Advocaten-parlementariërs in Italië

Il Cavaliere en de toga’s

Cesare Previti, ex-advocaat van de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, hangt dertien jaar gevangenisstraf boven het hoofd. Previti is een sleutelfiguur in Berlusconi’s zakenimperium, en de spil in een onverkwikkelijke geschiedenis van maffiabanden en omkoping van rechters. Haastig proberen Berlusconi’s advocaten-parlementariërs nog wat wetten te wijzigen.

Afgelopen zaterdag, op de dag dat de rechtbank in beraad zou gaan, wraakte Cesare Previti voor de achtste keer de rechtbank van Milaan. Een laatste noodsprong, want zijn eigen advocaten, die als collega-gedeputeerden van Forza Italia de wetgevende macht vormen, konden niet voorkomen dat het oordeel over hun partijgenoot, ex-minister van Defensie en voormalig advocaat van Berlusconi, nabij is. Het Openbaar Ministerie eiste dertien jaar gevangenisstraf en ontzetting uit zijn publieke functies wegens het omkopen van rechters.

Na een proces dat drie jaar lang is tegengewerkt door de verdachten, hun advocaten en de meerderheid in het Italiaanse parlement, beslist de rechtbank deze week of de advocaten Previti, Pacifico en Acampora drie rechters (Metta, Verde en Squillante) hebben omgekocht in de zaken-IMI-SIR en -Lodo Mondadori. In de eerste zaak zouden de omgekochte rechters oliemagnaat Nino Rovelli («de Clark Gable van Brianza») hebben begunstigd. In de tweede zaak was de begunstigde zakenman annex premier Silvio Berlusconi.

De zaak-IMI-SIR eindigt in 1994 na een lang proces dat Nino Rovelli, inmiddels overleden, sinds 1982 voert tegen de staatsbank IMI. De rechtbank oordeelt dat de bank het faillissement van Rovelli’s chemieconcern SIR heeft veroorzaakt en verplicht de staat ruim 515 miljoen euro schadevergoeding te betalen.

Rovelli’s zoon Felice (wereldkampioen go-cart) en zijn vrouw Primarosa Battistella, maken daarna 34,5 miljoen euro over op de Zwitserse bankrekeningen van de advocaten Previti (10,8 miljoen), Pacifico (17 miljoen) en Acampora (6,7 miljoen), die echter nooit voor de familie werkten. Dat wil zeggen: officieel. Want de aanklager zegt dat het hier om smeergeld gaat voor een gunstige afloop van het proces tegen IMI. Via ingewikkelde geldstromen van en naar rekeningen in Zwitserland, Luxemburg, Liechtenstein en de Bahama’s bewijst het OM dat de drie advocaten de rechters Squillante, Verde en Metta respectievelijk 68.000, 400.000 en 206.000 euro hebben betaald.

In de zaak-Lodo Mondadori wordt mediamagnaat Silvio Berlusconi geholpen. Het Romeinse Hof annuleert in 1991 een arbitrale beslissing die het uitgeverijconcern Mondadori aan Berlusconi’s aartsrivaal, Carlo De Benedetti toewees. Een uitspraak die Il Cavaliere (Berlusconi’s bijnaam naar aanleiding van zijn geliefde ridderlijke staatsonderscheiding) volgens het OM heeft afgekocht voor ruim 206.000 euro.

Mondadori is in de jaren tachtig de grootste uitgever in Italië, die behalve boeken ook veel tijdschriften (waaronder Panorama en Espresso) en kranten (La Repubblica en een regionale keten) drukt. Een kluif waar zowel de mediamagnaat van de commerciële televisie als de «rode ingenieur» van Olivetti wel trek in heeft. De Benedetti is Berlusconi net voor: in 1988 beloven de erfgenamen Mondadori hem binnen twee jaar hun aandelen te verkopen. Maar een jaar later gooien ze het op een akkoord met Berlusconi.

