Eind maart ploft er bij de 41-jarige Esther Westmaas eindelijk een vaccinatieoproep op de mat. Ze is informatieanalist en fanatiek zeiler, maar De Geelgors, haar aangepaste boot, ligt al maanden werkeloos op de kant. Esther heeft het syndroom van Leigh, een ernstige bewegingsstoornis die ook haar ademhaling aantast. Ze zit in een elektrische rolstoel, en heeft verschillende zorgverleners die haar helpen met aankleden, douchen en eten. Westmaas’ artsen proberen haar al langere tijd op een priklijst te krijgen. Covid-19 is voor haar gevaarlijk: haar longcapaciteit is zeer beperkt en ze kan niet hoesten.

De uitnodiging blijkt echter niet voor Westmaas zelf, maar voor zes van haar zorgverleners, aan de patiënt de taak ze uit te delen. ‘Ik heb voor de computer bijna zitten huilen’, schrijft ze [ze praat moeilijk]. ‘Op dat moment verkeerde ik in grote onzekerheid over wanneer ik – eindelijk – zelf gevaccineerd zou worden.’ Dat zal pas weken later zijn, en is enkel te danken aan haar eigen assertiviteit.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch onderzoeksjournalisten Karlijn Kuijpers en Linda van der Pol over het onbegrijpelijke Nederlandse vaccinatiebeleid. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Zo gaat het steeds. Zoals Westmaas vaccinatie-oproepen uitdeelt aan haar zorgmedewerkers terwijl ze zelf nog geen uitzicht heeft op een prik, zien ook andere kwetsbaren de vaccinatiespuit aan zich voorbij gaan. De Gezondheidsraad en het Outbreak Management Team (omt) adviseerden begin januari nadrukkelijk om vaccins zo veel mogelijk in te zetten voor ouderen en kwetsbaren.1 Maximaal tien procent van de vaccins mocht volgens de experts naar het zorgpersoneel, en dan alleen als de zorg echt op instorten zou staan. Sinds het begin van de vaccinatiecampagne is die verhouding helemaal zoek. Zorgverleners voerden een effectieve lobby om vooraan te mogen staan bij vaccinaties, terwijl de medische noodzaak daarvoor vaak ontbrak. Minister De Jonge liet het gebeuren, blijkt uit een reconstructie van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer en Trouw.

Maandenlang herhaalde de minister dat hij ouderen en kwetsbaren voorrang geeft, maar in werkelijkheid deed hij het tegenovergestelde. Van alle prikken die tot begin deze maand werden gezet ging ongeveer een vijfde naar zorgmedewerkers, en in de maanden daarvoor lag dat percentage nog veel hoger. Die eerste prikken gingen niet naar de groepen die het meeste gevaar liepen om te sterven, maar naar hen die het hardst schreeuwden.

En dat is problematisch, zegt Maartje Schermer, hoogleraar filosofie van de geneeskunde en lid van de Gezondheidsraad. ‘We willen sterfte en ernstige ziekte voorkomen. Je moet de vaccins geven aan hen die ze het hardst nodig hebben, niet aan wie het hardst lobbyt.’ Anders dan veel mensen denken, is het niet nodig om zorgpersoneel te vaccineren om de kwetsbaren te beschermen: hun beste bescherming is een eigen prik. Daar komt nog bij, zegt Schermer, dat ‘zorgmedewerkers niet veel vaker besmet raken dan de rest van de bevolking. Het ziekteverzuim in de zorg is hoog, maar dat komt vooral door uitputting. Daar beschermt een vaccin niet tegen.’

Toch regelden de ‘helden van de zorg’, wier belangenorganisaties al sinds het begin van de pandemie dagelijks of wekelijks overleg hebben met het ministerie, met succes een snelle prik. Zelfs beveiligers en logistiek medewerkers in ziekenhuizen, medewerkers van consultatiebureaus bij de ggd en zorgverleners voor kinderen met autisme kregen voorrang.

