Il duce de terugkeer van mussolini

Hij was zo slim om in eerste instantie een brede nationale regering samen te stellen, waarin de fascisten maar een kleine minderheid vormden. Berlusconi? Nee, Benito Mussolini, alias ‘ll Duce’.
VAN GROTE OF GROOT geachte historische figuren kom je nooit af. Koning Arthur ligt nog altijd te slapen om ooit Albion te kunnen redden. Hitler zit ergens in het Zuidamerikaanse oerwoud oud te worden. En Mussolini, altijd al tegelijk groot man en parodie op een groot man, stuurt ons nu zijn lieftallige kleindochter. En nog altijd weten we niet of Benito Mussolini een groot staatsman was of een ordinaire bluffer.

Misschien gaf hij zelf al ooit het antwoord. In 1918 citeerde hij in een toespraak Machiavelli, die schreef over grote mannen die een imperium hebben gesticht of veroverd: ‘Als we hun daden en leven onderzoeken, zien we dat ze door het lot van niets anders voorzien werden dan van de gelegenheid, waardoor ze het materiaal kregen dat ze konden vormen zoals hun dat het beste leek.’ Mussolini wist in 1922 de gelegenheid te grijpen. De verwarring na de Eerste Wereldoorlog in Italie, de economische en geestelijke uitputting, de behoefte aan rust en orde, en de angst voor het communisme vormden te zamen die gelegenheid. We kunnen wel lacherig constateren dat Mussolini zichzelf tijdens de beroemde Mars op Rome angstig in Milaan schuilhield, maar toen de gelegenheid gunstig bleek om de macht te grijpen, was hij er. En twintig jaar lang was hij de grote leider. Tot de gelegenheid voorbij was en hij zelf moe en afgezwakt.
Geen dictator is zo vernederd als hij. Afgezet, gevangene van zijn eigen regime, door de Duitsers bevrijd, door de partizanen afgemaakt en omgekeerd opgehangen. Zijn lijk werd in het geheim begraven, door een fascistisch commando gestolen, teruggevonden in een klooster en uiteindelijk in 1957 aan zijn weduwe teruggegeven, die het in Mussolini’s geboortedorp Predappio heeft begraven.
TOCH WAS HIJ een zondagskind. Benito Mussolini werd op 29 juli 1883 geboren uit het wonderlijke huwelijk tussen een keurige en vrome onderwijzeres en een eigenzinnige, revolutionair gezinde dorpssmid. Benito was, zelfs volgens zijn grootste bewonderaars, een onhandelbaar kind, twistziek, ongehoorzaam en rusteloos. Op zijn negende werd hij naar een strenge kostschool gestuurd, waar hij geen vrienden maakte en na twee jaar wegens wangedrag werd weggestuurd. Hij had een inktpot naar een van de broeders gegooid en een medeleerling met een zakmes gestoken. Hij wist daarna het onderwijzersdiploma te behalen en stond zelfs vier maanden voor de klas. Maar hij voelde zich een bohemien: 'Ik maakte mijn eigen wetten en zelfs aan die hield ik me niet.’
Gewelddadig was en bleef hij. In Zwitserland, waar hij als loopjongen en slagersknecht werkte, waren zelfs twee Engelse picknickende dames niet veilig voor hem. Hij griste het eten uit hun handen en had ze, naar eigen zeggen, graag gewurgd als ze weerstand hadden geboden.
In Zwitserland sloot hij zich bij revolutionaire groepen aan en hij las lukraak Kropotkin, Marx, Nietzsche, Sorel, Kant, Fichte, Blanqui, Kautsky en het boek over massapsychologie van Gustave Le Bon. Zelf noemde hij zich een 'apostolato di violenza’, apostel van het geweld. Toen hij in 1904 naar Italie terugging had hij al een stevige reputatie als radicale kameraad en schreef hij als journalist in verschillende socialistische bladen. Na zijn huwelijk met Rachele Guidi - dochter van de maitresse van zijn vader - begon hij een eigen krant, La Lotta di Classe, en in 1912 werd hij hoofdredacteur van Avanti!, het dagblad van de Italiaanse Socialistische Partij. In dezelfde tijd ontwikkelde hij zich tot een theatrale maar meeslepende agitator, die met vuur allerlei soms tegenstrijdige antimilitaristische, antinationalistische, antiklerikalistische en anti-imperialistische standpunten verdedigde.
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog veranderde hij radicaal van opinie. Hij herinnerde zich dat Marx had geschreven dat oorlog vaak leidt tot een sociale revolutie en hij vond dat Italie aan de kant van de geallieerden moest strijden om de vrijheid in Europa te redden. Hij stichtte een nieuw dagblad, Il Popolo d'Italia, dat opriep tot deelname aan de oorlog. Onder kreten als 'Traditore! Venduto! Sicario!’ werd hij op een rumoerige vergadering uit de Socialistische Partij gestoten. Zelf raakte hij nog tijdens zijn militaire opleiding gewond en hij kwam als overtuigd antisocialist uit de oorlog, pleitte al in 1918 voor een dictator 'die meedogenloos en intelligent genoeg is om schoon schip te maken’, en begon in Milaan een geheel nieuwe beweging, bestaande uit ontevreden socialisten, vakbondsleden, anarchisten, gedemobiliseerde soldaten en andere ongedurige elementen, de Fascio di Combattimento.