Een arbitrale beslissing geeft de Olivetti-baas gelijk. Het akkoord uit 1988 is bindend en Mondadori behoort hem toe. Berlusconi vecht de beslissing aan en wint. Rechtbankvoorzitter Valente is een vriend van Previti en zijn assistent-rechter Vittorio Metta strijkt via Berlusconi’s Holding Fininvest en de drie advocaten uiteindelijk 206.000 euro op. Moeilijk te bewijzen dit keer, want Pacifico haalt het smeergeld cash van zijn Zwitserse rekening. Dit gebeurt echter nog geen maand na de uitspraak en kort daarna doet Metta opvallend grote uitgaven, die hij in contanten betaalt. Zo koopt hij (ter waarde van ongeveer 206.000 euro) een nieuwe BMW en een appartement voor zijn dochter. Bovendien hangt hij zijn toga aan de wilgen en treedt hij in dienst van het advocatenbureau van Cesare Previti.

Berlusconi («mister verjaring») ontspringt hier echter de dans. Aangezien de gekochte uitspraak dateert uit 1991, gelden de juridische normen van destijds, als gevolg waarvan Berlusconi voor de vierde keer verjaring op zijn processen kalender kan schrijven.

In een vergelijkbare lopende zaak staan Berlusconi, Previti, Pacifico en Squillante terecht. Weer in een machtsstrijd met rivaal De Benedetti gaat het in 1985 om het staatsvoedingsconcern SME. Dankzij Romano Prodi, nu voorzitter van de Europese Commissie en destijds president van de staatsholding waaronder SME valt, betaalt De Benedetti (die dan al Buitoni bezit) nog geen 260 miljoen euro voor onder meer de merken Motta, Alemagna, Cirio en De Rica.

Premier Bettino Craxi vindt die machtsconcentratie maar niets en roept de hulp in van boezemvriend Berlusconi. Die organiseert via Barilla en Ferrero (grote klanten van zijn reclamebedrijf Publitalia) een tegenbod dat de staatsholding niet kan weigeren, waarna de rechtbank de verkoop aan De Benedetti annuleert.

Hoewel Berlusconi volhoudt niets met de zaak te maken te hebben, blijft hij in de pers herhalen dat hij een gouden medaille verdient, omdat hij een uitverkoop van de staat heeft voorkomen en dat eigenlijk Romano Prodi in de beklaagdenbank thuishoort.

De corrupte Romeinse rechters liepen dankzij een kroongetuige tegen de lamp. De Milanese antiquair Stefania Ariosto is bevriend met Previti en ziet hem twee keer smeergeld overhandigen aan rechter Squillante. Previti schept zelfs op over hoe hij «beschikt» over betaalbare rechters en hoe hij de werkelijke winnaar is van de strijd om Mondadori.

Behalve de kroongetuige is er ook een spijtoptant. Rechter Mancuso schopt het (in het eerste kabinet-Berlusconi) tot minister van Justitie. Maar als de coalitie een advocaat van Previti en Berlusconi als lid van het Hof van Constitutionele Zaken verkiest boven zijn kandidaatsvoorkeur voelt hij zich bedrogen. Volgens hem houdt Previti de premier in zijn macht en vinden partijgenoten de druk van de advocaat ondraaglijk. Aan de kamervoorzitter schrijft hij dat Berlusconi gechanteerd wordt door zijn voormalige advocaat, die alle ins en outs van diens Fininvest Imperium kent.

Waarschijnlijk is Cesare Previti een sleutelfiguur die het antwoord weet op de multi miljoendollarvraag: hoe komt Berlusconi aan zijn kapitaal? Hetzelfde geldt voor Marcello Dell’Utri, net als Previti tegenwoordig parlementariër met een jaarinkomen van ruim een miljoen euro. De Siciliaan Dell’Utri, die in Palermo terechtstaat in een maffiaproces, plaatste als directeur van Publitalia een maffioos als stalmeester bij Berlusconi, leende tien miljoen euro bij de maffia om te investeren in Berlusconi’s filmproductie en waste geld wit voor zijn Siciliaanse vrienden. Althans, dat is de aanklacht. In de moeder van alle processen tegen de premier (in vooronderzoeksfase) moet uit de documentatie van 64 offshorebedrijven blijken dat Berlusconi over 775 miljoen euro zwart geld beschikt. Maffiageld welteverstaan. Previti en Dell’Utri zullen belangrijke getuigen zijn in dat proces.