En ondertussen lukt het maar niet om de kwetsbaren op tijd te beschermen. Het ministerie is zó lang bezig geweest om vanuit Den Haag uit te tekenen welke medische aandoeningen voorrang moeten krijgen dat van voorrang al lang geen sprake meer is. Terwijl het ministerie uit alle macht probeert om een oneerlijke verdeling tegen te gaan, wórdt het beleid – vanwege het verstrijken van de tijd – juist oneerlijker. En zijn het ook bij de kwetsbaren zelf alleen de mondigsten die voor zichzelf een vaccin weten te regelen.

‘De bedden zijn er, de apparatuur die we in de eerste golf nog misten hebben we nu ook. Maar we komen verpleegkundigen tekort, omdat we meer uitval hebben.’ Op de een-na-laatste dag van 2020 schuiven intensivist Diederik Gommers en ziekenhuisbestuurder Ernst Kuipers samen aan in Nieuwsuur. Hun boodschap: de situatie is ernstig, code zwart raakt in zicht.

Er is ook goed nieuws. In een goed beveiligd pand in Oss liggen de eerste doses Pfizer inmiddels te wachten op de start van de vaccinatiecampagne. Die moet zo snel mogelijk beginnen, zegt Kuipers, en wel in de ziekenhuizen. ‘Het beschikbaar blijven van personeel is cruciaal. We vinden het heel belangrijk dat personeel dat het meest nodig is, denk aan huisartsen, ambulancepersoneel, de spoedeisende hulp, ic, de covid-afdeling, vroegtijdig gevaccineerd wordt.’ Ja, de vaccins zijn schaars, maar het betreft voor die hele groep maar ‘enkele tienduizenden’ vaccins: ‘Op het totaal is dat zéér beperkt.’

Begin januari gaat De Jonge overstag met ‘een klein stapje opzij op de hoofdroute’, zoals hij het zelf noemt: de eerste vaccins gaan naar het ziekenhuispersoneel. Maar met die belofte komt de minister in de problemen, want de eerste vaccins heeft hij op dat moment al toegezegd aan andere zorgmedewerkers in verpleeghuizen, gehandicaptenzorg en thuiszorg.

Een maand eerder, wanneer het ministerie de vaccinatiecampagne aan het opzetten is, lijkt het er namelijk nog op dat de vaccins niet goed zullen werken bij ouderen en dat het logistiek gezien ingewikkeld wordt om de vaccins in verpleeghuizen te verspreiden. De Jonge vraagt daarop aan de ggd’en of zij de grootschalige vaccinatie van medewerkers in de langdurige zorg op zich kunnen nemen, zegt Nicolette Rigter, die namens de koepelorganisatie van ggd’en de vaccinatiecampagne organiseert.

In vergaderingen met zorgkoepels doet De Jonge zelfs concrete toezeggingen: personeel in de thuiszorg, gehandicaptenzorg en verpleegzorg – honderdduizenden mensen – zullen als eersten geprikt worden.2 ‘De eerste levering van een half miljoen vaccins is bedoeld voor zorgmedewerkers’, staat in de notulen van 18 december.3

Wanneer de Gezondheidsraad een kleine week later tegen de verwachting in concludeert dat het eerste vaccin juist heel geschikt is voor ouderen zit de minister klem.4 De ouderen moeten nu voorrang krijgen, maar hij heeft de vaccins al toegezegd aan de zorgmedewerkers, en er moeten óók nog prikken naar het ziekenhuispersoneel – dat aanvankelijk helemaal geen voorrang zou krijgen. De huisartsen eisen ondertussen ook een vaccin.

De Gezondheidsraad en het omt maken de puzzel voor De Jonge nog moeilijker wanneer zij begin januari zelfs concrete percentages noemen: minstens negentig procent van alle vaccins moet naar ouderen en kwetsbaren. Zorgpersoneel kan maximaal een tiende van de doses krijgen, maar alléén wanneer de zorg door haar hoeven dreigt te zakken en het écht niet anders kan.5

Vanaf dat moment, met een minister die wankelt omdat hij te veel beloftes heeft gedaan, wordt de vaccinatiecampagne een lobbyspel. Nog voordat er ook maar één prik is gezet, is de routekaart een rommel, en heeft elke partij een argument om zijn groep voor te laten gaan. De sterkste stemmen winnen.