DE TERM 'FASCIO’ (bundel) was overigens niet geheel nieuw in de Italiaanse politiek en was sinds eind van de negentiende eeuw door revolutionaire boeren, futuristen en nationalisten gebruikt. De vroegere socialist kreeg al spoedig steun van kapitalisten die ongerust waren geworden door de Russische Revolutie en de oprichting van de Italiaanse Communistische Partij. De zwartgehemde fascisten van Mussolini doken overal op om communisten in elkaar te slaan.
In 1921 werden 35 fascisten in het parlement gekozen, en naarmate de economische en politieke crisis in Italie toenam en de regering besluitelozer bleek, groeide de fascistische toe. Toen in het najaar van 1922 Italie door stakingen werd geteisterd, eiste Mussolini dat de koning de macht aan hem zou overdragen, anders zouden zijn fascisten naar Rome marcheren. Zelf bleef hij wijselijk in Milaan tot de regering aftrad en de koning hem naar Rome riep. Hij was toen 39 jaar en de jongste eerste minister die Italie ooit had gehad, maar hij was zo slim om, tot opluchting van velen, een brede nationale regering samen te stellen, waarin de fascisten maar een kleine minderheid vormden.
Mussolini was een meester in uiterlijk vertoon en public relations, en werd vooral door vrouwen en meisjes op handen gedragen. De uitholling van de burgerlijke vrijheden, de schandalen en de moord op de socialistische leider Matteotti, het werd hem allemaal vergeven. In 1924 kregen de fascisten 65 procent van de stemmen, bij verkiezingen die waarschijnlijk niet geheel eerlijk waren, en in 1925 benoemde Mussolini zich officieel tot dictator en ontsloeg hij alle niet-fascistische ministers.
DE VRAAG IS wel gesteld of Mussolini ooit als politicus door de mand zou zijn gevallen als hij zich bij zijn succesvolle binnenlandse politiek had gehouden. De maffia werd aangepakt, hervormingen uitgevoerd, efficiency ingevoerd (de spreekwoordelijke treinen die op tijd reden), stakingen behoorden tot het verleden en de corporatistische staat beloofde eeuwigdurende sociale vrede. Maar intussen concentreerde hij de macht geheel en al in Rome en bracht hij de oppositie in verwarring door dreigende en verzoenende woorden voortdurend af te wisselen. Biograaf Hibbert meent dat Mussolini 'in feite labiel, bedrieglijk, achterdochtig van aard en ziekelijk egoistisch was, terwijl hij voortdurend een schuchtere besluiteloosheid verborg achter bombastische snoeverij’. Maar dat zou hem pas tijdens de Tweede Wereldoorlog fataal worden.
In 1935 besloot Mussolini tot een vlucht naar voren toen hij Abessinie binnenviel en de protesten van de Volkerenbond trotseerde. Hij steunde Franco tijdens de Spaanse Burgeroorlog en in 1939 sloot hij het Stalenpact met Hitler. Toch dacht Mussolini aanvankelijk, toen Duitsland in september Polen was binnengevallen, dat Italie neutraal zou kunnen blijven; Hitler had hem hierover immers vooraf nooit geraadpleegd! Mussolini’s schoonzoon en minister van Buitenlandse Zaken Ciano (later als verrader door de fascisten geexecuteerd) was opgelucht. De Duitsers hadden een pact met Stalin gesloten en zeiden de Italianen helemaal niet nodig te hebben.
Maar Mussolini’s reactie was dubbelzinnig. Hij was tegelijk diep beledigd door Hitler en hij bewonderde de vechtlust van de Duitse nationaal-socialisten. Maar vooral was hij bang zijn deel in de krijgsbuit mis te lopen, hij meende dat de oorlog spoedig voorbij zou zijn en dat hij dan 'slechts enkele duizenden gesneuvelden nodig had om aan de vredesconferentie te kunnen aanzitten als een man die gevochten heeft’.
Derhalve verklaarde Mussolini in juni 1940 Frankrijk en Engeland de oorlog, maar militaire successen bleven uit. In Afrika en in de Balkan moesten de Duitsers de Italianen te hulp komen. Andersom waren de Italiaanse soldaten verbijsterd over het wrede Duitse en Kroatische optreden tegen joden en Serviers en zij namen hen in bescherming tegen hun eigen bondgenoten. Maar Mussolini was tegen Hitler niet opgewassen. Tijdens hun bijeenkomsten was de altijd zo welbespraakte Mussolini zeer zwijgzaam.
Toen de geallieerden in juni 1943 op Sicilie waren geland, was er weinig meer van hem over. Hij was twintig kilo afgevallen en leed volgens sommigen aan syfilis. Maar belangrijker was dat de gelegenheid er niet meer was die hem twintig jaar eerder tot zo'n groot man in Italie had gemaakt. Hij liet zich zonder veeel tegenstand afzetten en zijn opvolger maarschalk Badoglio tekende schielijk een wapenstilstand met de geallieerden.
Mussolini kreeg huisarrest in een hotel bij de Gran Sasso d'Italia, maar werd op 12 september 1943 spectaculair door Duitse parachutisten bevrijd. Hitler hoopte dat hij met hulp van Mussolini in elk geval Noord-Italie kon behouden, maar Il Duce was niet meer dan een schaduw van zichzelf. Men zegt dat hij zich aan het Gardameer nog heeft verdiept in de oorspronkelijke republikeinse en socialistische bronnen van zijn fascisme. Op 29 april 1945 werd hij samen met zijn laatste vriendin Clara Petacci door partizanen opgepakt en doodgeschoten. Op recent vrijgegeven Amerikaanse filmjournaals was te zien hoe hun lijken omgekeerd aan de galg bungelden.