Maar zo ver zal het wel niet komen. De parlementaire meerderheid heeft de afgelopen twee jaar vooral wetten ontworpen die de rechtsgang beïnvloeden. De partij van Il Cavaliere bestaat grotendeels uit advocaten en juristen. Zo verdedigen Ghedini en Pecorella Berlusconi en Previti, maar zijn ze tevens lid van de kamercommissie Justitie. Pecorella, die ooit Rode Brigadisten verdedigde, maar nu de neofascist Zorzi (verdacht van de bomaanslag op Piazza Fontana in Milaan in 1969, waarbij zestien mensen om het leven kwamen) is zelfs voorzitter van die commissie.

Hoewel verdachte Berlusconi zelf al enkele keren op zijn wenken is bediend, pakten de wetswijzigingen, die in de volksmond al de «Red-Previti-wetten» worden genoemd, voor zijn advocaat Previti (nog) niet gunstig uit. Zo worden de regels voor een «rogatorium» gewijzigd, oftewel de vraag naar juridische bewijsstukken uit het buitenland. Met terugwerkende kracht (!) zijn nu slechts originele stukken bruikbaar, voorzien van de nodige echtheidsgaranties. Vanuit de beklaagdenbank eist Previti meteen dat de gekopieerde (of gefaxte) bankafschriften ongeldig worden verklaard. Maar justitie vindt een verklaring van de buitenlandse autoriteiten voldoende om de echtheid van de documenten te garanderen.

Nog zo’n redmiddel moest de wet «Cirami» blijken, waardoor de mogelijkheden om een rechtbank te wraken zijn vergroot. De verdediging klaagt vervolgens dat er op de buitenmuur van het tribunaal «Previti in het gevang» staat, dat een Milanese straatmuzikant anti-Berlusconi-liedjes zingt en dat er op de publieke tribune een mevrouw zit met een Pinocchio-pop. Maar justitie ziet geen reden om de onafhankelijkheid van de rechtsgang in Milaan in twijfel te trekken.

Eén belangrijke wetswijziging bleek wél nuttig. De verlaging van straffen voor valsheid in geschrifte maakt dat vier processen van Berlusconi in rook opgaan. Dat geldt voor de partijfinanciering van Craxi; het zwarte geld waarmee AC Milan de voetballer Lentini aankocht; de 775 miljoen euro zwart geld van de 64 offshorebedrijfjes, en het smeergeld in de zaak-SME. Justitie onderzoekt nu of de wet niet in strijd is met de grondwet of met de Europese richtlijnen.

Andere voorstellen, zoals het opnieuw invoeren van de parlementaire immuniteit (afgeschaft tijdens Operatie Schone Handen), het verlagen van een derde van de straf en verjaringstijd als de veroordeelde ouder is dan 65 jaar en meer mogelijkheden voor een juridische schikking staan al op de parlementaire agenda.

De aanstaande uitspraak in de zaak tegen Previti komt ongelegen, aan de vooravond van provinciale verkiezingen. Daar kan geen verkiezingsstunt tegenop. Hoewel: er gaan geruchten dat de premier (met een jaarinkomen van 11,2 miljoen euro en een geschat bezit van 5,9 miljard euro) een van ’s lands grootste kunstcollecties ter waarde van 125 miljoen euro wil kopen om die vervolgens aan de staat te doneren. Dat zal hem bij het volk wel weer geliefd maken.

Daaraan hecht Berlusconi meer waarde dan aan een juridisch oordeel. Dat bleek toen hij in januari een videoboodschap naar alle tv-journaals stuurde (die daar braaf grote delen van uitzonden). Daarin beloofde Il Cavaliere zijn electoraat trouw: «Ik ben slachtoffer van juridische vervolging, maar ik zal mijn publieke plicht als minister-president blijven vervullen. Want de regering wordt gekozen door u, het volk, niet door de toga’s.»