Welke dat zijn is te zien aan de gevel van de ggd-priklocatie in Houten. Daar hangt van meet af aan een grote banner met de tekst ‘Vaccinatie van onze zorghelden #samensterk’. In de eerste weken vaccineert de ggd niets dan zorghelden: personeel van verpleeghuizen, kleinschalige woonvormen, gehandicaptenzorg, wijkverpleging en Wmo-ondersteuning. De minister zegt zelfs alle prikkers bij ziekenhuizen, huisartsen, ggd’en en verpleeghuizen een vaccin toe. Het gaat dan al lang niet meer om Kuipers’ ‘enkele tienduizenden’.

Maartje Schermer is verbaasd over de afspraak. ‘De groep die de prik zet zou geen prioriteit moeten krijgen. Als er nog zestig-plussers of mensen met een aandoening op de wachtlijst staan, moeten die voor.’

Maar dat is niet wat er gebeurt. Pas nadat de eerste driehonderdduizend uitnodigingen voor zorgmedewerkers de deur uit zijn, wordt er een negentig-plusser opgeroepen. Van de ruim negenhonderdduizend mensen die tot eind januari worden opgeroepen voor een prik valt slechts 65 procent in een risicogroep. De minister probeert nog wel wat te herstellen, maar telkens wanneer hij zorgpersoneel naar achteren schuift in de planning komen zij in het verweer. ‘Afspraak is afspraak’, schrijft de vereniging van verpleegkundigen in een lobbybrief; ‘kom afspraken na’, schrijven de huisartsen in een boze brief aan de minister. De ouderen, daarentegen, komen niet in verzet. ‘Wij vonden het heel lastig’, zegt Atie Schipaanboord van ouderenbond anbo. ‘Het is ook belangrijk om zorgmedewerkers goed te beschermen.’

Begin mei hebben bijna een miljoen zorgverleners een uitnodiging ontvangen. Anderhalf miljoen mensen die vanwege medische problemen extra kwetsbaar zijn, en eigenlijk in februari al opgeroepen zouden worden, zitten dan nog altijd te wachten op een prik.

Voor de nierpatiënten liggen begin maart zelfs de pleisters al klaar. Toch moeten zij dan nog bijna een maand op hun vaccinatie wachten. Ze zijn aan de beurt, de vaccins zijn binnen, maar andere medische hoog-risicogroepen zijn nog niet zo ver. Het ministerie weet nog niet hoe het die groepen patiënten moet vinden – en ziet het niet zitten om alvast met de nierpatiënten, een vrij overzichtelijke groep, te beginnen.

‘Enorm frustrerend’, zegt Marja Ho-dac, directeur van de Nierpatiënten Vereniging Nederland. In september 2020, nog voordat het ministerie ook maar iets heeft losgelaten over hoe de vaccinatiecampagne eruit moet gaan zien, zit Ho-dac samen met nierspecialisten al een plan uit te tekenen: hoe te organiseren, welke patiënten uit te nodigen. ‘Vanaf het moment dat bekend werd dat er vaccins aan zaten te komen gingen wij nadenken over hoe we kwetsbare nierpatiënten snel zouden kunnen vaccineren. We liepen ver voor op het ministerie.’

Het ministerie wacht dan nog steeds op de Gezondheidsraad, die begin juni 2020 al gevraagd was ‘zo snel mogelijk’ een strategie te formuleren voor de vaccinatiecampagne.6 Die volgt pas in november – maanden later dan in bijvoorbeeld Duitsland (mei), België, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten (juni), en Frankrijk (juli). Op de vraag waarom het advies zo laat kwam, zegt de Gezondheidsraad dat het normaal gesproken ‘vele maanden tot soms jaren’ kost om een advies te schrijven, en dat de minister bovendien ‘geen termijn in de adviesvraag had opgenomen’.

‘Toen het advies er eindelijk was zei De Jonge met een brede lach: “We gaan risicogroepen vaccineren!”’, zegt Ho-dac. ‘Maar daar hield het besluit op, terwijl het toen nog moest beginnen.’

