Ik zou graag verkrachter zijn

Het jaren-zeventigideaal was: totale vrijheid! Een samenleving zonder taboes. wij wilden roken, drinken, zuipen en naaien zonder dat ons een strobreed in de weg zou worden gelegd.

Vooral seksueel bleek de jeugd in die tijd behoefte te hebben aan een orang-oetanroffel op de borst. Iedere keer als de bladenman het blad Verstandig Ouderschap was komen brengen en mijn vader het tijdschrift als eerste doorbladerde, zei hij dat de redactie weer iets te ver was gegaan. VO had bijvoorbeeld in silhouet allerlei standjes afgedrukt en mijn ouders, die ideeen hadden die tegen het naturisme aan lagen, vonden dat de getoonde seksuele acrobatiek de ‘intimiteit’ tussen man en vrouw had weggemoffeld.
Daar zat iets in. Maar tegenover het gebrek aan intimiteit stond weer humor, want zelfs mijn vader kon bij sommige standen zijn lach niet houden. ('Dit heb ik eens twee Chinese lilliputters zien doen toen het Chinese circus in 1926 in Malang was.’)
Totale vrijheid: men moest kunnen denken wat men wilde. Hoewel ik een gelovige was in die totale vrijheid, en eigenlijk nog wel ben op dezelfde manier als katholiek opgevoede jongeren die niet meer in God geloven toch nog katholiek zijn, heb ik moeten constateren dat ik absoluut niet tegen die absolute vrijheid kon.
Vrije liefde? Ik kan het niet: ik ben er te jaloers voor. Ikzelf zou wel met alles en iedereen de vrije liefde willen bedrijven, maar dan wil ik wel dat ik als enige op de hele wereld die vrijheid geniet.
Moet ik wel streven naar zo'n vrije samenleving?
Naarmate ik ouder word, wens ik steeds meer verbodsbepalingen. Ik wil dat het rustig is in cafes, ik wil dat jongens mijn dochter met rust laten, ik wil dat mensen die te hard rijden waardoor andere mensen sterven, onmiddellijk de doodstraf krijgen, ook al heten ze Patrick Kluivert en ook al rijd ik zelf vaak te hard. Kortom: er is een groot verschil tussen mijn ideaal en de realiteit.
Ach, eigenlijk is dat bekend. Maar het vreemde is, dat je ideaal vaak precies het omgekeerde is van wat je eigenlijke ideaal is.
Ik wil oprecht de helft van de mensheid vreselijk straffen voor wat ze mij aandoen - maar als ik moest stemmen, dan zou dat zijn voor een geweldloze maatschappij.
Ik zou dolgraag met een geweer op leeuwen en tijgers jagen - toch heb ik ook zo'n lullig briefje naar Willem-Alexander gefaxt met het verzoek dat hij ophoudt.
Ik zou ook dolgraag als verkrachter door het leven gaan, en regelmatig als moordenaar. Maar je doet die dingen niet.
Toch wil ik erover blijven dromen. Dus wil ik inderdaad dat jaren- zeventigideaal: de totale vrijheid.