het als een avonturenroman in Japan en Brazilië. Voor het knuffelige wezentje dat zijn alter ego is, is alles nieuw en interessant. Daardoor wordt het ingewikkelde ‘discours’ dat de auteur opzet over betekenis en vorm en waarin hij op metaniveau reflecteert over het vertellen van een verhaal, toch aantrekkelijk en vooral ook erg grappig. Zelden werden zulke overpeinzingen, die doorgaans in doorwrochte essays worden verpakt, zo toegankelijk gemaakt.

Daarnaast is De Crécy ook een geweldige tekenaar met een volstrekt eigen stijl, die in elk boek iets anders is, maar toch herkenbaar blijft. De ietwat krasserige lijnvoering maakt het werk een beetje rommelig, maar toch precies. En een tekenaar met zijn ervaring weet telkens te verrassen met nieuwe vondsten, zoals de overgang naar sepia die wordt benoemd (‘Sepia is een code. Zo weet iedereen dat het verleden tijd is’) of het wezentje dat de hele tijd naar zijn eigen vorm en lijnvoering zoekt. Het zou me niets verbazen als dit boek ook weer ergens een prijs gaat winnen.


Medium crecy

Nicolas de Crécy, Dagboek van een spook, Vertaald door Studio Peter de Raaf. Scratchbooks, 225 blz., € 27,90


Beeld: Uit het besproken boek