‘Het is één ding om als patiëntgroep benoemd te worden, maar dan moet je ook nog gevónden worden. Dat heeft veel te lang geduurd’, zegt Illya Soffer van de belangenorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte. ‘Definitiegeklooi’, noemt ze het. Volgens de Gezondheidsraad moesten patiënten ‘wier ademhaling gecompromitteerd is’ voorrang krijgen. ‘Maar wat is dat? Ze zijn weken bezig geweest om vast te stellen wie er wel en niet onder viel.’ Toen dat eenmaal klaar was bleek dat veel aandoeningen niet goed geregistreerd staan. ‘Het heeft bijna zes weken geduurd voordat mensen met de spierziekte Duchenne uit de systemen konden worden gehaald; 95 procent van de mensen met een beperking of ziekte woont thuis. Sinds de decentralisaties in de zorg weten we niets meer van hen, ze zijn gewoon uit beeld.’

Zelfs patiënten die thuis worden beademd komen pas in april aan de beurt voor een vaccinatie. Begin maart weet het rivm al wie deze patiënten zijn, maar voor de volledigheid doen ze nog een dubbelcheck met de ziekenhuizen, die weken extra tijd kost. ‘Achteraf bezien was die uitvraag niet nodig’, schrijft het rivm.7

Terwijl de ziekenhuizen met de grootst mogelijke spoed dozen vaccins krijgen toegestuurd om hun personeel te vaccineren, moeten de patiënten die het grootste risico lopen wachten tot alles precies is uitgetekend. Het gevoel van urgentie dat ziekenhuisbestuurders weten op te roepen met tv-optredens ontbreekt voor de groep die thuis, in isolatie en aan de beademing, zit te wachten op een vaccin.

Voor de huisarts van Nick Bootsman is het meteen duidelijk: zijn patiënt móet snel een prik krijgen. Bootsman heeft een bindweefselziekte en astma waardoor zijn longen zwaar zijn aangetast. Al ruim een jaar zit hij in zelfisolatie. Naar buiten gaat hij alleen ’s avonds of met slecht weer, dan is het rustig op straat. Bootsman zit in een rolstoel maar heeft de huishoudelijke hulp afgezegd uit angst voor besmetting, naar de fysiotherapeut is hij al een jaar niet geweest. Zijn gezondheid gaat achteruit en hij heeft steeds meer pijn, omdat hij al een jaar de benodigde zorg mijdt.

Bootsman dacht in februari aan de beurt te zijn voor een eerste prik, maar ontdekt dat zijn ziekte niet op de lijst staat, omdat het een zeldzame aandoening is. ‘Ik kreeg duizend-en-een errors in m’n hoofd toen ik zag dat ik nog maanden zou moeten wachten’, zegt hij. ‘Ik dacht: hoe ga ik me in vredesnaam nog zo lang redden.’ Zijn huisarts noemt het een ‘onhoudbare situatie’, maar mag hem zelf niet oproepen. ‘Mijn dokter heeft het via de ggd geprobeerd, maar dat kon ook niet.’ Uiteindelijk wil de huisarts hem een restje AstraZeneca-vaccin geven. Maar net voordat Bootsman aan de beurt is wordt de prikstop afgekondigd, en gaat ook dat niet door.

Om te voorkomen dat patiënten zoals Bootsman vergeten worden hebben Illya Soffer en veel andere patiëntenorganisaties er maandenlang voor gepleit om artsen meer ruimte te geven om zelf een afweging te maken. ‘Wij wilden dat de huisarts of specialist kon zeggen: “Het is medisch onverantwoord om deze persoon niet te vaccineren”’, zegt Soffer. ‘Maar niemand wilde de regie nemen over deze medische vraag, vws botste op tegen onwil van artsen.’ ‘Huisartsen en specialisten vonden het te ingewikkeld’, zegt ook Nicolette Rigter van de koepelorganisatie van ggd’en.

‘Wij wilden niet gaan bepalen of Jantje of Pietje eerst mocht’, zegt Leon van den Toorn, longarts in het Erasmus MC en namens de Federatie Medisch Specialisten betrokken bij het bepalen van het vaccinatiebeleid. ‘We wilden niet dat de specialist boos wordt aangekeken door patiënten omdat de één wél voor mag en de ander niet. Dat vonden we te ingewikkeld. We probeerden daar zo veel mogelijk buiten te blijven, omdat we bang waren dat het oneerlijk zou worden.’

Begin mei hebben bijna een miljoen zorgverleners een uitnodiging ontvangen. Anderhalf miljoen extra kwetsbaren, die al in februari opgeroepen zouden worden, zitten dan nog te wachten op een prik

Uiteindelijk vraagt het ministerie begin maart aan de patiëntenorganisaties om dan zelf maar groepen te noemen die voorrang moeten krijgen. Een open uitnodiging voor een flinke lobby. Maar de lobbyorganisaties willen niet, zegt Soffer. ‘Onze lidorganisaties zoals het Longfonds en de Diabetes Vereniging zeiden: “Dit kunnen we niet doen.” Of iemand kwetsbaar is hangt van zoveel factoren af. We kunnen niet zeggen: “Doe alleen die groep longpatiënten.” De enige die dat kan beoordelen is de arts.’

Begin februari regent het tweets met de hashtag #VergeetOnsNietHugo. Zoals van Ilse, die twee auto-immuunziektes heeft en wier hele gezin al een jaar in quarantaine zit. Of Rebecca, die door een stofwisselingsziekte nog maar dertig procent longinhoud heeft. ‘Degenen met de kortste adem worden gedwongen de langste te hebben’, tweet Irène, die lijdt aan een taaislijmziekte. ‘Al tien maanden in isolatie zonder enig vooruitzicht op lucht.’

De tweets zijn een reactie op een stille wijziging in de vaccinatiestrategie. Aanvankelijk stonden alle patiënten met een medisch risico gepland voor februari, maar begin die maand worden ruim een miljoen van deze patiënten stilletjes naar achteren geschoven.8 ‘Zonder ook maar genoemd te worden in de persconferentie moesten we in een schema zien dat we naar half mei werden geschoven’, zegt Marlies Karman, een actief lid van de beweging.

Die verschuiving heeft te maken met een nieuw advies van de Gezondheidsraad. Daarin stelt de raad dat een groep van zo’n honderdduizend hoog-risicopatiënten met voorrang gevaccineerd kan worden, maar dat de overige één miljoen moeten wachten. ‘Iedere verfijning van het vaccinatieprogramma zal leiden tot vertraging’, zegt de Gezondheidsraad. ‘We hebben gewoon een streep in de grafiek gezet’, zegt longarts Leon van den Toorn, die bij de voorbereiding van het advies betrokken was. ‘Patiënten met een heel hoog risico hebben we voorrang gegeven, de rest moest wachten omdat de vaccins schaars waren.’ De groep van één miljoen is toen in z’n geheel naar achteren geschoven, zegt Van den Toorn. ‘Het is onmogelijk om binnen die groep 78 categorieën patiënten in volgorde te rangschikken.’

Dat is ook helemaal niet waar de patiëntengroepen om vragen. Het enige wat ze willen is dat ze niet steeds verder naar achteren worden geschoven in de planning. Want vanwege tegenvallende leveringen, een prikstop en zorgpersoneel dat voorrang krijgt, lijkt het inmiddels juni te worden voordat veel kwetsbaren aan de beurt zijn. In geen enkel ons omringend land staan de kwetsbaren zo laag in de prikorde.9

De mensen van #VergeetOnsNietHugo krijgen door dat ze – net als de zorgverleners – moeten gaan lobbyen voor voorrang. Terwijl de Tweede Kamer druk is met ‘Pieter Omtzigt, functie elders’ begint de groep brieven te sturen aan het ministerie. Antwoorden blijven uit. ‘Na een tijd zijn we gaan onderzoeken wat juridisch mogelijk was’, zegt Karman. ‘Advocatenkantoor DLA Piper heeft namens ons een brief gestuurd. Zelfs daar kwam geen inhoudelijke reactie op.’

Karman gooit het over een andere boeg. Zelf kreeg ze inmiddels een restje vaccin van de ggd – dus samen met een andere actievoerder reist ze in april op de dag van het coronadebat naar het Binnenhof, om een gezicht geven aan de groep kwetsbaren die al een jaar in isolatie zit. ‘We hadden honderd doosjes met vergeet-me-nietjes gemaakt, en dachten: we zien wel.’ Het lukt hen om een doosje aan te bieden aan demissionair minister De Jonge, en hij nodigt hen uit voor een gesprek.

Een paar dagen later tweet De Jonge: ‘Zojuist een goed gesprek gehad met een aantal mensen van #VergeetOnsNietHugo. Indringende verhalen. Belangrijk dat zij zo snel mogelijk gevaccineerd worden.’ Voor ‘zo snel mogelijk’ is het dan al te laat. Maar vanaf begin mei kunnen eindelijk alle mensen met een medisch risico uitgenodigd worden, kondigt De Jonge op de persconferentie diezelfde avond aan.

Aan de poorten van de GGD-prikstraten voltrekt het doelgroepenleed zich intussen in het klein. Daar verzamelen zich met enige regelmaat radelozen die tot nu toe geen plek op de vaccinatiekalender kregen: als-patiënten, mantelzorgers van zeer kwetsbaren, jonge mensen met zware aandoeningen voor wie het leven uitzichtloos werd. Terwijl inmiddels zelfs olympische sporters door de straat gegaan zijn, hopen de mensen aan de poort aan het eind van de dag een overgebleven vaccin te bemachtigen. In het grote plaatje stellen die restjes niks voor, het gaat slechts om een paar prikken per dag. Toch kan het voor die ene persoon een bevrijding zijn.

Maar de ggd is op instructie van de minister bezig om met de restjes het eigen personeel te vaccineren. In sommige regio’s is het prikpersoneel na enkele weken allemaal gevaccineerd, en moeten de ggd’en volgens de richtlijnen van het ministerie door met ander personeel: in de teststraten bijvoorbeeld, of op de soa-poli en het consultatiebureau.

Bij Jac Rooijmans, directeur van GGD Limburg-Noord, begint het te knagen. ‘Toen deze crisis begon hebben we afgesproken dat we de meest kwetsbaren willen beschermen.’ Maar inmiddels was hij al weken niet-kwetsbaren aan het prikken. En daar had hij rustig nog een tijdje mee door kunnen gaan: ‘Wij hebben een grote organisatie, we hadden ook de brandweer kunnen gaan vaccineren.’ Maar dat wil Rooijmans niet. Hij vraagt de huisartsen in de regio lijsten aan te leveren met kwetsbaren die volgens hen echt een vaccinatie nodig hebben: ‘Ik vertrouw op jullie professionaliteit. Als jullie zeggen: mevrouw X en meneer Y moeten erop, dan geloof ik dat. Jullie kennen de patiënt.’

Binnen zes dagen is de lijst af en worden aan het eind van de dag niet langer gezonde ggd-medewerkers geprikt, maar roept Rooijmans telkens een paar kwetsbare patiënten op. Zo lukt in Limburg-Noord wat het ministerie, huisartsen en specialisten landelijk niet voor elkaar krijgen: kwetsbaren voorrang geven. ‘Zo gauw je het wil gieten in een harde definitie wordt het heel moeilijk’, denkt Rooijmans. ‘Maar als je dicht blijft bij hoe het bedoeld is kun je het nooit verkeerd doen. Er is niets zo oneerlijk als ongelijken gelijk behandelen.’

Niemand wilde keuzes maken. Minister De Jonge – die zich al tijdens de hele coronacrisis toont als de man die denkt dat alles kan – wilde iedereen tegelijk vaccineren: én ouderen, én kwetsbaren, én zorgpersoneel, én olympische sporters én ambassadeurs. Ook de artsen en medisch specialisten wilden niet kiezen: wie waren zij om voor God te spelen?

Maar niet kiezen is óók een keuze. Doordat niemand de verantwoordelijkheid nam om de schaarse vaccins op een eerlijke manier te verdelen, werd de vaccinatiestrategie niet meer dan een aaneenrijging van ad-hocbeslissingen. Wie goed kon lobbyen, ging voor. Wie op tv of in de krant kwam, kreeg een prik. Hierdoor kwamen 75-79-jarigen pas in maart aan de beurt voor een prik, moesten de overige zeventig-plussers wachten tot april, en krijgen ruim een miljoen kwetsbaren pas deze maand een prik.

Ouderen moesten te lang wachten, maar toen ze aan de beurt waren konden ze – zonder moeilijke keuzes – op volgorde van geboortejaar opgeroepen worden. Voor de mensen met een kwetsbare gezondheid is het niet zo makkelijk. Zij zijn afhankelijk van iemand die voor hen een keuze maakt, en zegt: ‘Deze persoon móet voor’, of: ‘Dit geval is té schrijnend.’ Maar niemand koos ervoor om de kwetsbaren na ruim een jaar te bevrijden uit hun quarantaine.

De vaccinatiecampagne valt in dezelfde logica die we kennen van de toeslagenaffaire, taakstraffen en de bijstand. Steeds weer wordt beleid van achter de tekentafel minutieus dichtgetimmerd, uit angst voor willekeur en misbruik. Rechters mogen niet meer zelf een afweging maken, belastinginspecteurs moeten rücksichtslos terugvorderen, en artsen krijgen geen ruimte om in te schatten wie een prik het hardst nodig heeft. Wie regels maakt, weet dat er altijd mensen buiten vallen. Maar die mensen hebben pech. De regels lijken rechtvaardig, maar de praktijk is dat allerminst.

Op 19 april publiceert de Volkskrant een artikel over Okke Lucassen.10 Hij heeft een auto-immuunziekte die als ‘hoog risico’ in de richtlijn staat. Toch krijgt Lucassen geen prik, omdat hij door een administratief probleem is vergeten. Lucassen vertelt de krant dat hij drie weken lang belde met alle betrokken instanties, tot aan het ministerie toe. ‘Iedereen vindt het erg, maar niemand kan wat doen.’

Maar een dag na publicatie blijkt er ineens van alles mogelijk. ‘Kan je ons een DM sturen’, vraagt de ‘web-care afdeling’ van het ministerie via Twitter. Een communicatiemedewerker gaat Lucassen helpen. ‘Ik heb vandaag stad en land voor je afgebeld’, schrijft ze een dag later. ‘Het ligt natuurlijk heel gevoelig. Want als we dit voor jou regelen wil iedereen dat straks.’ Uiteindelijk krijgt Lucassen op Bevrijdingsdag zijn eerste prik. Maar het blijft steken. ‘Ik heb gevraagd hoe ze dit gaan regelen voor al die patiënten die niet in de krant staan. Daar krijg ik geen antwoord op.’


Reactie Ministerie

Het ministerie laat in een reactie weten dat verpleeghuispersoneel voorrang kreeg omdat het aanvankelijk logistiek ingewikkeld leek om de vaccins bij verpleeghuisbewoners te krijgen. Het ministerie draaide dat besluit later niet terug omdat de vaccinatie van zorgpersoneel ‘reeds voorbereid was en het afzeggen van afspraken tot vertraging had geleid’. Andere groepen zorgmedewerkers werden met voorrang gevaccineerd omdat begin 2021 ontwrichting van de zorg dreigde, aldus het ministerie. De Gezondheidsraad en OMT adviseerden op datzelfde moment anders: ondanks de dreiging moest minstens negentig procent van de vaccins naar ouderen en kwetsbaren.

Het ministerie ontkent dat het vaccineren van medische risicogroepen vertraging opliep doordat het moeilijk was om deze groepen te identificeren. Op de vraag waarom specialisten en artsen geen ruimte kregen om schrijnende gevallen voorrang te verlenen gaat het ministerie niet in.

Over dit onderzoek

Voor dit onderzoek maakten we een tijdlijn van welke groepen vanaf welke dag werden opgeroepen. Om te kunnen onderzoeken welk deel van de vaccins naar ouderen en kwetsbaren is gegaan hebben we per groep de geschatte omvang geregistreerd. We hebben ons hierbij gebaseerd op gegevens van het RIVM en het ministerie van Volksgezondheid. Voor het vaststellen van de totale omvang van de verschillende groepen zijn we uitgegaan van de schattingen van het RIVM en het ministerie over het aantal verstuurde uitnodigingen, niet het daadwerkelijk aantal gezette prikken. De GGD-medewerkers die zijn gevaccineerd tellen wij niet mee, omdat zij niet zijn opgeroepen maar aan het eind van de dag met restjes gevaccineerd werden.

Wanneer het RIVM geen schatting had gepubliceerd hebben we die opgevraagd bij betrokken organisaties, zoals de landelijke huisartsenvereniging en de federatie medisch specialisten. We hebben alle cijfers en conclusies voorgelegd aan het RIVM.

Voor de reconstructie van de besluitvorming hebben we ons gebaseerd op gesprekken met betrokkenen, Kamerbrieven, adviezen van de Gezondheidsraad, rapporten van het RIVM en vertrouwelijke notulen van vergaderingen over de vaccinatiestrategie.


  1. Gezamenlijk advies Gezondheidsraad & OMT van 4 januari 2021 

  2. Notulen in handen van Investico. ‘Vaccinatie van zorgverleners en bewoners wordt samen in totaliteit als eerste tranche gezien’, zegt het ministerie van VWS in een overleg over de vaccinatiecampagne op 4 december 2020. ‘Volgorde prioritering: eerst zorgmedewerkers van verpleeghuizen, dan verstandelijk gehandicapten en dan thuiszorgmedewerkers’, staat in een verslag van een overleg over vaccinatie van zorgpersoneel op 10 december 2020 met het ministerie van VWS. 

  3. Verslag regiegroep vaccinaties, 18 december 2020. ‘Eerste levering van 0,5mln vaccins is bedoeld voor 225.000 zorgmedewerkers’ (er zijn twee vaccins nodig per medewerker en er wordt rekening gehouden met spillage) 

  4. Advies Gezondheidsraad over BioNTech/Pfizer van 24 december 2020. ‘Omdat het vaccin een boven verwachting hoge werkzaamheid heeft bij ouderen en de ziektelast als gevolg van COVID-19 het grootst is in deze groep, adviseert de commissie het BNT162b2-vaccin primair in te zetten voor ouderen vanaf 60 jaar, te beginnen bij de oudsten.’ 

  5. Advies naar aanleiding van het eerste gezamenlijk overleg OMT en de Gezondheidsraad, 4 januari 2021. ‘Omdat de meeste gezondheidswinst is te behalen bij de prioritaire doelgroep van ouderen vanaf 60 jaar adviseren wij u om ten minste 90% van de vaccins te alloceren voor het vaccineren van deze groep. Hoewel het duidelijk is dat er veel vraag is naar het inspelen op knelpunten, door vaccinatie van beroepsgroepen in de zorg en mogelijk ook daarbuiten, is het advies om hier per tijdsperiode niet meer dan de resterende 10% van de vaccins voor te alloceren, en dit alleen te doen als er echte knelpunten dreigen te ontstaan bij het in stand houden van de zorg. Dit geldt ook voor de medewerkers in de langdurige zorg’ 

  6. Adviesaanvraag VWS aan Gezondheidsraad op 4 juni 2020 

  7. Zie deze informatiebrief over vaccinatie van neurologische patiënten 

  8. Zie oude flowchart 

  9. In Duitsland gaan de extra verhoogde risicogroepen gelijk met de 70-74-jarigen, en de verhoogd risicogroepen tegelijk met de 65-69-jarigen. In Denemarken gaan de risicogroepen en hun zorgverleners vóór de groep 80-84 jaar. In België gaan de medische risicogroepen na de 65-plussers. In het VK gaan de extra verhoogde risicogroepen tegelijk met de 70-plussers en gaan de medische risicogroepen vóór de groep 60-64-jarigen 

  10. Verslaggeverscolumn Toine Heijmans in De Volkskrant, 18 april 2021 (verschenen in de krant van 19 april)